Paul Sanders, het gevarieerde leven van een journalist in de twintigste eeuw

Op de voorkant van de biografie van Paul Sanders staat De twintigste eeuw, een schilderij uit de jaren dertig van Christopher Nevinson. Te zien zijn wolkenkrabbers, vliegtuigen en een mensenmassa met rode vlaggen, met op de voorgrond zwaarden en een groot beeld van een soort eigentijdse Denker van Rodin. Als tekst is vermeld: De strijd van Paul Sanders, een joodse journalist in de vuurlinie van de 20ste eeuw: Amsterdam, Berlijn, New York. Die ronkende woorden beloven wat meer dan biografe Claartje Wesselink waarmaakt in deze impressionistische biografie, die wel een lezenswaardige en fraai uitgegeven indruk geeft van een interessant leven van een avontuurlijk, geëngageerd en opgewekt mens in de twintigste eeuw.

Levensloop in de kunst tot 1945

Paul F. Sanders werd in 1891 geboren in een Joods gezin in Amsterdam. Zijn vader was daar, met alleen een lagere schooldiploma op zak, vanuit Veendam begonnen met een bedrijfje in kleding en stoffen. Al snel stapte hij over naar de effectenhandel, en daarin werd hij een succesvol bankier met uiteindelijk zijn eigen Effectenbank B. Sanders. Moeder Rosalie Levenbach kwam uit Limburg.

Paul was de jongste in dit gezin. Hij was uitgesproken muzikaal, kreeg vioolles op hoog niveau en sloeg aan het componeren. Maar zijn ouders sloten de weg naar het Conservatorium af, het was de bedoeling dat hij in het familiebedrijf kwam werken. Ter voorbereiding ging hij in de leer bij een particuliere bank in Berlijn, anderhalf jaar in de bijzondere periode 1913-1915. Daar kwam hij via vrienden in aanraking met kunst en kunstenaars, hij bezocht bijvoorbeeld het atelier van Käthe Kollwitz. Hoewel hij onmiskenbaar in hogere milieus verkeerde, ontkiemde in Berlijn ook zijn sociaaldemocratische levensovertuiging. Hij besloot daar dat zijn toekomst niet in het familiebedrijf lag, maar in de muziek: componeren en schrijven over kunst.

Terug in Amsterdam hielp hij weliswaar mee in de zaak, maar hij concentreerde zich vooral op zijn studie als muziekwetenschapper. Hij trouwde in 1916 met Liesbeth Herzberg, actrice en voordrachtskunstenares, een zus van de later bekend geworden Abel. Sanders kwam onmiskenbaar uit een welgesteld milieu, woonde in Amsterdam Oud-Zuid, en verkeerde in kringen van kunstenaars en intellectuelen. Hij ging aan het werk bij Het Volk, de nauw aan de SDAP verbonden krant en werd, aldus de biografe, “kunstredacteur bij een arbeiderskrant”. Daarin was hij een schoolmeester die ook lyrisch kon zijn. Zo bepleitte hij om klassieke muziek voor een breder publiek toegankelijk te maken, maar was kritisch over het lage niveau van de socialistische zangverenigingen. Sanders mocht voor de krant een semester naar Parijs en schreef onder andere mooi over het ontstaan van de jazz (“In die sfeer van zwoelheid en heimwee zijn brokstukken van volksliederen uit alle windstreken der wereld blijven hangen. Ze werden verward, aaneengegrepen, vervormd en gaven tenslotte het materiaal waaruit de eigenlijke jazzmuziek is ontstaan”).

Hij werd “een culturele duizendpoot” en “kunstambassadeur”; de biografe noemt in dat verband (zonder dat verder uitgebreid toe te lichten) dat hij van alles organiseerde en bestuurde, en vier boeken schreef (zoals Muziek voor de volksklasse uit 1923). Sanders componeerde modern, vaak naar muziek vertaalde gedichten, erg succesvol was hij daarin niet. Met Willem Pijper verzorgde hij van 1926 tot 1933 het tijdschrift De muziek.

Protest tegen de nazi’s

Net als de algemene lijn was binnen Het Volk, schreef ook Sanders al in de jaren dertig kritisch over de nazi’s en over bijvoorbeeld de dubieuze opstelling van dirigent Willem Mengelberg. Bijzonder in dit verband was in 1936 de protesttentoonstelling D.O.O.D. (De Olympiade Onder Dictatuur), voortkomend uit een groep kunstvrienden rond Annie Romein. Sanders was voorzitter van het organiserend comité. Meer dan 150 kunstenaars stuurden werk in (waaronder het schilderij op het omslag) en er was een special documentatiehoek over de misdaden uit de Derde Rijk. Een en ander ontlokte Duits protest en veroorzaakte bestuurlijk rumoer, de gemeente liet een aantal taferelen verwijderen. De tentoonstelling trok uiteindelijk 7000 bezoekers.

