De eeuwige buitenstaander. Janwillem van de Wetering

Een interview met zijn biografe Marjan Beijering

Een rusteloze zoeker. Zo zou je de schrijver en zakenman Janwillem van de Wetering kunnen omschrijven. Maar daarmee doe je hem tekort, vindt biograaf Marjan Beijering. Ze was verrast door zijn veelzijdigheid. De historica schreef zijn biografie en gaf die de titel Op zoek naar het ongerijmde. Leven en werk van Janwillem van de Wetering (1931-2008) mee. ,,Van de Wetering was een vrijdenker, nieuwsgierig, had een open blik en accepteerde dat mensen een andere mening waren toegedaan, eigenschappen die ik bewoner. Hij leidde een avontuurlijk leven en leerde, dankzij zijn verblijf in het Daitoku-ji-klooster in Kyoto, leven met onzekerheid.’’

Van de Wetering kwam bij toeval op haar pad. ,,Jaren geleden sloot ik me aan bij een Zengroep om te gaan mediteren. Iemand raadde me toen zijn boek De Lege Spiegel aan. Nu vind ik de meeste literatuur over meditatie en Boeddhisme niet zo interessant maar dit boek vond ik gelijk leuk. Als historicus kom ik geregeld in het Stadsarchief van Rotterdam en ik vond er de adressen van de huizen waar Van de Wetering opgroeide maar ook zakelijke brieven en verslagen van zijn vader. Op het internet vond ik steeds hetzelfde verhaal over hem. Ik was benieuwd naar wie hij werkelijk was.’’

© Jasper Hof

Janwillem van de Wetering was in de jaren zeventig en tachtig een veelgelezen auteur. Hij werd beroemd door zijn politieromans over Grijpstra en de Gier waarin hij zijn, op het zenboeddhisme geïnspireerde, ideeën verwerkte. Hij was ook buiten de landsgrenzen bekend. Het bericht van zijn overlijden, in 2008, verscheen behalve in Nederlandse kranten ook in de The Guardian, The New York Times en Der Spiegel. Dertien jaar later lijkt de schrijver in Nederland zo goed als vergeten.

De Lege Spiegel, het boek dat in 1971 verscheen, was Van de Weterings debuut als auteur. Hij beschrijft zijn ervaringen in het Zenklooster waar hij eind jaren vijftig anderhalf jaar verbleef en over wat het Boeddhisme voor hem betekent. ,,Het boek geeft een heel mooi beeld van Japan uit die tijd maar Van de Wetering schrijft ook over zijn jeugd in een welgestelde familie in Rotterdam.’’ Die kinderjaren werden getekend door de oorlog. Hij maakte het bombardement op Rotterdam mee en zag de Joodse kinderen uit zijn klas verdwijnen. ,,Dat moet verschrikkelijk zijn geweest. Al heel jong zag hij dat het leven niet altijd meeviel. De oorlog had een grote impact op zijn leven, zoals dat voor veel mensen van zijn generatie gold.’’

Janwillem was een chaotisch kind, dat nauwelijks grenzen kende. Ook op school was, in die oorlogsperiode, nauwelijks structuur. Zijn vader had er weinig vertrouwen in, dat een glanzende loopbaan voor zijn zoon in het verschiet lag en regelde, na een studie aan het instituut Nijenrode, een baan voor hem in Zuid-Afrika. Daar leidde Van de Wetering een losbandig leven, kampte met depressies, sloot zich aan bij een nihilistische motorbende en vroeg zich voortdurend af wat het leven voor zin had. Hij besloot het roer rigoureus om te gooien en meldde zich bij het Daitoku-ji-klooster in Kyoto. ,,In die omgeving lukte het hem het wilde leven dat hij geleid had, achter zich laten. Er was structuur en hij leerde er discipline. Aan de lessen van de Zen meester heeft hij veel gehad. Ik denk dat hij daar afstand kon nemen en zo los kon komen van zijn depressies.’’

Iemand die een leven lang op zoek is naar vrijheid maar het beste functioneert in omgevingen die heel gesloten zijn. Beijering blijft het een fascinerend gegeven vinden. Nijenrode, ‘een kasteel met muren’, vertoont, volgens haar, enige gelijkenis met het klooster in Japan. ,,Ook daar klommen jonge monniken ‘s nachts over de muur om naar de hoeren te gaan en vertier zoeken.’’ De Amerikaanse compound in het klooster in Kyoto, waar Van de Wetering woonde, bevatte een groot complex met 22 tempels. Beijering liep er in 2015 rond en herkende de sfeer uit de De Lege Spiegel. ,,De tempels staan er nog steeds. Het grote klooster was niet toegankelijk maar ik heb wel de zendo gezien waar van de Wetering moet zijn geweest, evenals de studieruimte. Een heel bijzondere ervaring.’’

