Albert Konrad Gemmeker, kampcommandant van Westerbork

Albert Konrad Gemmeker

Op Bevrijdingsportretten, een initiatief van Herinneringscentrum Kamp Westerbork, staat een merkwaardig verhaal. Ergens in de jaren vijftig bezocht Herman Schliesser zijn oud-kampgenoot Fritz Spanier in Düsseldorf. Spanier was hoofd van het ziekenhuis in Westerbork, Schliesser zat er op de administratie. De avond werd zo gemoedelijk dat Spanier op een gegeven moment voorstelde om Albert Konrad Gemmeker, de kampcommandant van Westerbork, uit te nodigen. Die woonde ook in Düsseldorf. Dan konden ze met z’n drieën herinneringen ophalen aan het kamp. Schliesser was onthutst.

Ad van Liempt verhaalt in zijn biografie van Albert Konrad Gemmeker hoe de commandant na de oorlog regelmatig de huisartsenpraktijk van Spanier bezocht. Totdat Gemmeker vreesde zijn Joodse clientèle weg te jagen. Die zou weleens aanstoot kunnen nemen aan zijn aanwezigheid. Toen heeft hij een andere arts genomen.

Dubbelgezicht

Uiteraard behoort de verbijsterende dubbelhartigheid van Albert Konrad Gemmeker het centrale thema in zijn biografie te zijn. Een ‘gentleman-boef’ noemde Frits Spanier hem, gevangene Jacob Weisz vond hem ‘cavalier-achtig‘. Zijn liefje Elisabeth Hassel meende zelfs te weten dat hij in het kamp de ‘Jesus Christ of Westerbork’ werd genoemd, zo berichtte ze haar Canadese ondervragers.

‘Hij maakte de indruk van een Engelse sportman,’ verklaarde een lid van de Contact Afdeling. Die CA had Gemmeker kort na aankomst in Westerbork ingesteld, bij wijze van overlegorgaan met de gevangenen. Gemmeker liet er zich na de oorlog op voorstaan dat hij de gevangenen van Westerbork altijd correct en humaan behandeld heeft. En nee, wat er in Auschwitz en Sobibor gebeurde, wist hij niet. Hij dacht dat hij de zuigelingen met koorts, de psychiatrische patiënten van het Apeldoornse Bos en de zieken van dr. Spanier (in februari 1944 werd de ziekenbarak ontruimd) naar een werkkamp deporteerde. Die patiënten van het Apeldoornse bos had hij trouwens eigenhandig opgehaald, met 100 Joodse OD-ers (leden van de ordedienst) van Westerbork.

‘Een psychologisch monster,’ volgens Jacob Heijman: ‘Verdachte lachte ons toe, naar de dood.’ Philip Mechanicus schrijft op 21 september 1943 in zijn kampdagboek: ‘Van tijd tot tijd laat hij de wrede klauw zien, die onder zijn handschoen schuilgaat.’

Soms verloor Gemmeker zijn zelfbeheersing. Dan stuurde hij mensen hoogstpersoonlijk op transport. Selig Goldstein, omdat die hem niet groette toen hij met een bos brandhout over zijn schouder liep. Hartog Werkendam, omdat hij het straatje voor de Kommandatur niet snel genoeg schoon veegde. Johanna Aronsohn, vanwege een opmerking die de commandant niet beviel. Ze hebben de oorlog niet overleefd.

Gespreid bedje

Spanier en Schliesser behoorden tot de Alte Kampinsasen, de Joden die al voor de Bezetting in Westerbork geïnterneerd werden. Het kamp was immers opgezet door de Nederlandse overheid. Na de Kristallnacht vreesde de regering-Colijn een grote toestroom van Joodse vluchtelingen naar ons land, en daar zaten we volgens toenmalig minister van justitie Carel Goseling niet op te wachten. Colijn achtte de maatregel van een barakkenkamp ook in het belang van de Joodse burgers in het land. ‘In dezen tijd is geen enkel volk volkomen vrij van antisemitisme,’ sprak de premier op 15 november 1938 in de Tweede Kamer. Dat vuurtje zou bij al te open grenzen weleens aangewakkerd kunnen worden.