In deze tijd scheidde Sanders van Liesbeth Herzberg. De biografe meldt er niet meer over dan dat ze uit elkaar waren gegroeid en dat volgens hun zoon zijn moeder haar echtgenoot een lastpak vond terwijl zijzelf waarschijnlijk lastiger was. Hun zoon verhuisde met zijn moeder naar zijn nieuwe stiefvader, Sanders bleef in Amsterdam wonen.

Het Volk werd al snel na de bezetting door de NSB overgenomen waarop Sanders met diverse collega’s ontslag nam. Hij werkte mee aan het illegale blad De Vrije Kunstenaar en dook in de loop van 1942 onder bij vrienden in Amsterdam. Zo zou hij, op enkele adressen, de oorlog overleven. Naar verluidt verdiepte hij zich tamelijk opgewekt in muziek en literatuur. In deze jaren vond hij ook een nieuwe vrouw, de Duitse Hilde Surlemont.

Politiek correspondent in New York

Als Paul Sanders al de geschiedenis ingaat, dan in de eerste plaats als journalist en dan misschien wel vooral in zijn rol als correspondent in de Verenigde Staten voor Het Parool in de periode 1947-1962. Hij was in 1945 via Simon Carmiggelt in de kunstredactie van die krant gekomen. Bij een internationaal muziekcongres in 1946 in New York ontmoette hij een uitgever die hem vroeg een boek te komen schrijven in de Verenigde Staten. Veel van zijn directe familieleden waren door de oorlog al uitgeweken naar dat land. Hij nam de uitdaging aan en ging freelance verder voor Het Parool. Toen het boek niet door bleek te gaan omdat de uitgever zich terugtrok, bleef hij in de VS. Het Parool hielp door hem weer in vaste dienst te nemen als Amerikacorrespondent met als standplaats upstate New York. Daar gingen hij en zijn vrouw samenwonen met zijn oudere broer Martijn die in de VS geworteld was geraakt en in goeden doen was. De biografe spreekt over een “menage à trois”, zonder dat verder uit te werken. De drie zouden altijd bij elkaar blijven wonen.

Sanders schreef over de politiek in Amerika, zoals na een dienstreis door het zuiden in 1960 over de rassenstrijd. Maar ook veel over wat er bij de Verenigde Naties gebeurde, bijvoorbeeld rond de onafhankelijkheid van Indonesië en Nieuw-Guinea. Daarover had hij ook contact met ambtenaren van Buitenlandse Zaken en fluisterde hij zijn hoofdredacteur van alles in voor diens hoofdredactionele commentaren. Sanders zag niets in de officiële Nederlandse opstelling en maakte daar geen geheim van.

Hij had een eigen kamer in het VN-hoofdkwartier en werd zelfs voorzitter van de United Nations Correspondents Association. In die functie was hij bijvoorbeeld gespreksleider in een sessie met de onbehouwen Chroesjtsjov. Voor zijn journalistieke werk kreeg hij een lintje in 1952 en 1962 en een eredoctoraat aan het Hamilton College in de staat New York in 1958.

Na zijn pensioen in 1962 ging hij met zijn vrouw veel reizen, ze kenden ook veel mensen in de wereld. Hij bleef de politiek intensief volgen en genoot van kunst. In 1973 stierf Hilde. Volgens de biografe zei ze “in haar stervensuur: Paultje, je moet maar verder gaan met Tink als ik er niet meer ben”. Tink Tiggers was de 26 jaar jongere dochter van een oude vriend van hem, al jong weduwe geworden. Ze kregen inderdaad een mooie LAT-relatie, zij bleef in Nederland wonen. In 1984 stierf zijn broer Martijn met wie hij nog steeds in upstate New York woonde. Zijn eigen gezondheid was broos geworden, hij “verstilde” langzaam thuis, verzorgd door zijn inwonende “nurse” Lilly. Twee jaar later overleed hij op 94-jarige leeftijd in het bijzijn van haar en zijn zoon.

Paul Sanders Bron; Stadsarchief Amsterdam (public domain)

Eigen memoires

Paul Sanders heeft, daartoe aangezet door Simon Carmiggelt en met instemming van uitgeverij Querido, eind jaren zeventig een jaar lang aan zijn memoires gewerkt. Het manuscript telde uiteindelijk 100 pagina’s en het was niet goed gelukt. Querido zag van publicatie af met als argumentatie: “U bent kennelijk een uitmuntend journalist, maar geen schrijver-van-een-boek.” Sanders en Carmiggelt waren er beroerd van. In de woorden van de biografe ging het om “een handvol losse herinneringen die deels onrijp overkomen”. Voor haar is het natuurlijk wel een mooie vondst en ze maakt er gretig gebruik van. Ze vertelde erover in het  interview dat ze op 15 maart 2023 met Biografieportaal had.

Een impressionistische biografie

In de verantwoording schrijft de biografe dat ze voor de vraag heeft gestaan of het boek “een fijn geschilderd portret [moest] worden – met aandacht voor ieder detail – of eerder een impressionistisch werk”. Ze koos voor het laatste. “Dit boek begint weliswaar bij Sanders’ wieg en eindigt met zijn dood, maar allerlei aspecten van zijn veelzijdige, productieve bestaan vindt een lezer er niet in terug. Het bevat een selectie van persoonlijke, culturele en politieke gebeurtenissen uit een lang leven. Het wil een compact overzicht zijn van een mens in zijn tijd.”

