De Weltschmerz van Franz Schubert

Kun je het leven van een componist ‘terughoren’ in zijn werk, zo vraagt Robert Joost Willink zich af in Onvoltooid leven. Franz Schuberts Schmerz en de schaduw van Beethoven? Of heeft dat werk een innerlijke ontwikkeling, die losstaat van de beslommeringen van alledag? Beslommeringen waren er in het leven van Franz Schubert genoeg: een getroebleerde verhouding met de vader, de verbroken verloving met Therese Grob, wier ouders een trouwpartij met een artisieke ZZP-er in onzekere tijden niet zagen zitten en de syfilisbesmetting in 1822, de ‘straf van Venus’ voor zijn liederlijke levensstijl. Het moet gezegd: na zijn doodstijding wordt het werk nog briljanter, hartverscheurender en intenser van aard. Winterreisse , het Kwintet in C-majeur en de 4 Impromptus zijn stuk voor stuk postuum gepubliceerd. Aan de andere kant: Erlkönig en Der Tod und das Mädchen (het lied, niet het strijkkwartet) componeerde Schubert toen hij respectievelijk 17 en 20 was, geruime tijd voor die besmetting dus. Willink staat in zijn biografie uitgebreid stil bij de meest wilde theorieën in de ‘uitlegkunde’ of hermeneutiek van Schuberts leven en werk. Zoals die van Susan McClary, die na een hoorcollege met haar studenten de LBHT’ers onder hen gelijk moest geven: het Andante van de ‘Unvollendete’ moet wel door een homoseksueel gecomponeerd zijn. Ergo, Schubert was van de herenliefde. Vandaar die uitgebreide vriendenschare die hij zijn leven lang om zich heen verzameld heeft. Ook de vermeende manisch-depressieve aard van Schubert is voor de zielenknijpers onder de musicologen gefundenes Fressen. Die nerveuze afwisseling van majeur- en mineurakkoorden en het krankzinnige tempo van zijn modulaties is net een verklankte bipolaire stoornis eigenlijk. Dat iedere vogel zingt zoals hij gebekt is, zal zeker ook voor componisten gelden, maar het heeft natuurlijk iets zots om in een muziekschrift op voorhand een versleutelde biografie te lezen. Dat is het paard achter de wagen spannen.

Beethoven

Willink zit met zijn interpretatie ergens in het midden tussen een biografische en analytische duiding van Schuberts muzikale oeuvre. Schubert voelde zich wel degelijk de ongelukkigste mens op aarde en constateerde dat zijn toehoorders vooral genoten van het werk dat van die ellende het meest doordrenkt was. Maar hij doelde daarmee niet op zijn ziekte, het ging hem om zijn kwelgeest: de briljante, alles verzengende, kolossale Ludwig van Beethoven. Wat viel er na hėm nog te componeren? In feite is het late werk van Schubert – zo vanaf de herfst van 1816, toen zijn leerperiode bij Antonio Salieri was afgerond – een zoektocht naar het antwoord op die vraag. Willink suggereert zelfs dat niet zozeer de syfilis Schubert gesloopt heeft, maar zijn koortsachtige titanenstrijd met Beethoven. In ieder geval wijst hij het idee van de hand dat Schubert als een bezetene componeerde vanwege magere hein die hem op de hielen zat. Het is maar zeer de vraag of Schubert de onvermijdelijkheid van zijn lot in volle omvang besefte. Enkele weken voor zijn dood begon hij nog een opleiding bij de Weense muziekpedagoog Simon Sechter. Schubert wilde de contrapunt onder de knie krijgen, want na het beluisteren van Händel concludeerde hij dat het daaraan in zijn composities nogal schortte, zijn enkele fuga’s ten spijt.

Benepen klimaat

Willink plaatst de gigantische nalatenschap van Schubert in zijn historische context, de Biedermeierperiode die na de beëindiging van de Napoleontische oorlogen aanving. Klemens von Metternich had in het Habsburgse rijk een ware politiestaat gevestigd die de sfeer danig verpestte in Wenen: een alomtegenwoordige staatspolitie moest erop toezien dat liberale oprispingen van liberté, egalité en fraternité resoluut de kop in werden gedrukt. In dat benepen klimaat speelde het leven zich voornamelijk in het verborgene af. Een politieke discussie werd binnenskamers gevoerd. Of was iets voor de talloze koffiehuizen die in Wenen te vinden waren. Ook op de muziek had dat klimaat zijn weerslag: met ‘kamermuziek’ verdiende je meer dan met orkestrale composities als een symfonie. Schubert componeerde graag quatre-mainsstukken want die brachten geld in het laatje. In de stad was gezellig samen muziek maken thuis een aangenaam en bovenal veilig tijdverdrijf.

Schubart

Zijn eigen Schubertiades waren legendarisch. Tijdens de bijeenkomsten met vrienden werd er niet alleen gemusiceerd, maar ook met de nodige drank over politiek, literatuur en kunst gesproken. De meest memorabele is die van 11 maart 1825 toen zijn vrienden een ‘Somnambuliste’ hadden uitgenodigd. Slaapwandelaarster Louise Mora raakte volledig in trance door de composities van Schubert. Met het experiment wilden de vrienden de theorie van Christiaan Friedrich Daniel Schubart bewijzen die hij in Ideen zu einer Ästhetik der Tonkunst had vastgelegd. Volgens Schubart had je twee verschillende ‘toonaarden’: gekleurd of ongekleurd. De gekleurde toonaarden veroorzaken melancholische of juist wilde, hartstochtelijke gevoelens. Zo kreeg iedere toon zijn eigen emotionele lading, waardoor er een palet van muzikale uitdrukkingsvormen voor het menselijke gemoed ontstaat. Voor Beethoven en Schubert was Schubart een leidraad in hun composities. Der Tod und das Mädchen (het strijkkwartet en het lied) schreef Schubert in d-klein: de toonaard van de ‘zwaarmoedige vrouwelijkheid’.

Vanzelfsprekend las ik Een onvoltooid leven met heel wat Schubert op de achtergrond. En vanzelfsprekend doe ik dat anders nooit: lezen vergt rust en regelmaat, niet een door een Adagio aangegrepen innerlijk. Maar door het enthousiasme van Willink kun je bijna niets anders. Hij gidst je door het werk van Schubert. Bovenal is Een onvoltooid leven een goed geschreven, meeslepende biografie met een eigenzinnige invalshoek. Of Schubert en Beethoven elkaar persoonlijk kenden zal wel altijd een twistpunt blijven onder biografen. Willink twijfelt er geen moment aan dat ze elkaar een paar keer hebben ontmoet, Schubert was niet voor niets een van de fakkeldragers bij de uitvaart van Beethoven. Maar wat Willink vooral duidelijk maakt is dat Schubert in de tweede helft van zijn leven een permanente dialoog heeft gevoerd met een weliswaar verre maar alomtegenwoordige vriend. Ludwig van Beethoven.

Een onvoltooid leven. Franz Schuberts Schmerz en de schaduw van Beethoven
Robert Joost Willink
Uitgeverij Eburon
ISBN 978-94-6301-280-5
Verschenen in juli 20020

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 29,50)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 29,50)
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor de Volkskrant,Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here