Het veelbewogen leven van Jan van Brederode

We weten niet wanneer Jan van Brederode precies geboren is, we weten niet eens hoe hij eruit heeft gezien, maar voor de rest weten we eigenlijk best wel veel van hem. Er is Jan de ridder, Jan de monnik en Jan de huurling, die een anoniem graf vond op het slagveld van Azincourt. Hij geloofde in God en de duivel, hemel en hel, en probeerde er in het ondermaanse het beste van te maken, wat niet altijd goed heeft uitgepakt. Frits van Oostrom schreef met Nobel streven. Het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode zijn biografie.

Jan van Brederode, de mislukkeling

Hij werd geboren rond 1370, was de tweede zoon van Reinoud I van Brederode en daarmee veroordeeld tot een leven in de marge, ware het niet dat zijn oudste broer Dirk zich geroepen voelde tot een contemplatief bestaan in het kartuizer klooster van Monnikhuizen. Jan volgde zijn vader op in 1390. Twee jaar later trouwde hij met Johanna van Abcoude, een bruid om u tegen te zeggen. De Abcoudes bezaten niet alleen de uitgestrekte heerlijkheid aan de grens van Holland en het Sticht Utrecht, maar hadden via verschillende heerlijkheden ook in Zeeland en Brabant veel in de melk te brokkelen. Aan het geopolitieke sprookjeshuwelijk hing een behoorlijk prijskaartje. Jan van Brederode kon de financiële verplichtingen van de huwelijckse brieven nauwelijks voldoen, en dat was de eerste smet op zijn blazoen. Schoonvader Willem van Abcoude deed meermaals zijn beklag over de wanbetaler bij diens leenheer Albrecht van Beieren, de graaf van Holland. In 1396 nam Jan van Brederode deel aan de oorlog tegen de Friezen, daartoe opgeroepen door de graaf. De kruistocht tegen de opstandige heidenen aan de overzijde van de Zuiderzee moesten de onderlinge twisten in eigen huis – die van de Hoekers en de Kabeljauwers –doen vergeten. Niets verbroederd meer dan een gezamenlijke vijand.  Intussen tekende zich de tweede smet af op het blazoen van Jan van Brederode: het uitblijven van nakomelingen. Rustte er een vloek op zijn geslacht door het bloed dat aan zijn handen kleefde? Jan besloot het monster in de bek te kijken en een pelgrimage naar Sint Patricius in Lough Dergh te ondernemen. De bedevaart was een heuse hellevaart, de grot op Station Island in het noordwesten van Ierland bood de aardse sterveling een voorproefje van het vagevuur dat hem na zijn dood waarschijnlijk te wachten stond.  Het mocht niet baten. Zelfs de kapel die Jan van Brederode na thuiskomst ter ere van de heilige bij zijn slot in Santpoort stichtte, kon de Allerhoogste er niet toe bewegen hem een erfopvolger te schenken.

Santpoort Meindert Hobbema
De ruïne van Santpoort. Schilderij van Meindert Hobbema (1671)

Des coninx summe

Geldzorgen en gebrek aan nageslacht dreven Jan van Brederode en Johanna van Abcoude tot het uiterste. In 1401 trad zij in bij de dominicanessen van Maria Magdalena te Wijk bij Duurstede, terwijl hij op de poorten van Sint-Jansberg in de Kempen klopte, een kartuizer orde. Jan volgde daarmee het voorbeeld van zijn oudste broer Dirk. In zijn kloostercel kwam hij tot zijn belangrijkste wapenfeit, eentje dat hem eeuwige roem zou bezorgen. Hij hertaalde Somme le roi, een kerkleer die was vervaardigd voor Filips de Stoute, in levend Middelnederlands. Des coninx summe biedt ons een inkijkje in het dagelijkse spraakgebruik aan het begin van de vijftiende eeuw, gelardeerd met spreekwoorden en gezegden (“wie de koe vasthoudt, is even schuldig als degene die hem slacht”) en poëtische metaforen (“eigendunk is als de koekoek die zichzelf bezingt”). Wat de deugden betreft is Jan van Brederode tamelijk trouw aan het Franse origineel, maar hij gaat los als het menselijk kwaad aan de orde komt. Van Brederode draagt talloze voorbeelden aan van Nijd, Gulzigheid en Hebzucht, die zijn Franse voorganger (Laurent d’Orleans) liet liggen. Hij houdt de schijnvromen, woekeraars en kippendieven voor dat ze door de kortstondige bevrediging van hun aardse geneugten het langetermijnperspectief van een eeuwig leven wel op hun buik kunnen schrijven. “We schijnen te denken dat varkens in hun mest groter geluk ervaren dan engelen in de hemel.”

