Nelson Mandela, icoon tegen wil en dank

Nelson Mandela De presidentiële jaren

Toen Nelson Mandela op 11 februari 1990 vrijkwam, werd hij ter plekke een held. En toen een mopperende Amsterdamse trambestuurder hem een zwarte crimineel noemde, omdat hij moest omrijden vanwege de menigte die zijn vrijlating vierde, werd hij ter plekke bestraft. Groot was de vreugde en de menigte toen Mandela enkele maanden later op het balkon van de Amsterdamse stadsschouwburg verscheen.
Sindsdien is hij in statuur alleen maar groter geworden; een icoon, een halve heilige bijna. Het symbool van vrede en geweldloosheid.
Als de biografie De Presidentiële Jaren iets aantoont, dan is het dat hij dat allemaal niet is, dat hij dat nooit wilde zijn en dat hij er een grote hekel aan had zo beschouwd of genoemd te worden. In Mandela’s eigen woorden:

“Ik was er nooit een, zelfs niet op basis van een aardse definitie van een heilige als een zondaar die blijft proberen.”

Long walk to Freedom (De lange weg naar de vrijheid), het eerste deel van deze tweedelige biografie, is vertaald in 28 talen en in Zuid-Afrika ook in vier van de officiële landstalen. Het verscheen begin 1994. Precies op tijd, vlak voor de eerste vrije verkiezingen. Het boek was tactisch bedoeld, als politiek instrument, en moest deels bewijzen dat Mandela een bekwame staatsman was en vooral vergevingsgezind. En dat hij niets meer had van dat vroegere beeld van zwarte nationalist of gevaarlijke communist.

Tactiek

Dat het een politieke zet is, kan men van de verschijning van het tweede deel niet zeggen. De inhoud van deze biografie is eigenlijk voor een groot deel een klap in het gezicht van het huidige ANC en van de zittende president Jacob Zuma.
Een zwaaiende vinger, een vermaning over wat ‘Madiba’s’ oorspronkelijke plan was, een ‘reminder’ aan hoe het eigenlijk moet en, positief gezien, een inspiratiebron voor de ingrijpende veranderingen die nodig zijn in 2018.

Veel van Mandela’s sombere gedachten, soms zelfs driftige uitspraken en waarschuwingen aan het eind van zijn termijn, zijn inmiddels, 18 jaar later, meer dan waar geworden. Wanneer Mandela in maart 1999 voor het laatst het parlement toespreekt, beschrijft hij in milde woorden zijn teleurstelling:

“De uitdagingen waren: de nachtmerrie van een uitputtende rassenoorlog en bloedvergieten vermijden en ons volk te verzoenen door het ervan te overtuigen dat samen de erfenis van armoede, verdeling en ongelijkheid te boven komen, ons allergrootste doel moest zijn. Zolang we nog niet klaar zijn met het verzoenen en helen van ons land, zolang de gevolgen van de apartheid nog voelbaar zijn in onze samenleving en miljoenen Zuid-Afrikanen daardoor nog een leven vol ontberingen leiden, zijn die uitdagingen nog steeds hetzelfde.”

Toen al maakte hij zich grote zorgen over zelfverrijkers en steeds opduikende gevallen van corruptie. Dat is ook in zijn aantekeningen en dus in De Presidentiële Jaren terug te vinden. Er wordt gezegd dat niet alleen zijn verslechterde gezondheid, maar ook die teleurstelling de reden was dat Mandela het schrijven aan dit tweede deel opgaf.

Hij begon met zijn manuscript, volgens zijn weduwe Graça Machel, in 1998 – vier maanden na hun bruiloft. ‘Mandela werd gedreven door ‘plichtsgevoel’, schrijft zij in het voorwoord. ‘Hij werkte er na zijn pensionering vier jaar aan en schreef heel nauwgezet, met zijn vulpen of balpen.’

De twee delen verschillen in aanpak en stijl. Deel 1 (Long walk to Freedom) had een vaardige ghostwriter, de Amerikaanse journalist Richard Stengel. Hij redigeerde en vertelde het hele verhaal in de eerste persoon, waardoor het spannend, vlot en zeer toegankelijk werd.

In deel 2 is dat niet zo. Mandla Langa, de medeschrijver, houdt op droge en correcte manier alles in de derde persoon. Hij gebruikt voet- en eindnoten en aanhalingstekens in verschillende combinaties om aan te duiden waar en wanneer Mandela zelf aan het woord is.

Langa houdt zich aan het schema van het oorspronkelijke, onvoltooide manuscript, dat door Mandela in tien thematische hoofdstukken verdeeld is. Dus is het verhaal niet echt chronologisch. Per onderwerp springt het voortdurend in tijd heen en weer. Daardoor is De Presidentiële jaren geen vloeiend verhalend heldenepos geworden, maar zeker net zo waardevol als Walk to Freedom, alleen wat lastiger om te lezen.
Om verwarring te voorkomen is het voor lezers die niet zo vertrouwd zijn met al die namen, gebeurtenissen en doorbraken handig om de tijdslijn achterin de biografie goed te bestuderen. Zonder dat tijdspad raak je geheid, zelfs als kenner of bewonderaar, regelmatig de weg kwijt.

