Gerard Heineken, de vergeten brouwer

Amsterdam stonk, toen Gerard Heineken op 28 september 1841 het levenslicht zag in het ranke grachtenpand aan de Singel 324, dat ooit had toebehoord aan burgervader Cornelis Pietersz. Hooft. Het afval stapelde er zich op, de lijkenlucht rondom de kerken was niet de harden, de grachten waren sterk vervuild. De ondernemersgeest van de Gouden Eeuw had plaatsgemaakt voor die van Jan Salie, “de patroon aller slaapmutsen”, zoals Potgieter hem vereeuwigd heeft. Annejet van der Zijl beschrijft in haar biografie van Gerard Heineken in barokke tonen hoe smerig Mokum in het midden van de negentiende eeuw was en hoe weinig de oude regentenkliek, die van de “eerste coterie”, zich gelegen liet liggen aan het verval van “de Keizerin van Europa” (Vondel).
Hoe anders stond de stad er een halve eeuw later voor. Gerard Heineken maakte deel uit van een generatie die een ongekende dadendrang aan de dag legde en zo de “tweede Gouden Eeuw” mogelijk maakte, die van het Concertgebouw en de Stadsschouwburg, het Centraal Station en het Rijksmuseum. De vergeten brouwer van de Heinekendynastie speelde een belangrijke rol in de heropleving van de stad. Dat aspect van zijn leven interesseerde Van der Zijl. Zijn biografie zou ook een geschiedenis van Amsterdam in de tweede helft van de negentiende eeuw behelzen. En die is de moeite van het vertellen waard. Daarnaast was er het familiegeheim, het verhaal, waarop Van der Zijl inmiddels een patent schijnt te hebben. Haar biografieën, die van Anne M.G. Schimdt en prins Bernhard, zijn altijd spannend. Dat geldt ook voor Gerard Heineken. De man, de stad en het bier.

De publieke zaak

Gerard Heineken wist niets van het vak toen hij in 1863 van zijn vaderlijke erfdeel de eeuwenoude maar zieltogende brouwerij De hooiberg aan de Nieuwezijds Voorburgwal kocht. Hij had de tegenwoordigheid van geest een Duitse brouwmeester aan te trekken, de temperamentvolle bullebak Wilhelm Feltmann. Die leerde zijn vakbroeders hoe je ondergistend bier moest brouwen, dat helderder en lichter van smaak was dan de traditionele bieren van hoge gisting. Heineken was een ondernemer van de nieuwe tijd. Hij introduceerde stoommachines in zijn fabriek en dacht al snel aan uitbreiding aan de rand van de stad. In 1865 kocht hij een perceel bij het voormalige bolwerk De Wetering en contracteerde hij een nog totaal onbekende architect, Isaac Gosschalk, die een uiterst modern fabriekscomplex aan de toekomstige Stadhouderskade ontwierp. Heineken had het geluk aan zijn zijde. Door het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog in 1870 kwam de import van Beiers bier stil te liggen en nam de vraag naar zijn gerstenat enorm toe. Wel kreeg hij concurrentie te duchten van drie jonge ondernemers, die in de weilanden aan de oostkant van de stad een nieuwe brouwerij oprichtten. Heineken zocht een strategische alliantie met d’Oranjeboom in Rotterdam om De Amstel het hoofd te kunnen bieden.

Heineken was een exponent van het sociaalliberalisme, de arbeidsomstandigheden voor zijn personeel waren zonder meer goed. In het voetspoor van Samuel Sarphati was hij de publieke zaak hartstochtelijk toegedaan. “Heilig gelovend in de zegeningen van de nieuwe tijd, waren de jongens ervan overtuigd dat die niet beperkt mochten blijven tot de rijke bovenlaag waaruit ze zelf afkomstig waren.” Tot groot ongenoegen van zijn brouwmeester stak Heineken veel tijd en energie in zijn kunstverzameling en in de publieke ontsluiting daarvan. Heineken had een prominente rol in de totstandkoming van het Rijksmuseum dat in 1885 zijn deuren opende. Hij investeerde in het Noordzeekanaal en de aanleg van het Vondelpark. Daarnaast schonk hij Amsterdam een uitgaansleven – Die Port van Cleve in de voormalige brouwerij aan de Nieuwezijds Achterburgwal, ontworpen door Gosschalk, had kosmopolitische allure en hij was aandeelhouder van het Amstelhotel. Natuurlijk bedong hij steevast dat er alleen zijn bier getapt mocht worden.

