Philip Dirk baron van Pallandt en Jiddu Krishnamurti. Oost en West ontmoeten elkaar in Ommen

Hoe een steenrijke jongeman van adel met een voorliefde voor snelle auto’s en grote jachtpartijen in de ban raakte van een Indiase adolescent die volgens de theosofische beweging de derde incarnatie was van de ‘Wereldleraar’ na Krishna en Jezus, blijft een verbazingwekkend verhaal. Waarom stond deze jonge baron zijn gigantische landgoed in de buurt van Ommen af aan een goeroe die zelf alle bezit afwees en twijfelde over zijn rol als geestelijk leider? Dat gegeven fascineerde de journalist Rick Nieman en zijn vrouw Sacha de Boer, die een vakantiehuisje in de omgeving van het Overijsselse landgoed bezitten, zodanig dat zij zich een groot aantal jaren verdiepten in deze bijzondere geschiedenis.

Zij zijn niet de eersten die in de levens van Philip van Pallandt en Jiddu Krishnamurti zijn gedoken. In 2019 verscheen een uitgebreid proefschrift over baron Van Pallandt waarin veel aandacht wordt besteed aan zijn ‘humanitaire idealisme’. Over het leven en gedachtegoed van Krishnamurti zijn er boeken in overvloed, kunnen verschillende documentatiecentra over zijn ‘leer’ geraadpleegd worden en is oneindig veel beeldmateriaal publiek toegankelijk. Lokale historici in Ommen hebben vol enthousiasme de herinnering aan de goeroe vastgelegd in een wandelgids, website en film. Kortom, er waren genoeg bronnen voor de ervaren journalist Rick Nieman om een boeiend boek te maken. Veel ingrediënten voor een interessant verhaal zijn dan ook in De goeroe en de baron aanwezig: excessieve rijkdom, naïeve vrijgevigheid, praktisch idealisme, oosterse mystiek, excentrieke beroemdheden, duistere intriges en verrassende wendingen.

Jiddu Krishnamurti op de fiets in Ommen in 1929. Fotograaf onbekend (public domain)

Een onbezorgde jeugd en de padvinderij

Philip Dirk baron van Pallandt wordt in 1889 geboren in Den Haag in een van de oudste en rijkste adellijke families van Nederland, en brengt zijn jeugd voornamelijk door op landgoed Duinrell in Wassenaar. Het is een onbezorgde tijd, waarin hij al op heel vroege leeftijd leert autorijden en met een jachtgeweer om te gaan. Naar school gaat hij niet. Hij krijgt les van een privéleraar, toenmaals niet ongebruikelijk in hogere kringen. Met zijn tutor reist hij zelfs op aanraden van zijn huisarts (hij heeft last van zijn darmen en nervositeit) naar het Zwitserse St. Moritz. Ze proberen alles uit wat het chique wintersportoord te bieden heeft. Door deze trip ontdekt Philip de aantrekkingskracht van reizen. Tegelijkertijd ontwikkelt hij door de overdaad aan luxe geen enkel gevoel voor de waarde van geld, wat hem later meer dan eens in de problemen brengt.

Erg liefdevol worden hij en zijn zusje Connie niet grootgebracht. Zijn vader is druk met allerlei bestuursfuncties en zijn Britse moeder laat de opvoeding grotendeels over aan de Engelstalige gouvernante Miss Grant. Door het ontbreken van een schoolopleiding en studie met het bijhorende studentenleven is Philip als twintiger wat eenzaam en stuurloos. Hij bezoekt regelmatig zijn oom in Engeland met wie hij veel wandelt, de theaters in Londen bezoekt en die een tweede vader voor hem wordt. In Engeland komt hij ook in aanraking met het gedachtegoed van Baden-Powell, de grondlegger van de padvindersbeweging. Als hij zich in Nederland aanmeldt bij de plaatselijke afdeling, valt hij als een blok voor die beweging. Hij wordt een toegewijd padvinder en zal dat zijn hele leven blijven. Zo trouwt hij later ook in de kenmerkende korte broek.

