Sinds de dikke biografie van M.C. Escher door Wim Hazeu in 1998 is er tot vorig jaar geen Nederlands biografisch werk meer over deze unieke kunstenaar verschenen. M.C. Escher – Anders bekeken van Micky Piller en Kristoffel Lieten kun je een artistieke biografie noemen, zoals je van filosofen en wetenschappers een intellectuele biografie kunt schrijven, met alle nadruk op de ontwikkeling van de ideeën en soms alleen de hoogstnoodzakelijke feiten over iemands leven. Anders dan bij veel moderne kunstenaars die zijn tijdgenoten waren, ligt zo’n beperkte aanpak bij Escher ook voor de hand, omdat hij een heel eigen vormentaal ontwikkelde, veel experimenteerde , zich aspecten van de wiskunde probeerde eigen te maken, en in brieven, lezingen en notities vaak verslag deed van zijn ervaringen en in hoeverre hij het resultaat van wat hij gemaakt had, zelf geslaagd vond. Bronnen in overvloed.
Wat dat geheel van eigenzinnige werk- en denkwijzen en vormentaal betreft, lijkt Escher op zijn tijdgenoten René Magritte en Salvador Dali – eveneens mannen zonder een leger navolgers. Nu mag dat laatste onderhand de regel zijn geworden sinds vele moderne kunstenaars, anders dan hun verre voorouders, onnavolgbare, eenmalige kunst produceren, “doodgeboren” kunstuitingen zoals de filosoof Peter Sloterdijk ze noemt, maar juist bij Escher en zijn tijdgenoten leken navolging en doorontwikkeling ruim tot de mogelijkheden te behoren. Wat dus amper gebeurde en voor mij een kunsthistorisch raadsel blijft. Zeker is dat zijn werk voorstudies, soms de bouw van een model en vaak enorme precisie vereiste, kortom nogal arbeidsintensief was en dat hij zich dus qua vormen dwingende beperkingen oplegde. Kom daar nu eens om. Escher drukte zelfs tot op hoge leeftijd zijn houtsnedes zelf af.

Zeitgeist
Misschien is het surrealistische aspect van hun kunst er ook debet aan: mensen worden gedwongen anders te kijken, ook naar visuele grappen. De auteurs van M.C. Escher – Anders bekeken breken zich er het hoofd niet over. Wat Escher betreft melden ze kort dat hij “zijn tijd niet mee had”, en dat houtsnedekunst “een niche was en is in het grote kunstbedrijf”. “Op het moment dat abstracte schilderijen de wereld veroveren, is Escher bezig met Italiaanse bergstadjes en vergezichten of een houtsnede van een libelle of een mier.” Ze citeren een ontroerende passage uit een brief van 1959 van Escher aan zijn zoon George: “diep treurig en katerachtig blijft het feit dat ik tegenwoordig een taal begin te spreken, die door slechts zeer weinigen wordt verstaan. Dit maakt mijn eenzaamheid steeds maar groter en groter. Ik hoor nergens meer bij.”
Dat lag niet aan de relatie tussen (te moeilijk geachte) wiskunde en kunst bij Escher, weten de auteurs . Escher vond de verhandelingen van wiskundigen over zijn kunst aanvankelijk ook “abacadabra”. Maar nergens bij horen was het lot van meer beeldende kunstenaars na de Tweede Wereldoorlog. Door de intolerantie van een deel van de artistieke wereld tegenover realistische en figuratieve kunstenaars werd hun werk volkomen onverdiend geassocieerd met “realistische” nazistische en stalinistische kunstvoorkeuren. Uiteraard speelde ook de concurrentie, aangewakkerd door commerciële galeries, een rol. Nieuwe lichtingen of jezelf met cryptische teksten ophemelen of anderen afzeiken ging een tijd lang door voor kunstkritiek. <1> Voor een sociaal vaardige man, die in de jaren 30 in Rome woonde en daar volop in kringen van kunstenaars werd opgenomen en die daarna lid was van Nederlandse kunstenaarsverenigingen totdat hij door de Duitse bezetters werd gedwongen uit te treden omdat hij geen lid van de Kulturkammer wenste te worden, was het vreemd en droef dat hij niet meer met andere kunstenaars kon spreken over wat hen en hem zo hevig bezielde. Hij had over financieel succes “absoluut geen reden tot klagen”, maar zelfs grafici begrepen hem niet, constateerde hij.
En nog een reden waarom Escher wellicht niet goed lag in ons domineesland was dat hij bewust nooit een politieke of morele boodschap verkondigde, hij was een volstrekte tegenhanger van bijvoorbeeld de sociaal bewogen Belgische houtsnedevirtuoos Frans Masereel.
