Het strijdbare leven van Lie Alma-Heijnen

In de jaren dertig was Lie Alma-Heijnen (1909-1990) een van de boegbeelden in Nederland van de vooroorlogse beweging voor vrede en tegen fascisme. Bij een onderzoeksproject van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis stuitte historica Seran de Leede op haar indrukwekkend archief, ooit samengesteld door haar dochter Sinja Alma. Daaruit bleek dat Lie Alma bij een zeer groot aantal activistische comités betrokken was geweest. Prachtig materiaal voor een boek, niet alleen vanwege het bijzondere leven van Lie zelf, maar ook omdat het inzicht geeft in de rol van vrouwen in een onderbelicht deel van de Nederlandse geschiedenis.  

Van de Drentse venen naar Amsterdam

Aleida (Lie) Heijnen groeide op als oudste dochter in een katholiek gezin van vier kinderen in het Drentse veengebied ten oosten van Emmen. Haar vader verdiende enige tijd zijn brood met een zogenoemde rijdende bioscoop. Als hij in de cafés in de regio zijn films vertoonde, zat Lie geregeld achter de kassa. Lie bleek heel slim en deed het goed op school. Zij kreeg daardoor de kans op de katholieke kloosterschool voor meisjes in Munsterscheveld door te leren voor onderwijzeres. Na het behalen van haar akte ging zij in het volksonderwijs in de omgeving werken, maar zij kreeg ondanks alle waardering voor haar lessen nergens een vaste aanstelling. Dat was waarschijnlijk omdat haar vader onder invloed van het opkomend socialisme uit de kerk was gestapt en zij hem een paar jaar later was gevolgd.

Er kwamen bij haar ouderlijk huis geregeld socialisten over de vloer. Zo ontmoette zij de stukadoor Siert Tillema, een anarchist en dienstweigeraar uit Groningen. Lie trouwde in 1933 met Siert en trok met hem naar Groningen. Door haar huwelijk kon zij echter niet meer aan de slag in het onderwijs, omdat in 1934 het arbeidsverbod voor getrouwde vrouwen in overheidsdienst in werking trad. Toen haar huwelijk spaak liep, verhuisde zij in haar eentje naar Amsterdam. Nog steeds kon zij niet in het onderwijs terecht, omdat Siert weigerde van haar te scheiden. In de hoofdstad vond zij werk bij het Holland Typing Office van Selma Meyer, een bedrijf dat onder meer typewerk en stencils verzorgde. Via Selma, die landelijk secretaris was van de Internationale Vrouwenbond voor Vrede en Vrijheid (IVVV), werd Lie actief in de vrouwenvredesbeweging.

Voor vrede en tegen fascisme

Voor de IVVV hield Lie overal in het land redevoeringen. Zij bleek een begenadigd spreekster met een heldere stem. Ook schreef zij artikelen in het maandblad van de bond en in andere vredesperiodieken. Steeds was haar boodschap dat vrouwen, vooral als moeders, een grote verantwoordelijkheid hadden in het stoppen van oorlogen. Volgens haar moest de opvoeding van de jeugd ter voorkoming van oorlog niet onderschat worden. De grootste bedreiging voor vrede vormde in haar ogen de opkomst van het fascisme in de jaren dertig. Daarom werd zij ook actief in de in 1934 opgerichte Nederlandse afdeling van het Wereld Vrouwen Comité tegen Oorlog en Fascisme (WVC). Een jaar later werd zij zelfs voorzitster. In die hoedanigheid nam zij regelmatig deel aan internationale delegaties, zoals naar het Duitse Saargebied, dat overeenkomstig het Verdrag van Versailles uit 1919 onder bestuur van de Volkenbond stond. Daar moest in 1935 gestemd worden over de vraag of de bevolking voor hereniging met Duitsland, voor aansluiting bij Frankrijk of voor behoud van de status quo was. Zij zag toen met eigen ogen met welke methoden het naziregime de bevolking probeerde te intimideren om voor hereniging met Duitsland te stemmen, wat later ook gebeurde.

Lie Alma-Heijnen © Sinja Alma

Over de politieke kleur van het WVC is altijd veel te doen geweest. Zo bestond er in die tijd het sterke vermoeden dat dit comité niet echt een initiatief was van vrouwen van uiteenlopende politieke achtergronden, maar geregisseerd werd door de communistische beweging, die op die manier probeerde zelf aan invloed te winnen. De Leede gaat gelukkig aan deze kwestie niet voorbij. De communistische invloed in deze beweging was volgens De Leede onmiskenbaar. Dat maakte het voor mensen als Lie wel moeilijk om ‘onafhankelijk’ te blijven en te streven naar samenwerking met politiek andersgezinden. Lie heeft zelf altijd ontkend lid te zijn geweest van de CPN. Toch stond zij vrijwel zeker erg dicht bij prominenten uit de communistische partij en had zij een sterk geloof in het communistisch ideaal.

Naast haar strijd voor vrede in het WVC zette zij zich tegen het einde van de jaren dertig ook in voor hulp aan de vluchtelingen voor het naziregime, het verzet in Duitsland en de slachtoffers van de Spaanse Burgeroorlog. In 1936 reisde zij mee met een delegatie van het zogenoemde Centraal Wuppertal Comité naar nazi-Duitsland om verslag te doen van de massaprocessen tegen de meer dan duizend vrouwen en mannen in de industriële streek rond Wuppertal, die sinds 1935 door Gestapo en politie in hechtenis waren genomen. Zij werden van hoogverraad beschuldigd en veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen in concentratiekampen. Deze reis zou nog negatieve gevolgen hebben voor haarzelf tijdens de Duitse bezetting.