Tot zijn grote verrassing erft hij al op vierentwintigjarige leeftijd van zijn achterneef Rudolf Theodorus van Pallandt het kasteel en landgoed Eerde nabij Ommen. Zijn vader raadt hem af de erfenis te accepteren, omdat hij vindt dat Philip niet de kennis en ervaring heeft om zo’n groot landgoed te beheren. Toch zet hij door. Al snel stelt hij het landgoed open voor de padvinderij, die er niets voor betaalt. Deze naïeve vrijgevigheid en zijn idealisme blijven een wezenskenmerk van hem.

‘Ongerepte’ Oosterse spiritualiteit

Via de scouting raakt Philip bevriend met de vier jaar jongere Koos van der Leeuw, erfgenaam van het Van Nelle-imperium in Rotterdam. Koos en zijn broer Kees staan in hun jongensdagen bij de elite in de havenstad bekend als ‘de sierbengels’ die het er flink van nemen. Maar zij raken in hun studententijd bevlogen door ideeën die een herhaling van de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog proberen te voorkomen. Koos richt daarvoor een religieus-ethische jongerenbeweging op onder de naam ‘Praktisch Idealisten Associatie’ (PIA), die vooral studenten uit de (zeer) gegoede burgerij en adel (bijvoorbeeld Marinus van der Goes van Naters) verenigt. Wanneer Koos in 1919 bij Philip op Eerde langskomt, is Philip direct enthousiast en stelt hij een deel van zijn landgoed ter beschikking om er zomerkampen te houden. Koos is net als veel andere PIA-leden begeesterd door de theosofie en weet Philip eveneens te interesseren voor dat gedachtegoed. De theosofische beweging leunt sterk op het idee dat het ‘onbedorven’ Oosten met zijn spiritualiteit een bron van loutering voor het materialistische Westen kan zijn.

Kort nadat Philip zich heeft aangemeld voor de Theosofische Vereniging, ziet hij Krishnamurti voor het eerst in Londen en raakt hij geheel in de ban van de inmiddels als echte Engelse gentleman geklede Indiër. Jiddu Krishnamurti is de zoon van een Indiase ambtenaar uit de hoogste hindoekaste der brahmanen die na zijn pensionering voor het Internationale Hoofdkwartier van de Theosofische Vereniging in de Britse kolonie werkt. De leiders van de Vereniging Annie Besant en Charles Leadbeater ‘ontdekken’ daar in 1909 de nog vijftienjarige Krishnamurti als de nieuwe ‘Wereldleraar’. Wanneer Leadbeater verkondigt dat de Tibetaanse Meesters hem hoogstpersoonlijk met zorg voor de vorming van deze nieuwe ‘messias’ hebben belast, wordt Krishnamurti klaargestoomd voor zijn belangrijke taak om de theosofische boodschap verder te verbreiden. Samen met zijn broertje Nitya verhuist hij naar Europa. Daar krijgt Besant de voogdij over beide jongens, wat de vader later vanwege geruchten over de ‘knapenliefde’ van Leadbeater juridisch probeert aan te vechten. In 1921 achten Leadbeater en Besant hun pupil rijp voor optredens in het openbaar. Dat wordt een daverend succes, vooral onder de elite, waaronder prominente kunstenaars en schrijvers.

In hetzelfde jaar komt Krishnamurti op uitnodiging van Philip naar diens kasteel in Eerde. Philip haalt hem op met zijn limousine (een uit Engeland geïmporteerde Wolseley) bij het kleine stationnetje van Ommen en die auto maakt grote indruk op de nieuwe ‘Wereldleraar’. Ook de landelijke rust bevalt Krishnamurti zeer en tijdens de lange wandelingen raken beide jonge mannen innig bevriend. Al direct tijdens een van eerste wandelingen oppert Philip om zijn pasverworven landgoed te schenken aan Krishnamurti, zodat hij daar dingen mee kan doen die ten goede komen aan de mensheid. Schenking aan een ‘messias’ blijkt (juridisch) niet zo gemakkelijk te gaan, maar de Theosofische Vereniging weet daar wel raad mee. In 1924 wordt de Eerde Stichting opgericht, in het kasteel komt het hoofdkwartier van de Orde van de Ster (een organisatie die gecreëerd is rondom de figuur van Krishnamurti) en op het landgoed worden vanaf die tijd jaarlijks de zogenoemde Sterkampen gehouden. Deze worden met vele rijke en vooraanstaande bezoekers een groot succes. Wanneer Krishnamurti er spreekt, worden zijn toespraken op de radio uitgezonden en is er in de landelijke media veel aandacht. Even wordt Ommen een belangrijk geestelijk centrum van de wereld. Het te kleine stationnetje moet zelfs aangepast worden aan de regelmatig terugkerende drukte.

