Monnik en mens. Beknopte biografie van Herman Verbeek

© Hans van Dijk / Anefo (cc0)

‘Ik probeer met veel mensen verbonden te zijn.’ Dat schreef Herman Verbeek in 1979 in een condoleancebericht aan mijn moeder. Uit de biografie Herman Verbeek (1936-2013): priester, politicus, publicist van Stefan van der Poel blijkt met hoevéél mensen Verbeek in contact stond. En ook hoeveel moeite hem dat soms kostte.

Het leven van Herman Verbeek had veel weg van een continue zoektocht naar geborgenheid. Die had hij in zijn jeugd in Groningen moeten missen. Als oudste zoon van een autoritaire en gewelddadige ‘dokter met kinderen’, gevolgd door een opleiding onder een ‘despotisch jezuïetenregime’ kwam hij liefdevolle aandacht tekort. Zijn vader, een vooraanstaand neurochirurg, leidde een ‘overspannen leven’ met uitbarstingen van blinde woede. Hij trapte zelfs eens naar een pater die de kleine Herman naar huis bracht na een ongeluk op het hockeyveld. In de kapel voelde Herman Verbeek zich wel veilig: ‘God sloeg niet en Jezus hing zelf geslagen aan het kruis.’ Zijn priesterwijding in 1963 maakte Vader, door Verbeek consequent met een hoofdletter aangeduid, niet meer mee. Hij had zichzelf van het leven beroofd.

Vrij theoloog

Na het onthutsende hoofdstuk over de jeugd van Verbeek, beschrijft Stefan van der Poel in thematische hoofdstukken Verbeeks overvolle leven als priester, politicus en publicist. Uit alles blijkt Verbeeks bijna onuitputtelijke daden- en manifestatiedrang. Hij nam initiatieven tot oprichting van woongroepen, organiseerde protestmarsen, ging debatten aan en had veel aandacht voor mensen in problematische omstandigheden. Hij liet een omvangrijk archief met correspondentie en teksten na.

Verbeeks priesterschap was vaak getekend door strijd. Hij voelde zich thuis in de wereld van vernieuwende Acht Mei Beweging na het Tweede Vaticaanse Concilie. Hij was onder andere betrokken bij de ‘basisbeweging’ De Vier Handen in Groningen en woonde in de gelijknamige leefgemeenschap. Na enige jaren legde hij zijn werk als parochiepriester neer en ging verder als ‘vrij theoloog’. Hoewel Verbeek altijd met de kerk van Rome verbonden bleef, stak hij zijn kritiek, zeker na de komst van de behoudende bisschop Eijk, nooit onder stoelen of banken. In zijn uitgebreide nalatenschap trof de biograaf het document ‘Waarom ik mijn 50-jarig priesterfeest niet vier’ aan. Teleurgesteld schrijft Verbeek: ‘Deuren en vensters werden met harde klappen dichtgesmeten en met loden sloten op slot gedaan.’ Verbeek was onder andere gekwetst door de bisschoppelijke afwijzing van homoseksuelen. Omzichtig schrijft Van der Poel over Verbeeks eigen homoseksuele geaardheid en zijn worsteling met het celibaat.

Herman Verbeek in gesprek met Ria Beckers, fractievoorzitter van de PPR © Rob Croes / Anefo (cc0)

Jezus als revolutionair

Van 1977 tot 1981 was Verbeek landelijk voorzitter van de PPR (Politieke Partij Radicalen) en tussen 1984 en 1994 afgevaardigde voor de PPR, die samenwerkte in het Groen Progressief Akkoord, in het Europees Parlement. Theologie en politiek vormden bij hem altijd een eenheid, laat Van der Poel goed zien: ‘Zijn streven was om geloof politiek te maken en politiek spiritueel.’ Het evangelie was voor Verbeek ‘tegenpolitiek’. Hij zag Jezus oftewel ‘rabbi Joshua’ als een revolutionair: ‘Die rabbi was zo gevaarlijk goed, zo radikaal voor vrijheid, gelijkheid en broederschap, zo’n eerlijke voorstander van delen van bezit, kennis en macht, dat hij uit de weg geruimd werd.’ Net als Jezus had hij daarom vooral oog voor de slachtoffers van de macht: “Bidden is voor mij vooral luisteren naar stemmen die niet worden gehoord.” De biograaf schrijft:

“De term ‘radicaal’ paste goed bij Herman. Het woord is afgeleid van ‘radix’ dat oorsprong, stam of wortel betekent. Er werd gekeken naar diepere oorzaken van politieke en maatschappelijke problemen.”

