Hans Wiegel verloor in zijn liefde voor het spel de knikkers soms uit het oog

© Anefo (cc0)

Stemmenkanon Hans Wiegel maakte in de jaren 70 van de VVD een echte volkspartij. Met minimale inspanning behaalde hij een maximaal resultaat. Humor, relativeringsvermogen en een perfect gevoel voor timing waren zijn belangrijkste troeven. Maar met diezelfde relativerende, achteloze benadering frustreerde hij jaren later zijn eigen rentree op het Haagse toneel, blijkt uit de meesterlijke biografie die Pieter Sijpersma, oud-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden, over hem schreef.

‘De mensen in het land’: Hans Wiegel (1941) voelt als geen ander aan wat hen beweegt en wat ze willen horen. Al in zijn eerste speech als voorzitter van de JOVD, de jongerenafdeling van de VVD, calculeert hij het applaus in. Dat applaus krijgt hij – én een lach, want Wiegel heeft humor.

In 1967 wordt hij Kamerlid, op dat moment het jongste ooit. Wiegel is pragmatisch. Hij vindt niet uit idealisme dat de VVD moet veranderen, maar omdat hij ziet dat de maatschappij verandert. Door de elitaire VVD om te vormen tot een echte volkspartij vallen er stemmen te winnen. Wiegel is geen principiële liberaal. Politiek beschouwt hij als de kunst van het mogelijke. Wie de meeste stemmen krijgt, heeft de meeste macht. Die stemmen krijg je door te weten wat er speelt. Daarom trekt hij het land in om met gewone mensen te praten en zo permanent campagne te voeren. In de Kamer maakt hij techniek politiek en debatten spannend, niet onbelangrijk nu er ook camera’s meedraaien. Anders dan veel van zijn collega’s kan hij het prima vinden met journalisten. Zeker met die van De Telegraaf, een krant die steeds meer (jonge) lezers bereikt.

Pose

Wiegel houdt van traditie. Op zijn negenentwintigste is hij al fractievoorzitter, maar in zijn driedelig pak en met zijn keurige scheiding oogt hij als een oude corpsbal. Deze uitstraling van conservatief heerschap is deels een pose waarachter hij zijn verlegenheid verbergt, stelt zijn biograaf. Bovendien stelt het de conservatieve achterban, die hem soms wel erg populair vindt doen, gerust.

De jonge VVD-leider heeft de tijdgeest mee. De jaren ’70 is een decennium van politieke polarisatie: rechts en links, VVD en PvdA, staan lijnrecht tegenover elkaar. De politiek leeft, debatten tussen Wiegel en PvdA-leider Joop den Uyl trekken volle zalen. ‘Sinterklaas bestaat,’ zegt Wiegel, wijzend op de PvdA-leider. ‘Daar zit-ie.’ Wiegels achterban in de zaal komt niet meer bij, maar veel linkse kiezers kunnen Wiegel niet luchten of zien. Als er bij een van zijn optredens ‘hondenlul!’ wordt geroepen vanuit de zaal, reageert hij gevat. ‘Goed dat u zich voorstelt. Mijn naam is Hans Wiegel.’

Als Den Uyl in 1973 het meest linkse kabinet ooit vormt, noemt Wiegel dit een ramp voor het land. Maar het is ook een zegen voor de oppositie, weet hij. Wiegel respecteert de PvdA-leider maar het verschil tussen de twee is enorm. Tegenover de gedreven en verbeten Den Uyl, die zijn kabinet afmat met vergaderingen tot in de vroege ochtend, staat de ontspannen en relativerende Wiegel. Die uitstraling is aanstekelijk, analyseert zijn biograaf: Wiegel geeft de mensen in het land een goed gevoel over zichzelf, over de toekomst en dus over Wiegel. Zelfs tegen het Kamerpersoneel zijn Wiegel en zijn partijgenoten aardiger dan hun linkse tegenstrevers. ‘U moet maar zo denken, de PvdA houdt van de mensheid, niet van mensen,’ troost Wiegel een van hen.