Schandaalkroniek

Waarom is deze grondlegger van het bierimperium zo in de vergetelheid geraakt? Zijn persoonlijke archief is grotendeels vernietigd door Henry Pierre Heineken, zijn troonopvolger en onechte zoon.

Gerard Heineken trouwde in 1871 met een meisje van adel, Mary Tindal, wier vader aan het hof van Willem III vanwege zijn wellicht meer dan vriendschappelijke betrekkingen met koningin Sophie in ongenade was gevallen. Het huwelijk scheen kinderloos te blijven, totdat Mary op vierendertigjarige leeftijd alsnog in verwachting raakte. Meteen waren er de geruchten dat niet Gerard maar huisvriend Julius Petersen de verwekker was. Die geruchten werden breed uitgemeten in een schandaalkroniek die in 1890 werd uitgegeven, Achter de schermen! Onthullingen uit onze ‘deftige’ kringen.
Willy Tindal was de jongere zus van Mary en het lelijke eendje van de familie, voorbestemd om als gouvernante een oude vrijster te worden. Haar verloving met Hans von Barnekow in 1884 beschouwde ze als een godsgeschenk, zelfs toen uit Duitsland de eerste berichten kwamen dat deze Freiherr een pathologische bedrieger was, die een spoor van schulden tijdens zijn odyssee door Europa had achtergelaten. Het stel raakte gebrouilleerd met Gerard Heineken en zijn eega, zeker toen Heineken weigerde dit kansloze huwelijk financieel te ondersteunen. De wraak van Von Barnekow was meedogenloos. Niet alleen Heineken, maar de hele jetset van Amsterdam werd in de schandaalkroniek, waarvan Von Barnekow onmiskenbaar de auteur was, te kakken gezet. Gerard Heineken kreeg de rol van hoorndrager toebedeeld, hij was de ‘talk of the town” en de schlemiel die zich door zijn lieftallige echtgenote liet belazeren. Hoezeer het publieke schandaal aan hem gevreten heeft, weten we niet. Feit is dat hij drie jaar later, tijdens een aandeelhoudersvergadering in De eensgezindheid aan het Spui, plotseling in elkaar zakte en stierf in de armen van Wilhelm Feltmann, de brouwmeester die zijn naam groot had gemaakt.
De brouwerij raakte tijdens de crisis van de jaren dertig en de oorlog in het slop, en de familie Heineken verloor zijn meerderheidsaandeel, totdat een zekere Freddy besloot in de voetsporen van zijn grootvader te treden.

Gerard Heineken. De man, de stad en het bier is een meeslepende biografie, zoals we van Annejet van der Zijl gewend zijn. Het boek roept vragen op, die ook zij niet weet te beantwoorden. Zo is het opmerkelijk dat Julius Petersen na de geboorte van Henry Pierre kind aan huis bleef bij de Heinekens. Dat getuigt wel van een heel erg liberale gezindheid, waarvan je als lezer het fijne wilt weten. De bronnen geven door de grote schoonmaak van Henry Pierre in het familiearchief weinig soelaas, maar wellicht had Van der Zijl ook deze affaire in een historische context kunnen plaatsen. In 1905 trad Mary in het huwelijk met Julius Petersen en deed ze openlijk afstand van het familiegraf van de Heinekens op Zorgvlied. Een opmerkelijke dame, van wie Freddy het in zijn kleuterjaren doodsbenauwd kreeg. Die biografie moet nog geschreven worden.

Gerard Heineken. De man, de stad en het bier
Annejet van der Zijl
Uitgeverij Querido
ISBN 9789021455440
Verschenen februari 2014

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 19,95)
Bestel hier als E-book bij bol.com (€ 13,99)
Koop bij bol.com

Gerelateerde berichten

Freddy Heineken

Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here