Toni Boumans schrijft boek over over de illustere familie Bakker: ‘Ze zijn me allemaal even lief’

Een interview

Een lichtend voorbeeld. Dat was verzetsstrijder Sjoerd Bakker (1915-1943). En hij niet alleen. Het streng gereformeerde gezin waaruit hij stamde, was standvastig, recht door zee en had een bewonderenswaardig moreel kompas. De Bakkers bleken niet bij machte om tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de zijlijn te blijven staan en betaalden daar een hoge prijs voor. Auteur Toni Boumans legde het epische verhaal van de illustere Friese familie vast in Je mag wel bang zijn, maar niet laf, de lijfspreuk van de Bakkers. ,,Het boek is juist nu relevant. Het is altijd nuttig je te spiegelen aan hoe mensen zich in bepaalde omstandigheden gedragen en waar ze mee bezig zijn. In dit tijdsgewricht hebben we behoefte aan lichtende voorbeelden.’’

De interesse voor het kunstenaarsverzet in Amsterdam was bij Boumans al langer aanwezig. Die op zichzelf staande groep van vrijdenkers intrigeerde haar. ,,,Het waren geen mensen die, zoals toen gebruikelijk, voortgedreven of geïnspireerd werden door geloof of een politieke stroming, ze waren een beetje losgeslagen. Ze verzetten zich tegen de Kultuurkamer en van lieverlee gingen ze persoonsbewijzen vervalsen en uiteindelijk pleegden ze in 1943 de aanslag op het bevolkingsregister, wat voor Amsterdam een hele bijzondere daad was.’’

De naam Willem Arondéus was de eerste die Boumans uit de vergetelheid haalde. Ze maakte in 1990 een documentaire over hem, die de titel Na het feest, zonder afscheid verdwenen droeg, goed voor een eervolle vermelding van de Nipkowjury. ,,De naam Arondéus kende bijna niemand. Iedereen dacht dat Gerrit van der Veen de grote man was van het kunstenaarsverzet. Na de oorlog is Arondéus, in tegenstelling tot Van der Veen nooit op het schild gehesen als verzetsstrijder. Het feit dat hij homoseksueel was, kan daarbij een rol hebben gespeeld.’’

De enige vrouw die deel uitmaakte van de verzetsgroep was musicienne, celliste en dirigente Frieda Belinfante. Ze was een van de drijvende krachten achter de aanslag. Na de oorlog vertrok ze, volkomen ontgoocheld, naar Amerika om nooit meer in Nederland terug te keren. Boumans zocht haar daar op en maakte ook over haar een documentaire. Er was echter zoveel materiaal dat ze besloot een boek te schrijven. Haar eersteling: Een schitterend vergeten leven. ,,Dat debuut is goed ontvangen en naar aanleiding daarvan kreeg ik een uitnodiging om een herdenking bij het homo-monument in Amsterdam bij te wonen. Toenmalige minister van OC&W, Jet Bussemaker wilde daar iets vertellen over Frieda en haar daadkracht in de oorlog. Toen ik daar stond dacht ik: met Frieda is het nog redelijk goed afgelopen. We staan hier nu wel met kransen bij dat monument maar wie denkt er aan die arme homoseksuele Sjoerd Bakker?

Toni Boumans © Károly Effenberger

Dramatische beslissing

Ze wist nauwelijks iets van hem. In haar gedachten was het een jonge jongen, een kleermaker uit Friesland en hoogstwaarschijnlijk opgegroeid in een boerenfamilie. Dat beeld klopte voor een deel. Sjoerd groeide niet op op de boerderij maar in een middenstandsgezin. Zijn vader was een succesvol zakenman, die de modezaak P.S. Bakker tot grote bloei bracht. ,,In eerste instantie wilde ik in Amsterdam wat onderzoek doen naar Sjoerd en zijn geschiedenis op een paar A-viertjes te schrijven om aan de mensen van het homo-monument te geven.’’ Daar bleef het echter niet bij. Boumans ontdekte de bijzondere geschiedenis van de familie. In het voorwoord schreef ze: ,, Een verhaal over een familie met homoseksuele broers, opgevoed in een streng gereformeerd milieu in Friesland, broers die, net als Sjoerd, in de oorlog de kant kozen van het verzet. Zo werd Sjoerd onderdeel van zijn illustere Friese familie en daarmee van een groter verhaal dan alleen het zijne.’’

Vader Miente was een geboren zakenman en zijn bedrijf P.S. Bakker groeide uit tot een bekend modehuis in het noorden, met filialen in Leeuwarden en Groningen. In 1925 sloeg het noodlot toe en overleed moeder Trijntje van der Schaaf, 37 jaar oud. Miente bleef achter met zijn negen kinderen en probeerde zo goed en zo kwaad als dat ging de zaak voort te zetten. Dat leidde tot een dramatische beslissing. Het gezin werd opgesplitst. ,,Dat besluit heeft blijvende sporen achtergelaten. Gelukkig kon een aantal kinderen in Friesland blijven. Ze groeiden op bij hun strenge grootmoeder die in het Jeltingahuis in Buitenpost woonde en bleven daardoor in hun eigen omgeving. Dochter Baukje daarentegen kwam bij een zus van Miente in Rotterdam terecht. Zij heeft het heel erg zwaar gehad. Toen ik haar dochter Nienke, die ook journaliste is, vroeg waarom zij het verhaal van de familie nooit heeft opgeschreven, zei ze:  ,,Veel te veel verdriet. Mijn moeder was één en al verdriet en dat is nooit weggegaan.’’

