De kwestie-Irene bracht in 1964 de monarchie aan de rand van de afgrond

Carlos Hugo en Irene in 1964 © Harry Pot / Anefo

‘Wat een enige jongen,’ dacht Irene, toen ze in 1957, tijdens de bruiloft van prinses Marie Adelheid van Luxemburg met Karl Josef graaf Henckel van Donnersmarck, voor het eerst Carlos Hugo van Bourbon-de Parma zag. Zo’n bruiloft was de gelegenheid bij uitstek om blauw bloed te ontmoeten. En daarvan werd de spoeling steeds dunner. Rond het midden van de jaren vijftig kende Europa nog maar tien dynastieke families die daadwerkelijk een troon bezetten. Waaronder dus de Oranjes. Beatrix en Irene hadden de huwbare leeftijd bereikt. Beiden zouden met hun partnerkeuze de constitutionele monarchie aan het wankelen brengen.

De kwestie-Irene

Daniela Hooghiemstra beperkt zich in Om de liefde, voor de troon tot de kwestie-Irene. Politiek was die, achteraf gezien, het meest precair. Irene shockeerde de natie toen ze op 29 januari 1964 wereldkundig maakte toegetreden te zijn tot de katholieke kerk. Twee weken later volgde de mededeling dat ze met een Spanjaard was verloofd. Hadden we dáárvoor de Tachtigjarige Oorlog gewonnen?

Nazaat van de zonnekoning

Hooghiemstra weet in kraakhelder proza de vrij complexe materie van de kwestie te ontwarren. Die complexiteit schuilt met name in de Spaanse kant van de zaak. In 1957 werd Hugo van Bourbon-de Parma het kroonjuweel van de Carlisten. De stamboom van de Bourbon was er een om door een ringetje te halen. Een directe nazaat van Hugo Capet, zonnekoning Lodewijk XIV èn Filips I, de Bourbon die in 1700 de Spaanse troon binnen de familie bracht. Dat Hugo geen woord Spaans sprak, was een klein gebrek geen bezwaar. Een mens leert snel. In 1958 hield hij zijn eerste toespraak op de Montejurra, de berg waar de Carlisten ieder jaar in mei hun verloren veldslag van 1876 herdachten. Hij ging zich toen ook Carlos Hugo noemen, naar de mannelijke troonpretendenten van Ferdinand VII.

Het Carlisme was van oorsprong aartsconservatief, roomser dan de paus en ‘regionalistisch’. Vooral dat laatste was tegen het zere been van de zittende dictator Franco. Die moest niets weten van een zekere mate van autonomie voor de verschillende communinades in Spanje. Wel wenste hij dat na zijn dood de monarchie hersteld zou worden. Juan Carlos de Bourbon, kleinzoon van de verdreven koning Alfonso XIII, had de beste papieren. Maar Carlos Hugo ontpopte zich als een geducht tegenkandidaat, die vooral in de regio’s – La Rioja, Catalonië – veel aanhang vond.

Code oranje

In die politieke constellatie kwam prinses Irene in 1964 terecht. Haar toetreding tot de kerk van Rome luidde al een code oranje in op het Binnenhof, maar toen ze ook nog eens op eigen houtje politieke uitspraken ging doen over het Spanje van Franco werd die dieprood. De ministeriële verantwoordelijkheid kwam in het geding. Dat Carlos Hugo zich weinig gelegen liet liggen aan de politieke gevoeligheden in Nederland, hielp ook niet. Voor zijn aanhang was de verloving een uithangbord voor het Carlisme. Dat had het hof maar te pikken. Bernhard wilde op de vuist met zijn aanstaande schoonzoon.

Binnen het kabinet-Marijnen moest een viertal wijze mannen van verschillende politieke en religieuze pluimage de kwestie-Irene in goede banen leiden. Zeker de katholieke bewindvoerders zaten behoorlijk in hun maag met het eigengereide optreden van de prinses. Minister De Jong (Defensie) vroeg zich af of hij het ‘einde van de monarchie’ meemaakte. Irene deed met het huwelijk in Rome (waar haar ouders verstek lieten gaan) officieel afstand van haar rechten op de troon.

