Christiaan Huygens: een helder licht, overschaduwd door Newton

Christiaan Huygens in 1671 op een portret van Caspar Netscher

Stel je eens voor dat je naast het buitenhuis Hofwijck staat, bij Voorburg, in 1663. Vlak voor je legt Christiaan Huygens aan Spinoza uit hoe je de ringen van Saturnus kunt zien. Of stel je voor dat je in 1689 een lezing van de Royal Society bijwoont, in Londen. Daar legt Huygens aan Newton uit hoe je de breking van licht en de werking van zwaartekracht kunt verklaren.

We kennen Huygens (1629-1695) vooral als de uitvinder van het slingeruurwerk of de ontdekker van de ringen van Saturnus met zijn zelfgebouwde telescopen, en niet als netwerker in de vroegmoderne wetenschap.

Dit soort ontmoetingen vormt echter bepaald geen uitzondering in Hugh Aldersey-Williams’ biografie Een eeuw van licht. Het leven van Christiaan Huygens. Huygens, en zijn invloedrijke vader Constantijn Huygens, verkeren in de hoogste politieke, wetenschappelijke en artistieke kringen van Europa. Vader Constantijn was secretaris van Frederik Hendrik en later van Willem II. Nadat zijn vrouw Susanna in 1637 overleed, stond hij er alleen voor bij het grootbrengen van hun vier kinderen (Christiaan, Constantijn junior, Lodewijk en Susanna). Hij benadrukte in hun opvoeding het belang van een brede opleiding. Hij stuurt de kinderen echter niet naar school, omdat hij het lesprogramma te beperkt vindt. In plaats daarvan krijgen ze les in ‘klassieke en moderne talen, wiskunde, theologie, logica en filosofie, evenals paardrijlessen, schermen, dansen, muziek, en tekenen en schilderen.’

De erfenis van Constantijn

Al snel blijkt dat Christiaan een groot talent heeft voor de wetenschap, zijn oudere broer Constantijn gaat net als hun vader de politiek in (Lodewijk zal wat losbandiger en ondeugender zijn en krijgt alleen via vaders inmenging een baan; Susanna is als vrouw gebonden aan het stichten van een gezin, al speelt ze als nieuwsverbreider wel degelijk een grote rol binnen het gezin). Aldersey-Williams spendeert veel tijd en ruimte aan vader Constantijn, maar dat heeft een functie: naarmate het boek vordert krijg je steeds meer inzicht in de diepgaande invloed die de vader op Christiaan moet hebben gehad. Het was vader Constantijn die Hofwijck liet bouwen, waar Christiaan zijn astronomische observaties deed en zijn lenzen sleep.

Het was ook Constantijn die hem een ingang gaf in de Parijse wetenschap. In de zeventiende eeuw bestond de wetenschappelijke gemeenschap in de Lage Landen uit een aantal weliswaar zeer geniale maar geïsoleerde denkers zoals Descartes en Cornelis Drebbel, die dan ook al snel weer naar het buitenland vertrekken.

Een pendule en de Horologii Oscillatorii, gepubliceerd in 1673

Thuis en uit in Parijs en Londen

Ook voor Christiaan lonkt het buitenland. In Parijs en Londen begint men met het opzetten van wetenschappelijke genootschappen: de Royal Society, waarvan Christiaan het eerste buitenlandse lid is, en de Académie Française, die Huygens helpt op te richten. Via dat netwerk leert hij Pierre Gassendi, Gottfried Leibniz, Henry Oldenburg, Robert Boyle, Henri Pascal en uiteindelijk ook Isaac Newton kennen.

Dát, zo laat Aldersey-Williams zien, is een van Huygens’ grootste verdiensten geweest: dat hij inzag dat de wetenschap zich niet tot landsgrenzen beperkt, en dat een internationaal netwerk onontbeerlijk is om ideeën te toetsen en experimenten te delen. Af en toe gaat dat ook fout: zo krijgt hij ruzie met Newton over de aard van het licht, en raakt hij in een felle patentenstrijd verwikkeld met wetenschappers die claimen het slingeruurwerk eerder te hebben uitgevonden. Die strijd zal Huygens letterlijk hoofdbrekens kosten, wanneer hij door de stress last krijgt van ‘winterkoorts’, hevige hoofdpijnen en ‘melancholie’. Aan het eind van zijn leven worden die steeds frequenter, op zijn sterfbed begint hij te hallucineren en roept hij ‘goddeloze dingen’.

