Marco Daane schreef de biografie van Jac. Van Looy

Een complexe persoonlijkheid. Zo mag je schrijver/schilder Jac. van Looy (1855-1930) best noemen. Hij wordt vaak afgeschilderd als goedmoedig maar Van Looy heeft wel degelijk een andere kant zo stelt auteur Marco Daane (1959). Zijn naam kende de biograaf, zoals zovelen, van het literatuuronderwijs. Lange tijd was minder bekend dat Van Looy begon als schilder en tekenaar en dat ook gebleven is. In Monsieur le Coloriste Jac. van Looy dubbeltalent schetst Daane diens wording en ontwikkeling als kunstenaar en de worsteling met dat vermaledijde dubbeltalent.

Jac. van Looy kruiste ineens zijn pad. ,,Bij opdrachten die ik kreeg kwam ik zijn naam een paar keer tegen. Zo moest ik een bloemlezing samenstellen van literaire stukken, die over de rivier de Amstel zijn verschenen. Van Looy had het verhaal Een Hengelaar geschreven dat zich aan deze rivier afspeelt en later werd ik gevraagd een artikel te schrijven in het kader van Amsterdam Wereldboekenstad. Ik kreeg alsof het zo moest zijn Jac. van Looy toebedeeld en ontdekte tijdens de research dat hij in Amsterdam een atelierwoning had gehad.’’

Alsof dat nog niet genoeg was, bezocht Daane tijdens een vakantieweekend het Teylersmuseum in Haarlem in de week dat net het grote schilderij De Tuin van Van Looy was aangekocht. Dat siert nu de cover van het boek. ,,Jac. begon zijn loopbaan als schilder en eindigde als schrijver. Dat gegeven fascineerde me mateloos. Toen ik een onderwerp zocht voor een volgende biografie, dacht ik: dit is zo’n bijzondere man, qua werk, talent en persoonlijkheid, die is de moeite van nader onderzoek waard. De rest is history.’’

De complexiteit maakt Van Looy interessant. ,,Hij wordt vaak afgeschilderd als goedmoedig, de brave Kobus, maar hij had veel meer kanten. Dat is één van de dingen die ik wilde losmaken met mijn boek.’’ Hij kon, volgens de auteur, mopperen als geen ander, ook als er geen aanleiding toe was. ,,Ik werd wel eens kregel van hem, vond hem niet altijd sympathiek.’’ Toch slaat de weegschaal door naar de positieve kant. ,,Dat ik af en toe wat sikkeneurig van hem werd, de keuzes die hij maakte niet altijd kon volgen, dat maakte hem ook menselijk. Wat me iedere keer weer voor hem innam, is zijn veelzijdigheid en originaliteit.’’

Dat de jonge Jac. goed kon tekenen bleek al rap. In het weeshuis in Haarlem, waar hij vanaf zijn vijfde jaar verbleef, viel zijn talent al snel op en kreeg hij via weldoeners de kans een kunstopleiding te volgen. ,,Van dat weeshuis zijn heel veel archiefstukken bewaard gebleven en er is over gepubliceerd. Zo heb ik zijn jeugd in het weeshuis kunnen reconstrueren.’’ In de familie, die Daane niet zelf meer heeft kunnen spreken, deden verhalen de ronde dat het weeshuis funest zou zijn geweest voor zijn talent maar de auteur ziet dat anders. ,,Hij heeft tekenspullen kunnen aanschaffen, het weeshuis heeft werk van hem aangekocht en er was een regentes die er voor pleitte Jac. een opleiding aan de Amsterdamse Academie voor Beeldende Kunsten te laten volgen. Die kans heeft hij ook gekregen’’

