Thomas Bernhard (1931-1989) – De briljante nestbevuiler

Er vindt een revival plaats van de belangstelling voor het werk van Thomas Bernhard en dat is maar goed ook. Werden literatuurliefhebbers tijdens zijn leven nog opmerkzaam gemaakt op zijn nieuwe romans en toneelwerken door Schandaal! roepende autoriteiten, nu gebeurt dat niet meer, dus wie zal hem nog aanbevelen bij jongere generaties?

De nieuwe, beknopte biografie van de hand van Cyrille Offermans, Thomas Bernhard – Een beschadigd leven, zou docenten Duits zeker kunnen helpen Bernhard spetterend te introduceren. Ook lezers die na het eerste boek dat ze van Bernhard hebben gelezen nieuwsgierig zijn geworden naar zijn leven, worden knap bediend. Het is het soort biografie dat het levensverhaal vertelt aan de hand van de werken, waarvan je er beter eerst twee of drie gelezen kunt hebben voordat je aan Offermans’ lange essay begint. Dan weet je waarnaar Offermans verwijst en geniet je meer.

Erfenis

Geboren in 1931 heeft Bernhard de Tweede Wereldoorlog bewust meegemaakt, in Oostenrijk op een nare conservatieve kostschool waar de directeur een autoritaire nazi was, de swastika-vlag wapperde en nationalistische gezangen werden aangeheven. Maar Bernhards werken gaan niet over de oorlog. Ze gaan over de erfenis daarvan in het leven na 1945. In Wenen, Salzburg en dorpen en stadjes in Oostenrijk, en ver daarbuiten – Londen, Rome – waar je uiteindelijk ook niet kunt ontsnappen aan de lange arm van je weerzinwekkende, rooms-katholieke, cultureel analfabete, op geld beluste en nog steeds met de nazi’s sympathiserende familie voor wie gevlucht bent.

Bernhard is een absolute meester in verhalen waarbij de ik-figuur tijdelijk terugkeert naar Oostenrijk. Je snapt meteen dat dit geen feestje wordt, maar alles lijkt vrij normaal en leefbaar. Je wordt nietsvermoedend in een plot gezogen met tegen het eind een verschrikkelijke onthulling of een radicale afrekening. Bernhard houdt de Oostenrijkers een zeer ongewenste spiegel voor en Offermans staat aan zijn kant, ondanks Bernhards kwistig gebruik van hyperbolen en andere vormen van overdrijving.

Beschadigd kind

Offermans gaat uitgebreid in op Bernhards jeugd. Hij werd in Heerlen vaderloos geboren. Zijn moeder was Oostenrijk ontvlucht om haar zwangerschap (na een verkrachting?) te verbergen en geld te verdienen. Toen hij zindelijk had moeten worden, bleef hij een bedplasser. Zijn moeder sloeg hem dag in dag uit met zijn natte laken in het gezicht en hing het op zodat de hele goegemeente het kon zien. Dat gebeurde ook op de Oostenrijkse kostschool. Wie daar in zijn bed plaste kreeg niks te eten . De jonge Thomas, toch al behept met een zwakke gezondheid, had er van ondervoeding kunnen sterven. ’s Winters liep hij met zijn natte broek in de vrieskou en schaafde zijn dijen kapot. Soms lijkt het alsof hij alles wat hem werd aangedaan, alle keren dat hij als kind werd verraden, overleefde omdat hij al jong woedend kon worden.

Bernhard heeft zijn biologische vader nooit ontmoet maar hij zag één keer een foto van hem. Hij besefte toen dat hij sprekend op die man leek en dat die gelijkenis een kwelling moet zijn geweest voor zijn moeder. Later trok zij in bij haar vader, een egoïstische man die het vertikte voor de kost te werken en zijn dochter en echtgenote voor het gezinsonderhoud liet opdraaien. Maar deze mislukte dichter en dwingeland was de redding van de jonge Thomas. Hij toonde belangstelling voor zijn ontwikkeling, introduceerde hem in de literatuur.

Bernhard schreef een serie van vijf autobiografische boeken die eindigdemet Ein Kind. Misschien kwam deze volgorde voort uit zijn recalcitrante afwijzing van biografieën die conventioneel met de wieg beginnen maar het kan ook een ander motief hebben, meent Offermans :

“Literatuur heeft altijd te maken met een gemis. Schrijven is de poging dat gemis te herstellen, de onvrede, het verdriet, de rouw erover althans op papier te verwerken in de hoop de ondermijnende effecten ervan, op zijn minst tijdelijk, ongedaan te maken. Daarmee is dat gemis niet verdwenen, wel is het preciezer, uitputtender, Bernhard zou zeggen: ‘meedogenlozer’ onder woorden gebracht en daarmee toegankelijk gemaakt voor het bewustzijn. Als het gemis blijft knagen of opnieuw de kop opsteekt en de schrijver het gevoel heeft te hebben gefaald, probeert hij het opnieuw, voor de tweede, de derde, de zoveelste keer…”

Misschien zijn vroege jeugdervaringen wel het moeilijkst om te verwoorden, omdat er zoveel clichés op de loer liggen, en kwam Ein Kind daarom op het eind van de serie, toen Bernhard zichzelf eindelijk begrepen had. Hoe dan ook, schrijft Offermans “zonder die biografische aandrift is literatuur van niveau ondenkbaar”. En dat verklaart ook waarom biografieën van bewonderde schrijvers onverminderd populair blijven.

