In oktober vorig jaar schreef Ian Johnson, vermaard Chinadeskundige, in de New York Review of Books een recensie van de nieuwe biografie van de Chinese dissident Liu Xiaobo, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2010. Liu zou in 2017 als tweede winnaar in de geschiedenis van deze Nobelprijs in gevangenschap overlijden, na ‘onze’ Europese Carl von Ossietzky in 1938 onder de nazi’s.
Ian Johnson kreeg voor zijn recensie dit jaar de Kukula Award. In de Verenigde Staten reikt de Washington Monthly diverse prijzen uit, waaronder de Kukula prijs, vernoemd naar de hoofdredacteur van dit nonprofit tijdschrift, Kukula Kapoor Glastris. De Kukula Award is “the only journalism prize [in the US] dedicated to highlighting and encouraging exemplary reviews of serious, public affairs-focused books.”
De NYRB kan zich dure recensenten met ronkende cv’s veroorloven (Biografieportaal wordt gevoed door veelal deskundige vrijwilligers) maar geld is niet de reden geweest voor hoogleraar/reporter Ian Johnson om zijn uitvoerige recensie te schrijven. De biografie van Liu Xiaobo sluit namelijk naadloos aan op zijn eigen boeken, zoals het recente Sparks: China’s Underground Historians and their Battle for the Future. Wat ik daaruit vooral leerde was hoe allerlei Chinezen breed gedragen maatschappelijke waarden, al of niet afkomstig uit tradities van soms eeuwen geleden, blijven verdedigen tegen het nihilisme en cynisme van de Chinese Communistische Partij onder leiding van de huidige partijleider Xi Jinping.
Van voorbeeldige reviews ligt natuurlijk niemand echt wakker in de VS, behalve uiteraard de auteurs, de marketeers van de uitgeverijen en wellicht recensenten met erg weinig zelfvertrouwen, die de kunst van het recenseren willen afkijken van anderen. Er zijn alleen wél honderden nieuwe titels in de VS elk jaar op het gebied van “serious, public affairs-focused books”. Niemand zal die allemaal lezen, dus een eerlijke, vrij volledige recensie van een serieuze studie, al of niet een biografie, kan vaak dienen als vervanging van het lezen van het volledige boek.
Nu wil het geval van Ian Johnsons recensie van de biografie van Liu Xiaobo onder de titel “China’s Iconoclast” dat hij in de laatste paragrafen ook nog wat anders deed dan recenseren. De jury prees hem ook voor “tartly [using] his review to criticize American media and fellow book reviewers for not only ignoring Xiaobo’s unheralded role as a dissident leader, but for their ‘lack of attention paid to the Chinese equivalents’ of previous generations of state-crushed European artists and intellectuals.”
Dat was mij echt uit het hart gegrepen, die kritiek op de gebrekkige aandacht voor Chinese equivalents. Het gaat mij er niet om dat deze mensen helden, heiligen of martelaren zijn en dat ze daarom veel meer aandacht hadden moeten krijgen, dus niet alleen necrologieën. Het gaat erom dat deze dissidenten, hervormers, activisten, kritische intellectuelen en kunstenaars de lezer door hun acties doen begrijpen hoe China werkelijk in elkaar zit, hoe het onder meer zit met de gedeelde waarden van de burgers daar.
Ik zou zelf elke vergelijking met ‘onze’ Europese helden liever vermijden, omdat China in de 21e eeuw zo’n ander land is dan welk westers land ook. De vergelijking maakt het alleen maar moeilijker om tegenmacht in China te begrijpen, meen ik, en eigenlijk, eerlijk gezegd, tegenmacht in veel andere niet-westerse maatschappij.
Zo las ik ergens begin deze eeuw dat er in China gemiddeld zo’n vierhonderd protestacties per dag waren. Eén van de omstandigheden bleek het feit te zijn dat gemeenteraden in China daadwerkelijk via vrije verkiezingen gekozen mochten worden, inclusief kandidaten die niet van de communistische partij waren. Misschien is dat onder president Xi Jinping weer anders geworden, maar dat getal van 400 zou destijds voor Nederland met zeg 12 miljoen volwassenen toch ook zijn neergekomen op een forse 33 merkbare protesten per dag – wat niet gebeurde in ons veel vrijer landje. Protesten tegen de Culturele Revolutie in 1976 werden getriggerd door de dood van Zhou Enlai, vreemd genoeg een grote partijboss, en hielden lokaal soms wel drie maanden aan. Wat bewoog die Chinezen toch? Werden die niet bijna allemaal gehersenspoeld?
Zouden wij in Nederland ook een prijs moeten instellen voor de beste recensie van een boek over kwesties van algemeen belang? Het lijkt me qua tijd die een jurylid eraan kwijt is, heel doenlijk. Zo veel boeken over public affairs, inclusief biografieën, verschijnen er nou ook weer niet in ons land. Ze belanden zelden op de bestsellerlijsten, al zijn er grote uitzonderingen zoals De stikstoffuik van Arnout Jaspers en Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk.
Biografieën zijn door hun inbreng van historische feiten dan weer uitermate geschikt om en passant in recensies vooral journalisten en politici op de vingers te tikken vanwege hun clichés, vooroordelen, verouderde feitenkennis, newspeak, foute quotes of wishful thinking. Nee, Hitler werd niet democratisch gekozen. Nee, Nederland was niet geheel bevrijd op 5 mei. Uitvinders van de vliegtuigkaping zijn niet de Palestijnen maar Franse militairen. Nee, vrouwen zaten niet allemaal thuis vroeger maar waren actief in tientallen beroepen. Juist bij biografieën zul je zelden het gevoel krijgen dat je naar talkshow gasten met voorspelbare verhaaltjes zit te luisteren.
Als uitsmijter dus toch maar enkele citaten uit Ian Johnsons recensie. Liu’s biografie werd amper gerecenseerd in de VS (en ook niet door bijvoorbeeld NRC en Volkskrant)
“During the cold war, it would have been inconceivable for mainstream newspapers and magazines not to cover a comparable biography of a major Soviet dissident. Michael Scammell’s 1,050-page biography of Aleksandr Solzhenitsyn, for example, was widely reviewed when it was published in 1984. … In researching China’s counterhistory movement, I was struck by the lack of attention paid in the English-speaking world to the Chinese equivalents of the famous Central and Eastern European filmmakers and writers.”
Amerikanen doen alsof China alleen maar harde kritiek verdient, alsof er niets gebeurt buiten het frame van een dystopische horror show. Toen Johnson na twee decennia in 2021 vanuit China terugkeerde naar de VS, was hij geschokt dat dit de dominante benadering was van de media en politici. Heel vreemd want het “was precisely because people like Liu were challenging the regime so forcefully that the Chinese Communist Party tacked hard toward authoritarianism in the late 2000s, leading to Xi’s appointment.
Liu mag overleden zijn, maar “the broader digital revolution that Liu advocated is still alive. Technologies such as PDFs and digital cameras have unleashed a torrent of underground magazines, films, and books... Liu’s biografie helpt ons te begrijpen “not just the China before Xi but a China that could still emerge after him.”
Rest mij nog te vermelden dat voorzover mij bekend Liu’s biografie geen enkele Amerikaanse prijs heeft gewonnen en het laatste jaar op geen enkele short list stond. En dat zonder enige ingreep van president Trump.
I have no enemies: The Life and Legacy of Liu Xiaobo
Perry Link en Wu Dazhi
Columbia University Press
ISBN 978-0231216760 (paperback)
Verschenen juli 2024