Over Christiaans schouder meekijken

Het fijne van dit boek is de manier waarop we echt over Huygens’ schouder meekijken. Als hij en zijn broer Constantijn lenzen slijpen, kun je het bijna horen:

Wie van de broers zwengelt aan de hendel waarmee de draaischijf in beweging wordt gebracht? En wie houdt het glas vast dat geslepen moet worden (…) Zelfs als de draaischijf rondsnort, is het een contemplatieve bezigheid. De slijpmiddelen zijn zo fijn dat het slijpen zelf weinig geluid maakt. Er komen geen vuur en rook bij te kijken en het ruikt bijna niet. Alleen het zachte houten ritme van de katrollen doorbreekt de stilte tot een van hen iets zegt.

Maar Aldersey-Williams overstijgt het beschrijvende niveau ook, en plaatst Huygens’ leven en werk in context. Het wordt zo duidelijk dat Huygens een brug vormt tussen de meer speculatieve ‘natuurfilosofie’ uit zijn vaders tijd (de term ‘wetenschap’ bestond toen nog niet) en later de empirisch onderbouwde theoretische vakdiscipline die hij helpt vorm te geven. Hij kan als tekenaar zijn ideeën concreet maken en heeft een groot talent voor het bouwen van door hemzelf ontworpen uitvindingen. Bovendien benut hij zijn wiskundige talent door het toe te passen op de natuurkunde, zonder te vervallen in vrijblijvend gespeculeer. In beide opzichten was hij absoluut een pionier.

Overschaduwd en licht

Aldersey-Williams betoogt ook op overtuigende wijze dat de waardering van Isaac Newton – die soms in de buurt komt van heiligenverering – het genie van Huygens heeft overschaduwd, waardoor hij lang niet zo bekend is geworden als zijn Engelse collega. Een gemiste kans, maar de schrijver doet een geslaagde poging hem weer in eer te herstellen. ‘Misschien heeft elk tijdperk maar plek voor één genie,’ schrijft Aldersey-Williams, maar de zeventiende eeuw had er minstens twee.

Een thema dat steeds terugkeert, en ook in de titel, is het licht. Huygens’ theorie van lichtbreking is minder bekend, maar daarom niet minder revolutionair. Hij was een van de eersten die licht als een golf beschreef, en niet als deeltje, waardoor hij beter kon verklaren hoe licht breekt. Bovendien speelde het licht dat van verre sterren komt en reflecteert op planeten natuurlijk een grote rol bij zijn werk als astronoom.

Een eeuw van licht is een heerlijk boek, makkelijk verteerbaar maar wel heel voedzaam: Aldersey-Williams heeft een groot talent om ingewikkelde zaken (zoals de woelige politieke situatie tussen Frankrijk, Engeland en Nederland, of de werking van een slingeruurwerk) inzichtelijk te maken. Daarbij kon ik eigenlijk slechts één kanttekening maken: verklarende illustraties hadden de passages over uurwerken, planetenbanen en het slijpen van lenzen zeker nog iets inzichtelijker gemaakt. Maar dat is een niemendalletje, en werpt zeker geen schaduw op deze heldere biografie.

Een eeuw van licht. Het leven van Christiaan Huygens
Hugh Aldersey-Williams
Vertaald uit het Engels door Ineke van den Elskamp en Gertjan Wallinga
Thomas Rap
ISBN 97894000405561
Verschenen in september 2020

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 29,99)
Bestel als ebook bij bol.com (¤ 14,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 29,99)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 14,99)
Laura Molenaar studeerde Logica aan de Universiteit van Amsterdam, daarvoor studeerde zij wiskunde en filosofie. Zij schreef onder andere voor dagblad Trouw en de filosofiewebsite van de Koninklijke Bibliotheek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here