Marco Daane © Carla Mastbroek

Gemankeerde jeugd

Natuurlijk, zo stelt Daane, is het een gemankeerde jeugd geweest die voor een deel bepalend was voor hoe hij in het leven stond. Er was geen persoonlijke aandacht, er waren geen liefdevolle ouders meer, alles in een weeshuis was gericht op de organisatie en religie. ,,In feite sta je er in zulke omstandigheden als kind helemaal alleen voor.’’ Zijn voorliefde voor het tekenen van volkse taferelen had daar deels mee te maken. Het was voor Van Looy een vanzelfsprekendheid in een tijd waarin kunstenaars zich daar nog nauwelijks mee bezig hielden. ,,Zijn ouders waren eenvoudige mensen, zijn vader was timmerman en ook het leven in het weeshuis was sober. Zijn eerste tekeningen maakte hij in Zandvoort, van de vissers daar. Eenvoudige lieden, die ook in zijn latere werk, toen hij ging schrijven steeds weer opdoken.’’

In 1884 won Van Looy de Prix de Rome. Die prestigieuze prijs verplichtte hem tot een studiereis van twee jaar naar Italië, Spanje en Marokko. ,,Tijdens deze Grande Tour tekende en schilderde hij steeds weer eenvoudige mensen, ezeldrijvers bijvoorbeeld, maar ook dode paarden op straat. Taferelen die verweven zijn met het gewone leven, dat fascineerde hem mateloos.’’ Die interesse schuurde wel eens met de opdracht die hij meekreeg. Het was namelijk de bedoeling dat de laureaten kunst moesten reproduceren. ,,Van Looy ervoer dat als een keurslijf. Hij moest Michelangelo kopiëren en daarvoor allerhande musea bezoeken terwijl hij veel liever naar buiten wilde om het echte leven vast te leggen.’’ Tijdens diezelfde reis begon hij ook met schrijven. Voornamelijk realistische beschrijvingen van stierengevechten en volksfeesten, intense vertellingen maar ook surrealistische droomscènes. Enkele van deze schetsen verschenen in 1886 in De Nieuwe Gids, het lijfblad van de vernieuwende literaire beweging De Tachtigers. Temidden van dit gezelschap voelde Van Looy zich als schilder en later ook als schrijver thuis.

Openheid

De Tachtigers zetten zich af tegen de, in hun ogen, ‘brave literatuur’ van de generatie voor hen. Daarnaast werden ze wel afgeschilderd als een stelletje drinkebroers. ,,Ze ontmoetten elkaar in het café en daar werd nu eenmaal gedronken.’’ Maar louter feestvarkens waren ze allerminst. ,,Avonden lang zaten ze te debatteren en de actualiteit te bespreken. Het ging altijd ergens over. Dat was de basis van hun vriendschap.’’ Ze maakten er, zo stelt Daane, een gewoonte van alles te schrijven, te roepen en te schilderen. ,,Die openheid is misschien wel hun belangrijkste verworvenheid. De ruzies rond de Nieuwe Gids, werden breed uitgemeten in de pers. Iedereen kon meegenieten van de tegenstellingen, dat was voordien veel minder het geval. Wat dat betreft hebben ze een trend gezet. Ze spaarden elkaar niet.’’

Daar zat tevens een enorme tragiek in. Die felle tegenstellingen dreef vrienden uiteen. Van Looy wist veelal de kool en de geit te sparen. Ook hij was wel eens gekwetst door kritische opmerkingen over zijn werk maar dat ging niet zo ver dat hij vriendschappen opzegde. Dat veranderde toen hij ervoor koos om zich geheel en al te gaan richten op zijn schrijverschap.

JAC. VAN LOOY, ZELFPORTRET (1911)

Hij ging hij zich actiever bemoeien met de literaire wereld en was ongemeen fel in zijn kritiek op collega’s als Israël Querido en Herman Heijermans.
,,Dat is echt wel een ontwikkeling geweest in zijn persoonlijkheid. Hij heeft altijd een carrière als schilder geambieerd en was bevriend met collega’s als Jan Veth en Willem Witsen. Die vriendschappen hebben, ondanks het feit dat ze soms opinies en opvattingen hadden die haaks stonden op de zijne, de tand des tijds doorstaan. Willem Witsen heeft hem, toen hij in Madrid zat, in een hem mede door Jan Veth ingegeven brief ontzettend gekapitteld. Dat heeft hem heel erg geraakt. Als hij wilde praten over zijn schilderkunst dan deed hij dat het liefst met schrijvers. Die konden hem niet bedreigen.’’