Velen hebben zich laten enthousiasmeren door Verbeeks pamfletten en artikelen. Als uitvoerend politicus was hij echter geen onverdeeld succes. Daarvoor was hij te hoekig, te emotioneel ook en vooral te weinig geneigd tot compromissen. Zijn vriend Jan ter Laak vond Verbeek ‘uiterst kwetsbaar’ en eigenlijk niet geschikt voor de politiek. Na een eerste periode van twee jaar in het Europees Parlement werd Verbeek in 1989 Europees lijsttrekker van een samenwerkingsverband van PPR, CPN, PSP en EVP. De afspraak was, opnieuw, dat hij zich na een halve periode terug zou trekken, ten gunste van de kandidaat van de PSP. In 1991 weigerde Verbeek dit. De ‘Kwestie Verbeek’ verdeelde de jonge partij Groen Links, toen het partijbestuur Verbeek uit de Groene fractie wilde verwijderen. Verbeek voelde zich ‘weggestuurd als een smerige straathond’ en bleef koppig lid van het Europees Parlement, maar onafhankelijk van zijn partij. In het tv-programma Het Zwarte Schaap uit 2001 toonde hij zich nog altijd emotioneel. In 1994 werd hij lijsttrekker voor De Groenen bij de Europese verkiezingen van 1994. Hij werd onder andere gesteund door collega-priesters Huub Oosterhuis en Jan van Kilsdonk en door oud-minister van Landbouw Sicco Mansholt, die hij ook ‘bijna als mijn eigen vader’ beschouwde. Hij haalde de kiesdrempel niet.

Priester in sjoel

Op de flaptekst ontbreekt informatie over de biograaf zelf. In de inleiding geeft Stefan van der Poel aan dat hij Verbeek kende en dat hij zijn biografeling daarom aanduidt als ‘Herman’. Enig zoeken leverde op dat historicus Stefan van der Poel onder andere publiceerde over het Joodse leven in Groningen. Hij heeft Verbeek wellicht ontmoet in de Stichting Folkingestraat Synagoge. In 1977 raakte Verbeek betrokken bij de strijd om het behoud van deze synagoge. Het was indertijd bepaald ongebruikelijk dat een katholieke priester aanwezig was bij een dienst in een Joodse sjoel, maar voor Verbeek kwam zijn betrokkenheid voort uit een gevoel van ‘verwantschap die sterker is dan alles wat mij van dezen wil scheiden’. Ruim twintig jaar was hij actief voor en met Joods Groningen. Hij organiseerde in de geredde synagoge tal van lezingen, leerhuizen en exposities. Zo kon hij onder meer uiting geven aan zijn grote fascinatie voor de chassidische ‘druksels’ van de Groningse kunstenaar Hendrik Werkman uit de oorlogsjaren. Werkmans werk vormde ‘een straal licht in die duistere tijd’, vond Verbeek, dat hem sterkte en troostte. De biograaf denkt dat Werkman uitgroeide tot een ‘vaderfiguur’ voor Verbeek. Dit hoofdstuk, ‘Priester in sjoel’, is wat mij betreft het boeiendste deel van de biografie en laat ook zien waarom tijdens de gedachtenisviering van de priester Verbeek het kaddisj werd uitgesproken, het traditionele Joodse gebed voor de doden.

Papier is mijn partner

Naast al zijn activiteiten vond Verbeek ook nog tijd om te schrijven. Hij schreef onder meer vele gedichten, of liever ‘zangen’, waarvan er enkele zijn opgenomen in de biografie. Zijn zangen worden gezien als seculiere kerkliederen. Sommige zijn daadwerkelijk op muziek gezet en op cd verkrijgbaar. Het zijn diep doorvoelde, inspirerende teksten van iemand die zichzelf ‘heftig van ziel’ noemde. Maar de biograaf vraagt zich af of Verbeek ze zelf ter harte nam: ‘Herman bezat vele talenten maar een grote mate van kritische zelfreflectie behoort daar niet toe.’ Een vriendin zei: ‘Het is zeer moeilijk om te bevatten dat iemand die zulke prachtige gezangen kan schrijven, tegelijk zo star en drammerig kan zijn.’ Veel waardering kreeg hij niet voor zijn, vaak in eigen beheer uitgegeven, publicaties, ook omdat hij soms zelfkritiek miste. Zo liep hij vast in een lang aangekondigde biografie van Sicco Mansholt, die hij opgelucht overdroeg aan Johan van Merriënboer.

