Dick Woudenberg en de brief aan zijn vader

Dick Woudenberg, de nazi-leerling

Wellicht is het de meest indringende passage in De nazi-leerling. De schuldige jeugd van Dick Woudenberg: de begrafenis van de grootmoeder in februari 1942. Aan haar graf hebben haar zonen zich verzameld, de sociaaldemocraten aan de ene kant, de nationaalsocialisten aan de andere. Ze gedogen elkaars aanwezigheid, uit respect voor hun overleden moeder. Jan Woudenberg, voorzitter van het de door de bezetter gelijkgeschakelde NVV, wisselt geen woord met zijn twee jaar jongere broer Kees, voor de oorlog lid van de Eerste Kamer voor de SDAP. Wanneer de stoet de begraafplaats verlaat, wil Dick zijn oom een hand geven, maar die wordt straal genegeerd. Hij is de jongste zoon van Jan Woudenberg en studeert op dat moment aan de Nederlandse Inrichting voor Volkse Opvoeding in Schaarsbergen, de eliteschool voor NSB-kinderen. Het uniform heeft hij voor de gelegenheid maar eens thuisgelaten.

Napola, infuus van het kwaad

De zonen van Helmert Woudenberg en Sofia Gysbertsen waren opgegroeid in het ‘achenebbisjparadijs’ van de Amsterdamse Jodenbuurt. Helmert was een “stadsboer”, die twaalf koeien op stal had staan in zijn woning aan de Joden Houttuinen. Gegraasd werd er in de Watergraafsmeer. Met Pesach aten de Woudenbergs matses, om de joodse clientèle niet voor het hoofd te stoten. De kinderen bezochten intussen de School met de Bijbel aan de Nieuwe Herengracht, waar hen geleerd werd dat de Joden Jezus gekruisigd hadden. Kees brak als eerst met dat vrome milieu. Hij werd socialist. Jan bewonderde zijn broer. Tijdens de Spoorwegstaking van 1903 kwam hij tot dezelfde overtuiging. Dertig jaar later werd hij lid van de NSB. Stamboeknummer 7638. Bepaald geen meikever, zoals de opportunisten werden genoemd, die zich pas na de Bezetting bij de beweging aansloten en die je herkende aan een hoog nummer.

Napola. Bron: Bundesarchiv, Bild 146-1978-013-07 / CC-BY-SA 3.0

Mischa Cohen vertelt het verhaal van Dick Woudenberg. Het is het verhaal van een artistiek begaafde jongen die vanaf zijn vijfde levensjaar te horen kreeg dat het Arische ras superieur was aan het Joodse, dat raszuiverheid van levensbelang was voor het voortbestaan van het Avondland, en dat je daarom het inferieure met wortel en tak moest uitroeien. Dan duurde het nog 600 jaar voordat de rassenhygiëne op orde was, zo leerde Adolf Hitler in Mein Kampf. De Germaan behoefde enig genetisch onderhoud, net als jachthonden en renpaarden. Die les kreeg Woudenberg met de paplepel ingegoten. Hij vergeleek zijn opvoeding met “een infuus waardoor het gif druppel voor druppel in zijn bloed terecht was gekomen”. Een wrange metafoor, als je bedenkt dat Blut und Boden zo’n beetje de kern was van het vormingsaanbod van de Reichschulle. Woudenberg bezocht de Napola (Nationalpolitische Erziehungsanstalt) in Valkenburg. De fine fleur van de Nieuwe Orde werd er klaargestoomd voor een sleutelpositie in het Duizendjarige Rijk. Dick was niet al te sportief, onhandig met wapens, maar de muziekleraar zag potentie. En natuurlijk was hij de zoon van Herman Jan Woudenberg, sinds mei 1942 leider van het Nationaal Arbeiders Front en bevriend met Heinrich Himmler, de architect van de Napola’s. Dick Woudenberg geloofde heilig in het gedachtegoed van zijn vader, net als zijn oudste broer Jan, die voor de oorlog alleen in voetbal was geïnteresseerd, maar zich in september 1940 enthousiast bij de Waffen-SS had aangemeld. Jan zou de oorlog niet overleven. Tijdens zijn verlof in mei 1944 trouwde hij met Henny Jooren en verwekte een zoon. Helmert Woudenberg, vernoemd naar zijn grootvader, de stadsboer van de Jodenbuurt.

De leerlingen van de hoogste klassen van de Napola’s stroomden in de laatste oorlogsjaren linea recta naar het front, waar ze vanwege hun fanatisme veelal ten dode waren opgeschreven. Dick Woudenberg, zestien jaar oud inmiddels, kreeg in april 1945 het bevel om zich te melden bij het SS-Totenkopf-regiment. Twee weken zwierf hij door het ontredderde Duitsland. Woudenberg had het geluk dat zijn Obersturmführer er alles aan gelegen was om een militaire confrontatie uit de weg te gaan, en dat het zootje ongeregeld uit handen van de Russen zou blijven.

Geen grijs verleden

Tijdens zijn internering in kamp Almere ontmoette hij Lou Boas en Debbie Solms, die hem vertelden van de vernietigingskampen, de Endlösung van het Joodse Vraagstuk, dat op zijn Reichschulle zo vaak aan de orde was gesteld. Aardige mensen uit het verzet, met wie hij vriendschap sloot. Het werd een merkwaardige constante in zijn leven: de barmhartigheid van de slachtoffers voor de voormalige Napola-leerling. Zijn eerste baantje na de oorlog, toen niemand hem wilde hebben, was op het Joodse assurantiekantoor Lazard & Willing. Tijdens zijn militaire diensttijd in 1949 kreeg hij alle steun van een Joodse kapitein, ook al kende die de achtergrond van zijn pupil. Ischa Meijer, die als baby Bergen-Belsen overleefde, viel Dick Woudenberg na een interview voor de radio om de hals en barstte in tranen uit.

Dat zijn verhaal uiteindelijk is opgetekend, is ook een daad van mededogen. Mischa Cohen, zoon van een Joodse vader en een moeder die in het verzet zat, schreef een empatisch, meeslepend en stilistisch begaafd boek. Waarom Dick Woudenberg – na een loopbaan als leraar Duits – psychotherapeut is geworden, blijft schimmig. Daar had ik graag meer over gelezen. En dan is er dat ene boek dat schreeuwt om geschreven te worden: de Woudenbergs, een tragische familiegeschiedenis van vier generaties.

Dick Woudenberg is zijn foute verleden nooit uit de weg gegaan. Daarmee werd hij in de media, tot ergernis van zijn dochter Kathenka, het boegbeeld van de nazi die tot bezinning is gekomen en een levende getuigenis waartoe rassenwaan leiden kan. Hij was oud genoeg om verantwoordelijkheid te moeten dragen voor zijn overtuigingen, jong genoeg om de tragiek van zijn dwaling in te zien. “Wij kunnen ons niet verontschuldigen met een smoesje als: ‘We zijn nog te jong, we moeten nog leren.’ Mijn leeftijd is net de grens tussen jongen en man.” Een citaat uit een brief aan zijn vader. Mischa Cohen koos het als motto van De nazi-leerling. De schuldige jeugd van Dick Woudenberg. De ironie wil dat Woudenberg die brief in 1944 schreef en dat zijn vader zo trots was op zijn vechtlust dat hij hem integraal liet afdrukken in de Storm SS.

De nazi-leerling. De schuldige jeugd van Dick Woudenberg
Mischa Cohen
Atlas Contact
ISBN 9789045029702
Verschenen in april 2017

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 21,99 )
Bestel hier als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 14,99)

Koop bij bol.com

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 21,99)

DELEN
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here