Haar keus is in het boek duidelijk terug te zien. Het boek is mooi compact gebleven. Er wordt veel context gegeven. En het geeft een grote lijn en weinig details over diverse thema’s. In combinatie met de soepele schrijfstijl levert dat een leesbaar en boeiend boek op, met inderdaad vooral een impressie van een leven dat is geworteld in en verbonden met de roerige twintigste eeuw. Dat de stijl óók bloemrijk is, past daar op zichzelf bij (“er klonk een fluitsignaal, de trein zette zich krakend in beweging en langzaam verdween de stad die hem wakker had gekust uit zicht”).

Het is ondanks de Tweede Wereldoorlog ook een impressie van een opgewekt, energiek en bevoorrecht mens. Veel van de foto’s in het boek stralen dat ook uit: een keurige, vrolijke, kleine man, vaak met zijn karakteristieke vlinderstrik. En het wordt aandoenlijk geïllustreerd door de beschrijving van het avontuur dat Sanders op 91-jarige leeftijd nog ondernam: hij kocht als pied-à-terre een studio in het centrum van New York, met Dustin Hoffman als buurman, vlakbij het Lincoln Center for the performing arts. Hij genoot met volle teugen van de cultuur, componeerde en zat veel in de muziekbibliotheek van het Lincoln. “Oud, broos en gelukkig”. Dat hield hij nog twee jaar vol.

Het boek vermeldt over de aankoop van de studio: “hij had wat spaargeld”. Net zo impressionistisch of vaag is het boek over de economische positie van Sanders. Geldzorgen lijkt hij bepaald niet te hebben gekend. Het kan bijna niet anders of zijn welgestelde afkomst en familie hebben in dit opzicht een belangrijke rol in zijn leven gespeeld, maar dat blijft bij deze impressionistische werkwijze verder onduidelijk.

Meer in het algemeen roept de impressionistische werkwijze vragen op voor een biografie. Natuurlijk is er het bekende probleem van te gedetailleerde (en te dikke) biografieën met taaie beschrijvende stukken. Maar – het kan tot op zekere hoogte ook een kwestie van smaak zijn – hier slaat de slinger soms wel ver naar de andere kant door. Kan een biografie (over een man als Paul Sanders) wel zonder een hoeveelheid details, zonder een stevige nadere feitelijke inkleuring? Ik miste een nadere en meer gedetailleerde beschrijving van zijn journalistieke werk. De inhoud van die hoofdfunctie komt er vrij bekaaid af, levert ook geen precies beeld op. De enkele citaten die wel werden gegeven, smaakten naar meer.

Dat valt te meer op nu de context soms wel erg ruim wordt weergegeven. Daarbij hadden wat mij betreft beschrijvingen over bijvoorbeeld de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog best bekend mogen worden verondersteld. En de uitgebreide uitleg over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd en over de moeilijkheden rond Nieuw-Guinea overwoekert het beeld van de persoon in die tijd. Het wordt wel duidelijk dat Sanders daarbij als journalist van Het Parool, met de VN min of meer als standplaats, een interessante en misschien zelfs een belangrijke rol in het Nederlands debat vervulde, maar het wordt maar beperkt door nadere feiten aannemelijk gemaakt.

Dat geldt meer in het algemeen voor een aantal kwalificaties over zijn persoon. Sanders had “visionaire gaven” volgens de achterkant. “Hij streed zijn leven lang voor een eerlijke, vreedzame wereld” en in de jaren dertig “sloeg hij groot alarm” staat in de epiloog. Zonder nadere feitelijke onderbouwing en inkleuring, zonder een fijner geschilderd portret doen zulke kwalificaties nogal zwaar aangezet aan. Per saldo vind ik het boek te impressionistisch.

De omstandigheid dat Paul Sanders misschien niet zó bijzonder was, is overigens op zichzelf zeker geen bezwaar. Juist ook de levens van de “minder groten” kunnen boeiend en veelzeggend zijn, misschien ook wel omdat ze dichter bij ons staan. Daarom is dit fraai uitgegeven en geïllustreerde boek toch een lezenswaardig “compact overzicht van een mens in zijn tijd” geworden.

De strijd van Paul Sanders
Claartje Wesselink
De Arbeiderspers
ISBN paperback 978 90 295 5232 5
Verschenen in april 2026

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 24,99)

Jaap de Hullu
Jaap de Hullu
Jaap de Hullu is jurist en psycholoog. Hij werkte in het strafrecht als universitair docent, advocaat, hoogleraar en tot 2023 als raadsheer en vicepresident in de strafkamer van de Hoge Raad. Zijn biografie over Th.W. van Veen (tot 1968 (adjunct-)hoofdredacteur van Het Vrije Volk en daarna hoogleraar strafrecht) verschijnt deze zomer onder de titel: Strafrecht, journalistiek en sociaaldemocratie; leven en werk van Thijs van Veen (1920-2006).

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in