De bijnaam Monsieur le Coloriste kwam Daane tegen in een brief die Van Looy, tijdens zijn Prix de Rome-reis aan zijn familie schreef. Zo werd de Nederlander in Rome genoemd. Hij wist meteen dat dat de titel van zijn biografie moest zijn. ,,Eigenlijk slaat die Monsieur le Coloriste niet alleen op zijn schilderschap maar ook op zijn literaire kwaliteiten, op zijn persoonlijkheid als kunstenaar.’’ Na zijn huwelijk met voordrachtskunstenares Titia van Gelder, leefde het echtpaar van een toelage die zij kreeg van haar vader, een gefortuneerde houthandelaar. Titia was een eigengereide dame die zich ontpopte tot Jac’s manager en pr-dame, al waren die termen toen nog onbekend. ,,Ze heeft zich nooit inhoudelijk bemoeid met zijn kunst, hem helemaal vrijgelaten en altijd uit de wind gehouden. Op een gegeven ogenblik besloot ze zelfs te stoppen met haar werk om er voor te zorgen dat thuis alles op rolletjes liep en dat haar Kobus kon doen wat hij wilde. Ze heeft zichzelf helemaal weggecijferd.’’ Toch was ze volgens Daane een heel geëmancipeerde vrouw. ,,Tegenwoordig kijken we daar anders tegenaan maar kennelijk heeft ze altijd in haar hoofd gehad, dat ze ‘in de kunst’ wilde trouwen. Dat heeft ze gedaan. Ze wist wat ze wilde en had het geluk dat ze tegen Kobus aanliep. Titia ontworstelde zich aan het leven, zoals dat in die kringen was voorbestemd, namelijk trouwen met een of andere zakenman, voor nakomelingen zorgen en een brave huismoeder worden. Dat noem ik wel degelijk geëmancipeerd.’’

Dubbeltalent

Zijn dubbeltalent is voor Van Looy altijd een last geweest. ,,Hij kon niet van zijn schilderkunst leven en kreeg daarnaast veel kritiek. Zijn schilderijen zijn niet altijd begrepen. Dat bleek wel uit de vernietigende commentaren op het schilderij Elsje uit 1887. Het portret van het weesmeisje veroorzaakte veel commotie. ,,Hij wilde de essentie afbeelden: klein, mager, sober afhankelijk en afstandelijk. Het is een bijna grimmige kindafbeelding, die helemaal verkeerd viel. Van Looy zette haar op een niet mis te verstane wijze op het doek en was zijn tijd daarmee vooruit. Zijn talenten werden later ook met elkaar vergeleken, iets wat ik not done vind. Ik kan me goed voorstellen dat hij zich daar enorm aan stoorde.’’ Uiteindelijk leidde dat ertoe dat hij stopte met exposeren. Dat heeft ervoor gezorgd dat zijn leven voor een groot deel onvolkomen is geweest.’’

