Julius Spier: de psychochiroloog van Etty Hillesum

In haar biografie Julius Spier en de kunst van het handlezen reconstrueert  Alexandra Nagel het werk en het leven van de Duits-Joodse psychoanalyticus Julius Spier (1887 – 1942). De handlezer staat vooral bekend als leermeester van Etty Hillesum, de Joodse vrouw die het indrukwekkende dagboek Het verstoorde leven achterliet.

Handlezen had en heeft een negatieve associatie met exotisch geklede vrouwen die je op kermissen een ‘ontmoeting met een lange donkere man’ voorspellen. Er wordt weinig geloof gehecht aan de voorspellende uitspraken van handlezers. Maar dat het unieke lijnenspel in je handpalmen iets vertelt over je karakter en je talenten, werd in de eerste decennia van de twintigste eeuw breder aangenomen. Julius Spier speelde een belangrijke rol in de acceptatie van deze analyserende methode. Uitvoerig gaat biografe Alexandra Nagel in op het handlezen als onderdeel van een grotere beweging, het occultisme, waarin ook wichelroede en antroposofie worden genoemd.

Bijdragen aan zelfontwikkeling

Alexandra Nagel beschrijft niet alleen het werk en de ideeën van Julius Spier, maar ook zijn persoonlijke leven: zijn jeugd in een gegoede familie in Frankfurt, zijn grote liefde voor muziek (hij droomde van een carrière in de opera) en zijn huwelijk met verpleegkundige Hedel Rocco. Spier verdiende een goede boterham bij een metaalhandelsfirma. Met handlezen begon hij pas op middelbare leeftijd, toen hij de commerciële wereld beu werd.

Julius Spier ging twee jaar lang in de leer bij psychoanalyticus Carl Gustav Jung, die hem aanmoedigde om het handlezen te integreren in zijn analyses. Spier claimde dat hij via de handen kon zien hoe iemand in het leven stond op het moment van een analyse. Hij kon zien of het lijnenspel in overeenkomst was met de ‘aangeboren aanleg’. Zo begon hij de handanalyse in te zetten als een psychologische diagnose. Op die manier wilde hij mensen helpen hun problemen te overwinnen. Zijn methode van het handlezen diende bij te dragen aan iemands zelfontwikkeling. Spier noemde zichzelf dan ook psychochiroloog, een zelfbedachte term. Hij schreef boeken over zijn methode, onder andere over de kinderhand.  

Naar Nederland

Vanaf 1929 had Spier een succesvolle praktijk in Berlijn. Hij was een goede netwerker en had vooraanstaande cliënten. Met zijn huwelijk ging het echter bergafwaarts. Hij scheidde van Hedel en zag zijn kinderen Ruth en Wolfgang niet veel meer. De biografie krijgt extra diepte door de oorlogsdreiging. Nagel begint haar boek met Spiers vertrek uit Duitsland. Na de Kristallnacht betaalde hij de zogenaamde Reichsfluchtsteuer en vertrok naar Nederland, waar hij introk bij zijn zuster. Hij had al eerder voordrachten in ons land gegeven en het analyserend handlezen was in Nederland al wijdverbreid. Nagel noemt verschillende handlezers, zoals Mieke Janssen en Philip Meerloo, die ongeveer op dezelfde manier werkten. Er waren ook verschillen. Spier wilde helderziendheid mijden en beschouwde het zenuwstelsel als de verbindende factor tussen iemands psyche en handen en vond dat je intuïtie nodig hebt om de handen te kunnen duiden. De lijn tussen intuïtie en helderziendheid is echter dun. Een tijdgenoot noemt Spiers sterke mediamieke gave en de biografe lijkt daar ook in mee te gaan. Zij karakteriseert hem als een ‘gepassioneerde emotionele man’.

