het digitale platform voor de biografie in Nederland

Registreer u met uw email-adres en kies een wachtwoord
Ik ontvang graag de maandelijkse nieuwsbrief van Biografieportaal.nl

René/Renate Stoute: verslaafd aan schrijven

Een interview met biograaf David de Poel

Lang hoefde biograaf David de Poel (1973) er niet over na te denken. De titel van zijn nieuwste biografie moest Oefeningen in dapperheid worden. Zo noemde schrijver/dichter Renate (voorheen René) Stoute (1950 – 2000) haar dagboeken. “Jezelf durven zijn, met een open blik naar andere mensen kijken, dat is waar Stoute voor stond. Ze was een begenadigd schrijver, leefde drie levens in één: als junk in de jaren zeventig was René meerdere malen in de gevangenis beland, later afgekickt, ging schrijven, was travestiet, transseksueel en koos uiteindelijk voor een geslachtsverandering. Renate Stoute stierf ruim twintig jaar geleden, maar ik hoop dat ze juist nu als rolmodel kan dienen voor jongere generaties.”

© Krijn van Noordwijk

De Poel debuteerde in 2005 met De Buitenstaander. Zijn toenmalige uitgever Guus Bauer vergeleek zijn roman met Op de rug van vuile zwanen, de befaamde verhalenbundel die René Stoute over zijn junkiebestaan schreef. Dat boek verscheen in 1982 en werd bekroond met het Gouden Ezelsoor, de literaire prijs voor het beste debuut. “Ik kende het boek voordien niet, maar het sloeg in als een bom. Zijn stijl, het ruige, zijn openheid en eerlijkheid, ik vond het hartstikke goed. Heel vaak is literatuur zo keurig, netjes en goed doordacht. René schrijft, heel puur, over het echte leven. Ik hou niet van mooischrijverij, zelf construeer ik ook geen mooie zinnen, daar gaat het mij niet om. Een boek moet authentiek zijn, geschreven vanuit het hart. Toen ik een jaar of 18 was las ik On the Road van Jack Kerouac. Daar deed Renés boek me wel een beetje aan denken.”

Zijn vorige hoofdpersoon, Frans Pointl, over wie De Poel de biografie De schrijver die over de soep vloog schreef, zette hem opnieuw op het spoor van René Stoute. Frans en René kenden elkaar en schreven elkaar brieven. “Dat vond ik bijzonder want het waren heel verschillende persoonlijkheden. Frans zat graag thuis met zijn poezen, René was verslaafd aan alles wat je maar kunt verzinnen. Ze herkenden waarschijnlijk iets in elkaar, allebei waren het outcasts. Daarnaast was Frans verslaafd aan slaappillen. In die zin begrepen ze elkaar waarschijnlijk ook.” De twee ontmoetten elkaar voor het eerst in 1982 bij boekhandel Scheltema waar René toen werkte. Frans had zijn verhalenbundel gelezen en schreef hem dat hij het zo’n mooi boek vond. Voor zijn biografie over Frans Pointl sprak De Poel uiteraard ook met Janis Wagemans, de laatste vrouw van René (toen Renate) en ontdekte dat zij beschikte over een omvangrijk archief, waarin zich ook een uitgebreide briefwisseling bevond met collega-schrijver Jeroen Brouwers. “Toen dacht ik, wat een interessante figuur om een boek over te schrijven.” Er was genoeg materiaal want Stoute hield decennialang dagboeken bij. “Het was bijna te veel informatie, al kan het natuurlijk voor een biograaf nooit genoeg zijn, maar ik werd er weleens moedeloos van.”

Negen jaar heeft De Poel aan de biografie gewerkt. Hij begon al toen hij nog werkte aan de Pointl-biografie. “Dat liep op enig moment een beetje door elkaar heen. Van Frans mocht ik op een gegeven moment niet meer verder. Hij wilde dat het boek niet eerder verscheen dan dat hij was overleden. Daardoor had ik de handen vrij om me in Stoute te verdiepen.”

Gemene Erik

De Poel begon met het lezen van het complete oeuvre. En iedere maand reed hij naar Eindhoven om twee archiefdozen op te halen. “Janis wilde dat graag zo. Ondertussen speurde ik ook naar mensen die Stoute gekend hadden.” Veel van de figuren uit de toenmalige drugsscene leefden niet meer, maar Gemene Erik was er nog wel. De Poel sprak met hem af in een Amsterdams café. “Een beer van een kerel, die als een verslaafde doodging nog snel diens zakken leegmaakte. De eerste keer dat ik met hem afsprak, kwam hij niet opdagen omdat hij de afspraak was vergeten, maar de keer daarop was hij er wel. Zelf was ik wel een beetje nerveus, zijn bijnaam was immers niet voor niks Gemene Erik. Achteraf bleek dat voornamelijk in mijn hoofd te zitten. Erik was veel rustiger geworden, had inmiddels zelfs kinderen en kleinkinderen.”

