Joris van Severen – Van katholiek naar fascist

Er zijn maar weinig figuren uit de vooroorlogse Vlaamse Beweging die tot op de dag van vandaag zo tot de verbeelding spreken als Joris van Severen (1894-1940), oprichter en leider van de fascistisch geïnspireerde, elitaire groepering Verdinaso. Over hem verschenen eerder maar liefst dertien boeken, waaraan Christian de Borchgrave nu een nieuwe biografie toevoegt.

Ook in de wereld van de fictie is Van Severen een aansprekende figuur gebleken. Hugo Claus baseerde in zijn roman De Verwondering uit 1962 het personage Maurice de Keukeleire bijna geheel op Van Severen. Zo wordt aan het einde van de roman de gewelddadige dood van Van Severen in mei 1940 gedetailleerd beschreven. Net zoals zijn evenbeeld in De Verwondering legde Van Severen een bochtig politiek parcours af. Dat kronkelige pad staat dan ook centraal in de uitstekend gedocumenteerde en boeiende politieke biografie van De Borchgrave, waarbij de biograaf gepaste afstand houdt tot het gepolijste en soms ook vergoelijkende beeld van eerdere biografieën.

Jeugd bij de jezuïeten

Georges van Severen (hij veranderde later zijn naam in Joris) werd in 1894 geboren als oudste zoon van de dorpsnotaris in het West-Vlaamse Wakken. Hij werd thuis Franstalig opgevoed en correspondeerde met zijn ouders en familieleden in het Frans, maar dat betekende niet dat de Van Severens franskiljons waren, Vlamingen die soms op een gebrekkig Frans overschakelden om zich van het gewone volk te onderscheiden. Veeleer waren zij tweetalige Vlamingen uit de hogere middenklasse die zich ook via het toenmalig geheel verfranste middelbaar en hoger onderwijs het Frans door en door eigen hadden gemaakt.

In 1905 ging de jonge Van Severen naar het prestigieuze Sint-Barbaracollege in Gent. Op dit strenge jezuïetencollege, waar het Frans de voertaal was, ontwikkelde hij zich tot een rechtgeaarde flamingant, waarschijnlijk vanwege de minachting die hij als plattelander ondervond van de franskiljonse Gentse bourgeoiszonen en door zijn nauwe contact met een aantal Vlaamsgezinde jezuïeten en schoolgenoten. Hij verbleef er tot 1912 en droomde in die kazerneachtige omgeving als verwoed lezer van vooral ultraconservatieve Franse auteurs met sterk autoritaire denkbeelden van een carrière als schrijver.

Al direct na zijn inschrijving als rechtenstudent bij de Gentse universiteit, die toen nog Franstalig was, werd hij preses van een genootschap van Vlaamsgezinde katholieke studenten. Hij onderscheidde zich daar als pleitbezorger van een maatschappelijke en godsdienstige revolutie, niet door geweld maar via kunst en literatuur. In de daaropvolgende jaren werd de door hem beoogde redding van een streng katholicisme in Vlaanderen steeds meer een politieke kwestie. Het strikte katholieke geloof kon naar zijn mening alleen bereikt worden door de verzelfstandiging van Vlaanderen, ver weg van het door liberalisme doortrokken, lauwe katholicisme in Wallonië. Langzaam groeide ook zijn idee van een Groot-Nederland.

Joris van Severen (public domain)

Aan het front

In 1914 werd hij gemobiliseerd en kwam hij met zijn regiment aan de frontline terecht. De oorlog veranderde, zoals bij andere frontsoldaten, veel bij Van Severen op het persoonlijke, politieke en religieuze vlak. Zijn persoonlijk leven kende vanaf die tijd een reeks van tumultueuze amoureuze relaties waarbij hij regelmatig de ‘katholieke moraal’ overtrad – zijn (opmerkelijk vaak Franstalige) minnaressen waren veelal getrouwd. Daardoor voelde hij zich voortdurend ‘zondig’ en zag hij zich verder wegglijden van het allesoverheersende katholicisme. Politiek kwam hij tijdens de oorlog in radicaal vaarwater terecht. Door zijn contact met de – later vanwege nazisympathieën omstreden – priester en letterkundige Cyriel Verschaeve, die een ‘biechtvader’ voor hem werd, sloot hij zich aan bij de Frontbeweging. Deze beweging was ontstaan uit onvrede over de discriminerende behandeling van Vlamingen aan het front. In 1917 werd zij door de legerleiding verboden. Als gevolg daarvan werd Van Severen ter verantwoording geroepen en werd zijn benoeming tot onderluitenant ingetrokken.

