Freek: een intellectueel in het theater

Rob Hartmans schreef het vlak voor de zeventigste verjaardag van Freek de Jonge gepubliceerde Freek, de cultuurkritiek van een komiek niet als biografie, maar als een essay over de ideeën in en achter het werk van Freek en over de ontwikkeling in die ideeën. In het woord vooraf beschrijft Hartmans hoe hij in 1977 als achttienjarige student uit de provincie Bram en Freek voor het eerst ziet optreden in Carré en hoe ‘de sfeer van revolte en het lef waarmee Freek er van alles uitflapte’ hem meteen aanspreekt. Hij herinnert zich hoe groot het contrast was met zijn ouders thuis in de Zaanstreek voor wie engagement hard werken betekende, jaarlijkse vakanties, om de paar jaar een nieuwe auto en een goede opleiding voor hun kinderen. Ouders die Seth Gaaikema bewonderden of Wim Kan. Die de linkse praat van De Jonge afdeden met dat hij nu eenmaal de oorlog niet had meegemaakt. En die hem –zeker na het interview van 28 juni 1969 in de Volkskrant waar hij samen met Bram Vermeulen het Nederlandse cabaret neersabelt- arrogant noemden.
Hartmans karakteriseert de Jonge als intellectueel, ‘iemand die vervelende vragen stelt, die het vanzelfsprekende ter discussie stelt en daarmee het debat aanzwengelt of verder helpt’. Maar anders dan de meeste intellectuelen schrijft hij geen boeken, essays of artikelen. ‘Wie wil weten wat Freek de Jonge ons te vertellen heeft, moet hem daar bekijken waar hij thuishoort: in het theater’. De auteur bespreekt de ontwikkeling van Freek in relatie tot de maatschappelijke ontwikkelingen van de jaren vijftig tot en met de jaren tien van de eenentwintigste eeuw en dat doet hij overtuigend.

Grenslijnen

Rob Hartmans’ woord vooraf maakt zijn boek interessant voor al die andere provincialen (en stedelingen) die jong zijn geweest ergens tussen 1965 en 1980, de tijd tussen de opkomst van Provo en de rellen tijdens de inhuldiging van Beatrix. Mèt Freek durven zij vraagtekens te zetten bij hun verzuilde –of in de woorden van de auteur ‘begrensde’- achtergrond. Of je nu opgroeide binnen katholieke, protestantse of socialistische grenslijnen, of je misschien een paar jaar jonger was dan hij, de jeugd van Freek de Jonge in een wederopbouwbuurt was de jouwe. En hoewel in die jaren de welvaart toenam en het kerkbezoek verminderde, herkende je de orde, de regels, de zekerheid en het vertrouwen in degenen die het voor het zeggen hadden. Herkenbaar was hoe over emotionele kwesties en leed binnen het gezin niet werd gesproken. En hoe de buitenwereld met z’n films, nieuwe muziek, modernistische kunst en politieke ontwikkelingen die door je ouders buiten de deur werd gehouden, groot en goeddeels onbegrijpelijk was, maar tegelijk oneindig interessant en bovendien JOUW TOEKOMST. In dat kader is de ontmoeting van het jongetje Freek met Karel Appel veelzeggend. Appel die een muur beschildert in de kerk waar Freeks vader predikant is, maakt met zijn non-conformistische ‘ik rotzooi maar wat an!’ grote indruk. Freek is dan ook diep verontwaardigd over het besluit van het kerkbestuur om de muurschildering te laten overschilderen omdat die niet passend zou zijn.

De progressieven

Van meet af aan worden Bram en Freek, die elkaar ontmoetten bij het Amsterdamse studentencorps, omarmd door een jong hoogopgeleid links publiek dat zich afzet tegen een materialistische oppervlakkige samenleving. Een publiek waar je bij wilt horen. Een publiek ook dat jouw ouders wegzet als ‘het klootjesvolk’. Zij, de angsthazen, worden in de liedteksten van Neerlands Hoop neergesabeld, terwijl de underdog als winnaar uit de bus komt. In 1978 spreken Bram en Freek zich met Bloed aan de Paal uit tegen deelname van Oranje aan het WK in Argentinië. Tegelijk worden in hun teksten vragen gesteld bij de persoonlijke emoties die de verworvenheden van een nieuwe tijd met zich meebrengen: echtscheiding, abortus, eenzaamheid.
In 1980 gaat Freek de Jonge solo verder. Het is de tijd van de grote kernwapen-demonstraties en de crisis, van de kraakbeweging. Zijn soloprogramma De Komiek slaat in als een bom en dat geldt ook voor de programma’s die volgen. Tegelijk wordt steeds vaker de vraag gehoord hoe aanhangers van links het moralisme ten opzichte van hun politieke tegenstanders kunnen rechtvaardigen terwijl zij tegelijk neerkijken op iedereen die nog gelooft in een algemeen geldende moraal. Moet niet iedereen kunnen leven hoe hij wil? In een interview in de Volkskrant (1981) geeft Freek aan dat de keuze van de mens niet draait om wel of geen kernbom, maar of je in staat bent je eigen leven voldoende in evenwicht te brengen. Als zoon van een vader die eerder hechtte aan verhalen dan aan dogma’s vraagt hij aandacht voor mythisch denken, voor de verwondering. Mèt Freek dringt tot zijn fans van het eerste uur door dat vrijheid niet hoeft te betekenen dat je de basiswaarden van je opvoeding zomaar als waardeloos terzijde schuift.