Janwillem van de Wetering als oom agent op de Magere Brug in 1974. Op de achtergrond Camilla Zeguers © Camilla Zeguers en André Leenes

Beatgeneration

Tijdens zijn verblijf in het klooster maakte Van de Wetering kennis met de beroemde Amerikaanse beatdichter Gary Snyder, één van de hoofdpersonen in een klassieke Beat Generation-roman van Jack Kerouac, De Dharma Bums. ,,Dat is een interessant aspect omdat het laat zien hoezeer zijn zoektocht aansloot bij die van de beatdichters. Toch heeft Van de Wetering zich nooit kritiekloos kunnen overgeven aan het regime van het klooster. Die persoonlijke worsteling maakt De Lege Spiegel tot zo’n interessant boek.’’

In 1965 keert hij terug in Nederland en gaat hij bij de politie als vorm van vervangende dienstplicht. Hij was in 1952 uit Amsterdam vertrokken en moest nu, als 34-jarige, alsnog het leger in. Overdag werkte Van de Wetering als verkoopdirecteur bij het familiebedrijf PAKO en in de avonduren was hij actief bij het Korps Vrijwillige Politie. ,,Dat heeft hij jarenlang gedaan. Als onafhankelijke geest stond hij het verkeer te regelen terwijl zijn boeken werden gelezen door hippies en zoekers, die ageerden tegen het gezag en vonden dat het allemaal anders moest. Van de Wetering daarentegen was van mening dat er binnen een samenleving, duidelijke regels moesten zijn. Het aardige was dat hij ook alle begrip had voor de mensen die zich daarbinnen niet zo gemakkelijk konden bewegen.’’

,,Zijn onafhankelijke geest behield hij zijn hele leven. Iedere keer maakte hij weer zijn eigen afwegingen. In het Zenklooster leerde hij dat hij zijn ego helemaal moest loslaten, vervolgens werd hij beroemd in Nederland. Het gevolg was dat alle vrouwen aan zijn voeten lagen en daar maakte hij dan ook dankbaar gebruik van. Die tegenstrijdigheden duiken overal op. Wat ik het mooie vind, is dat hij niet zijn best deed om de halve heilige uit te gaan hangen.’’ Ook in het Boeddhisme heeft hij nooit helemaal zijn draai kunnen vinden. ,,Hij heeft het nog eens heel serieus geprobeerd in Maine, waar hij tot aan zijn dood is blijven wonen. Daar is hij op een gegeven moment vijf jaar lang bij een Zenmeester ingetrokken. Die Walter Nowick had hij in Japan leren kennen. Wat ze daar deden was drie maanden lang heel intensief mediteren en dan drie maanden lang werken voor de gemeenschap. Die tijd gebruikte Van de Wetering voor het schrijven van een boek.’’

Intuïtief begrijpen

Die boeken, dat schrijven, daar lag toch wel zijn bestemming, zo stelt Beijering. Wat dat betreft was die Zen-gemeenschap een prima omgeving. ,,In die periode schrijft hij zijn beste Grijpstra en de Gier: Een dode uit het Oosten.’’ In die politieromans verwerkte hij zijn levensfilosofie. ,, Het genre biedt volop gelegenheid om te vertellen hoe een samenleving fungeert en hoe je daar als schrijver over denkt. De plot is, in het geval van Van de Wetering, duidelijk minder belangrijk. Er wordt een moord gepleegd, Grijpstra en de Gier gaan die oplossen maar eigenlijk gebeurt er niet zoveel. Meestal gaan ze een beetje muziek maken, wandelen ze wat door Amsterdam en op een geven moment dient de oplossing van het misdrijf zich aan. Je zou dat kunnen zien als een soort intuïtief begrijpen. Grijpstra en De Gier lossen de meeste misdrijven op door hun intuïtie te volgen, niet door logisch redeneren.’’

Van de Wetering’s grote voorbeeld was sinoloog, diplomaat, auteur en illustrator Robert van Gulik. Hij schreef de beroemde Rechter Tie-misdaadromans. ,,In die verhalen probeerde Van Gulik iets te vertellen over het oude China en het Confucianisme. De boeken van Grijpstra en de Gier zijn daar zeker op geïnspireerd. Van de Wetering bewonderde daarnaast zijn persoonlijkheid. Hij vond dat Van Gulik eigenlijk de levenshouding had, die je zou moeten hebben. Voor hem was hij een lichtend voorbeeld: heel gelijkmoedig en zich enkel richtend op de dingen die er werkelijk toe deden.’’