Prinses Irene op de Montejurra in 1965 © Anefo (cc0)

Intussen zwenkte Carlos Hugo met zijn beweging naar links. Wat heet, christendom en socialisme konden volgens hem en zijn raadgevende zusters heel goed samen gaan. Socialistisch zelfbestuur onder het bezielend verband van een christenkoning, dat werd de nieuwe koers. Hij bracht met Irene bezoeken aan Cuba en China. Irene roemde de saamhorigheid waarmee de Chinezen hun straatjes schoonveegden. De gruwelen van de Culturele Revolutie die op dat moment plaatsvonden, ontgingen haar volkomen.

Juan Carlos mocht dan de kroonprins van Franco zijn, Carlos Hugo ambieerde een koning van het volk te worden. Maar met zijn progressieve ideeën vervreemde hij de traditionele achterban van zich. Die stoorden zich ook aan de glamour van prinses Irene, die zich door verschillende media uitgebreid in een bikini liet fotograferen. Een prinses met een blote buik kon echt niet in een land waar preutsheid de boventoon voerde. De traditionele, extreemrechtse vleugel van de Carlisten schoof de jongere broer Sixtus als kroonpretendent naar voren. De richtingenstrijd bereikte zijn climax in 1976, toen op de Montejurra tijdens een confrontatie vijf doden vielen. Het betekende meteen de ondergang van de beweging. Bij de eerste vrije verkiezingen na de dood van Franco in Spanje behaalde Carlos Hugo geen enkele zetel. Irene had maar één verklaring. Volgens haar memoires waren ze hun tijd ver vooruit geweest. ‘Ons werk liep daarop stuk. Ons huwelijk ook.’ In 1980 ging het stel uit elkaar.

Meeslepend relaas

Om de liefde, voor de troon is een meeslepend relaas over het huwelijk van Irene en Carlos Hugo geworden. Hooghiemstra heeft niet meer dan 270 pagina’s nodig om het verhaal te vertellen, maar die beknoptheid leidt nergens tot oppervlakkigheid. Wel miste ik wat reflectie op eerdere literatuur. Zo schreef Cees Meijer een degelijke biografie van Jan de Quay, de voorganger van Victor Marijnen. De Quay zou al in oktober 1962 een vermoeden hebben gehad dat Irene verliefd was ‘op een RK’. In zijn dagboek deed hij kond van de anti-roomse stemming op paleis Soestdijk die Irene daarbij parten zou spelen. Hooghiemstra heeft de premiersbiografie van De Quay kennelijk niet gelezen, want die ontbreekt in haar literatuurlijst. Ook is het merkwaardig dat ze voor de dagboeken van De Quay afhankelijk was van een kopie van Gerald Aalders, terwijl die gewoon zijn in te zien op het Brabants Historisch Centrum in Den Bosch. Daar staat tegenover, dat ze van de erven inzage kreeg in de dagboeken van Antoon Jan Marie van Nispen tot Pannerden, toenmalig secretaris-generaal van het ministerie van Algemene Zaken. Die geven een unieke kijk achter de schermen van het Binnenhof in januari 1964.

Ook slaagt ze er heel goed in de menselijke kant van het koningsdrama voor het voetlicht te brengen. Bernhard hoopte dat zijn dochters ‘uit liefde’ zouden trouwen. Een verstandshuwelijk wilde hij hen besparen. Maar toen puntje bij paaltje kwam, was Carlos Hugo te rooms, Claus van Amsberg te Duits en Pieter van Vollenhoven te burgerlijk. Een koninklijke trouwerij? Het is eigenlijk nooit goed.

Om de liefde, voor de troon
Daniela Hooghiemstra
Uitgeverij Balans
ISBN paperback 9789463821407
ISBN ebook 9789463821537
Verschenen in maart 2021

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€22,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 11,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 22,99)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 11,99)
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor Historisch Nieuwsblad, de Volkskrant,Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here