Van Looy heeft hier lange tijd mee geworsteld. Pas in de laatste vijf jaar van zijn leven heeft hij zich erbij neergelegd. Daane concludeert dat uit het feit dat hij toen weer naar buiten trad en toestemming gaf zijn werk te exposeren. ,,Je zou dat kunnen zien als een handreiking naar de wereld. Ik vind dat een belangrijke ontdekking. Blijkbaar is hij milder gaan oordelen over die onvolkomenheid in zijn leven. ‘’ Van Looy is altijd blijven geloven in zijn werk. ,,Hij is, nadat hij met exposeren gestopt was, eindeloos bloemen, vruchten en kinderen blijven schilderen. Dat is voor mij het bewijs dat hij zich in de eerste plaats altijd schilder is blijven voelen. Anders was hij er wel mee gestopt. Het schilderen was voor hem onontkoombaar. Als schrijver stond hij op de top van zijn populariteit, daar had hij het bij kunnen laten. Toch koos hij ervoor zijn werk weer uit te lenen voor tentoonstellingen. Daardoor is hij niet als wrokkige man gestorven, waar het een tijdlang wel naar uitzag.’’

Geloof in eigen kunst

Wel denkt Daane dat hij als literator moderner is geweest dan als schilder. Als beeldend kunstenaar bleef hij vasthouden aan zijn eigen opvattingen en werd daardoor ingehaald door de ontwikkelingen. Als jurylid van de Prix de Rome had hij bijvoorbeeld geen goed woord over voor prijswinnaar Jan Sluijters. ,,Dat is iets wat ik niet begrijp. Hij moet toch geweten hebben dat tijden en opvattingen veranderen. Daar wilde hij kennelijk niet aan.’’
Dat zou je volgens Daane als starheid kunnen uitleggen maar ook als geloof in de eigen kunst. ,,Dat zou trouwens ook een mooie titel voor de biografie zijn geweest.’’

Daane is van mening dat zijn echte natuurtalent uiteindelijk toch het schrijven is geweest. ,,Dat zie je bijvoorbeeld aan Jaapje, dat in 1917 verscheen. Daar was iedereen kapot van, dat was de hit van zijn tijd.’’ Zelf werd Daane geraakt door Nieuwjaar , het laatste verhaal uit de bundel Feesten. ,,Daarin loopt een vrouw op de eerste dag van het nieuwe jaar door Amsterdam en laat Van Looy de lezer door haar ogen kennismaken met hoe de hoofdstad er die dag uitzag. Dat verhaal maakt ook nu nog een verpletterende indruk op mij. Als een kunstenaar iets van zijn tijd kan neerzetten op een manier dat het gaat leven, dat zijn woorden beklijven, dan voel ik mij intens verbonden met de kunstenaar.’’’

Van Looy is als schrijver weggezakt uit het collectief geheugen. Zijn naam komt enkel nog eens langs in de literatuurles. Daane toont zich echter een vurig pleitbezorger. ,,In zijn tijd was hij één van de groten, één van de meest gelezen schrijvers. Hij groeide uit tot een gewaardeerd vertegenwoordiger van de beweging Tachtig. Sterker nog, samen met Lodewijk van Deijssel stond hij te boek als degenen die het proza van de Tachtigers tot bloei hebben gebracht.Het werk van Van Looy is niet gedateerd. Van zijn beste werk zou je zo een bundel kunnen samenstellen. Dan heb je een aantal prachtige verhalen die tegelijkertijd een tijdsbeeld neerzetten. Lezers van nu willen vooral een plot, Van Looy daarentegen beschreef vaak een situatie. Ik hoop dat er nog een keer een uitgever opstaat die zegt: zo’n best off bundel gaan we maken. Dan worden de ogen van de lezers geopend. Zeker weten!’’

Monsieur le coloriste. Jac. van Looy, dubbeltalent
Marco Daane
Van Oorschot
ISBN 9789028213128
Verschenen in oktober 2022

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 45,00)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 25,00)

Marita de Jong
Marita de Jong
Marita de Jong is journaliste. Ze werkte jarenlang voor NDC Mediagroep en was als redacteur verbonden aan het cultureel opinieblad De Moanne. Tegenwoordig schrijft ze voor De Moanne, de website Fryslân1 en doet ze ondermeer pr werkzaamheden voor Museum Belvédère en Collegium Vocale Fryslân. In 2008 verscheen bij de Afûk haar boek: 14 schilders uit de Belvédère.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in