Op zijn bannelingeneiland Sint-Helena verzuchtte Napoleon: ‘Ik moet achteraf wel toegeven dat het een superieure vrouw is met groot talent en veel esprit.’ Hij had het over Germaine de Staël, zijn grootste criticaster, die hij in 1803 uit Frankrijk had verbannen. Haar chateau Coppet aan het meer van Génève groeide uit tot een ontmoetingsoord van Europese denkers en kunstenaars, die de idealen van de Franse Revolutie – vrijheid, gelijkheid en broederschap – bleven koesteren en doordenken. Bovenal was Germaine de Staël een begenadigd schrijver en essayist, een belangrijke grondlegger van de Romantiek in Europa, maar bovenal een vrije geest, die zich niet ringeloren door de kleine generaal. Margot Dijkgraaf schreef een sprankelende biografie van deze schrijver, balling en feminist avant la lettre. Eric Palmen gaat met haar in gesprek.

Beeldend kunstenaar, schrijver, illustrator, kunstcriticus en dichter Dirkje Kuik werd op 7 oktober 1929 geboren in Utrecht als William Diederich Kuik. Ze leidde als één van de eerste transvrouwen in Nederland een activistisch en kleurrijk leven. Haar aanwezigheid in de Utrechtse kunstscene was prominent, onder andere als oprichter van het kunstenaarscollectief De Luis. Haar inzet voor de Lhbtq+-gemeenschap was groot. Zo klaagde ze de Nederlandse staat aan toen het onmogelijk bleek haar geslachtsverandering in haar paspoort vast te leggen. In 1985 won zij dat proces. In haar proza, zoals Huishoudboekje met rozijnen, getuigde zij vrijmoedig over haar transitie tot vrouw. Verval en teloorgang zijn belangrijke thema’s in haar grafische werk. Vivian de Gier, die eerder leven en werk van jeugdboekenschrijver Thea Beckman documenteerde, schrijft haar biografie. Wat zijn de drijfveren van De Gier? Hoe pakt ze haar onderzoek aan? Waar legt ze de accenten? Eric Palmen vraagt het haar.