Via Janis kwam De Poel in contact met de minnares van Stoute, Bernadette. “Janis vertelde me dat zij brieven in haar bezit had en niet wist wat ze ermee moest. Ik heb aangegeven dat ik ze graag wilde lezen voor ze naar het Letterkundig Museum zouden gaan. Ik heb haar uitgebreid geïnterviewd en ze was heel openhartig. Nog steeds was ze veel met René bezig. Hij wilde tot drie keer toe bij haar gaan wonen, maar koos steeds opnieuw voor het gezin. Ze heeft een belangrijke rol in zijn leven gespeeld, vandaar haar prominente rol in het boek.

Daarnaast heb ik veel mensen gesproken die Stoute hebben gekend maar ook familieleden zoals zus Bea en twee dochters. René is ook jarenlang getrouwd geweest met Bryony, en bij haar ben ik ook een paar keer op bezoek geweest. Door al die ontmoetingen kreeg ik een kant van René/Renate te zien die niet zozeer in Stoutes boeken tot uiting is gekomen. Ik ontdekte dat het een hele charmante persoon moet zijn geweest: enorm geestig, heel innemend, maar die tegelijkertijd ook buitengewoon bot kon zijn.”

De schrijver Jeroen Brouwers is een belangrijke stimulans geweest in het leven van Stoute. De Poel heeft de schrijver opgezocht in zijn woonplaats Lanaken. “Dat was fantastisch. Ik kreeg een heel warm en vriendschappelijk onthaal en Brouwers gaf me toestemming om uit zijn brieven te citeren. Hij heeft René altijd aangespoord om toch vooral door te gaan met schrijven omdat hij in hem geloofde. Stoute kreeg geregeld slechte kritieken en dan zei Jeroen: daar moet je je niks van aantrekken, je moet schrijven alsof er geen kritiek bestaat. Ook gaf hij boekentips. Die boeken ben ik zelf ook gaan lezen.”

Renate Stoute

Voortdurende worsteling

Stoute schreef veel over het schrijversschap. Dat was een voortdurende worsteling. “Als René geen ideeën had, was hij radeloos. Dan zat hij op zijn zolderkamer naar zijn typemachine te turen en alles wat hij verzon, vond hij eigenlijk maar niks. Zijn eerste boek was dan wel een groot succes maar daarna werd het volgens critici steeds wat minder. Daar had hij het moeilijk mee. Ik moet eerlijk bekennen dat ik zelf zijn eerste boek ook het allerbeste vind. Misschien omdat ik het als eerste las? Dat is altijd lastig om te zeggen. Zijn stijl maakte meteen een enorme indruk. In een tweede boek ben je daar als lezer al aan gewend. Toen Op de rug van vuile zwanen uitkwam, hing er een soort van magie om heen. Het was iets bijzonders, een ex-junk die een boek schreef. Ik denk dat veel mensen dat ook wel een beetje spannend vonden.”

Stoute had intussen zijn bestaan als junkie vaarwel gezegd en was een keurige meneer geworden. Het schrijven was zijn nieuwe verslaving. “Zo zag hij dat zelf. Dat klinkt een beetje gek, maar ik weet uit eigen ervaring dat als je lekker aan het schrijven bent, je dat een heel fijn gevoel geeft. In die zin is mijn biografie ook een interessant boek voor mensen die willen leren schrijven omdat precies te volgen is hoe dat schrijfproces bij René verlopen is. Zelf heb ik er in ieder geval veel van geleerd. Bij mij gaat het schrijven ook niet altijd even gemakkelijk maar toen ik las hoe Stoute ermee worstelde, gaf mij dat weer vertrouwen.”

Schrijversschap en seksualiteit zijn in Oefeningen in dapperheid nauw met elkaar verweven. “In de jaren negentig gaat René voor De Tijd naar Engeland om aan een travestie-wedstrijd mee te doen. Hij was daar wel een beetje een vreemde eend in de bijt. Veel deelnemers spraken met hoge stemmetjes, waren glamoureus en flamboyant. René was iemand die zich eigenlijk het liefst op zijn zolderkamertje omkleedde. Hij vond het opwindend om lingerie aan te trekken en naar zichzelf te kijken.”

