het digitale platform voor de biografie in Nederland

Registreer u met uw email-adres en kies een wachtwoord
Ik ontvang graag de maandelijkse nieuwsbrief van Biografieportaal.nl

Theo van Doesburg, seismograaf van de avant-garde

Een interview met Hans Renders: ‘We gaan ons niet als kunsthistorici opstellen’

Zonder de inzet en vasthoudendheid van zijn echtgenote Nelly was Theo van Doesburg nooit zo beroemd geweest als hij nu is. Daar zijn de biografen Hans Renders en Sjoerd van Faassen heilig van overtuigd. ,,Wat Jo Bonger voor Vincent van Gogh is geweest, was Nelly voor Van Doesburg’’, zegt Renders. Tot aan zijn dood in 1931 had Van Doesburg geen grote naam in de internationale museumwereld, zijn werk werd nauwelijks verkocht. ,,Als er al over hem geschreven werd, dan was dat vaak in negatieve zin. Hij dreigde een soort van abstractie te worden. Nog in de jaren veertig maakte Jan Hanlo, wiens biografie ik ook schreef, zijn vrienden er op attent dat hij De Stijl had ontdekt. Een geheimtip.’’-

In de monumentale biografie Ik sta helemaal alleen Theo van Doesburg 1883-1931, die op 29 september verscheen, wordt de levensgeschiedenis van de drijvende kracht achter De Stijl uit de doeken gedaan. Behalve tijdschriftredacteur, was Van Doesburg beeldend kunstenaar, architect, dichter en criticus. Een alleskunner die luidruchtig zijn visie verkondigde en geen tegenspraak duldde. Hij heeft, zo stellen de auteurs, een niet te overschatten invloed gehad op de Europese avant-garde. Renders en Van Faassen vergelijken hem in het voorwoord met een seismograaf, een apparaat waarmee aardbevingen kunnen worden geregistreerd, dat in 1880 ontwikkeld werd. Drie jaar later kwam in Utrecht Theo van Doesburg ter wereld, die eenmaal tot wasdom gekomen, met niet al te grote overdrijving de seismograaf van de avant-garde kan worden genoemd.  

Tien jaar lang stond het leven van Renders en Faasen, naast hun reguliere werkzaamheden, in het teken van Van Doesburg. De interesse was er al veel langer, dat wisten ze van elkaar. Het idee kwam van Van Faassen, die Renders voorstelde samen de biografie te gaan schrijven. Tot hun verbazing bleek die er namelijk niet te zijn. Joost Baljeu heeft ooit een poging gedaan maar met die uitgave wilde de weduwe niets te maken hebben. ,,Dat had Nelly goed gezien. Baljeu was een kunstenaar, die helemaal niet geïnteresseerd was in Doesburg’s persoonlijke omstandigheden. Dat waren wij wel. Niet vanuit sensatiezucht maar omdat die niet los kunnen worden gezien van zijn openbare leven.’’

Een andere drijfveer was die al eerder genoemde abstractie. ,,Iedereen kent De Stijl. Daardoor dreigde de mens Van Doesburg steeds meer een merk te worden, op de achtergrond te verdwijnen. Er verschenen vele detailstudies, waarin iedere keer een facet van zijn kunstenaarsschap werd belicht. Dat heeft natuurlijk te maken met zijn veelzijdigheid maar voor niet-ingewijden lastig om nog te volgen. De tijdschriftartikelen werden allengs talrijker en meer versnipperd. Deze fijnmazige aandacht leidde tot ergernis onder de lezers van het kunsttijdschrift Jong Holland, zozeer dat de redactie in het jaar 2000 in een redactioneel beloofde die jaargang geen artikelen meer over Van Doesburg op te nemen. Wij hebben een biografie geschreven die ook kan worden gelezen door mensen die niet al te veel weten over De Stijl.’’ Het is, zo stelt hij, een publieksboek geworden waarin de auteurs zich niet hebben opgesteld als kunsthistorici en en zijn hele leven in kaart hebben gebracht.

Over zijn persoonlijk leven is weinig gepubliceerd. Daarom vonden de auteurs het belangrijk om in het eerste gedeelte van het boek de tijd te nemen de jonge Van Doesburg te kenschetsen, waardoor de latere hoofdstukken beter te begrijpen zijn. ,,Hij was al jong heel erg, wat ze tegenwoordig gefocust zouden noemen, een woord dat, daar ben ik altijd heel kien op, in het hele boek niet voorkomt. Van Doesburg las veel en had al vroeg opvattingen over de wereld, alsof hij alles als het ware al ‘klaarzette’ voor die latere jaren, waarin hij zijn stem krachtig liet horen.’’