Het einde van de orde

Ondanks of misschien vanwege het toenemend succes valt de theosofische beweging ten prooi aan ‘eindeloos gewarrel’, zoals de historicus Piet de Rooy dat noemt. Al vroeg breekt Rudolf Steiner met de Theosofische Vereniging, omdat hij niet gelooft in Krishnamurti als de ‘Wereldleraar’. Hij gaat verder met zijn ‘eigen’ antroposofische beweging. Niet lang daarna sticht Leadbeater, de ‘ontdekker’ van Krisnamurti, met enkele getrouwen de Vrij-Katholieke Kerk, een kerkgenootschap met uiterlijke versierselen van het katholieke geloof, maar passend binnen de theosofie. Leadbeater, die zichzelf benoemt als bisschop van deze ‘kerk’, krijgt steun van de steenrijke Mary van Eeghen-Boissevain, die haar landgoed in de buurt van Naarden ter beschikking stelt. Bij Krishnamurti zelf begint ondertussen de twijfel over zijn rol als ‘Wereldleraar’ toe te nemen. Hij krijgt steeds meer moeite met de cultus rondom zijn persoon. In de zomer van 1929 kondigt hij op een zeer drukbezocht Sterkamp de opheffing van de Orde van de Ster aan en neemt afstand van zijn rol als ‘messias’ met de woorden: ‘Volg mij niet langer.’

Philip blijkt niet verrast, omdat hij de twijfels van zijn vriend al langer kent. Hij eist zijn bezit weer terug. Toch worden de Sterkampen tot aan de oorlog nog wel gecontinueerd in Eerde, waar Krishnamurti in 1938 voor het laatst verschijnt. Philip krijgt zijn landgoed weliswaar terug, maar het vormt een loden last voor hem. Nu moet hij zich noodgedwongen bezighouden met zijn minst geliefde onderwerp: geld. Hij verhuurt het kasteel aan de Quakers, die er een kostschool voor kinderen met rijke ouders beginnen. Krishnamurti laat Philip per brief weten dat hij minder blij is met de keuze voor de Quakers, in zijn ogen ook een georganiseerd geloof. Hij heeft wel begrip voor Philips beslissing. Hun contact verwatert, vooral door de oorlog. In 1945 schrijft Philip nog hoopvol dat Eerde een plek zal blijven voor al diegenen die geïnteresseerd zijn in humanitaire ideeën, inclusief die van Krishnamurti. Het zal er niet meer van komen.

De goeroe en de baron is een boeiend boek, vlot geschreven met duidelijke sympathie voor beide hoofdpersonen. Rick Nieman is bij tijd en wijle heel kritisch over mensen in hun omgeving (zoals de omstreden Leadbeater), maar betrekkelijk weinig over henzelf. Hij ziet hen toch vooral als naïeve idealisten op hun zoektocht naar zingeving in het leven. Hij weet de sfeer rond beide heren goed te beschrijven met enerzijds hun verheven gedachtegoed en anderzijds hun bevoorrechte levensstijl met dure reizen, kleding en hobby’s. De vraag echter waar de fascinatie van de baron voor de goeroe uit voortkomt – de basis voor het boek- blijft ondanks het interessante verhaal toch wat in het vage.

De goeroe en de baron. Hoe Krishnamurti de wereld naar Ommen haalde
Rick Nieman
De Bezige Bij
ISNM paperback 9789403135083
ISBN e-book 9789403140285
Verschenen in april 2026

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 24,99) Bestel als e-book bij bol.com (€ 12,99)

Sjoerd Karsten
Sjoerd Karsten
Sjoerd Karsten is emeritus-hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn proefschrift, Op het breukvlak van opvoeding en politiek. Een studie naar socialistische volksonderwijzers rond de eeuwwisseling verscheen in 1996. Hij publiceerde een biografie over de 'rode bovenmeester' Adriaan Gerhard. Sjoerd is een fervent wandelaar, getuige zijn trektocht door Nederland vanaf het najaar van 2012.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in