Het verraste De Poel dat het man-vrouw perspectief onder zijn handen in slow-motion verscheen. “Zo langzaam dat je het eigenlijk niet in de gaten hebt. Als je alles in chronologische volgorde zet, dan merk je dat er iets verschuift. Dat zit in heel subtiele dingen. Eerst schreef René zijn naam met één e, later voegde hij er nog een e aan toe. De travestie ging een steeds belangrijker plaats innemen in zijn leven. Eerst bleef die beperkt tot zijn zolderkamer, toen volgde de wedstrijd in Engeland, daarna liet hij aan zijn kinderen zien hoe hij als vrouw gekleed ging. Allemaal overwinningen, oefeningen in dapperheid. Uiteindelijk verscheen hij als vrouw op een familiefeest. Er waren mensen uit zijn omgeving die het maar flauwekul vonden, er niks mee konden. Dat was moeilijk want die afwijzing heeft René diep geraakt.”

Genderdiversiteit

Nu genderdiversiteit tegenwoordig steeds meer aandacht krijgt en de grenzen tussen de seksen vervagen, is deze biografie volgens De Poel heel relevant. “Als je in de jaren negentig een transgender zag, dan zag je een man in vrouwenkleren. De heersende opinie was: aanstellerij. Ook de moeder van René kon er niet goed mee overweg. Ze vond het maar raar. Hoe anders is het nu. Kinderen krijgen al op jonge leeftijd hormonen en worden goed begeleid. Daardoor oogt het eindresultaat veel natuurlijker dan in de jaren negentig. René moest het zelf allemaal uitvinden. In zijn dagboekaantekeningen zegt hij ergens: ‘ik ben een man en ik zal altijd een man blijven’. Daar is hij later van teruggekomen. Pas op zijn veertigste durfde hij een geslachtsveranderende operatie aan.”

Een complexe persoonlijkheid, zo mag je Stoute toch wel noemen. Ze leidde een leven vol tegenstellingen. In de inleiding van de biografie beschrijft De Poel dat leven als een aaneenschakeling van oefeningen in dapperheid. “Achter die bravoure school een angstige persoon die zich gevangen voelde in haar schaamte en beperkingen. Om los te breken uit die gevangenis dwong ze zichzelf moedig te zijn.” De Poel vindt het opmerkelijk dat de mensen die heel dicht bij Stoute stonden, allemaal een ander beeld schetsen. “Al heeft ieder mens natuurlijk verschillende kanten. Toch denk ik dat het me gelukt is haar persoonlijkheid te duiden.” Wat De Poel zelf het meest aanspreekt is Stoute’s schrijversschap. “Stoute was een geweldige auteur. Daarnaast delen we de liefde voor literatuur, beeldende kunst en muziek. Die eenzaamheid, dat op straat rondzwerven herken ik ook. Op een gegeven moment voelde het alsof René een vriend van me had kunnen zijn. Zelf ben ik nooit verslaafd geweest, maar ik had het heel goed kunnen worden.”

Het schrijven van dit boek was voor De Poel één grote ontdekkingsreis. “In het korte leven van René/Renate is zoveel gebeurd, het waren drie levens in één. Eindeloos ben ik met de tekst bezig geweest. Het manuscript was in eerste instantie veel te lang. Je moet soms heel veel moeite doen om een bepaalde brief op te sporen en dan vind je het jammer om die er weer uit te gooien. Toch ontkom je daar niet aan. Uiteindelijk gaat het om het boek, om de lezer. Ik ben er ook nu nog veel mee bezig want het is een heftig verhaal, zeker voor de mensen om Stoute heen. Ik heb daar wel wakker van gelegen omdat ik natuurlijk ontdekkingen heb gedaan die pijnlijk en confronterend zijn.” De Poel heeft ervoor gekozen zijn manuscript niet vooraf door te veel mensen te laten lezen, bang als hij was voor ingrepen in zijn tekst. “Een biografie moet eerlijk zijn, als schrijver moet je het niet mooier maken dan het is.”

Oefeningen in dapperheid. Biografie van René / Renate Stoute
David de Poel
De Arbeiderspers
ISBN 9789029506052
Verschenen in maart 2022

Lees ook de recensie van Liliane Waanders

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 25,00)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 13,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 25,00)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 13,99)
Marita de Jong
Marita de Jong
Marita de Jong is journaliste. Ze werkte jarenlang voor NDC Mediagroep en was als redacteur verbonden aan het cultureel opinieblad De Moanne. Tegenwoordig schrijft ze voor De Moanne, de website Fryslân1 en doet ze ondermeer pr werkzaamheden voor Museum Belvédère en Collegium Vocale Fryslân. In 2008 verscheen bij de Afûk haar boek: 14 schilders uit de Belvédère.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in