Beijering is niet van alle boeken van haar hoofdpersoon gecharmeerd maar het inspecteur Seito-bundeltje Een kleine vergissing is één van haar favorieten. Het is sterk verbonden met zijn grote held Van Gulik. ,,Die baseerde zijn rechter Tie verhalen op een heel oud Chinees boek The parallel cases under the pear tree, waarin rechtszaken zijn beschreven. Een aantal van de zaken die van Gulik niet had gebruikt, zijn in het boek van Van de Wetering terecht gekomen. Ook het Werkbezoek vind ik een goed boek. Het speelt zich af in Maine waar Grijpstra en de Gier een moord moeten oplossen. Van de Wetering kon heel goed sferen, omgevingen en karakters beschrijven maar het bedenken van een plot was niet zijn sterkste kant. Eigenlijk gaat het daar in zijn boeken ook niet om. In de verhalen benadrukte Van de Wetering de rol van toeval, van het ongerijmde, en dat maakte zijn detectives uniek.’’

Van de Wetering, die het grootste deel van zijn leven in het buitenland heeft doorgebracht, heeft zich lang niet kunnen settelen. Uiteindelijk lukt hem dat wèl in Maine. ,,Hij had geen enkel verlangen naar Nederland en al helemaal niet naar Rotterdam, hoewel hij nog wel eens terug is geweest om zijn vrouw Juanita een aantal plekken uit zijn jeugd te laten zien. Zijn geboortestad betitelde hij als ’een havenstad waar iedereen hard werkt en waar weinig vertier is. Nee, dán Amsterdam. Die stad vond hij geweldig, al zag hij Amsterdam wel als een soort ‘open inrichting’. Al die rare types die daar rondliepen, dat vond hij fantastisch.’’

Zendeling of koopman

Van de Wetering was een complexe man met een onafhankelijke geest, een eeuwige buitenstaander – een vat vol tegenstrijdigheden ook. Beijering besefte als geen ander dat het schrijven van zijn biografie een lastige klus zou zijn. ,,Ik ben er best lang mee bezig geweest, naast allerlei andere dingen die ik deed. Vooral van de onderzoeksfase heb ik enorm genoten. Er is zoveel materiaal, er zijn zoveel thema’s en subthema’s. Ik heb eerst maar eens geprobeerd om er een goede chronologie van te maken. Was hij nu een zendeling of een koopman? Dat was voor mij de centrale vraag. Ik ben tot de conclusie gekomen dat hij beide kanten in zich droeg. Hij wilde echt iets vertellen over het boeddhisme maar was ook heel goed in geld verdienen. Als hij ergens aan begon werd dat meestal een succes. Zijn doel was om van het schrijven te kunnen leven maar hij heeft er altijd van alles naast gedaan. Hij handelde bijvoorbeeld in grond. Van de Wetering woonde in Maine jarenlang op een soort landgoed. Die grond had hij verworven toen die nog relatief goedkoop was.’’

Janwillem van de Wetering, Rhinoceros © Collectie Juantia van de Wetering Family Trust

,,Zijn veelzijdigheid heeft me het meest verrast. Het schrijverschap was zijn grote droom. Dat is hem gelukt, hoewel hij natuurlijk nooit echt tot de literaire wereld is gaan horen. Ook is hij voortdurend bezig geweest om zijn boeken verfilmd te krijgen. Dat kreeg hij minder vaak voor elkaar dan hij gewild had. Zo nu en dan schreef hij voor Amerikaanse tijdschriften en in Maine sloeg hij weer een nieuwe weg in. Hij ging kunstwerken maken van sloophout. Toen ik zijn woonplaats Blue Hill bezocht, heb ik nog veel van zijn kunstwerken kunnen zien. Je zou kunnen zeggen dat hij weer terug is gegaan naar de sfeer waarin hij als kind opgroeide. Het landgoed deed denken aan de plekken die belangrijk waren geweest in zijn jeugd. Het water bij het huis aan de Plasoord, de bossen van Den Dolder. Van de Wetering was gefascineerd door de natuur en in het bijzonder door dieren. Hij heeft wel eens gezegd: ‘in feite doe ik wat mijn vader altijd graag deed’. Hij woonde in een fantastische omgeving, samen met zijn Colombiaanse vrouw Juanita, die hij in 1960 had leren kennen, en zijn dochter. Hij had eindelijk de rust gevonden en was zeker aan het aan het eind van zijn leven, tevreden met wat hij had.’’

Op zoek naar het ongerijmde. Leven en werk van Janwillem van de Wetering (1931-2008)
Marjan Beijering
Asoka
ISBN 9789056704162
Verschijnt op 28 juni 2021

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 28,90)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 28,90)
Marita de Jong is journaliste. Ze werkte jarenlang voor NDC Mediagroep en was als redacteur verbonden aan het cultureel opinieblad De Moanne. Tegenwoordig schrijft ze voor De Moanne, de website Fryslân1 en doet ze ondermeer pr werkzaamheden voor Museum Belvédère en Collegium Vocale Fryslân. In 2008 verscheen bij de Afûk haar boek: 14 schilders uit de Belvédère.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here