Theater

Als oppositieleider maakt Wiegel van de Tweede Kamer een theater. Bewust kiest hij voor een plek in de achterste bankjes. Dit geeft hem de tijd om voor een interruptie langzaam naar voren te schreiden en hiermee de spreker achter het katheder te ontregelen. Zijn polariserende en populistische stijl wordt hem niet door iedereen binnen de partij in dank afgenomen. De ‘kille rechtse demagoog’ die veel Nederlanders in hem zien, krijgt een menselijk gezicht als hij op de VARA-televisie bij Sonja Barend een haast verlegen indruk maakt en praat over zijn op komst zijnde eerste kind.

Als het kabinet-Den Uyl valt, wint de PvdA nog eens tien zetels. Een tweede kabinet-Den Uyl lijkt onvermijdelijk. Maar de partij overvraagt en het botert niet tussen CDA-leider Dries van Agt en Den Uyl. Wiegel verbaast vervolgens vriend en vijand door in no time een regering met het CDA te vormen. Voor Van Agt zijn de onderhandelingen met Wiegel een verademing. Wiegel streeft naar een akkoord op hoofdlijnen (terwijl de PvdA alles tot achter de komma wilde vastleggen) en stelt tot Van Agts verbazing voor om eerst de zetelverdeling te regelen. Hierop waren de onderhandelingen met de PvdA stukgelopen, maar met Wiegel is Van Agt er zo uit. Ze komen zelfs zo snel tot overeenstemming dat ze besluiten nog wat tijd stuk te slaan voor ze de pers te woord staan. ‘Anders zou het ongeloofwaardig zijn.’ Met bekommerde gezichten lopen ze dan uiteindelijk naar buiten. Van Agt: ‘Dan zag je die jongens van de PvdA opleven.’

Meer spel dan knikkers

In het kabinet Van Agt-Wiegel (1977-1981) ontbreken de vergezichten. Gewoon het land goed besturen, luidt het realistische credo. Wiegel wordt minister van Binnenlandse Zaken. Hij toont zich een vaardig en besluitvaardig bestuurder die zich concentreert op zijn hoofddoelen: meer politie, minder gemeenten. Dat hij ook als minister probeert maximaal resultaat te boeken met minimale inspanning neigt soms tot op de winkel passen.

© Bert Verhoeff / Anefo (cc0) Van Agt en Wiegel op 17 januari 1978 tijdens het debat over de regeringsverklaring

Net als in de kabinetsformatie weet hij dat de onderhandelingen met de vakbonden een spel van geven en nemen zijn. Soms brengt hij de gestaalde kaders van de wijs door zijn kaarten meteen op tafel te leggen en een compromis voor te stellen. Ook aarzelt hij niet over een uitruil: bijvoorbeeld de ambtenarensalarissen nivelleren als hij daardoor een bezuiniging kan halen. Van dat bezuinigen komt overigens weinig terecht. Had hij als oppositieleider nog geageerd tegen ‘Sinterklaas’ Den Uyl; in de jaren dat Van Agt en Wiegel aan het roer staan, lopen staatsschuld en financieringstekort alleen maar verder op. Dit is niet alleen het gevolg van het tegenzittend economisch tij. Hier wreekte zich, stelt Sijpersma, dat het bij Wiegel meer om het spel dan om de knikkers ging. ‘Het ministerschap was kennelijk belangrijker dan het ambt inzetten voor het realiseren van liberale wensen.’

In 1980 komt Wiegels jonge vrouw Jacqueline bij een auto-ongeluk om het leven. Als hij in een tv-programma een vraag krijgt over het weduwenpensioen, barst hij in snikken uit. Het beeld van hem kantelt: Wiegel blijkt ook maar een mens. De snottebel waarmee cartoonist Opland hem steevast afbeeldde, verdwijnt.