Hans Renders. Foto: @ Ingmar Kuitert

Netwerker

Van Doesburg was een enorme netwerker en bij uitstek een strateeg. Er is nauwelijks een avant-gardistische kunstenaar uit de jaren tien en twintig van de vorige eeuw te noemen waar hij niet persoonlijk contact mee heeft gehad. ,,Hij wist heel goed met wie hij wel en geen contact moest onderhouden.’’ Van Doesburg correspondeerde veel, niet altijd langdurig, omdat hij met veel kunstenaars in onmin raakte. Daarnaast was hij een opschepper, een karaktereigenschap die voor biografen wel prettig is, zo zegt Renders. ,,Hij schreef bijvoorbeeld doodleuk, zonder een spoor van ironie, naar het Amerikaanse tijdschrift The Little Review, dat hij alle Europese kunstenaars vertegenwoordigde. Wat natuurlijk je reinste  flauwekul was. Zo’n man was dat. Hij sprak zich uit, maar ik geloof niet dat het een onaangenaam mens was. Maar een mannetje was het wel.’’

Van Doesburg was volgens Renders in de eerste plaats een theoreticus die vrij nauwkeurig wist waar hij naartoe wilde. ,,Hij zag al die kunstuitingen toch als een soort van uitvloeisel van zijn opvattingen.’’ Dat hij zijn eigen rol wel eens in een wat gunstiger daglicht stelde, blijkt uit zijn reactie op de vernieuwende poëzie van zijn goede vriend, de schrijver Antony Kok. ,,Hij zegt dan zonder blikken of blozen dat hij het jaar daarvoor ook al eens een dergelijke poging had gewaagd. Van Doesburgwilde altijd haantje de voorste zijn.’’

Van zijn vrienden uit Drachten, de gebroeders Rinsema, had hij evenwel niets te duchten. Die vriendschap was een lang leven beschoren omdat ze nooit zijn concurrenten zouden worden. Hij ontmoette in 1914 compagnie-schoenmaker Evert, een filosofisch ingestelde kunstliefhebber, net als Kok, tijdens de mobilisatie in Tilburg. ,,Van Doesburg kon tegen hen heel aardig en open zijn. Als man van de grote stad, er zat ook wel iets hooghartigs in, had hij weinig van de broers te vrezen en daardoor bleef dit contact bestaan. Hij vond het bijvoorbeeld amusant dat de 35-jarige Evert die weer bij zijn moeder ging wonen, zich helemaal schikte naar haar gewoonte om om half tien te gaan slapen.’’

Oorlogshitsers

Het decor van zijn leven en werk wordt gevormd door de politieke instabiliteit van Europa. De auteurs maken duidelijk dat er ten aanzien van die Eerste Wereldoorlog een groot oorlogsenthousiasme heerste. Zelfs onder een deel van de avant-gardistische kunstenaars en later ook DaDa, die altijd als links en anarchistisch worden omschreven. Daarvoor doken de auteurs diep het Nationaal Archief in. ,,Dat is een groot misverstand. Er heerste een enthousiasme dat ongekend was. Maar niet bij Van Doesburg! Die sprak zich in artikelen en gedichten uit tegen de oorlog. Dat werd door de legerleiding natuurlijk met grote argwaan bekeken.’’

Van Doesburg heeft een intensief leven geleid. ,,Hij is maar 47 jaar geworden en als je dan bekijkt wat hij in die korte tijd heeft gedaan, is dat ongelooflijk. Een enorme gedreven man, een doorzetter. Kunst was voor hem pure strijd.’’ Van Doesburg trouwde drie keer en alle echtgenotes zijn belangrijk geweest voor zijn leven en werk. Daarom is aan ieder een apart hoofdstuk gewijd. Toch is Nelly daarvan de meest prominente. Ze was nog jong toen haar man in 1931 in Davos overleed. Ze had, zo stelt Renders, bijna een halve eeuw de tijd om dat Nachleben vorm te geven.  ,,Daar was ze heel fanatiek in. Vooral het contact met de Amerikaanse kunstverzamelaarster Peggy Guggenheim is daarin enorm belangrijk geweest. Het is natuurlijk nooit met zekerheid te zeggen, maar ik geloof dat Theo, zonder Nelly’s inspanningen niet zo beroemd was geworden. Er is geen moment dat er niet ergens in de wereld in een tentoonstelling een schilderij van Van Doesburg op zaal wordt getoond. Ik heb dat wel eens voor een jaar bijgehouden, dat is heel bijzonder.’’

