Arthur Schopenhauer was zeventien toen zijn vader zelfmoord pleegde. De erfenis maakte hem financieel onafhankelijk, zodat hij zich voortaan op zijn filosofische bouwwerk kon richten. Maar de suïcide dwong hem ook tot de hoofdvraag in zijn wijsgerige beschouwingen: is het leven de moeite waard om geleefd te worden? De Britse filosoof en Schopenhauerkenner David Bather Woods schreef een buitengewoon vermakelijke en vrij toegankelijke biografie van deze sombermans, die het pessimisme tot levenskunst had verheven.
Als koopmanszoon was Arthur Schopenhaur eigenlijk voorbestemd om het familiebedrijf van zijn vader voort te zetten, maar de ouders ontdekten al snel dat hij daarvoor de sociale vaardigheden miste. Zijn grande tour door Europa – de studiereis die een jongvolwassene van aanzien in zijn breekjaar maakte – werd een faliekante mislukking. Schopenhauer was vanaf kinds af aan een eenzaat, een Einzelgänger, die het gezelschap van zijn medemensen nauwelijks kon verdragen. ‘Vanaf mijn vroege jeugd waren mijn dromen over geluk altijd verbonden met taferelen van afzondering, eenzaamheid, rust, vredigheid en het genieten van mijn eigen gezelschap,’ blikte hij terug. Je kon maar beter alleen zijn.
Verveling
Dat werd ook de belangrijkste levenswijsheid van zijn hoofdwerk, De wereld als wil en voorstelling. De mens wordt door verveling tot sociaal verkeer gedreven, betoogde Schopenhauer, maar die omgang is ook een onuitputtelijke bron van lijden en ongeluk. In zijn fabel van de stekelvarkens proberen de diertjes zich op een barre winterdag aan elkaar te warmen, maar ze ontdekken al snel dat die toenadering tot de nodige verwondingen leidt. Gepaste afstand – goede manieren, hoffelijkheid – maakt het leven enigszins draaglijk. En het ware levensgeluk is in een solitair bestaan te vinden. “Wie niet van de eenzaamheid houdt, die houdt ook niet van de vrijheid; want uitsluitend wanneer we alleen zijn, zijn we vrij.”
Schopenhauer kreeg met die boodschap enigszins succes toen hij in 1851 Parerga en paralipomena (‘’aanvullingen en bijvoegsels”) publiceerde, dat als een soort gids voor het goede leven moest dienen. De blijde boodschap die hij daarin verkondigde was dat het weinige levensgeluk alleen in een absoluut solitair bestaan te vinden is. Hij verwierp de aanname van Kant – een van zijn leermeesters – dat suïcide een vergrijp is tegen de hele mensheid, een voortvloeisel uit de categorische imperatief. Schopenhauers zwartgalligheid viel – drie jaar na de deceptie van het revolutiejaar 1848 – bij menigeen in goede aarde. Hij had, na het oorverdovende stilzwijgen bij de publicatie van zijn hoofdwerk in 1818, De wereld als wil en voorstelling, eindelijk een beetje succes.

Mammie
Het was zijn moeder die hem in 1818 aan een uitgever had geholpen, maar daarvoor kreeg ze van zoonlief geen enkele erkenning. Johanna Schopenhauer was als auteur van reisboeken en romans veel succesvoller dan haar onbeholpen zoon, die in haar literaire salon in Weimar een pover figuur sloeg naast giganten als Goethe en Schiller. Zij had de contacten en het flegma om zich in de Republiek der Letteren staande te houden, terwijl Arthur een auteur in de marge bleef. Toen Schopenhauer negentien was liet ze hem weten:
“Je bent geen slecht mens, het ontbreekt je niet aan geest, je hebt alles wat je tot een sieraad van de menselijke maatschappij zou kunnen maken. Bovendien ken ik je gemoed en weet ik dat weinigen beter zijn, maar desondanks ben je lastig en ondraaglijk, en ik beschouw het als hoogst bezwaarlijk met jou te leven.”
Zijn onhebbelijke karakter stond in schril contract met zijn grote intelligentie. “Als je minder was dan zoals je bent, zou je alleen belachelijk zijn; nu ben je uiterst ergerlijk.” De band met zijn moeder was zo gespannen dat die rond 1820 nagenoeg verbroken werd. “Ze is een goede romanschrijver, maar een slechte moeder,” zo maakte Schopenhauer rond dat tijdstip de balans op. Desalniettemin legde hij een hele verzameling levensverhalen aan van uitzonderlijke mannen die een uitzonderlijk intelligente moeder hadden: Johann Wolfgang von Goethe, Friedrich Schiller, Francis Bacon, Walter Scott, Immanuel Kant, David Hume – Schopenhauer schaarde zich in een illuster gezelschap. In De wereld als wil en voorstelling kwam hij tot de conclusie dat een man het karakter van zijn vader erfde en de intelligentie van zijn moeder.
Vrouwen
Je hoeft niet heel erg psychologisch onderlegd te zijn om te concluderen dat de misogynie van Schopenhauer zijn oorsprong vond in de getroebleerde relatie met zijn moeder. Hij had ook nog een zuster, Adele, waarmee de familieverhouding eveneens stroef verliep. Toen hij een kamermeisje bezwangerd had, sprak zij er schande van dat hij het arme kind aan haar lot overliet. De zorg voor een kind had hem wellicht wat milder gestemd, meende de zwaarmoedige Adele, die hoopte door de cholera geveld te worden. Schopenhauer had een langdurige relatie met een Berlijnse danseres, Caroline Richter geheten, die er meerdere minnaars op na hield, en ook meerdere vaders van haar kinderen. Tot die laatste categorie behoorde Schopenhauer niet. Zijn meest innige relatie ging hij in zijn laatste levensjaren aan met Elizabeth Ney, die een borstbeeld van hem maakt. Ze kon hem aan. Tijdens het poseren voor het borstbeeld merkte hij fijntjes op: “Ik probeer uit alle macht ook maar een vermoeden van een snor op uw gezicht te zie. Ik kan maar niet geloven dat u elke dag weer een vrouw bent.”
Woods weet op sprankelende wijze de relatie duidelijk te maken in ‘het leven en denken van de grootste pessimist in de filosofie’, zoals de ondertitel van zijn biografie luidt. Hij plaatst dat leven en denken in een degelijk historisch kader: de professorenfilosofie van Hegel en tijdgenoten waar Schopenhauer niets van moest hebben, de geknakte hoop van het revolutiejaar 1848, Schopenhauers houding tegenover slavernij en de opkomst van de dierenbescherming. Bovenal weet Woods de filosofie van Schopenhauer glashelder voor het voetlicht te brengen.
Arthur Schopenhauer. Het leven en denk van de grootste pessimist in de filosofie
David Bather Woods
Spectrum
ISBN hardcover 9789000389117
ISBN e-book 9789000389124
Verschenen in november 2025
Bestelinformatie
Bestel als hardcover bij bol.com (€ 29,99)Bestel als e-book bij bol.com (€ 14,99)