In 1982, op het hoogtepunt van zijn politieke succes, verruilt Wiegel politiek Den Haag voor de provincie Friesland waar hij commissaris van de koningin wordt. Als een journalist hem vraagt hoeveel mensen er in het provinciehuis werken, luidt Wiegels veelzeggende antwoord: ‘Ongeveer de helft.’ Dat hij het zelf ook rustig aandoet in zijn nieuwe functie, kost hem krediet in Friesland. Als zijn partij hem in 1986 vraagt de plotseling overleden minister Rietkerk op te volgen, maakt het provinciebestuur hem duidelijk dat hij moet kiezen: als hij kiest voor Den Haag hoeft hij niet terug te komen. Wiegel blijft. Maar het ‘orakel van Friesland’ blijft door de jaren heen koketteren met een mogelijke terugkeer naar politiek Den Haag. Zelfs zijn eigen partijleden weten niet meer wat ze ervan moeten geloven. Als ze in 1993 serieus overwegen hem als lijsttrekker te benaderen, doen ze dat om die reden uiteindelijk niet. ‘Hij zal toch wel weer een slag om de arm houden. Als hij wil moet hij zichzelf maar melden.’

Maar dit keer bleek Wiegel echt geïnteresseerd en hij voelt zich gepasseerd. Hij was er in zijn ijdelheid van uitgegaan dat ze zich wel bij hem zouden melden. Uiteindelijk lijkt hij zelf ook niet meer te geloven in zijn terugkeer. ‘Ik heb een grote toekomst achter mij,’ zegt hij er in 2002 spottend over. Er gloort hoop als Pim Fortuyn hem noemt als premiers-kandidaat, maar als de flamboyante LPF-leider dat jaar vermoordt wordt, is ook die kans verkeken. ‘De beste premier die Nederland nooit gehad heeft,’ noemt Wiegel zichzelf met de nodige zelfspot en maakt daarmee een einde aan de speculaties over zijn terugkeer op het politieke toneel. Want hij ziet zelf ook wel dat er steeds meewariger naar zijn geflirt wordt gekeken.

Conclusie? Wiegel heeft zich misrekend. Toen hij echt terug wilde naar Den Haag was het politieke tij vergaan. Zijn relativeringsvermogen en zijn benadering van ‘maximaal resultaat met minimale inspanning’ hadden dit keer tegen hem gewerkt.

Tijdsbeeld

Bijna zevenhonderd pagina’s telt Sijpersma’s biografie van Wiegel. Een groot deel ervan besteedt hij aan het tijdsbeeld en de (politieke) context waarbinnen Wiegel zich bewoog. Dat het geen moment stoort om bladzijdenlang Wiegel zelf nauwelijks tegen te komen, is te danken aan de schrijfstijl van Sijpersma. Zijn luchtige, vlotte toon past bovendien naadloos bij zijn hoofdpersoon.

Leren we Hans Wiegel echt kennen in al die bladzijden? Ook de mens achter de politicus? Niet helemaal. Wiegel is een man die zichzelf in de hand heeft, die zijn diepste gevoelens niet makkelijk prijsgeeft. Terwijl hij toch het nodige heeft meegemaakt, ook op persoonlijk vlak. Na het fatale ongeluk van zijn echtgenote trouwde hij met haar zus Marianne – die vervolgens ook omkwam in het verkeer. Sijpersma besluit zijn boek ermee:

Wiegel kan hard zijn voor zichzelf. Dat heeft hem beide keren overeind gehouden. Zijn verdriet is hij te boven gekomen, heeft hij meermalen herhaald. De opnames van mijn gesprekken vertellen iets anders. Zijn verdriet is niet opgelost in de tijd, maar zit nog diep in zijn binnenste. Zodra de naam Marianne of Jacqueline valt, praat hij langzaam en aarzelend. De stem wordt brokkelig en bijna onhoorbaar, breekt soms. Hans Wiegel wenst zijn zegeningen te tellen maar zijn leven is ook getekend door verlies.

Hans Wiegel. De biografie
Pieter Sijpersma
Atlas Contact
ISBN hardcover 9789045038254
ISBN ebook 9789045038261
Verschenen in oktober 2020

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 39,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 16,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 39,99)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 16,99)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here