De auteurs karakteriseren Nelly als ze een zelfstandige, zelfbewuste vrouw. ,,Ze was beslist geen kwezel die voortdurend onnadenkend achter haar man aanliep.’’  Dat is wat een biografie mooi maar ook ingewikkeld maakt, legt Renders uit. ,,Er is niet een gestempeld document waarin staat: Nelly van Doesburg was een arrogante vrouw. Je kunt het op z’n hoogst uit correspondentie halen maar dat is natuurlijk ook weer subjectief. Daar ga je aanvullend materiaal bij zoeken. Dat klinkt erg onwetenschappelijk, bronnen zoeken bij iets wat je al hebt, maar dat materiaal heb je verkregen door het wroeten in diezelfde bronnen. Op een gegeven moment ontstaat in je hoofd op basis van al die informatie een beeld. Dan heb je als biograaf het idee dat je weet hoe het zit en dat moet je dan ook opschrijven.’’

De weging van bronnen is van groot belang. Renders geeft aan veel baat te hebben bij zijn journalistieke achtergrond al ligt dat bij een biografie ingewikkelder. ,,Dat wat iemand zegt, typeert iemand maar het hoeft niet altijd waar te zijn. Daarmee is het echter nog niet onbruikbaar.’’ Hij geeft een voorbeeld. Over Joop den Uyl ging het verhaal dat hij een villa zou hebben in België. ,,We kunnen wel zeggen dat die villa niet bestond, toch heeft het mensen bepaald in hun denken over Den Uyl. Het verhaal maakte daarmee dus deel uit van de politieke werkelijkheid. Zo is het ook met Van Doesburg. Het feit dat hij teksten antedateerde (dus er een vroeger jaartal op zette dan hij de tekst schreef) is bruikbaar om het door hem gewenste zelfbeeld te becommentariëren.’’

Een biografie bestaat uit drie perspectieven, zo stelt Renders. Hoe de persoon over zichzelf denkt, hoe de contemporaine figuren hem of haar hebben ervaren en de belangrijkste hoe de biograaf zijn hoofdpersoon ziet. ,,Die gezichtspunten moeten met elkaar in evenwicht worden gebracht. Als biograaf kijk je hoe iemand zichzelf wil presenteren en dat laat je in een soort competitie gaan met hoe de mensen om hem heen hem zagen. Het is aan de auteur om daar een verhaal van maken, geen feitenrelaas, maar een vertelling met een kop en een staart. Ons doel was niet om Van Doesburg op een voetstuk te zetten of om hem daar juist van af te halen. Er komt uit wat er uitkomt maar we durven wel kritisch te zijn.’’

Onthulling

Het kwam voor dat Renders, na een bezoek aan het Nationaal Archief in de trein zat en dacht dat de dag hem niets had opgeleverd. In het normale leven is dat irritant maar een biograaf moet daar volgens hem tegen kunnen. ,,Het wonderlijke is dat je er uiteindelijk, en dat is dan empirische creativiteit, toch iets aan hebt.’’ Een moment van euforie daarentegen kende hij in Duisburg. Drie dagen lang bekeek bij microfiches. ,,En ineens vind je dan toch de familie van zijn echte vader. Dat zijn natuurlijk mooie momenten.’’ Het was één van de feiten die Renders per se boven tafel wilde krijgen. Wie was zijn echte vader? ,,Daar is altijd veel over gespeculeerd. Dat is wel een soort onthulling in het boek. Als een vos die met zijn staart zijn sporen uitwist, zo zou je zijn vader goed kunnen typeren, net als zijn zoon trouwens. Het is wonderlijk hoe zowel vader als zoon bijna alle persoonlijke documenten uit het eerste deel van hun leven hebben weten te doen verdwijnen. Je zou kunnen zeggen: wat doet dat ertoe? Toch is het van belang, want veel van het werk van Van Doesburg is beter te plaatsen omdat we nu weten waar, waarom en hoe het is ontstaan.’’