Naast het oorspronklijke onvoltooide manuscript dat Mandela zelf de titel The Presidential Years gaf, bestaat deze biografie uit de opgenomen toespraken die Mandela hield in het openbaar, tijdens vergaderingen en in het parlement. Ook kwam er veel informatie uit een groot aantal agenda’s en opschrijfboekjes met aantekeningen die Mandela nauwkeurig bijhield. Een schatkist vol bladzijden met puntenlijstjes, schema’s die hij tekende ter voorbereiding van zijn toespraken en soms ook verweer op kritiek die hij van tegenstanders kreeg. De rest komt van de vaardige hand van bekroond schrijver Mandla Langa.

Een bladzij uit een van Nelson Mandelas agenda’s waarin hij ook dikwijls aantekeningen maakte voor zijn memoires

Transitie

Na het lezen van het boek blijven twee overweldigende indrukken over.
De eerste is hoe ongelooflijk ingewikkeld deze transitieperiode was. Vanaf de onderhandelingen over de overgangsperiode, de vorm van de nieuwe democratie en het kiesstelsel, tot het regelen van de eerste vrije verkiezingen en het samenstellen van de eerste regering van Nationale Eenheid. Kortom, de hele transformatie van de staat.

De bindende factor, degene die bijna alle partijen, vriend en vijand, om de tafel kreeg was Nelson Mandela. In het openbaar bijna altijd op verzoenende toon, maar ook dikwijls (vooral achter de schermen) met harde, duidelijke hand. Madiba werd van meerdere kanten tegengewerkt. Niet alleen door de blanke conservatieve kant en bepaalde machten in het leger en de politie, maar ook door de Nationale Partij van F.W de Klerk en de Zulu georiënteerde IFP van “Gatsha” Buthelezi.

Buthelezi was de leider van het onafhankelijke thuisland KwaZulu die voor Mandela’s vrijlating, zichtbaar en onzichtbaar, nauw samenwerkte met de Apartheidsregering. Hij was deels verantwoordelijk voor het voortdurende georganiseerd geweld, om Zuid-Afrika na Mandela’s vrijlating tot kort voor de verkiezingen zo onstabiel mogelijk te maken.

Uit Mandela’s aantekeningen blijkt hoe moeilijk hij dit soms kon verwerken. Hoe hij ter wille van de toekomst toch maar doorging met het bijna oneindige verzoenings- en opbouwproces. Ten koste van alles.
Hij slaagde erin om genoemde partijen deel te laten nemen aan de eerste regering van Nationale Eenheid en zijn eerste kabinet. Een ware prestatie in een land waar een bloedige burgeroorlog dreigde. Misschien was het juist dit ‘vermogen’ dat van Madiba bijna een heilige en icoon in binnen- en buitenland maakte.

Voeg daar bij het staatkundige gegeven dat er negen nieuwe provinciebesturen moesten komen. Dit ter vervanging van de vier bestaande provincies, tien thuislanden en de twee aparte besturen voor de zogenaamde kleurlingen en Indiërs. O ja, en ook nog een totaal nieuw lokaal overheidssysteem. Een bijna onmogelijke opgave in zo korte tijd.

De hoofdstukken De Transformatie van de Staat en de Verzoening, met veel aandacht voor de Waarheids- en Verzoeningscommissie – toen wereldwijd geroemd maar nu binnenlands met zeer kritische oog bekeken- zijn een journalistieke krachttoer. Hier komen heel wat details naar voren die niet algemeen bekend zijn.

Mandela bij de Congressional Black Caucus. Rechts Kweisi Mfume

Afrika

Het hoofdstuk over het Traditioneel Leiderschap en Democratie is verrassend voor mensen die Afrika niet goed kennen. Een verhaal van koningen en prinsen (Mandela zelf was van koninklijke bloede), stamhoofden en traditionele rechtspraak en tradities, bantustans en thuislanden. Gebieden met eigen leiders, legers, politie en gerechthoven en een eigen ambtenarij. Dat was grotendeels de heers-en-verdeel-erfenis van het Apartheidsregime maar ook gewoon traditioneel Afrika in de verafgelegen onderontwikkelde gebieden. Hoe Mandela het voor elkaar kreeg om dat alles deel te maken van het nieuwe Zuid-Afrika en tijdens al die veranderingen redelijk tevreden te houden, leest als een spannend avontuur.

