De kleine oorlog van Akos Farkas, cameraman

Zonder overdrijving waren de jaren dertig van de vorige eeuw de bloeiperiode van het bioscoopbedrijf in Nederland. De bezoekersaantallen schommelden tussen de 30 en 40 miljoen per jaar. Die cijfers werden niet eens, met kaskrakers als Turks Fruit en Soldaat van Oranje, in de jaren zeventig gehaald. Ook de filmindustrie floreerde als nooit tevoren, in weerwil van de economische wereldcrisis. Het waren vooral buitenlandse cineasten – veelal Joodse vluchtelingen – die hun stempel drukten op de Nederlandse film. Akos Farkas was ƩƩn van hen.

In Ergens in Nederland vertelt Jac. Biemans het bijzondere verhaal van de Hongaarse cameraman, die in juni 1933 naar Nederland kwam. Hij deed dat op uitnodiging van Jan Teunissen, die de eerste sprekende speelfilm in Nederland wilde maken. Willem van Oranje moest het geplaagde vaderland een hart onder de riem steken. Volgens de begeleidingscommissie, met onder andere Jan Feith als lid, deed het persoonlijke leven van de Vader des Vaderlands er niet toe. Daarin kwamen voor een familiefilm iets teveel vrouwen voor. Ook de religieuze dimensie van de Tachtigjarige Oorlog verdiende geen aandacht, want die ondermijnde de beoogde eendracht in het verzuilde Nederland.

Filmstad

De kritiek na de premiĆØre was niet mals. Het communistische dagblad De Tribune sprak van nationalistische ophitserij en fascistische demagogie. Henrik Scholte verweet Teunissen namens de Filmliga dat het karakter van Willem van Oranje in zijn biopic nauwelijks uit de verf kwam. Die Filmliga was in 1927 door onder anderen Menno ter Braak en Joris Ivens opgericht om de kunstzinnige film in Nederland te stimuleren. Teunissen, die een aantal artistieke documentaires op zijn naam had staan, waaronder Vrijdagavond over de sabbat in de Amsterdamse Jodenbuurt, maakte de bloei van de Nederlandse film na dit debacle vooral vanaf de zijlijn mee: als cutter voor grote producties als Pygmalion en Morgen gaat ’t beter!

Akos Farkas kreeg wĆ©l voet aan de grond bij de grote filmstudio’s in Nederland. Hij verzorgde het camerawerk van De Jantjes, die een ware triomftocht door de Nederlandse bioscopen maakte. De recette stelde producent Loet C. Barnstijn in staat zijn droom van een studio Ć  la Hollywood waar te maken. Hij bouwde op het voormalige landgoed Oosterbeek bij Wassenaar Filmstad en wist als regisseur voor zijn ambitieuze plannen Kurt Gerron te contracteren, de dikzak die naast Marlene Dietrich in Der Blaue Engel floreerde. Akos Farkas werd zijn cameraman. Bij alle grote producties, zoals Het mysterie van de Mondscheinsonate en Merijntje Gijzen, prijkte zijn naam op de aftiteling.

Tot groot afgrijzen van het rechts-radicale canaille, dat zich in arren moede afvroeg of er voor een Jood geen Nederlander aangesteld had kunnen worden. Ook een gerenommeerd filmcriticus als Charles Boost hekelde in De Maasbode het gebrek aan ā€˜bekwame krachten van eigen bodem’ in de Nederlandse filmindustrie.

Teunissen

Maar welke Nederlandse cameraman kon Farkas naar de kroon steken? Wie anders had de 45-jarige Annie van Es zo kunnen belichten dat ze volkomen geloofwaardig overkwam als Rotterdams straatjochie in Boefje? Biemans weet de betekenis van Farkas voor de Nederlandse filmindustrie mooi in perspectief te plaatsen in Ergens in Nederland.

Die titel is overigens ontleend aan de laatste Nederlandse speelfilm die vóór de Bezetting werd gemaakt, een film van Ludwig Berger over de mobilisatie, een ā€˜tijdsfilm’ dus. Die werd prompt na de capitulatie door de Duitse bezetter verboden. Farkas wist de eerste maanden nog clandestien te werken voor het bioscoopjournaal van Profilti in Den Haag, maar toen hij daar min of meer betrapt werd door Jan Teunissen besloot hij met zijn echtgenote Lotte Barnstijn, een dochter van Loet, onder te duiken. Teunissen sloot zich drie maanden na de Bezetting bij de NSB aan en werd als heuse ā€˜meikever’ hoofd van het Filmgilde, ingesteld door het Rijkscommissariaat van Seyss-Inquart en consorten. Payback time dus.

Biemans schetst de hartverscheurende dilemma’s waarvoor Farkas en zijn echtgenote tijdens de Bezetting kwamen te staan. Hun twee dochters werden in de onderduik elders ondergebracht. Het gezin overleefde de oorlog op miraculeuze wijze – in tegenstelling tot Kurt Gerron. Hij werd na het vervaardigen van Theresienstadt. Der Führer schenkt den Juden eine Stadt ā€“ een ā€šdocumentaire’ die het Rode Kruis zand in de ogen moest strooien- in Auschwitz vergast.

Biemans had verschillende redenen om dit verhaal te vertellen. Als boreling van Maarheeze, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog een waar verzetsnest was, kwam Akos Farkas simpelweg op zijn pad als historicus. Het herenigde gezin Farkas vond in het Brabantse dorp zijn laatste onderduikadres. Waarom Akos en Lotte hun dochter die kort na de bevrijding geboren werd Patricia noemden, is te mooi om hier te verraden. Lees daarvoor Ergens in Nederland. Akos Farkas. Cameraman op de vlucht 1933-1945. Het boek zal u zonder meer ontroeren. 

Ergens in Nederland. Akos Farkas. Cameraman op de vlucht 1933-1945
Jac. Biemans
Boom
ISBN paperback 9789024401291
Verschenen in juli 2026

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 22,90)

Eric Palmen
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor Historisch Nieuwsblad, de Volkskrant,Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in