Een naamloos graf in Azincourt

Wat hem er niet van weerhield het klooster de rug toe te keren toen zijn schoonvader in 1407 stierf. Er gloorde een oplossing voor al zijn besognes, die door de krijgsgevangenschap van zijn jongere broer Walraven alleen maar waren toegenomen. (De gijzelnemer, de Heer van Arkel waarmee de graaf van Holland en dus zijn leenmannen in de clinch lagen, vroeg een exorbitante losprijs). Jan van Brederode trok met een gevolg naar Wijk bij Duurstede om zijn lieftallige echtgenote uit het klooster te bevrijden, om vervolgens de erfenis op te strijken en zijn oude dag op slot Santpoort te slijten. Hij rekende buiten de waard. Willem van Abcoude had voor zijn overlijden een andere erfgenaam op het oog, Jacob van Gaasbeek, de zoon van zijn oudste broer en een vertrouweling van de bisschop van Utrecht. Het juridische dispuut dat volgde hield de gemoederen tot in Parijs bezig. Jean Gerson, een van de leidende theologen aan de Notre Dame, betoogde dat Jan van Brederode een voortvluchtige was, een “fugitives”, die nog steeds gehouden was aan zijn kloosterbelofte uit 1401. Hij kon helemaal geen aanspraak op de erfenis maken. Toen Johanna twee jaar laten tussen de muren van haar klooster overleed, waren alle kansen verkeken. Jan besloot het laatste te verkopen wat hij te verkopen had: zijn krijgskunst. Hij werd een huurling, die in de Honderdjarige Oorlog zijn diensten aanbood aan de hoogste bieder, hoogstwaarschijnlijk de Fransen. Op 25 oktober 1415 nam hij deel aan de Slag bij Azincourt, en sneuvelde. Dat is, in een notendop, het veelbewogen leven van Jan van Brederode.

Azincourt 25 oktober 1415
De Slag bij Azincourt 25 oktober 1415

Het biografisch perspectief

Wat bezielde de beste man? Frits van Oostrom heeft met Nobel streven niet alleen een zinderend boek geschreven over het leven van een ridder op het breukvlak van de veertiende en vijftiende eeuw, maar reflecteert ook over de zin en onzin van het biografisch perspectief voor de mediëvist, zonder de lezer ook maar een moment te vervelen. Willen we het doen en laten van Jan van Brederode begrijpen, dan moeten we op de eerste plaats de wetten van de chronologie respecteren, zo betoogt Van Oostrom. Het een kwam uit het ander voort, de monnik volgde de ridder op, die vervolgens als huurling een roemloos einde vond.

Grote drijfveer in het leven van Jan van Brederode was de familie-eer, die uitgedrukt werd in het materiële welbevinden van de familie. Als stamhoofd moest hij dat op zijn minst consolideren, op zijn best uitbreiden – het verkwanselen was niet een optie. Toen Jan van Brederode in dat opzicht dreigde te mislukken – in zekere zin is Nobel streven de biografie van een loser – maakte hij vrijwillig plaats voor zijn jongere broer Walraven. Wellicht was die wel in staat om de schuldenlast te keren en een erfopvolger te verwekken.

De grote verscheidenheid aan overgeleverde bronnen stelde Van Oostrom haast in staat om een van-de-wieg-tot-het-graf-biografie van een Middeleeuwse edelman te schrijven, wat vrij uniek is. Alleen zeggen die bronnen weinig over de innerlijke besognes van de protagonisten. Je zou de ‘gaten in de kaas’ (de beeldspraak is van Van Oostrom) kunnen vullen met het fictionele talent van de biograaf, maar daar wil Van Oostrom uitdrukkelijk niet aan. Liever reflecteert hij in de marges van al die teksten over de innerlijke drijfveren van zijn hoofdpersoon. Hoe gelovig was Jan van Brederode? Was hij materialistisch ingesteld? Als hij zo overtuigd was van de levende werkelijkheid van de hel, waarom voerde hij dan willens en wetens een bestaan dat hem linea recta naar het inferno zou leiden, waarvan hij de verschrikkingen op Station Island met eigen ogen had aanschouwd? De speculaties van Van Oostrom laten genoeg ruimte voor discussie – zo gaat hij naar mijn gevoel wel heel prozaïsch om met de geloofsbeleving van Jan van Brederode. Maar dat maakt Nobel streven er alleen maar interessanter op. Eenduidige antwoorden zijn er niet, er mag worden meegedacht. Bovenal is Van Oostrom een begenadigd verteller, die de lezer met flair en humor meeneemt op een historische ontdekkingstocht. Zelden kreeg u de Middeleeuwen in het graafschap Holland zo kleurrijk en inlevend voorgeschoteld.

Nobel streven. Het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode
Frits van Oostrom
Prometheus
ISBN 9789044634679
Verschenen in oktober 2017

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 24,99)

Koop bij bol.comBestel hier als hardcover bij bol.com (€ 24,99)

DELEN
Eric Palmen

Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here