Het is geen boek vol leuke anekdotes. Eentje, in de aanloop naar de eerste verkiezingen, levert wel een glimlach op. Het doet denken aan hedendaags ‘fakenews’ en wordt door Mandela als volgt beschreven:

“Onze verkiezingscampagne verliep niet altijd even gladjes. De campagne van de Nationale Partij van De Klerk was uiterst negatief, en bij tijd en wijle ronduit immoreel. Toen ik aan het begin van de jaren 1990 een bezoek bracht aan Los Angeles had ik een foto genomen waarop ik werd geflankeerd door de wereldberoemde sterren Elizabeth Taylor en Michael Jackson. In de aanloop naar de verkiezingen van 1994 had de Nationale Partij een schunnig pamflet gepubliceerd met de titel ‘Winds of Change’ waarop Michael Jackson van de foto was verwijderd, en Elizabeth Taylor en ik er alleen op stonden. Ze maakten die achterbakse handeling nog erger doordat ze over ons tweeën lasterlijke opmerkingen maakten. De Onafhankelijke Kiescommissie dwong hen het pamflet uit de roulatie te halen.”

Ook biedt het vervolg op Long walk to Freedom weinig persoonlijke details. Waar hij in het eerste boek nog uitgebreid over zijn vrouw Winnie verteld, wordt ze in De Presidentiële Jaren amper genoemd. Niets van Nelson zelf over de scheidingsjaren, de hofzaken en haar schuldigverklaring. Alleen maar even dat ze een parlementslid is. Ook niet echt iets over zijn grote nieuwe liefde Graça Machel. Wel dat hij er naar uitkijkt met zijn kleinkinderen in zijn thuisdorp Qunu – een plattelandsdorpje dat hij graag als hoofdstad van het nieuwe Zuid-Afrika wilde zien- te spelen en over het landschap te turen.
Dus geen sensatie en geen echte persoonlijke huis-verhalen in dit boek. Wel wordt duidelijk dat hij er een heftige afkeer van had dat zijn privéleven openbaar zou worden.

Respect

Uit ieder van de tien hoofdstukken blijkt dat alles hoogst ingewikkeld was en werkelijk niets tot stand kwam zonder een hand of vinger van Mandela zelf.
Alle respect dus voor deze man. Gedurende de laatste tien jaren van de vorige eeuw was er geen ander als hij. Misschien ook wel niet in de vijftig jaar daarvoor en wie weet ook niet in vele decennia na zijn dood in 2013.

De andere blijvende indruk is dat het beeld dat je van Mandela had, ook als getrouwe volgeling, verandert. Hoeveel je ook dacht van hem te weten, hoezeer je hem ook bewonderde. Hij mag dan een icoon zijn – daar had hij geen zeggenschap over, dat bepaalde vooral de media – en hij zal waarschijnlijk een onbesproken held blijven, maar hij was zeker niet de godgegeven Messias of heilige, symbool van geweldloosheid, de eeuwige vredestichter die vooral westers georiënteerde landen en gemeenschappen graag van hem maken.

Madiba had fouten, kon dwars zijn, was koppig en kon zijn wil met harde hand (die hij discipline noemde) afdwingen. Hij kreeg woedebuien. In zijn oorspronkelijke manuscript schrijft hij er heel voorzichtig over, het wordt bevestigd door mede- en tegenstanders in verschillende hoofdstukken en door biograaf Mandla Langa, met zachte en beschermende hand, ook.

Mandela de onderhandelaar wilde niet eens President worden. Hij schreef in zijn wat stugge stijl :

Dat ik werd geïnstalleerd als eerste democratisch verkozen president van de Republiek van Zuid-Afrika, was me sterk tegen mijn advies in, opgedrongen.

En later ook :

“Kort nadat ik President was geworden kondigde ik in het openbaar aan dat ik slechts één termijn zou dienen en niet wilde worden herverkozen.”

Toch hees hij op late leeftijd plichtsgetrouw een bijna onmogelijk zware taak op zijn schouders. En natuurlijk werden er fouten gemaakt gedurende de aanloop naar en tijdens zijn termijn als president. Dat waren zowel onder- als overschattingen, zoals duidelijk uit deze biografie blijkt.

In alle openheid schrijf hij:

“We hadden ons beleid, waaraan we lang werkten, maar we hadden geen ervaring.”

In dit tweede deel van zijn biografie legt Madiba dus met de toelichting van anderen, rekenschap af over wat er gebeurde tijdens zijn ‘onwillige’, maar vooral ook ideaalgetrouwe en vaderlandslievende presidentschap, met de nodige zelfkritiek en herbezinning.

Een werkelijk waardevol document, een inspiratie, een boek dat niet op de Afrika-, biografie-, politiek- of geschiedenisplank mag ontbreken. Ook niet als u gewoon een bewonderaar of criticaster bent. De icoon, met de hulp van Mandla Langa verantwoordt zich. En moet gelezen worden.

De Presidentiële jaren. Bij de vrijheid begint het pas
Nelson Mandela en Mandla Langa
Atlas Contact
ISBN 9789045031484
Oktober 2017

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 24,99)
Bestel hier als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 14,99)

Koop bij bol.com
Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 24,99)
Bestel hier als ebook bij bol.com (€ 14,99)

DELEN
Emma Huismans

Emma Huismans is schrijver, ex-journalist en activist, geboren in Nederland (1946), opgegroeid in Zuid-Afrika. Drager van twee paspoorten, twee harten en meerdere loyaliteiten. Ze reist heel graag door Frankrijk, Italië en Spanje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here