Zijn stiefvader gaf hem zijn naam, zijn echte vader was de Duitse fotograaf Wilhelm Küpper die in 1869 op 31-jarige leeftijd naar Utrecht emigreerde en in 1873 trouwde met Henrietta Catharina Margadant. Van Doesburg, die eigenlijk Christian Emile Marie Küpper heet, heeft zijn vader nooit gekend. Die vertrok nog voordat hij zijn eerste verjaardag vierde. Het tekende zijn jeugd. ,,Dat schimmige gegeven dat die stiefvader de eerste jaren altijd maar om die moeder en het gezin heen draaide moet voor hem verwarrend zijn geweest. Soms woonde hij als kostganger boven hen, dan weer aan de overkant van de straat. Dat heeft natuurlijk een enorme invloed op een kind.’’

Het onderzoek deden de auteurs samen. Daarna nam ieder een aantal hoofdstukken voor zijn rekening. ,,We hebben aangegeven wie wat heeft geschreven. Ieder van ons is wel eindverantwoordelijke voor die hoofdstukken maar we hebben het er oneindig met elkaar over gehad.’’ Renders denkt dat de stijlbreuk niet groot is. Daar hebben de auteurs aandachtig naar gekeken. ,,Ik hou bijvoorbeeld niet van al te lange citaten, die kom je dus in de eerste hoofdstukken, die ik geschreven heb, nauwelijks tegen. De hoofdstukken over zijn theoretische opvattingen zijn wat technischer van aard. Dan ontkom je er niet aan.’’

Er zijn veel verhalen in omloop over Van Doesburg. Ook over zijn periode in Weimar en zijn contacten met Bauhaus. ,,Dat staat er nu, al zeg ik het zelf, vrij goed in, alle spookverhalen zijn er uit.’’ De auteurs hebben, omdat er veel kunstenaars actief waren, oneindig veel studies en biografieën moeten lezen alsmede de correspondenties om uit te vinden hoe het precies zat met Bauhaus. ,,Voor je het weet kun je daar een apart boek over  schrijven.’’ Renders vertelt dat zijn vingers soms jeukten om die enorme geschiedvervalsing die er rond DaDa bestaat aan de kaak te stellen. Bij geen enkele kunststroming is de geschiedenis geschreven door de kunstenaars zelf. ,,Dat is allemaal gebeurd in de jaren vijftig en zestig. Toen leefden die mensen nog. Ze begonnen hun memoires te schrijven en de geschiedenis vast te leggen. Die verhalen zijn klakkeloos overgenomen. Nou ja, niet door ons natuurlijk.’’

Renders is Van Doesburg steeds meer gaan waarderen omdat hij nu een mens van vlees en bloed is geworden.  ,,Dat klinkt als een open deur maar zo is het wel. Dat iemand, met al zijn gekkigheden, zo consciëntieus zijn overtuiging en de daarbij behorende theorie voor het voetlicht brengt en daar zo vasthoudend in kan zijn, daar kan ik alleen maar respect voor opbrengen. Hij was zeer berekenend, wat meteen een negatieve connotatie oproept. Je kunt daar echter ook anders naar kijken. Van Doesburg stond ergens voor en paste daar zijn strijdmiddelen op aan. De meeste mensen zijn van alles van plan maar komen nergens toe, hij streed voor wat hij voor ogen had. ‘Ik sta helemaal alleen,’ schreef hij heroïsch aan Antony Kok. Zoals altijd in het geval van Van Doesburg was dat schromelijk overdreven.’’

Lees hier ook de recensie van Ik sta helemaal alleen.

Ik sta helemaal alleen. Theo van Doesburg 1883-1931
Hans Renders, Sjoerd van Faassen
Bezige Bij
ISBN
9789403134314
Verschenen in oktober 2022

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (5 59,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 19,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 59,99)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 19,99)
Marita de Jong
Marita de Jong
Marita de Jong is journaliste. Ze werkte jarenlang voor NDC Mediagroep en was als redacteur verbonden aan het cultureel opinieblad De Moanne. Tegenwoordig schrijft ze voor De Moanne, de website Fryslân1 en doet ze ondermeer pr werkzaamheden voor Museum Belvédère en Collegium Vocale Fryslân. In 2008 verscheen bij de Afûk haar boek: 14 schilders uit de Belvédère.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in