Het speuren, het verzamelen van materiaal, het spitten in de archieven en daar de familieverhalen bij zoeken, is volgens Boumans het leukste deel van het werk. ,,Het opschrijven vind ik het moeilijkst, ook omdat ik de handicap heb dat ik nooit schrijvend journalist ben geweest. Vanaf het begin ben ik opgevoed met de radio en daarna werkte ik voor de televisie. Wat ik deed was verbindende teksten schrijven, bruggetjes voor de voice over. Dat gevoel had ik heel sterk bij mijn eerste boek, ik ben tussen-teksten aan het schrijven. Nadat het verschenen was, kreeg ik van diverse kanten te horen dat het zo leesbaar was met die korte zinnen, niet al te literair. Toen dacht ik: nou dan hou ik dat gewoon vol.’’

De familie Bakker

Internationaal georiënteerd

Soms kreeg ze tijdens haar onderzoek iets in de schoot geworpen. Zo bleek de dochter van Baukje, nog een doos met brieven in haar bezit te hebben. ,,Dat was ook heerlijk om in te grasduinen. Ik ben niet iemand die gaat zitten psychologiseren maar moet het hebben van wat de mensen zelf hebben gezegd of opgeschreven. De lezers kunnen dan zelf hun conclusies trekken.’’ Nog een grotere vondst bleek een bandje uit 1981 waarop Baukje haar levensverhaal vertelt aan haar oudste zoon. Daarin gaf ze onder andere aan, dat Sjoerd in 1933 een opleiding had gevolgd bij een modehuis in Hamburg. ,,Dat hij in Duitsland had gezeten was wel bekend maar wáár, dat kon geen van de kinderen me vertellen. Er is niets van bewaard gebleven. Alleen het verhaal dat Sjoerd in een doldrieste bui van een brug dook en hij vertelde dat hij met eigen ogen had gezien dat er jacht werd gemaakt op Joodse mensen.’’

Wat Boumans bijzonder vindt, is dat vader Bakker zo internationaal georiënteerd was. ,,Niks geen naar binnen gerichte blik. Hij moet goede contacten hebben gehad bij die modehuizen, dat staat wel vast. Ook heeft hij er voor gezorgd dat Sjoerd bij het befaamde modehuis Hirsch & Co in Amsterdam terecht kon.’’ Daar in Amsterdam vond hij al snel zijn draai. Naast coupeur Sjoerd, die leiding gaf aan een groepje modinettes, woonden ook broer Albert en Popke in Amsterdam, evenals neef Bert. Café Eylders was hun stamkroeg. Ze voelden zich er prima op hun plek, getuige het volgende fragment:

De Bakkers pasten naadloos in het artistieke bohemienmilieu van schilders, schrijvers en dichters. Bovendien hadden neef Bert en ook Popke geld en waren ze allesbehalve krenterig. Bert had zich, na de dood van zijn vader, vol overtuiging in de uitgeverswereld gestort. Oom Paul Bakker, uitgever en drukker met verstand van zaken, had hem destijds geadviseerd in dienst te treden van Uitgeverij Zomer & Keuning in Wageningen. Bert, streng gereformeerd opgevoed, schreef in die periode protestants-christelijke gedichten over het geloof en over God.

,,De Bakkers waren vrijdenkers, sympathiek en hadden gevoel voor humor. Ook oom Paul, de jongste van dat ‘Jeltingahuisclubje’ voegde zich bij de groep met zijn drukkerij en illegale bladen. Tot aan het eind in God gelovend en er steun aan hebbend.’’

Solidair en empatisch

Het geloof speelde een prominente rol in het leven van de Bakkers. ,,Vader bleef er maar op hameren dat overal een bedoeling achter zat.’’ Toch heeft Miente altijd de kant van zijn kinderen gekozen, zelfs toen vier van zijn zoons homoseksueel bleken te zijn. ,,Dirk ontdekte zo rond zijn 16e jaar dat hij anders was en kon daar met zijn vader open over praten. Hij werd niet afgewezen, integendeel – zijn vader toonde begrip. Achteraf bekeken vind ik dat onvoorstelbaar, hoe verstandig, solidair en empatisch die vader was.’’ Ontroerend vond Boumans de pogingen van vader en mensen uit medische kringen om Dirk van goede raad te voorzien. ,,Ze dachten dat het met een huwelijk wel over zou gaan, dat het te genezen was. Dirk heeft dat inderdaad geprobeerd, als enige. En dat ging goed tot ook hij in Amsterdam terecht kwam en daar de wereld van de homoseksualiteit ontdekte en uit de kast kwam. Dat is hem niet goed bevallen.’’