Het schrijfproces zelf was in ieder geval onmisbaar voor Verbeek. Met pen en papier wist hij zich beschermd en opgewassen tegen de buitenwereld. De stilte en concentratie om te schrijven wist hij pas in zijn latere levensjaren echt goed te vinden. Toen kwam hij tot rust in zijn ‘zelfverkozen eenmansabdij’ in Groningen. Uiteindelijk noemt hij zichzelf: ‘Meer monnik dan maker. Meer beschouwelijk dan bedrijvig.’ In die laatste jaren werkte hij aan zijn autobiografie Toen daalde de duif. Herman Verbeek. Priester, politicus, publicist, die hij vlak voor zijn dood voltooide. Tot op het laatst hield hij eigenwijs de touwtjes in handen en regelde tot in de details zijn uitvaart.

Leven in verhalen

Stefan van der Poel presenteert zijn biografie bovenal als een verslag en analyse van Verbeeks persoonlijke en publieke worsteling. Hoezeer Verbeek ook zocht naar persoonlijke verbanden, hij had moeite om relaties vast te houden en menselijk contact kostte hem veel energie. Herman Verbeek was een moeilijke man: voor zichzelf, maar vaak ook voor de mensen om hem heen. In zijn mooie en samenvattende inleiding ‘Leven in verhalen’ geeft Van der Poel een verklaring voor Verbeeks moeizame omgang met anderen. Hij was zeer bevlogen en juist bevlogen mensen worden vaak bewonderd én verguisd:

‘Deze bewondering slaat echter gemakkelijk om in afkeer en andere negatieve gevoelens en associaties. Het feit dat zij wel principiële keuzes durven maken, roept vragen op omtrent de eigen opstelling, de conformerende volgzaamheid en de niet gemaakte keuzes. De vermeende morele superioriteit van de ander dwingt tot een kritisch zelfonderzoek. De ander houdt als het ware een spiegel voor, roept op het kompas te wijzigen, van de route af te wijken en het leven anders in te richten. Bij een dergelijke confrontatie kan de verleiding groot zijn om de morele weigeraar liever weg te zetten als een pedante betweter en spelbederver.’

Er wordt veel geklaagd over dikke biografieën, maar dit levensverhaal had van mij wel iets omvangrijker mogen zijn. In slechts 142 bladzijden geeft Van der Poel weliswaar een overtuigende analyse van Verbeeks persoonlijkheid, maar ik mis hier en daar wat achtergrondinformatie en verdieping. Heeft Verbeek als politicus werkelijk iets voor elkaar gekregen voor zijn speerpunten landbouw en milieu? Betekent zijn politieke erfenis nog iets voor het huidige Groen Links? Voor niet-katholieken was het handig geweest om enige uitleg te krijgen over de katholieke hiërarchie. Hoe kon Verbeek bijvoorbeeld leven als ‘onafhankelijk theoloog’?

Ik heb deze biografie boven alles gelezen als een tragisch verhaal over een in zijn jeugd beschadigde, eenzame man wiens grote verlangen naar gemeenschap en verbondenheid nooit gestild lijkt te zijn. Een pastor voor wie verhalen centraal stonden, citeert Van der Poel: ‘Als je iemand wilt leren kennen, moet je zijn verhalen horen. Als je het leven wilt leren kennen, moet je het verhaal van het leven horen.’ In zijn condoleancebrief aan mijn moeder nodigde Verbeek haar uit het verhaal van mijn jonggestorven vader te vertellen:

‘Wij kennen elkaar niet, hebben elkaar nooit van dichtbij gezien en gesproken. Maar dezer dagen werd me meegedeeld: een heel jonge PPR-er uit Zeeland is gestorven. […] Plotseling, 37 jaar – wat is het geweest? Ik probeer me voor te stellen, zonder jullie gezichten voor ogen, hoe het moet zijn als je zo jong je man moet verliezen en als je als kinderen zo vroeg al je vader mist. Ik sta erbij stil. Je moet weten dat ik als partijvoorzitter niet getrouwd ben, ik ben namelijk priester. Ik probeer met veel mensen verbonden te zijn. Nu ook met jou, zo ver weg en anoniem.’

Ik vrees dat ze hem nooit teruggeschreven heeft.

Herman Verbeek (1936-2013): priester, politicus, publicist
Stefan van der Poel,
Verloren,
ISBN 9789087048327
Verschenen in maart 2020

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 18,00)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 18,00)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here