Toen Auke Kok vier jaar geleden nog aan het begin stond van zijn biografie van Anton Mussert, zei hij in een interview voor Biografieportaal dat hij vooral gefascineerd was door Musserts zelfbeeld: ‘Hitler nam hem nauwelijks serieus, maar daar leek hij zijn ogen voor te sluiten. Was dat een gevolg van zelfoverschatting of zelfbedrog?’ Kok wilde weten wat Mussert ten diepste bewoog. Waarom Mussert als redelijk geslaagde ingenieur de afslag nam naar het fascisme. En waarom vond de Duitse bezetter hem zo irritant? In hoeverre was Mussert meer dan de schertsfiguur (een burgermannetje) voor wie hij in de historiografie over de Tweede Wereldoorlog lange tijd is gehouden?
Achtergrond, studie en werk
Anton Mussert wordt in 1894 geboren in Werkendam, waar zijn vader het hoofd is van een openbare school, die steeds meer bedreigd wordt door de opmars van christelijke scholen en uiteindelijk moet sluiten. Daar houdt Mussert al vroeg zijn afkeer van de financiële gelijkstelling voor bijzondere scholen aan over. Anton, of Atje zoals hij genoemd wordt, is een vaderskind. Op een boeiende manier geeft Kok een inkijk in het gezinsleven en de verhoudingen in het dorp dat verscheurd wordt door kerkelijke partijen. Als eerste in de familie gaat Mussert naar de HBS. Hij slaagt met moeite, dankzij bijlessen, voor zijn eindexamen. Mussert wil heel graag zeeofficier worden om zijn land te dienen, maar wordt tot zijn teleurstelling vanwege zijn lengte afgekeurd. Op aanraden van zijn vader gaat hij in Delft voor ingenieur studeren. Heel ongebruikelijk maar ook veelzeggend: zijn ouders verhuizen met hem mee. Nog opmerkelijker is dat hij tijdens een langdurende nierziekte wordt verzorgd door zijn 16 jaar oudere tante Rie, met wie hij een relatie krijgt en in 1917 trouwt. Daar blijft het niet bij. Wanneer hij veel later op Rie uitgekeken raakt, begint hij een affaire met zijn 29 jaar jongere achternicht Marietje. Erg typisch burgerlijk is het allemaal niet.
Aan het studentenleven met feesten en partijen neemt hij niet deel. Hij raakt wel in de ban van de ultrarechtse hoogleraar Valckenier Kips, die hem later zijn beste leerling noemt. In 1918 slaagt hij cum laude voor zijn studie weg- en waterbouwkunde. Die lof sterkt zijn toch al niet geringe zelfvertrouwen. Hij treedt in dienst bij Rijkswaterstaat. Daar laat hij zich kennen als een vlijtige en toegewijde collega met een neiging tot gewichtigdoenerij. Zijn ijdelheid uit zich steeds prominenter, een proces dat Kok nauwgezet beschrijft. Wanneer hij in 1920 overgaat naar de Provinciale Waterstaat in Utrecht, klimt hij met veel bluf en ellenbogenwerk op tot hoofdingenieur, met een mooi huis en een uitstekend honorarium. Hij is dan al bezig met zijn eerste stappen in de politiek, in eerste instantie nog als liberaal met nationalistische trekken.
De landelijke politiek trekt
In 1925 neemt hij het initiatief tot een actie tegen het ontwerpverdrag met België, dat de zuiderburen op het terrein van de waterwegen in zijn ogen te veel voordelen ten koste van ‘onze’ nationale belangen zou opleveren. Hij heeft groot succes. Het verdrag wordt in 1927 door de Eerste Kamer verworpen en de verantwoordelijke minister treedt af. Mussert maakt niet alleen naam met zijn actie, maar hij weet ook met zijn tomeloze inzet het vertrouwen van de meest uiteenlopende figuren te winnen. Dat brengt hem tegelijkertijd in autoritair gezinde en nationalistische kringen waar hij zich duidelijk thuis voelt. Hij sluit zich aan bij de rechts-nationalistische Nationale Unie van de dichter en hoogleraar Carel Gerretson, voormalig secretaris van de olieondernemer Henri Deterding. Op amoureus vlak doet Mussert eveneens nieuwe ervaringen in de hoogste kringen op. Hij heeft enige tijd een verhouding met de Joodse historica Jadwiga Vuijk, die getrouwd is met een bankier en het in haar huwelijk niet al te nauw neemt.
Inmiddels lonkt het fascisme. Mussert komt in aanraking met de joviale Kees van Geelkerken die bij de griffie op het provinciehuis werkt en al sinds de jaren twintig in fascistische kringen verkeert. Onder zijn invloed neigt Mussert steeds meer tot het fascistische gedachtegoed. Van Geelkerken weet hem over te halen leider te worden van een nieuwe politieke beweging. Zij richten in 1931 samen de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) op. Mussert schrijft het partijprogramma, dat hij grotendeels kopieert van de nazipartij van Hitler. Wat Mussert weglaat, is opvallend: de Jodenhaat. Dat zou later veranderen. Al met al doet het meer aan het fascisme van Mussolini denken dan aan het nationaalsocialisme van Hitler, die op dat moment nog niet in Duitsland aan de macht is. In 1933 treedt de NSB voor het eerst naar buiten met een ‘landdag’ en een partijweekblad Volk en Vaderland. Het fascisme lijkt de wind in die dagen mee te krijgen. Bij de Statenverkiezingen in 1935 haalt de NSB een sensationeel succes met bijna 8% van de stemmen.

