Paramaribo – Amsterdam – Paramaribo. Dat is volgens biografe Hanneke Oosterhof de rode draad in het leven van de Surinaamse kunstenaar Erwin de Vries. Hij was 19, toen hij in 1949 zijn moederland verliet om aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag zijn talent ten volle te ontplooien. Na het afschaffen van de BKR-regeling keerde hij Amsterdam gedesillusioneerd de rug toe en vestigde zich – twee jaar na de militaire coup van Desi Bouterse en consorten – in Paramaribo.
Oosterhof concentreert zich in Erotiek & levenslust vooral op het werk van Erwin de Vries. Ze behandelt nauwgezet de tentoonstellingen die hij in Nederland, de Caraïben en Suriname heeft gehad, evenals hun receptie door de kunstkritiek. Erotiek was het leidende thema in zijn werk; de vrouw typeerde hij als ‘het grote voorbeeld van de stuwende kracht op de wereld’. Dat vitalisme wilde hij tot uitdrukking brengen.

Post-Cobra
De uitbundige kleuren en kinderlijke figuratie herinneren aan de Cobrabeweging, wat niet wegnam dat Erwin de Vries de boegbeelden van de beweging, Karel Appel en Corneille, beperkt vond in hun mogelijkheden. ‘Zij waren niet in staat om ook maar de meeste essentiële dingen van een vrouw te tekenen,’ sneerde hij in een interview voor de NRC in 2009. Het weerhield Corneille er niet van vriendschappelijke banden met De Vries te onderhouden. ‘Ik zie dat je grandioos bent,’ liet hij De Vries vanuit Parijs weten.
Volgens Oosterhof kunnen we het werk van De Vries typeren als ‘post-Cobrakunst’. Dat geldt met name voor de jaren zestig toen De Vries zijn hoogtepunt als kunstenaar beleefde, met solotentoonstellingen in onder andere Sonsbeek, Mexico-City en Miami. In 1970 had hij op uitnodiging van Eddy de Wilde zijn eerste solotentoonstelling in het Stedelijk Museum.
Discriminatie
Die tentoonstelling kreeg nauwelijks aandacht in de Nederlandse pers. Tot grote frustratie van De Vries, die het gebrek aan belangstelling voor zijn kunstenaarschap aan maar een ding kon wijten: als Surinaams kunstenaar werd hij gediscrimineerd door de voormalige kolonisator. ‘Wij kleurlingen moeten tien keer zoveel presteren om erkend te worden zoals de anders kunstenaars in Nederland. Wij mogen wel overal komen maar onder voorbehoud. Er is bijna altijd een onderstroom van antipathie,’ concludeerde De Vries. Oosterhof zet haar vraagtekens bij die aanname. Een kunstenaar als Stanley Brown kreeg wél de nodige aandacht van de kunstcritici, maar die bleef zich dan ook vernieuwen, terwijl in het werk van De Vries een zekere sleetsheid optrad. Vooral in zijn vrouwenschilderijen constateert Oosterhof een ‘herhaling van concept en uitvoering’.
De Vries had ook niet te klagen over de aandacht van de publieke sector voor zijn werk. De gemeente Amsterdam gunde hem de opdrachten voor twee openbare kunstwerken in de stad: Erectus in Amsterdam-Zuidoost en Erotica in Nieuw-West. In 2002 kreeg hij na een publiekspoll het ontwerp van het Nationaal Monument Slavernijverleden toebedeeld. De Vries bedacht een drieledige figuratieve beeldengroep: achteraan een rij geketende slaven, in het midden een mensenfiguur die zich van zijn gevangenschap weet te bevrijden, geleid door een vrouw die haar armen naar de hemel strekt, een verbeelding van de vrijheidsdrang, aldus De Vries.
De receptie van het werk was niet onverdeeld gunstig. Mark Duursma, kunstcriticus van de NRC, vond de ingediende ontwerpen, inclusief dat van De Vries, ‘negen keer lelijk’. Ze deden hem denken aan dictatoriale staatsmonumenten die maar voor één uitleg vatbaar waren. Ook de commissie vond het werk van De Vries ‘te letterlijk’ en besloot de aanbesteding uiteindelijk aan de goegemeente te laten. Voorzitter Gert Oostindie betreurde de ‘zwarte lobby’ die kennelijk had plaatsgevonden rond de uitverkiezing van De Vries.
De Vries dong ook mee in de aanbesteding van het monument ter nagedachtenis van Theo van Gogh. Hij tekende een ontwerp waarop het hoofd van Van Gogh omgeven werd door cactussen, een verwijzing naar zijn interviewserie, Een prettig gesprek. Jeroen Henneman kreeg uiteindelijk de opdracht. ‘Een vrij onbekende kunstenaar’ volgens de Vries.

Politiek
De Vries was volgens Oosterhof alles behalve een politiek geëngageerd kunstenaar. Zo had hij nauwelijks aandacht voor het slavernijverleden van Suriname, zijn monument in het Oosterpark van Amsterdam natuurlijk daargelaten. Toch heeft hij de nodige politici en openbare bestuurders verbeeld, veelal in de hoop de gebeeldhouwde portretten te kunnen verkopen.
Hoe hij zich verhield tot het militaire regime in Suriname blijft enigszins schimmig. De Vries maakte borstbeelden van slachtoffers van het militaire regime, onder wie Cyrill Daal en André Kamperveen, beiden geëxecuteerd tijdens de Decembermoorden van 1982. Hij maakte een borstbeeld van Frank Essed, een uitgesproken tegenstander van Desi Bouterse. Daar staat tegenover dat hij ook de kop van Bouterse heeft geboetseerd. In 1986, toen Bouterse de feitelijke machthebber was in Suriname, aanvaarde hij de opdracht een borstbeeld van Anton de Kom voor de gelijknamige universiteit te maken. De Kom werd op dat moment als boegbeeld van de ‘revolutie’ aangemerkt. In zijn laatste interview in 2017 sprak De Vries mild en liefdevol over Suriname. ‘We zijn een jong land, we zijn een prettig land en we moeten nog veel leren.’
Hanneke Oosterhof heeft met Erotiek & levenslust het kunstenaarschap van Erwin de Vries kritisch maar ruimhartig in beeld gebracht. De prachtige en verzorgde uitgave van Lecturis doet recht aan het rijke oeuvre van Erwin de Vries.
Erwin de Vries. Erotiek & levenslust
Hanneke Oosterhof
Lecturis
ISBN hardcover 9789462265615
Verschenen in november 2025
Bestelinformatie
Bestel als hardcover bij bol.com (€ 35,00)