Toen Albert Konrad Gemmeker in oktober 1942 de leiding van kamp Westerbork overnam, kwam hij in een gespreid bedje terecht. Ook het zelfbestuur, waarin de kampbewoners verantwoordelijk waren voor de vitale ‘levensfuncties’ van het kamp (zoals voedselvoorziening of medische zorg) kwam onder Nederlandse leiding tot stand. Met als gevolg dat de Duitse en Oostenrijkse Joden in Westerbork de lakens uitdeelden. In dépôt, het dagboek van Philip Mechanicus, legt die verwrongen microkosmos van Duits-Nederlandse verhoudingen in Westerbork genadeloos bloot. Mechanicus opteerde voor een verzoeningscommissie. Die moest na de oorlog een bijltjesdag voorkomen.

Fritz Spanier spaarde kosten noch moeite om van zijn hospitaal in Westerbork een gerenommeerd ziekenhuis te maken. Hij kreeg daarbij alle steun van Gemmeker. Dus kwam er in 1943 een heuse couveuse, waarmee Spanier het te vroeg geboren baby’tje Machieltje een kans wilde geven. Dat lukte, de baby sterkte aan. Machieltje werd op transport gezet, toen hij zes pond woog.

Westerbork

Misleiding

Eva Moraal noemde die godvergeten perversie in haar onvolprezen proefschrift Als ik morgen niet op transport ga. Kamp Westerbork in beleving en herinnering ‘het Westerborkse systeem van misleiding’. Van Liempt maakt dankbaar gebruik van die notie. Gemmeker had slechts één taak: het quotum Joden halen dat hij vanuit Den Haag kreeg opgedragen. Hij had er alle belang bij orde, rust en regelmaat in het doorgangskamp te bewaren. Zijn menselijke gezicht was het gezicht van de misleiding.

Wellicht is de centrale vraag niet of Albert Konrad Gemmeker over zijn onwetendheid gelogen heeft, zoals Ad van Liempt stelt, maar waarom we hem geloofd hebben. Procureur fiscaal De Ranitz eiste voor het gerechtshof in Assen 12 jaar tegen hem. De rechtbank veroordeelde hem uiteindelijk tot tien jaar. Vanwege goed gedrag stond hij in 1951 alweer op vrije voeten. Gemmeker heeft uiteindelijk meer dan 80.000 Joden gedeporteerd.

Veel van wat Ad van Liempt in Gemmeker. Commandant van kamp Westerbork te melden heeft, kunnen we ook bij anderen lezen. Maar Van Liempt heeft wel degelijk nieuwe feiten ontdekt. Bewonderenswaardig vind ik de journalistieke inbreng van deze biografie. Van Liempt kreeg het voor elkaar de dochters van Albert Konrad Gemmeker te interviewen. Hij reconstrueert minutieus het familieleven van een oorlogsmisdadiger in de Bondsrepubliek Duitsland. De erfelijk belaste nazaten van de kampcommandant herinneren zich een man die zich nauwelijks iets gelegen liet liggen aan de dochters uit zijn eerdere huwelijk met Käthe Wunderling. Gemmeker verkocht sigaretten aan de Carlsplatz in Düsseldorf. Zijn tweede dochter, Rosemarie, was met een Griek getrouwd. Op een paaszondag ging de familie bij opa op bezoek . Tijdens de maaltijd morste een van de kleinkinderen eigeel op het tapijt.
Toen toonde de kampcommandant zijn ware gezicht.
‘Dat krijg je van bastaardkinderen!’ beet Gemmeker zijn dochter ziedend toe.

Het was de laatste keer dat ze haar vader gezien heeft.

Gemmeker. Commandant van Westerbork
Ad van Liempt
Uitgeverij Balans
ISBN 978 94 600 3978 2
Verschenen in mei 2019

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 34,99)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 17,99)

Koop bij bol.com Bestel als hardcover bij bol.com (€ 34,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 17,99)

1 REACTIE

  1. Heeft Ad van Liempt bewijs kunnen vinden voor de beschuldiging dat Gemmeker op de hoogte was van de massale uitroeiing van de Joden in de kampen in Polen – en dus meewerkte aan de genocide?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here