Radicalisering en glijvlucht naar beneden
Kok besteedt nogal veel aandacht aan de reis die Mussert in 1935 onderneemt naar de Nederlandse kolonie in Indië. Hij begint er zelfs zijn boek mee, omdat hij daarin een kantelpunt naar verdere radicalisering van Mussert en de zijnen ziet. Het eerste hoofdstuk is een spannend verhaal met een lange, gevaarlijke vliegtocht en groots onthaal in de kolonie (veel vermogende leden steunden hem met grote bedragen), maar of deze succesvolle reis zo beslissend bijdroeg aan zijn verdere radicalisering is enigszins de vraag.
Al eerder zijn er verschillende voorbeelden van radicale uitingen te vinden. Zo toont Mussert in 1933 bijvoorbeeld zijn grote blijdschap over de benoeming van Hitler tot Rijkskanselier, terwijl de Nederlandse pers Hitler als ronduit ‘gevaarlijk’ aanduidt. Vanwege deze uitingen wordt de NSB, die kort een uitzonderingspositie bekleedt, alsnog door Colijn op de lijst geplaatst van organisaties waarvan ambtenaren niet lid mogen zijn. Hoe het ook zij, na die tijd neemt de radicalisering van de NSB onmiskenbaar toe. Vanaf 1935 steunt Mussert door dik en dun de agressieve politiek van Mussolini en Hitler, waarschijnlijk mede door de toetreding van de radicale Meinoud Rost van Tonningen, die tijdens de bezetting zal uitgroeien tot de grote rivaal van Mussert.
Binnen de NSB botert het ondertussen niet erg. Er dreigen couppogingen, waaronder eentje met de ‘zwarte jonker’ Willem van der Goes van Naters. Ook over het misbruik dat Mussert van zijn machtpositie maakt om zichzelf te verrijken, groeit de onvrede. Veel leden stappen op. Ondanks deze afkalving, ook in de verkiezingsresultaten, kruipt Mussert steeds dichter tegen Hitler aan. Daarom is hij erg blij met de audiëntie die hij op 16 november 1936 eindelijk bij Hitler krijgt. Zij spreken elkaar maar een half uur. Toch is Mussert enthousiast. Na afloop schrijft hij: ’Eerste indruk: krachtig, gespierd; hard maar profeet. (…) Gelukkig volk, dat zulk een leider heeft.’
Marionet van de bezetter?
Kok gaat uiteraard uitvoerig in op de rol van Mussert tijdens de bezetting. Was Mussert nu wel of niet een gewillige marionet van de bezetter? Hoewel de Nederlandse bevolking hem vooral zag als ‘een gedweeë spreekpop van de Duitsers’, maakt Kok aannemelijk dat dit niet helemaal het geval was. Steeds probeert Mussert een soort middenweg te bewandelen. Zijn credo is zowel pro-Duits als pro-Nederlands te zijn, waarbij hij ernaar streeft om in het ‘landsbelang’ (niet zonder eigenbelang) zelf de ‘Grote Leider van Groot-Nederland’ te worden. Het wordt een voortdurende worsteling met zichzelf en zijn directe omgeving (mede door zijn heimelijke affaire met zijn nichtje). Hij distantieert zich van een stroming binnen de NSB die onder leiding van Rost van Tonningen volledige aansluiting bij het Duitse Rijk wenst, en niet in de laatste plaats met de leiders van de Duitse bezettingsautoriteiten. Regelmatig probeert Mussert voor zijn ideeën van een zelfstandig Nederland de hulp van Hitler in te roepen, maar die houdt zich tegenover hem op de vlakte. Uiteindelijk wordt Mussert na veel concessies van zijn kant wel ‘de leider van het Nederlandse volk’. Dat stelt echter weinig voor. Zijn NSB’ers zijn feitelijk toch de hulptroepen van de Duitsers, door het aanvaarden van bestuursfuncties, in grote getalen dienst te nemen bij de Waffen-SS en met de Landwacht de bevolking te terroriseren. Daarmee is Mussert volgens Kok gewoon ‘een speler die vooral een pion is in andermans spel’. Kok sluit zijn boek af met een pakkend hoofdstuk over de gevangenneming van Mussert, zijn proces (met een klein rolletje voor Herman Kuiphof als beginnend verslaggever) en de strafvoltrekking met de dood.
Auke Kok schildert een boeiend portret van Mussert en zijn directe omgeving. Mussert komt daarin naar voren als een steeds meer gedreven fascist met een grote portie ambitie, ijdelheid en zelfoverschatting. Het boek is naar opzet, inhoud en stijl beslist een aanrader.
Mussert. Reis naar het kwaad
Auke Kok
Hollands Diep
ISBN hardcover 9789048867059
ISBN e-book 9789048867066
Verschenen in april 2026
Bestelinformatie
Bestel als hardcover bij bol.com (€ 35,00)Bestel als e-book bij bol.com (€ 17,99)










