In net honderd pagina’s kale tekst behandelt Margreet den Buurman leven en werk van de Haagse kunstenares Barbara van Houten. Oppervlakkig wordt het nergens. Barbara van Houten en de Mesdags 1862-1950. Het mooie is het leven dat langs je stroomt gaat over het bruisende culturele leven van Den Haag tijdens het fin de siècle, het gegoede milieu van de Hofstad, en het gaat over een buitengewoon eigenzinnige vrouw die als kunstenares een broertje dood had aan aandacht.
Als dochter van de progressief-liberale politicus Samuel van Houten (die van het ‘kinderwetje’) kreeg Barbara van Houten haar artistieke kunnen met de paplepel ingegoten. Het was met name haar tante Sientje, een oudere zus van Samuel, die zich over haar ontfermde. Sientje van Houten trouwde in 1856 met de bankierszoon Hendrik Willem Mesdag (1831-1915). Na de vroegtijdige dood van hun zoontje vonden zij troost in de opvoeding van hun eigengereide nichtje. Barbara werd kind aan huis bij de Mesdags. Op haar vijftiende ging ze naar de Haagse Kunstacademie, toentertijd nog een conservatief bolwerk onder de bezielende leiding van Johan Philip Koelman, die de nieuwe ontwikkelingen in de beeldende kunst (de school van Barbizon) ‘realistische zwijnerij’ noemde. Maar haar jaargenoten – George Hendrik Breitner, Jozef en Isaac Israëls, om niet de minsten te noemen – stonden er wél voor open. Zij ontwikkelden de Haagse School, waarin de invloed van Barbizon onmiskenbaar aanwezig was.
Het Panorama
Barbara van Houten was ook ooggetuige van het adembenemend ambitieuze project dat haar oom rond 1880 oppakte. Panorama’s waren op zich geen noviteit, historische drama’s als de Slag bij Waterloo schreeuwden om spanwijdte. Het zeegezicht dat Mesdag met zijn assistenten (waaronder Breitner) ontwikkelde, kreeg aanvankelijk de nodige kritiek. Te kolossaal; die 120 bij 14 meter. Barbara trok na de opening van het Panorama in 1881 bij de Mesdags in, werd een actief lid van de Nederlandsche Etsclub die in 1885 door Jan Veth en Willem Witsen werd opgericht en bezocht met Jan Toorop Parijs. Kortom, een vrouw die naar buiten durfde te treden met haar talent.

Mantelzorg
Die levenshouding veranderde na de dood van haar stiefmoeder in 1886. Als oudste ongehuwde dochter werd zij geacht de zorg voor het gezin van haar verweduwde vader op zich te nemen. Haar actieve bijdragen aan de etsclub namen gestaag af en rond 1900 legde ze zich volledig toe op het schilderen – (zelf-)portretten, huiselijke taferelen, stillevens – waarvoor je de woning niet hoefde te verlaten. Al met al exposeerde ze drie keer, zoals in 1907 bij kunsthandel J.C. Schuller aan het Plein in Den Haag.
Margreet den Buurman laat in het midden of deze aftocht uit het bruisende culturele leven van Den Haag een gevolg was de mantelzorg die Van Houten op zich nam of een karaktertrek van een kunstenares die ze karakteriseert als een ‘lichtelijk mensenschuwe, norse en stekelige vrouw’. Testamentair liet Barbara van Houten vastleggen dat haar werk verkocht mocht worden voor een kwartje aan de eerste de beste belangstellende. Ze was wars van iedere publicitaire aandacht. Wellicht speelde ook haar godsbesef in die bescheiden positie een rol.
‘Niet een bepaald ding is mooi, maar ieder ding…er valt naar niets te zoeken. Het mooie is het leven dat langs je stroomt – wat je ziet maakt dat, onafhankelijk van wat het is.’
Margreet den Buurman heeft dit langs stromende leven subliem verwoord in deze monografie.
Barbara van Houten en de Mesdags 1862 – 1950. Het mooie is het leven dat langs je stroomt
Margreet den Buurman
Uitgeverij De Nieuwe Haagsche
ISBN paperback 9789460101182
Verschenen in oktober 2025
Tot en met 18 januari is in De Mesdag Collectie nog de tentoonstelling Barbara van Houten te zien.
Bestelinformatie
Bestel als paperback bij bol.com (€ 18,95)