Zij bezocht ook tweemaal na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 de Spaanse Republiek en was actief in het comité ‘Hulp aan Spanje’, dat geld inzamelde voor de republikeinen en medische hulp aan de vele slachtoffers. Na de oorlog zou ze dit werk voortzetten als voorzitter van de vereniging ‘Vrij Spanje’. Vanwege al deze activiteiten werd zij scherp in de gaten gehouden door de geheime dienst.

In 1936 leerde Lie de communistische kunstenaar Peter Alma kennen, die nauw betrokken was bij de organisatie van de tentoonstelling De Olympiade Onder Dictatuur (D.O.O.D) uit protest tegen de Olympische spelen die in dat jaar in nazi-Duitsland werden gehouden. Het klikte direct tussen de twee. Beiden waren op dat moment nog getrouwd. Twee jaar later werden hun huwelijken ontbonden, hoewel dat bij Lie nog best wel wat voeten in de aarde had. In april 1940 trouwden zij en een maand later brak de oorlog uit.

Oorlog en daarna

Omdat Lie voorkwam in de archieven van de Nederlandse inlichtingendienst, konden de Duitse bezetters haar al snel in 1941 arresteren op beschuldiging van betrokkenheid bij het Wuppertal Comité. Zij werd vastgezet in het huis van bewaring aan de Amstelveenseweg in Amsterdam, terwijl zij vrij kort tevoren bevallen was van een dochter (Sinja). Haar gevangenschap duurde zes maanden en steeds dreigde overplaatsing naar een strafgevangenis in Berlijn. Dat wist zij te voorkomen. Toen zij vrijkwam, werd in 1944 nog een zoon geboren, Peter Laurens. Haar man, die weigerde lid te worden van de Kultuurkamer, kreeg in die jaren af en toe een uitkering van het verzet. Zij maakte met nog andere vrouwen voor De Bijenkorf zogenaamde naaldenboekjes om te overleven tijdens de bezetting.

Zij en Peter bleven in de jaren na de oorlog betrokken bij allerlei activistische comités en organisaties, die wederom dicht bij de communistische partij stonden. Toch probeerden zij tijdens de Koude Oorlog wat meer afstand tot de partijpolitiek te houden. Zo waren zij aanhangers van de zogenoemde Derde Weg, een stroming in de vredesbeweging die zich niet wilde neerleggen bij een keuze tussen Oost en West. Vanwege haar grote politieke interesse ging Lie in Amsterdam politieke wetenschappen studeren aan de pas opgerichte zevende faculteit. Het gezin had het toen niet erg breed en Lie moest daarom haar studie voortijdig afbreken. Uit hoge nood verkochten de Alma’s uit hun persoonlijk bezit twee kostbare kunstwerken, een van El Lissitzky en een prachtig schilderij van Piet Mondriaan. Toen in het midden van de jaren vijftig het arbeidsverbod voor getrouwde ambtenaressen werd opgeheven, keerde Lie als lerares in het onderwijs terug. Zij werd actief in het montessorionderwijs en ondervond daar veel waardering.

In 1969 overleed haar grote liefde Peter Alma. Tijdens zijn begrafenis hield de Binnenlandse Veiligheidsdienst nog nauwgezet de kentekens van alle aanwezigen bij. In 1983 hertrouwde Lie met de kunsthistoricus Enno Boeke. Zij overleed zeven jaar later na een langdurig ziekbed aan de ziekte van Kahler.

In De strijd tegen fascisme van Seran de Leede ligt het accent op de activistische kant van het leven van Lie Alma. Daardoor ontbreekt hier en daar enigszins het persoonlijke element. Het blijft bijvoorbeeld onduidelijk wat er in Lie omging bij de langdurige weigering van haar eerste man om te scheiden, waardoor ze niet meer in het onderwijs kon werken. Of wat zij dacht bij de verkettering van medestrijders die kritiek hadden op de Sovjet-Unie en daarom opzijgezet werden in de actiecomités.

In haar slotbeschouwing besteedt De Leede wel kort aandacht aan wat het voor haar kinderen betekende om een heel daadkrachtige en ondernemende moeder te hebben, die voortdurend op pad was voor ‘de goede zaak’. Daaruit blijkt ook dat hun moeder, hoe welbespraakt zij in de buitenwereld ook was, vaak zweeg over haar diepere drijfveren en het waarom van haar blijvende geloof in het communisme als ideaal. Met haar boek is De Leede er goed in geslaagd om op heldere wijze het boeiende leven van Lie Alma te schetsen en om de rol van vrouwen in de strijd tegen oorlog en fascisme een prominentere plek in de geschiedschrijving te geven.

De strijd tegen fascisme. Het activistische leven van Lie Alma (1909-1990)
Seran de Leede
Boom
ISBN paperback 9789024475780
Verschenen in maart 2026

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 24,90)

Sjoerd Karsten
Sjoerd Karsten
Sjoerd Karsten is emeritus-hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn proefschrift, Op het breukvlak van opvoeding en politiek. Een studie naar socialistische volksonderwijzers rond de eeuwwisseling verscheen in 1996. Hij publiceerde een biografie over de 'rode bovenmeester' Adriaan Gerhard. Sjoerd is een fervent wandelaar, getuige zijn trektocht door Nederland vanaf het najaar van 2012.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in