Perspectieven
De auteurs nemen de lezer aan de hand door uit te leggen hoe Escher in één beeld twee of drie perspectieven combineerde. ‘Normaal’ zie je vanaf de late Middeleeuwen in Europa het centraal perspectief, evenwijdige lijnen die samenkomen op een denkbeeldig punt aan de horizon en dat werd beschouwd als een vooruitgang op de Middeleeuwse kunst waarin figuren en gebouwen willekeurige afmetingen hadden. Escher hield van het tot dan toe amper gebruikte vogelperspectief: je staat op een on-Nederlandse Italiaanse berg en tekent een rechthoekige toren van boven naar beneden, dus breed van boven en smal van onderen. Op de voorgrond van de prent kan er bij Escher ook sprake zijn van details zonder perspectief of een kikvorsperspectief, waarbij je van het kleine beneden naar het brede boven kijkt. Voor zover ik weet waren zulke combinaties vrij uniek in zijn tijd. Later ging Escher nog veel verder in nu bekende 3D-voorstellingen zonder één verbindend traditioneel perspectief met veel trappen en raadselachtige architectuur die toch visueel logisch lijken. Voorwaarde is dat kijkers diepte kunnen zien, iets wat baby’s moeten leren.
Metamorfoses
Leerzaam is ook de uitleg over Eschers ‘vlakvullingen’. De kijker beseft dat figuren met rondingen zijn samengedrukt in een vierkant dat echter onzichtbaar is. Hoe lukte dat Escher? Waarom wilde hij dat? Hij moet veel geëxperimenteerd hebben, want hier ligt werkelijk niets voor de hand, er is geen enkel historisch voorbeeld. Micky Piller en anderen hebben voor de tentoonstelling en het boek Escher meets islamic art (zoals die in het Alhambra in Spanje) uitvoerig zijn inspiratiebronnen besproken, maar Escher ging daar ver over heen. Hij wilde sowieso geen decoratieve kunst maken.
Als iets je dwingt goed te kijken, zijn het wel de vele, soms meterslange metamorfose-houtsnedes waarin Escher één simpele vorm laat muteren in meerdere andere, bijvoorbeeld van dambord naar reptiel, vis, vogels, een bergstadje – een soort oefening in de samenhang van de wereld. Zo word je je ook bewust dat het menselijk oog meestal maar één vorm tegelijk kan zien, een gegeven waar meer grafici in het verleden gebruik van maakten bij hun keurig ogende maar bij beter kijken scabreuze ansichtkaarten. In weer andere creaties met een soort Droste-effect, de cirkellimieten, is de oneindigheid gevat, want dezelfde vorm is in theorieeindeloos te verkleinen. Mij verbaasde dat het Escher maanden heeft gekost om dit te realiseren, want het ziet er simpel uit maar blijkt dus heel bewerkelijk.
Natuur
Eschers “levenslange liefde voor de natuur” krijgt ook aandacht in dit boek. Hij was een van de eerste die bijvoorbeeld mieren en mestkevers veel groter dan in werkelijkheid tekende, lag soms met zijn gezicht op de grond om het gewriemel op de millimeter goed te zien. Nu zijn vergrote foto’s van insecten heel gewoon. Hij was een man van dagenlange wandelingen, van de verwondering over wat natuur en mensen doen, van de weerspiegeling van de hemel in water op de grond, van rimpelingen in stilstaand water.

Leven en werk
Dit boek bevat biografische notities die verband leggen met latere artistieke keuzes: zoon ‘Mauk’ was geen voorbeeldige leerling op de middelbare school, Eschers vader stuurde hem als jongen op een cursus houtbewerking en later naar een studie bouwkunde, die hij verliet omdat hij kunstenaar wilde worden. Hij raakte verliefd op Italië, waar hij dankzij een toelage van zijn rijke vader en van de ouders van zijn vrouw Jetta jaren heeft gewoond, totdat het fascisme van Mussolini hem te veel werd. Hij moest met de kinderen vanwege hun tbc naar schone lucht in Zwitserland verhuizen – dat hij een saai land vond. Later woonde het gezin in Brussel. Hij reisde veel, ook per boot want hij hield van de zee. In de Hongerwinter was hij naar eigen zeggen vooral bezig met hout hakken en eten halen soms tochten van 80 km op de fiets.. Escher was een energieke, hardwerkende, zeer productieve man, zelfs toen hij ernstig ziek werd door darmkanker. Hij hield van zijn Jetta, ook al leed zij vaak aan depressies die onverklaard blijven in het boek, en was hij een “moderne vader” voor zijn kinderen. Het gezinsleven lijkt in zijn werk echter geen enkel spoor te hebben achtergelaten: geen huishoudelijke taferelen, geen stillevens van de ontbijttafel, slechts één portret van Jetta.
Wie over het leven van Escher wil lezen, kan nog steeds prima terecht bij de uitvoerige biografie van Hazeu maar voor met name grafici is deze toegankelijk geschreven studie één groot pleidooi voor meer originaliteit – in plaats van de doek in de ring te gooien en AI het werk te laten doen.
“Hij had zijn tijd niet mee” schreven Piller en Lieten. Zou hij tegenwoordig meer vrienden hebben gehad? In 2011 vertrok een Escher-tentoonstelling vanuit Den Haag naar Brazilië. Het werd dat jaar de wereldwijd best bezochte tentoonstelling van moderne kunst. Niet slecht voor iemand die gemeden werd door zijn tijdgenoten.
<1>Zie voor een scherp boek hierover: Robert Hughes, Nothing if Not Critical (1991)
M.C. Escher – Anders bekeken
Micky Piller en Kristoffel Lieten
Uitg. Spectrum
ISBN 978 9000 395392
Verschenen in mei 2025
Bestelinformatie
Bestel als paperback bij bol.com (€ 33,99)