Zeggingskracht

Hartmans’ beschrijving van de betekenis van Freek in de jaren zeventig en tachtig is het meest boeiende deel van zijn boek. De Jonges wereldbeeld in die jaren kan moeiteloos worden afgezet tegen de maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland. Daarmee geeft de auteur de jongeren van toen inzicht in hun eigen verhouding tot Freek en die van hun ouders. Hij blikt met hen terug naar de decennia waarin zij volwassen werden. Wanneer Hartmans de betekenis van Freek probeert te duiden in de nihilistische jaren negentig en de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw, blijkt dat beduidend lastiger. Voor de lezer is het ingewikkeld het gedachtegoed van Freek te volgen in relatie tot wat er in die tijd maatschappelijk voorvalt. Het is alsof er teveel woorden gebruikt worden. In dat kader is het jammer dat de uitzending van Zomergasten (20 juli 2014) waar Freek te gast was niet meer in het boek kon worden meegenomen. De manier waarop De Jonge daarin (zelf)vertrouwen, discipline en concentratie als basis voor een geslaagde zelfontplooiing noemt, had wellicht structuur gebracht.
Of misschien leent het maatschappelijke perspectief dat Hartmans heeft gekozen zich gewoon minder voor een beschrijving van deze jaren, waar bij De Jonge duidelijke stellingname plaats heeft gemaakt voor meer nuance. Het zou kunnen zijn dat zich hier een gebrek aan aandacht voor zijn artistieke ontwikkeling wreekt. Niet alleen wat hij te zeggen heeft, maar vooral hoe hij dat verbeeldt, bepaalt misschien in deze tijd zijn zeggingskracht.
Hartmans voelt zich sterk met Freek de Jonge verbonden; ze komen beiden uit de Zaanstreek en in zijn dankwoord vertelt hij dat de voorstelling Stroman en trawanten een rol heeft gespeeld in zijn liefdesgeluk. Die expliciete verbondenheid biedt de lezer de mogelijkheid te lezen vanuit het perspectief van de komiek zelf èn van zijn bewonderaar. Freek, de cultuurkritiek van een komiek is een met veel vaart geschreven tijdsdocument dat tot nadenken stemt en waarbij de lezer af en toe even op adem kan komen bij één van de prachtige liedteksten van Freek de Jonge.

Wees niet bang
Je bent een van de velen
Tegelijk is er
Maar een als jij
Dat betekent dat
Je vaak zal moeten delen
Soms zal moeten zeggen
Laat me vrij

Freek, de cultuurkritiek van een komiek
Rob Hartmans
Uitgeverij Ambo/Anthos
ISBN 9789026327193
Verschenen in augustus 2014

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 18,99)

Koop bij bol.com

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 18,99)

DELEN
Erna van Koeven

Erna van Koeven rondde in 1989 de studie Nederlandse taal- en letterkunde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam af en promoveerde in 2011 bij de letterenfaculteit aan dezelfde universiteit. Zij is werkzaam bij de afdeling educatie van de Hogeschool Windesheim te Zwolle. Ze is betrokken bij de lerarenopleiding basisonderwijs en verzorgt colleges aan de opleiding taal- en leesspecialist van de Master al Educational Needs (EN). Ze voert scholingstrajecten uit in voornamelijk het basisonderwijs en het mbo. Daarnaast werkt ze twee dagen per week als onderzoeker voor het Kenniscentrum van de afdeling Educatie. Ze werkte mee aan verschillende vakgerichte publicaties voor educatieve uitgevers over taaldidactiek en jeugdliteratuur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here