Nola Hatterman schilderde zwarte schoonheid

Nol Hatterman (1919). Foto: Jacob Merkelbach (1877-1942)

Een paar weken geleden verscheen de monografie Nola Hatterman. Geen kunst zonder kunnen. Aanleiding is de tentoonstelling Surinaamse School. Schilderkunst van Paramaribo die in het Stedelijk Museum in Amsterdam te zien is. Nou ja te zien, niet echt natuurlijk, vanwege Covid-19. Online wordt een impressie van de tentoonstelling getoond maar hopelijk zijn de werken over een paar weken ook weer in het echt te bekijken.

De tentoonstelling bestaat uit meer dan 100 schilderijen van 35 kunstenaars en laat zien hoe de schilderkunst van Suriname zich heeft ontwikkeld tussen 1910 en midden jaren 1980. Er is aandacht voor werk van onder anderen Wim Bos Verschuur, Leo Glans en Armand Baag, een leerling van Hatterman.

Ellen de Vries, samensteller van de monografie, leverde al in 2008 de biografie van Nola Hatterman af, getiteld Nola. Portret van een eigenzinnig kunstenares. Sindsdien vraagt De Vries op verschillende manieren aandacht voor leven en werk van de Amsterdamse kunstenares. Logisch dat zij de eindredactie voerde over de bundel artikelen van Eline de Jong, Bart Krieger, Lizzy van Leeuwen, Stephan Sanders, Esther Schreuder, Priscilla Tosari, Marieke Visser, Myra Winter en Kitty Zijlmans over het leven en werk van Nola Hattermans.
Het is een intrigerend levensverhaal over een witte vrouw die in 1953 naar Suriname reist om er te werken als kunstenaar en les te geven en ook het volk te verheffen. Door mensen als Anton de Kom, de man die pas begin februari van dit jaar eerherstel kreeg door erkenning van zijn verzetswerk in de Tweede Wereldoorlog, raakt Hatterman betrokken bij de politieke strijd in Suriname. In de biografie lees ik dat Hattermans oudoom Hendrik Antonie in 1853 in Paramaribo woonde. Hij werd plantage-eigenaar en echtte een zoon die hij bij een slavin verwekte. Hatterman zal later zeggen dat ze uit een koloniale familie komt, ooms bezaten plantages in Indië, haar vader werkte op een ‘koffiekantoor’ in Amsterdam. Of die familiegeschiedenis de reden is voor haar duidelijke keuze voor de ‘zwarte’ Surinamers, blijft vaag.

Transraciaal

Columnist Stephan Sanders ziet in november 2020 ‘een Nola Hatterman’ in Amsterdam lopen. Met een wit gezicht en Afropruik, schrijft hij, waarna hij kort ingaat op wat hij noemt ‘de transdiscussie’. Transracialiteit is daarin volgens hem een anathema. Transgender en/of transseksueel zijn, daarover valt te praten. Maar transraciaal is vervloekt of verdoemd. Daarover wordt alleen geschamperd. Al zijn er natuurlijk uitzonderingen. Rosey Pool, Joodse vriendin van Hatterman, zegt tegen haar: ‘Door die (joden)ster heb ik geleerd zwart te denken.’

Nola Hatterman liep in Suriname, waar ze in 1984 om het leven kwam bij een auto-ongeluk, daadwerkelijk als ‘witte’ vrouw met een Afropruik door Brokopondo. Niemand die daarvan op keek.
Zonder de discussie over wit zijn en je zwart voelen serieus te voeren en het bestaan van het fenomeen te accepteren, is het volgens Sanders onmogelijk haar werk goed te begrijpen. 

De biografie van Nola Hatterman verscheen al in oktober 2008 en al lezende merk je hoe gevoelig de term neger is geworden. En terecht. Ellen de Vries schrijft in haar voorwoord:

‘Het zou historisch onjuist zijn om Nola en haar tijdgenoten het hedendaagse Afro-Surinamer en marron in de mond te leggen. Vandaar dat u in de onderhavige tekst het omstreden woord ‘neger’ wel aantreft.’

Het is een zin die alle discussie overbodig maakt. Want anders moet het, maar het verleden herschrijven is nutteloos. Het is heel goed om met terugwerkende kracht te lezen hoe neerbuigend er over Surinamers werd gedaan in de jaren dertig en daarna. En over hoe ook toen al geprobeerd werd dat te veranderen.

Esther Schreuder beschouwt haar vooroorlogse werk en vertelt dat Hatterman vanuit de vrouwenstrijd ook de strijd van de neger begreep die steeds meer ‘haar strijd’ werd. Je mag dat nu niet meer zo verwoorden maar hetzelfde fenomeen speelt nog steeds. Witte mensen die tegen apartheid streden, of die zich hebben aangesloten bij de Black Lives Matter demonstraties, zijn er. Ze zoeken voortdurend naar hun positie in een steeds weer oplaaiende strijd.

Strijd

Er zat voor Nola Hatterman een bewuste keuze achter het mooi, verstild weergeven van zwarte mensen. Tegen het stereotype van het geketende, geslagen of vechtende beeld. Antikoloniaal, antifascistisch, socialistisch, communistisch en anarchistisch waren de kunstkringen waarin ze zich begaf. Schilder Jan Sluiters ontving danseres en overtuigd antifascist Josephine Baker in 1928 in Amsterdam. Links Richten, het blad van Jef Last, bracht in 1933 een ‘negernummer‘ uit. Nola Hatterman verzorgt de illustraties en zal daar tot aan haar vertrek naar Suriname mee door gaan.

