Registreer u met uw email-adres en kies een wachtwoord
Ik ontvang graag de maandelijkse nieuwsbrief van Biografieportaal.nl

Vaderskind. De oorlog van Renate Rubinstein

Een leven gedreven door bedrog?

‘Het was niet alleen dat ze haar vader nooit meer terug zou krijgen en dat hij haar nooit meer zou beschermen, lassie, lassie. Het was niet alleen de dood, wat dat ook zijn mocht. Het waren de levenden. Hoe kon ze met hen verder? Hoe kon ze zich weren tegen hun bedrog? Ze moest de moed verzamelen om nu voor altijd op haar eigen oordeel af te gaan, meer nog dan ze de laatste jaren toch al deed. Ze moest haar eigen argumenten vinden en daarbij vertrouwen op haar waakzaamheid en intuïtie.’

Zo besluit Hans Goedkoop Vaderskind: de oorlog van Renate Rubinstein, dat gelezen kan worden als de definitieve aanloop naar de biografie van Nederlands eerste columniste waar Goedkoop al bijna dertig jaar aan werkt. De Renate Rubinstein, namens wie Hans Goedkoop op basis van in de jaren zeventig columns geschreven bovenstaande conclusies trekt, is dan vijftien. Haar kindertijd zit er op: de Tweede Wereldoorlog is afgelopen en haar vader is, geheel tegen alle verwachtingen, beloften en conventies in, niet teruggekomen.

De geschiedenis als bindmiddel

Meer dan een gemiddelde biograaf zag Renate Rubinstein het belang van de kindertijd als vormende periode in iemands leven, waarbij ze heel expliciet ook de tien jaar die voorafgaan aan een geboorte betrok. Meer aanmoediging heeft Hans Goedkoop niet nodig. Na het eerst over astrologie als weinig bruikbare onderzoeksmethode te hebben, laat hij zijn reconstructie van het leven van Renate Rubinstein ogenschijnlijk in 1919 beginnen. Het jaar waarin het verslagen Duitsland de eerste stappen richting democratie zet. Hoe die prille democratie via de door de Beurskrach veroorzaakte onrust met alle gevolgen van dien uitmondt in de door Adolf Hitler geleide nationaalsocialistische staat loopt als een rode draad door Vaderskind. Hans Goedkoop gebruikt de geschiedenis als bindmiddel en stopverf: hij verbindt er de stippen op de kaart van Renate Rubinsteins leven mee en vult er al te abrupte overgangen mee op.

Succes door de omstandigheden niet verzekerd

1919 (of 1920, Hans Goedkoop dekt zich in) is het jaar waarin Wilhelm Alfred Friedrich Rubinstein voor het eerst opduikt in het fotoalbum van Marie Hamm. Duidelijk is dan al dat Willy het talent dat hij heeft weet te benutten: hij maakt naam als ontwerper van de ‘bakvissencollectie’ van een confectieatelier in Berlijn en heeft het in zich om een succesvol ondernemer te zijn. Samen met zijn vrouw, wier organisatorische en praktische steun onontbeerlijk is, zal hij in 1926 een eigen modeatelier starten.
Het gaat de aanstaande ouders voor de wind, tot het moment waarop de crisis uitbreekt en als een gevolg daarvan de sfeer in Duitsland omslaat en de joodse ondernemer Rubinstein zijn leven (en bedrijf) niet langer zeker is. Achter de schermen werkt hij aan het vertrek van gezin en onderneming uit Duitsland. Inspanningen die hem fataal zullen worden, ook al slaagt hij er in Duitsland met vrouw en kinderen (in 1931 is de tweeling Günther en Gerda geboren) te verlaten.

Een uitgesproken verlangen naar ‘ons’

Renate Rubinstein is in Vaderskind tot het moment waarop het gezin zich in 1938 na een eerste tussenstop in Amsterdam en een tweejarig verblijf in Golders Green in het Verenigd Koninkrijk definitief in Nederland vestigt een figurant in haar eigen levensverhaal. Al laat Goedkoop al wel duidelijk doorschemeren dat zij de bescherming van haar vader geniet die haar de ruimte gunt: het ‘Lass sie, lass sie’ wordt een gevleugelde uitdrukking in het gezin Rubinstein.
Schrijvend maakt Renate haar opwachting in Vaderskind als ze acht is. In afwachting van de komst van haar ouders logeert ze in Amsterdam en schrijft ze haar moeder. Het is een briefje met een boodschap tussen de regels door, die door haar moeder niet wordt begrepen. Voor Renate een bevestiging dat ze al haar hoop op haar vader moet vestigen. Dat er van een onweerlegbaar ‘ons’ in het gezin geen sprake is.
Een tweede conclusie die Goedkoop uit de receptie van het briefje trekt, is dat Renate Rubinstein zich vanaf dat moment iets begint te realiseren iets over hoe te schrijven om het gewenste effect te sorteren. In zijn woorden: ‘Je moet iets schrijven wat de lezer prikkelt, uitlokt, opschudt, maar dan zonder dat het zich tegen je keert, en hoe pak je dat aan? Het was de hamvraag van haar schrijverschap en die ligt hier dus al klaar in de brief van de achtjarige. Iets schrijven wat je meende was één ding. Iets schrijven waarmee je gehoord werd, was de kunst.’