Sjoerd, ook homoseksueel, koos een andere weg. ,,Hij heeft altijd geprobeerd te leven volgens de godsdienstige richtlijnen, ingetogen en van God houdend. Dat was zijn manier om er mee om te gaan. Hij had daar niet zoveel twijfel over, ook al had heeft hij het er wel moeilijk mee gehad.’’ De onzekere Albert was een verhaal apart. Hij verschool zich achter zijn broers en was af en toe heel bang daar in Amsterdam. ,,Dan vluchtte hij weer even weg naar Winschoten, waar het relatief veilig was. Popke zei soms tegen hem, dat hoorde ik dan weer van diens zoon, die Albert nog gesproken had na de oorlog: ’Je mag wel bang zijn maar niet laf.’ Dat was de slogan van de familie. Zo waren ze opgevoed.’’

Een eenduidige verklaring voor de enorme moed die de familieleden aan de dag legden, heeft Boumans niet. Het blijft natuurlijk gissen maar volgens haar was ook moeder Trijntje heel sociaal en empathisch, lief en hulpvaardig. ,,Het echtpaar was recht door zee en eerlijk. De kinderen hebben deze karaktertrekken meegekregen. Zoals één van de mensen van de uitgeverij schreef, ‘’je leest hoe het dna van de familie al wordt opgebouwd, vanaf dat ze kind zijn’. Ook grootvader en grootmoeder in het Jeltingahuis hadden dat dna. Ze waren streng maar rechtvaardig. Grootvader Bakker, die in Buitenpost in vele besturen heeft gezeten, was erg geliefd. Sterk en standvastig. Zo zat de hele familie zo’n beetje in elkaar.’’

Een favoriet heeft ze niet. ,,Ze zijn me allemaal lief, ieder heeft zijn of haar rol gespeeld. En daar bewonder ik ze om. Neem Dirk. Hij was in Leeuwarden één van de eersten die bij een verzetsgroep zat. Hij kwam in de gevangenis in Scheveningen en kamp Amersfoort terecht, één en al ellende. Omdat hij zijn portie wel had gehad, wilde hij zich eigenlijk terugtrekken uit het verzetsleven maar dan komt hij zijn toekomstige vrouw Trijntje Okma tegen en zit hij weer midden tussen de onderduikers in Den Haag en is daar niet van weggelopen. Dirk wist wat er kon gebeuren als de Duitsers de familie Okma zouden oppakken, hem incluis. Dat had hij zelf aan den lijve meegemaakt. Toch heeft hij nooit naar een andere onderduikplek gezocht, hij bleef gewoon omdat zijn hulp nodig was.’’

Dirk heeft het niet kunnen bolwerken. Na de oorlog maakte hij een eind aan zijn leven. ,,Voor zijn zonen, inmiddels mannen op leeftijd, was dat heel moeilijk om over te praten. De periode dat Dirk een vriend had, heb ik op hun verzoek, nog een keer herschreven. De familie heb ik voortdurend bij het schrijfproces betrokken. Het is en blijft tenslotte gevoelige materie. Iedere keer als ik iets ontdekt had, ging ik naar ze toe met de vraag of ze zich er nog wat van herinnerden, of het klopte. Dat waren heel plezierige bezoekjes, ik werd altijd met open armen ontvangen en heb er een hele kennissenkring bij gekregen. Zelf kom ik uit Brabant, ik was nog nooit in Friesland geweest, kende er niemand. Voor het eerst van mijn leven kwam ik in Buitenpost en heb ik rondgekeken in Leeuwarden, een hele leuke stad. Het was een bijzondere ervaring.’’

Een monument voor een moedige familie, zo zou je het boek kunnen omschrijven. ,,Ik heb de Bakkers aan de vergetelheid willen ontrukken. Het waren geen doetjes, geen kwezels, geen gehoorzame, brave burgers. De Bakkers waren kleurrijk en aanwezig op hún manier, ook in de café’s in Amsterdam. Ze hebben gedaan wat ze vonden dat ze moesten doen. Allemaal wisten ze dat ze gevaar liepen, toch waren ze niet bang voor de dood. Ongetwijfeld hebben ze angst gekend, daar ben ik van overtuigd. Het heeft hen er niet ervan weerhouden om op te komen voor mensen die dat zelf niet konden.’’

Je mag wel bang zijn, maar niet laf. De enerverende en noodlottige geschiedenis van de familie Bakker
Toni Boumans
Balans
ISBN 9789463821179 
Verschijnt op 23 februari 2021

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 23,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 23,99)
Marita de Jong is journaliste. Ze werkte jarenlang voor NDC Mediagroep en was als redacteur verbonden aan het cultureel opinieblad De Moanne. Tegenwoordig schrijft ze voor De Moanne, de website Fryslân1 en doet ze ondermeer pr werkzaamheden voor Museum Belvédère en Collegium Vocale Fryslân. In 2008 verscheen bij de Afûk haar boek: 14 schilders uit de Belvédère.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here