Julius Spier © Spaarnestad (cc0)

De Spierclub

Spier was inmiddels verloofd met zijn veel jongere leerlinge Hertha Levi, maar door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kon zij niet uit Londen naar Amsterdam komen. In de beginjaren van de oorlog ontstond de zogenaamde ‘Spierclub’, een Amsterdamse vrienden- en kennissenkring om de charismatische Spier van vooral jonge vrouwen die geïnteresseerd waren in muziek en handleeskunde. Ze gingen in de leer bij Spier en analyseerden samen (elkaars) handen. Er zijn uitvoerige verslagen van die analyses bewaard gebleven. Belangrijke leden van deze club waren de zeer gelovige Henny Tideman en Etty Hillesum. Voor zijn ‘surrogaatdochter’ Dicky de Jong, die als een soort secretaresse voor hem werkte, regelde Spier een kamer in hetzelfde huis. Uit het dagboek van Hillesum en andere bronnen blijkt dat een van Spiers methodes was om met zijn cliënt te ‘ringen (worstelen of stoeien) als een soort krachtmeting. Bij Hillesum riep dit worstelen erotische gevoelens op en er ontstond een seksuele relatie. Nagel geeft duidelijk aan dat Spier hiermee in hedendaagse ogen therapeutische grenzen overschreed. Zij geeft ook andere voorbeelden van Spiers onprofessionele gedrag als therapeut, zoals het met een leerling negatief over een andere leerling praten. Ook al stelden de leden van de Spierclub vraagtekens bij dit gedrag, ze bleven Spier wel trouw. Bijna veertig jaar later stoort het de meeste vrouwen dat de receptie van Spier zo negatief is.

Proefpersoon

Op 27 april 1942 waren Spiers handen zelf ‘onderwerp’ van de groepsanalyse, hoewel hij eigenlijk geen proefpersoon wilde zijn. Nagel stelt hier een interessante vraag over: “Als hij die avond naar zijn eigen handen heeft gekeken […] dan rijst de vraag of hij wellicht meer over zichzelf heeft gezien dan uit de aantekeningen blijkt.” Had Spier met zijn mediamieke gaven iets gezien over zijn eigen gezondheid? Antwoorden op deze vragen zijn er niet, maar Nagel sluit niet uit dat het zien van veel mogelijk ‘noodlot’ van zijn vaak Joodse cliënten voor Spier mentaal belastend kan zijn geweest. Op dat moment leed hij al aan kanker. Heeft hij dat niet willen onderkennen of bekennen? Het lukte de vriendengroep om de zieke Spier uit handen van de nazi’s te houden, tot hij op 15 september 1942 overleed.

De relatie tussen Spier en Hillesum krijgt uiteraard veel aandacht in het boek en Spiers analyse en een foto van Hillesums handen zijn als bijlage opgenomen. Dat lijkt me terecht: zonder Spier was Hillesum waarschijnlijk nooit aan haar dagboek begonnen. Ze was zeer geïmponeerd door zijn werk en zijn snelle inzichten in haar karakter. Het zou wel jammer zijn als dit boek alleen door Hillesum-fans wordt gelezen. Historica Alexandra Nagel heeft een prettig toegankelijke schrijfstijl en legt helder uit hoe de wereld van de westerse esoterie in het interbellum eruitzag. Ze heeft een mooi boek geschreven over een man met een fascinerende persoonlijkheid en een bijzonder ‘beroep’ in een gespannen tijd.

Julius Spier en de kunst van het handlezen
Alexandra Nagel
Balans
ISBN paperback 978946382482826
ISBN e-book 9789463825078
Verschenen in februari 2026

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 24,99)
Bestel als e-book bij bol.com (€ 14,99)

Petra Teunissen-Nijsse
Petra Teunissen-Nijsse
Petra Teunissen-Nijsse werkt als freelance redacteur, journalist en biografisch onderzoeker. Zij publiceerde over Louis Couperus, Carry van Bruggen en Clare Lennart. In juni 2017 promoveerde zij op het proefschrift Voor ’t gewone leven ongeschikt. Een biografie van Clare Lennart. Haar tekstbureau heet Leven in Woorden

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in