Na de bevrijding vraagt Theun de Vries haar het stofomslag van zijn boek De vrijheid gaat in ’t rood gekleed te maken.

In 1952 maakt ze speciaal tekeningen voor een Suriname thema nummer van De Tsjerne, een literair Fries tijdschrift. In Leeuwarden werd ook het toneelstuk De geboorte van Boni, over de vrijheidsstrijd van Surinaamse slaven, opgevoerd. Er werd gerepeteerd in het atelier van Nola. 
Opnieuw kijken naar de kunsthistorische plek die Hatterman inneemt is belangrijk, schrijft Kitty Zijlmans. Niet alleen omdat de tijden zijn veranderd maar ook omdat er onbekend werk is opgedoken. Hatterman is een belangrijke schakel tussen Nederland en Suriname. Omdat Suriname veronachtzaamd is in cultureel belang, kennen wij Hatterman niet. Dat moet veranderen.

In de film die Frank Zichem in 1981 over haar maakt, ontmoet Hatterman haar oud-leerling en latere erfgenaam Armand Baag. Hij zegt haar altijd dankbaar te zijn omdat ze hem geleerd heeft de schoonheid van zijn eigen mensen te zien en dat heeft volgens hem de bewustwording van de Surinaamse identiteit aangescherpt.

Het hoofdstuk ‘Gedeeld verleden, Gedeelde kunstgeschiedenis gaat over de culturele relatie tussen Nederland en Suriname. Er is nog nauwelijks echt gekeken naar de wisselwerking, want ook de kunstgeschiedenis is wit (en mannelijk) geschreven. Esther Schreuder schrijft over het surrealisme en de jazz in het werk van Hatterman. Danseres, een prachtige litho uit 1932 zou volgens Schreuder gemaakt kunnen zijn naar het voorbeeld van Estelle Reed, de Amerikaanse danseres waarmee de Antilliaanse schrijver Cola Debrot, die in 1935 Mijn zuster de negerin schreef, getrouwd was.
In de zomer van 2020 bekijkt Bart Krieger de nalatenschap van Armand Baag, de erfgenaam van Hatterman. Hij vindt 300 tekeningen van Hatterman en 50 werken van Baag. Het is het bewijs van hun band en van betekenis voor de Surinaamse kunstgeschiedenis. De zwarte man op het schilderij Op het terras krijgt een naam, het is Lou Richard Drenthe. Daarvoor dacht Ellen de Vries dat de man op het schilderij Jimmy van der Lak was. Die was in 1926 als verstekeling van Paramaribo naar Amsterdam gevaren en verdiende bij als schildersmodel.
In de geschriften staat ook De theorie van de rechthoek en de ovaal. Omdat schilders leerden dat een kop als vierkant kan worden getekend maar het hoofd van de zwarte mens meer ovaal is, denkt Hatterman dat de zwarte mens zo lelijk werd weergegeven. De anatomie is anders, ook de spieropbouw. Ze zal die theorie vaak gebruiken als ze les geeft.

Nola Hatterman, Op het terras (1930). Collectie Stedelijk Museum

Bart Krieger schrijft over historiestukken die Nola Hatterman schilderde. Vluchtende slavin is uit 1967 maar de vroegste studie daarvoor maakte ze volgens hem al voor of in 1949. Een piëta met zwarte Maria en zwarte Christus. In de New Yorkse Harlem Renaissance beweging tussen 1918-1930 werden historiestukken gebruikt als voorbeeld van dekolonisatie. Daar heeft Hatterman zich ongetwijfeld door laten inspireren. Bewening of Ode aan de onbekende slaaf lijkt op de kruisafname van Christus. 

Wat is het weer genieten. Goed geschreven artikelen, geïllustreerd met veelzeggende foto’s en tekeningen. Er staan wel wat veel herhalingen in het begin van de artikelen. Na het derde artikel weet ik wel dat Hatterman in de jaren dertig veel omging met Surinamers die in Amsterdam woonden. Maar dat is de enige kritiek. De monografie is een mooi opgemaakt geheel, met ruime aandacht voor waar het om gaat, de werken van Nola Hatterman. Meestal sla ik de noten over, lees ze alleen als ik twijfel aan de juistheid van de bron. Nu ben ik aangenaam verrast door de toegevoegde waarde en lees ik ze met plezier. De biografie uit 2008 is bijzonder lezenswaardig en een mooie aanvulling voor wie geen genoeg kan krijgen van Nola Hatterman.

Nola Hatterman. Geen kunst zonder kunnen
Ellen de Vries e.a
Uitgeverij Waanders&DeKunst
ISBN 9789462623361
Verschenen in februari 2021

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 27,50)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 27,50)

Nola. Portret van een eigenzinnig kunstenares
Ellen de Vries
Klapwijk & Keijsers Uitgevers
ISBN 9789490217723
Verschenen in oktober 2008

Bestelinformatie

Bestel als ebook bij bol.com (€ 9,95)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 9,95)
Martine van Poeteren is journalist en werkzaam voor de KRO-NCRV. Ze is directeur/eigenaar van M4 Producties en sinds december 2016 hoofdredacteur van Biografieportaal. Naast lezen en schrijven is beeldhouwen een passie. Momenteel werkt ze aan een biografie van Afra Geiger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here