December 1988 © Rob Bogaerts / Anefo (cc0)

Getekend door een afwezige vader

Niet gehoord en begrepen worden door haar moeder, en zelfs de zorgen die zij als kind had over het lot van haar ouders, al was dat een onbestemde angst, een angst die leidde tot slapeloosheid, bezworen met slaapmedicatie, en volgens haar biograaf de verklaring is voor de schijn van fictie waarin Renate Rubinstein steevast haar toevlucht nam als ze iets persoonlijks en/of gevoeligs prijsgeeft, vallen volgens biograaf Hans Goedkoop echter in het niet bij de gevolgen van het feit dat Renate Rubinstein jaren tevergeefs wacht op de terugkeer van haar vader, die op 10 juli 1940 opgepakt wordt vanwege de deviezen die hij Duitsland uit gesmokkeld zou hebben.

Haar moeder neemt de regie in huis over en loodst het gezin relatief schadevrij door de oorlog, maar dat weegt voor Renate, die zich op het Vossius Gymnasium ontwikkelt tot ‘spilfiguur’ en uiteindelijk moet toegeven dat het leven tijdens de oorlog min of meer normaal doorging, niet op tegen de afwezigheid van de vader met wie in eerste instantie nog gecorrespondeerd kan worden, maar van wie naarmate er meer tijd verstrijkt onduidelijk is waar hij zich bevindt. De Tweede Oorlog is al lang en breed afgelopen als het bericht komt dat ‘Wilhelm A.F. Rubinstein, voornoemd, door uitputting, ziekte of vergassing om het leven is gekomen.’

Bedrog het Leitmotiv?

Biograaf Hans Goedkoop hamert specifiek op dit bedrog, het niet nakomen van de belofte dat der Vati bald wieder nach Hause kommt, als het Leitmotiv in het latere leven van Renate Rubinstein. Het is volgens hem, zie de zinnen waarmee hij Vaderskind besluit, de verklaring voor de waakzaamheid en intuïtie die de grondtoon van haar doen, laten en schrijven werden.
Terwijl hij toch ook laat zien hoe kritisch het denken en (ge)weten van Renate Rubinstein zich ontwikkelen onder invloed van wat zij tijdens de oorlog hoort en ziet gebeuren. Omdat zij zich steeds opnieuw moet verhouden tot haar wel/niet joods én Duits zijn. Omdat ze ziet dat de vrijheid van joodse klas- en buurtgenoten steeds verder ingeperkt wordt. Omdat ze zag hoe genadeloos de Duitsers waren.
Dat Renate Rubinstein niet ongeschonden uit de oorlog kwam, is aannemelijk en zelfs op basis van het weinige dat zij daar zelf rechtstreeks over gezegd en geschreven heeft, aantoonbaar. Maar in welke mate ze door de omstandigheden getraumatiseerd is, is voor een biograaf lastig vast te stellen. Hans Goedkoop wijst in Vaderskind een aantal gebeurtenissen aan, maar zet daar onmiddellijk ook weer vraagtekens bij: ‘Je betrapt een trauma, dit is waar het allemaal begon. Maar het kan ook van niet. Stel dat Renate in die zeven weken een aannemelijk verhaal te horen kreeg waarom haar vader telkens weg moest. Voor zijn werk reisde hij vaker, daar was weinig verontrustends aan.’
Dat er binnen het gezin nauwelijks over de oorlog en het lot van haar vader gesproken werd, dat Renate Rubinstein altijd bleef volhouden nauwelijks herinneringen aan haar kindertijd te hebben en dat zij in haar columns en dagboeken nauwelijks aan concrete gebeurtenissen refereerde, helpt een biograaf natuurlijk niet.
Uit Vaderskind spreekt soms de worsteling van de biograaf met zijn materiaal. Soms lijkt Hans Goedkoop zelfs de wanhoop nabij, getuige dit citaat: ‘Misschien dat er ooit een Renate-biograaf komt die hier meer over kan vinden, of misschien wel heel iets anders vindt, maar vooralsnog lijkt dit te zijn wat Willy na zijn komst in Londen overkwam.’