Thomas Bernhard in 1987 © Thomas Bernhard Nachlaßverwaltung (CC BY-SA 3.0)

Uniek denkprocedé

Offermans profileert zich in dit boek gelukkig niet overdreven als de literatuurcriticus die hij is. Hij analyseert bijvoorbeeld Bernhards lange zinnen en ketens van zinnen die ontstaan door het opvallende gebrek aan verwijswoorden. In plaats daarvan worden termen herhaald en in een “bedwelmend” ritme als een soort kudde koeien voortgedreven naar een uiteindelijke punt of het eindpunt van een redenering. Dat repetitieve is het eerste wat iedere nieuwe lezer zal opmerken – en wellicht bekoren – omdat het zo efficiënt werkt om de juistheid, waarheid van zijn gedachten onontkoombaar te maken, om van de lezer gelijk te krijgen. Bernhards ideeën over mensen en menselijke relaties zijn meestal doodeenvoudig maar hij weet dat we – ook tegenover onszelf – liegen en dat moet stoppen. Volgens Offermans hebben andere schrijvers tevergeefs geprobeerd deze stijl en dit denkprocedé te imiteren.

De openingszinnen van zijn romans zijn ook vaak erg lang, maar hebben volgens Offermans een door anderen “nog niet opgemerkte” aparte status gekregen. Het is “alsof de auteur de lezer niet in het verhaal wil lokken maar liever erbuiten wil houden”. Dat gaat dus in tegen alle clichés over het immense belang van De Pakkende Eerste Zin. Offermans vermoedt dat Bernhard zijn lezer op de proef wil stellen: je moet je aandacht er goed bijhouden; raak je de weg kwijt in mijn meanderende zinnen, waarin ik veel elementen van mijn verhaal meteen op tafel gooi, dan is mijn proza niets voor jou. “De auteur heeft zich tot het uiterste voorbereid, enorm veel materiaal verzameld – maar uitsluitend in zijn hoofd – en lang gewacht op het ideale moment om te beginnen – en dan komt alles er in één keer uit…” En het pakt je.

Het niet-literaire leven

In deze biografie krijg je het andere, niet-literaire leven van de onverzoenlijke Bernhard evenwichtig gedoseerd te lezen, naast Offermans analyses van zijn literaire werk. Het wordt wel duidelijk dat hij dit andere leven hard nodig had. Niet alleen om inspiratie op te doen voor figuren en situaties, maar ook om te relaxen, niet gek te worden, afgeleid te worden, van schoonheid te genieten, lieve mensen te ontmoeten, en on-Oostenrijkse werelden te beleven.

Hij was aanvankelijk ook actief als journalist. Ondanks zijn kortademigheid wandelde hij veel – hij hield van de natuur in Oostenrijk en trouwens ook van de Weense koffiehuizen. Met vriendin Hedwig Stavianisec, die zijn financiële en intens platonisch beminde toeverlaat zou worden, ondernam hij reizen waarbij zij puur gemakshalve doorging voor zijn ’tante’. Volgens halfbroer Peter Fabjan was Bernhard aseksueel en zijn mislukkende huwelijken hem bespaard gebleven. Hij verbouwde een verwaarloosde boerderij, onderhield vriendschappen voor het leven, ging om met voor krankzinnig versleten mensen als Paul Wittgenstein (neef van Ludwig), zorgde op het laatst voor zijn zieke moeder – en lag heel vaak op het randje van de dood in een ziekenhuis of bij te komen in een herstellingsoord. Hij ontwikkelde een duurzame haat tegen onvakkundige artsen.

Bernhard schreef vaak in enkele maanden een nieuw boek, bij voorkeur vanwege zijn longproblemen in een hotel in een warm land: Spanje, Kroatië, Italië. Met een vriend keek hij lange tijd dagelijks televisie, ook de stompzinnigste programma’s. Bernhard had sterke voorkeuren wat klassieke muziek betreft en ondanks zijn kapotte longen hield hij van zingen. Hij correspondeerde niet met een legertje literaire tijdgenoten, wel vaak met zijn uitgever Siegfried Unseld bij Suhrkamp, vooral vanwege geldzorgen. Hij las van door hem bewonderde schrijvers liever de biografieën dan hun originele werk, denkt Offermans.

Nu de laatste mensen sterven die het fascisme, nazisme en meedogenloze christendom hebben meegemaakt of geleden hebben onder de onderdrukkende cultuur ervan na 1945, zou het werk van Bernhard ook geduid kunnen worden als waarschuwing voor wat je in huis haalt als je flirt met onze eigentijdse varianten.

Deze biografie van Offermans is een eigentijds monument voor een niet-verschrikkelijke Oostenrijker. De oplage is zeer beperkt en (voorlopig?) uitverkocht, een digitale versie is evenmin verkrijgbaar. Toch vreemd. Ook van de boeken van Bernhard bestaan geen e-books , maar zij zijn volop te koop, in tientallen talen.

Thomas Bernhard – Een beschadigd leven
Cyrille Offermans
Uitgeverij Fragment
Verschenen begin 2024

Anneke van Ammelrooy
Anneke van Ammelrooy
Anneke van Ammelrooy (1955) is journalist en vertaalster. Ze schreef onder andere Alles is er niet, een persoonlijk verslag van haar eerste jaar in Irak. Ze was hoofdredactrice van het Leids universiteitsweekblad Mare, Publiek Domein, Keesings Historisch Archief en OR-informatie. Voor de Volkskrant schreef ze over cultuur en politiek. Bij het ANP was ze redacteur Arabische landen. Ze werkt aan een boek over de toekomst van politieke partijen (2003-2010).

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in