Een vijfkoppige jury heeft uit 224 inzendingen achttien titels geselecteerd voor de longlist van de Brusseprijs, de prijs voor het beste Nederlandse journalistieke boek, verschenen in 2025. De prijs is een initiatief van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, dat subsidies verstrekt aan journalisten voor onderzoeken en reportages die hun eigen financieel vermogen te boven gaan. De prijs wordt dit jaar voor de negentiende keer uitgereikt.
Ook dit jaar ontbreken de biografieën niet in het lijstje.
NRC-journalisten Lamyae Aharouay en Petra de Koning schreven de biografie Dick Schoof , maar wie zal die nog lezen na de vroegtijdige implosie van Geert Wilders’ droomkabinet? Het lijkt me ook een waarschuwing aan journalisten om toch nog maar even te wachten met een biografie van Rob Jetten, gezien de wankele basis van zijn minderheidskabinet. Niettemin zou je de biografie toch nog even kunnen lezen als voorbeeld van een bureaucraat die “opgroeide in Santpoort en Hengelo” (is dat een probleem of een voordeel?) en “ten koste van alles hogerop wilde als ambtenaar, elke keer weer,” aldus de auteurs.
Vorig jaar verscheen ook de biografie Femke Halsema, die mij onder meer interessant leek als correctie op het idee dat iedere uitgerangeerde politicus wel een baan als burgemeester van geeft-niet-welke-stad ambieert en dat daarvoor een soort “loket” bestaat op het Binnenhof. Zij wilde alleen Amsterdam en dat had dus ook nogal wat duwen en trekken nodig van partijgenoten om haar heen, want ze was vrouw en niet van de PvdA, lang de hofleverancier van Amsterdamse burgervaders. Het zal de biografen David Hielkema en Tim Wagemakers ook hebben geholpen dat Halsema de eerlijke autobiografie Pluche schreef. Aan een autobiografie schrijven doen nog steeds weinig Nederlandse politici.
Wie zal uitgekeken hebben naar de biografie van Wim Hof, De IJsman? Volgens de auteurs Robert van de Griend en Anneke Stoffelen “zoeken miljoenen mensen hun heil bij zijn aanpak voor het genezen van fysiek en mentaal leed.” Die zullen dus wel niet behoren tot de lezers die door zijn “onderbelichte kant” gefascineerd kunnen zijn: “een lange familiegeschiedenis vol armoede, criminaliteit en beschuldigingen van (seksueel) geweld, opgeblazen recordpogingen, tegenstrijdigheden over zijn verleden… en onverantwoorde gezondheidsclaims.” Wim Hof is van 1959, leeft nog steeds en dit is zo’n biografie waarna je een rechtszaak verwacht. Als auteurs zou je er op kunnen hopen voor de publiciteit…
Een bijzondere eend in de bijt is Ludwig, van biografe Kim Palmaccio. Deze Ludwig, koosnaampje voor Paul Helter, was de grote baas van 26 casino’s in de Benelux, die in 1986 werd ontvoerd voor losgeld en nooit meer is teruggevonden. Een neef van hem, de vader van Kim, was croupier in een louche casino in Eindhoven en werd na Ludwigs verdwijning als 19-jarige reeds onderdeel van het bestuur van diens imperium. Iedere reporter zou de walm van de maffia dan al hebben moeten ruiken maar de media in Eindhoven lieten verstek gaan. Kim ondervroeg haar vader over zijn bliksemcarrière en latere leven in de onderwereld. Daardoor is het boek een soort dubbelbiografie geworden die waarschijnlijk over fysieke en online casino’s bevestigt wat een ander boek op de longlist beweert over de lobby’s voor het aanmoedigen van gokverslaving, ‘U heeft helaas niets gewonnen’ van Michael van Dijk.
De reacties op de biografie Zwaag van Maria Vlaar, ook op de longlist, waren niet onverdeeld positief, maar dat had geen betrekking op de kwaliteit van haar onderzoek. Sommige mensen herinnerden zich schrijver en intellectueel Joost Zwagerman nu eenmaal als een fijner mens dan meerdere getuigen van Vlaar. Haar eigen oordeel – dat je als biograaf volgens Hans Renders verplicht bent te leveren – is ook geen pure lofprijzing. Slechts weinig biografieën wereldwijd zijn later ooit herschreven vanwege dat soort meningsverschillen voor zover ik weet, en Zwagerman is te weinig wereldberoemd en te gebonden aan de Nederlandse actualiteit om ooit nog een ge-update biografie te verwachten als lezer.
We hebben in deze longlist dus te maken met hogelijk aan de actualiteit gebonden biografieën, die drie keer ook nog eens levende persoonlijkheden betreffen waar over twintig jaar niemand meer naar omkijkt, tenzij ze iets spectaculairs doen. Voor journalisten een feestje, voor historici een mwah.