Wachten op Goedkoop

Dat Hans Goedkoop al bijna dertig jaar de biograaf van Renate Rubinstein is, en er ondanks dat pas twee relatief kleine publicaties van zijn hand verschenen: Iedereen was er: feest voor Renate Rubinstein (2015) en nu Vaderskind: de oorlog van Renate Rubinstein, het door hem bezorgde (en van een nawoord voorzien) Twijfel trainen: de Israëlische dagboeken 1951-1954 even buiten beschouwing gelaten, roept inmiddels steeds meer vragen op. Het uitkijken naar zijn biografie is omgeslagen in wachten op. Dat wachten duurt al zo lang dat zelfs de doorgaans goed ingelichte Michel Krielaars, chef boeken van de NRC, in de veronderstelling verkeerde dat Hans Goedkoop de opdracht inmiddels had teruggegeven.
Hans Goedkoop was de eerste om hem van het tegendeel te overtuigen. Krielaars heeft weer goede hoop, laat hij in november 2021 weten in zijn column De biografie van Renate Rubinstein komt eraan: ‘Ik kijk uit naar Goedkoops biografie, al duurt het misschien nog wel een paar jaar voordat die er is. Maar het zal zeker de moeite waard zijn, alleen al op grond van die dagboeken,’ schreef hij een week nadat hij de biograaf in kwestie uitgebreid gesproken had.

Bloemlezer in haar keuze beperkt

Ronit Palache, samensteller van Bange mensen stellen geen vragen (2020), verontschuldigt zich voor haar lange biografische inleiding bij deze bloemlezing van stukken van Renate Rubinstein: ‘Het is wellicht wat ongebruikelijk om in de inleiding van een bloemlezing een zo uitgebreid biografisch portret te schetsen, maar het zou kunnen dat een groot aantal lezers van dit boek niet eens meer weten wie Renate Rubinstein was. Het is niet voor de eerste keer dat een groot schrijver, in dit geval al 27 jaar, gegijzeld wordt door zijn of haar biograaf. Hans Goedkoop, wiens naam ik in dit verband niet onvermeld kan laten, is een van deze gijzelnemers, hoewel hij gelukkig wel een mooi boek over haar vijftigste verjaardag publiceerde en haar dagboeken uit Israël bezorgde.’
In die inleiding die eerder een schets dan een portret is, blijven de eerste jaren van het leven van Renate Rubinstein onderbelicht, er wordt alleen indirect naar verwezen, bijvoorbeeld als het gaat over de zaak Weinreb en de verklaring van Renate Rubinstein voor haar bijna onvoorwaardelijke geloof in de goede intenties van Weinreb aangehaald wordt: ‘Ik wou dat mijn vader Weinreb had gekend, dan had hij de oorlog tenminste overleefd.’
Ronit Palache had haar bloemlezing, waarin de nadruk ligt op stukken die de autonomie van Renate Rubinstein illustreren, graag de titel Lassie, Lassie gegeven. Niet zozeer vanwege de verwijzing naar de band met haar vader, maar vanwege de eigengereide, onafhankelijke houding die daar volgens Ronit Palache uit spreekt.
Bij het samenstellen van Bange mensen stellen geen vragen kreeg Ronit Palache tot haar teleurstelling te maken met een veto van Hans Goedkoop. Ze had graag meer brieven opgenomen dan de acht waar zij via het Literatuurmuseum en verzamelaars de hand op wist te leggen, maar: ‘De Biograaf wilde niet dat er meer brieven in deze bundel gepubliceerd zouden worden; hij wilde deze voor zijn biografie bewaren. Wanneer die dan ook komt.’

Charlotte Goulmy: in plaats van een proefschrift

Al in 2016 kaartte Reinjan Mulder in Hans Goedkoop en de verdwenen Rubinstein-biografiehet uitblijven van de biografie aan. Hij gunde Hans Goedkoop de rust die hij nodig had om aan het boek te werken, maar achtte de tijd desondanks rijp om een ander een kans te gunnen. Ter onderbouwing van zijn stuk haalde Reinjan Mulder Charlotte Goulmy aan die er in Hollands Maandblad voor pleitte dat Hans Goedkoop zijn opdracht zou teruggeven en in ruil voor de inmiddels ontvangen voorschotten en werkbeurzen al het materiaal dat hij verzameld en beschreven heeft, aan een ander beschikbaar zou stellen.