Na de oorlog gaf hij uiteindelijk zijn studie op. Bezield door kunst en literatuur startte hij in 1921 zijn eigen tijdschrift met de hoogdravende titel, Ter Waarheid. Het maandblad, dat hij grotendeels zelf vol schreef, kantte zich vanuit een ‘etnisch-cultureel nationalisme’ sterk tegen een Belgische staat. In de Vlaamse staat waarvan Van Severen droomde, zou geen plaats meer zijn voor democratie, ook niet in de gematigde vorm van een christendemocratie. Hij werd een steeds groter pleitbezorger van het solidarisme, een samenlevingsvorm die niet gegrondvest was op het individu maar op de familie, het volk, de vorst en de Kerk.

Vanwege zijn antidemocratische opvattingen (het parlement stelde volgens hem weinig voor) was het des te vreemder dat hij zich in 1921 kandidaat stelde voor de nationalistische Frontpartij (ontstaan uit de Frontbeweging). Van Severen werd met een klein aantal gelijkgezinden verkozen, maar zelf maakte hij in zijn twee mandaatperiodes weinig indruk. Hij hield er wel een pleidooi voor amnestieverlening voor collaboratie gestrafte activisten. Na verlies van zijn zetel in 1929 wendde hij zich nog sterker van de parlementaire democratie af: hij sprak zich steeds uitdrukkelijker uit voor een organisatie met een eigen militie die de beste ‘Vlaamsch-nationale strijders’ zou verenigen om de Vlaamse solidaristische natie op de bouwen.

Verdinaso en een gewelddadig einde

In 1931 richtte Van Severen het Verdinaso (Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen) op, die volgens hem geen politieke partij was die verkiezingssucces najaagde, maar juist een elitaire beweging, die er niet in de eerste plaats op uit was om de massa voor zich te winnen. Het programma van het Verdinaso bepaalde dat de beweging ten doel had een Dietse (Groot-Nederlandse) volksstaat te stichten en te leiden. Over het antisemitisme van de organisatie was geen twijfel mogelijk. Alle rechtgeaarde ‘Dietsers’ (zowel Vlamingen als Nederlanders) mochten toetreden als ze maar stipt de leiding gehoorzaamden. Erg succesvol werd de beweging niet, zeker niet in Nederland. Zij maakte wel publicitair indruk met haar paramilitair vertoon op de jaarlijkse landdagen.

In 1934 maakte Van Severen nog een ommezwaai waardoor de beweging nog meer aanhang verloor. Hij gaf zijn streven naar Vlaamse zelfstandigheid op en stuurde de beweging in Belgisch en fascistisch-monarchistisch vaarwater: hijzelf als de grote leider met boven hem de koning. In de roman van Claus drukt een van de stamgasten van de herberg zich over deze ‘Nieuwe Marsrichting’ heel wat prozaïscher uit: hij had gewoon ‘zijn kazak gekeerd’ (een typisch Vlaamse uitdrukking: uit opportunisme van gedachte wisselen).

In 1939 werd het Verdinaso als staatgevaarlijk bestempeld. Op 15 mei 1940 arresteerde de Belgische regering uit angst voor een soort ‘vijfde colonne’ voor de Duitse troepen Van Severen. Hij werd in een van de zogenaamde spooktreinen naar Frankrijk weggevoerd en op 20 mei door Franse soldaten standrechtelijk geëxecuteerd.

Boeiende politieke biografie

Is Joris van Severen. Van katholiek tot fascist nu de definitieve biografie? Het is zeker een vernieuwende biografie, die met de nodige historische distantie is geschreven. De nadruk ligt op de intellectuele en politieke ontwikkeling van de hoofdpersoon, zonder diens complexe karakter uit het oog te verliezen: een overtuigde Vlaamse katholiek met een nogal apart liefdesleven, een autoritaire leider, een belezen en fijnbesnaarde dandy die nooit zijn ambitie om een groot schrijver te worden, wist te realiseren. Boeiend is hoe Christian de Borchgrave laat zien dat het afglijden van katholicisme naar fascisme bij Van Severen niet zozeer door zijn persoonlijkheid en literaire interesses verklaard kan worden, maar vooral in zijn katholicisme gezocht moet worden. Het boek zal door zijn specifiek Belgische historische thematiek, hoe actueel nu ook, Nederlandse lezers wellicht wat minder aanspreken, maar het is wel een mooi voorbeeld hoe een goede politieke biografie eruit kan zien.

Joris Van Severen. Van katholiek naar fascist. Politieke biografie
Christian de Borchgrave
Ertsberg
ISBN hardcover 9789464984415
Verschenen in september 2026

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 34,95)
Sjoerd Karsten
Sjoerd Karsten
Sjoerd Karsten is emeritus-hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn proefschrift, Op het breukvlak van opvoeding en politiek. Een studie naar socialistische volksonderwijzers rond de eeuwwisseling verscheen in 1996. Hij publiceerde een biografie over de 'rode bovenmeester' Adriaan Gerhard. Sjoerd is een fervent wandelaar, getuige zijn trektocht door Nederland vanaf het najaar van 2012.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in