Charlotte Goulmy had willen promoveren op een (omvangrijke) biografie van Renate Rubinstein. Dat bleek geen optie met een aangewezen biograaf die als enige toegang had tot voor het schrijven van een biografie onontbeerlijke bronnen en materiaal. Wel schreef Charlotte Goulmy voor Hollands Maandblad zes essays, waarvan er recent vier onder de titel Renate Rubinstein herontdekt: vier biografische essays gebundelden gepubliceerd werden in de ‘Hollands Maandblad-reeks’. De publicatie is mede mogelijk gemaakt door De Erven Babel & Voss. Uitgeverij Babel & Voss werd in 2009 opgericht door Daan Heerma van Voss, Daniël van der Meer en Reinjan Mulder, maar ging elf jaar later ter ziele. Reinjan Mulder was toen nog de enig overgebleven uitgever.

Korte gouden, lange zwarte kinderjaren, het eerste essay in de bundel, oorspronkelijk verschenen in het juni/julinummer 2021 van Hollands Maandblad, beslaat globaal dezelfde periode als Vaderskind van Hans Goedkoop. De feiten komen overeen. Haar vader is net zo afwezig als in Vaderskind, en over de gevolgen van die afwezigheid laat Charlotte Goulmy geen onduidelijkheid bestaan: ‘Rust vindt ze nooit, ze verkeert sinds het verlies van haar vader in een quasi-permanente staat van recalcitrante afhankelijkheid.’
Net als Hans Goedkoop bedt Charlotte Goulmy persoonlijke gebeurtenissen in een historische context in, maar anders dan bij Goedkoop krijgt de geschiedenis niet de overhand.

Biograaf gaat te rade bij historicus
Hans Goedkoop is een vaardig verhalenverteller en heeft met Vaderskind een uiterst leesbare aanzet tot de biografie van Renate Rubinstein geschreven. Hij weet hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden, en veroorlooft zich vervolgens om details een prominente plek in het verhaal te geven.
Hij lijkt zeker over het beoogde fundament van zijn biografie. Dat ligt besloten in zowel de hoofd- en de ondertitel van het boek, waarbij ‘de oorlog van Renate Rubinstein’ niet alleen slaat op de oorlog die zij meemaakte, maar ook op de strijdbare houding die zij een groot deel van haar leven in elk geval voor de buitenwereld tentoonspreidde.
In zijn rol van biograaf overtuigt Hans Goedkoop nog niet. Het is zijn taak een leven te beschrijven, en omdat hij aan een schrijversbiografie werkt, wordt van hem verwacht dat hij de relatie tussen het leven en werk van Renate Rubinstein onderzoekt.
De biograaf Hans Goedkoop roept in Vaderskind: de oorlog van Renate Rubinstein daar waar hij (nog) onvoldoende vat heeft op zijn biografeling en (nog) niet in staat is om (feiten uit) het leven van Renate Rubinstein onweerlegbaar te reconstrueren en/of te duiden, regelmatig de hulp in van de historicus Hans Goedkoop die hij natuurlijk ook is.
Die historicus weet waar hij wat moet zoeken en hoe hij feiten moet en aannames kan onderbouwen, daarvan getuigen de noten. Maar ondertussen loopt die historicus ook het risico zich te verliezen in de grote historische lijnen en algemeen aanvaarde verklaringen en conclusies. Maar daarmee zijn de antwoorden op de kernvragen in het leven van Renate Rubinstein die Goedkoop aan het eind van Vaderskind opwerpt nog niet gegeven. Hoe de inhoud van Vaderskind ingepast wordt in de definitieve biografie laat zich dan ook nog niet raden.

Vaderskind. De oorlog van Renate Rubinstein
Hans Goedkoop
Atlas Contact
ISBN 9789045042848
Verschenen in april 2022

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 21,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 12,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 21,99)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 12,99)
Liliane Waanders
Liliane Waandershttps://www.hanta.nl/
Liliane Waanders is (literair) journalist en programmamaker. Ook schreef zij over kunst, cultuur en politiek en was hoofdredacteur van het Adoptietijdschrift. Ze maakte programma’s voor onder andere Stichting Literaire Activiteiten Zwolle, Writers Unlimited/B-Unlimited en Woordnacht. Nu bestiert ze een poëziepodium en is zij een van de bedenkers/moderatoren van het boekenprogramma Bazarow.LIVE Op haar website Hanta schrijft ze over literatuur.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in