Een onverschrokken leven. De vele hartstochten van Fernanda Willekes MacDonald

‘We staan midden in onze toekomst’. De idealen van Fernanda Willekes MacDonald

Fernanda Willekes MacDonald had een buitenlandse naam, een exotische man en een netwerk dat zich ver buiten de landsgrenzen uitstrekte. Toch was ze ook zéér Nederlands. Lidy Nicolasen schreef haar levensverhaal op.

Fernanda’s ouders waren zeer verschillend en hun uiteenlopende levensvisies echoën in het leven van hun dochter. Ferdinand Lodewijk Willekes kwam uit een familie van progressief-liberale kunstenaars en intellectuelen. De patricische familie van haar moeder Antonia Albertine van Vloten was veel conservatiever en streng protestant. Ferdinand en Annie begonnen hun huwelijk in Nederlands-Indië, maar Ferdinand stierf plotseling in 1893 en Annie keerde, zwanger van Fernanda, terug naar Nederland. Fernanda idealiseerde de levendige, uitbundige vader die zij nooit had gekend, vooral omdat haar moeder en grootmoeder haar kort hielden. Het leven was vooral saai. Dat werd beter toen Annie hertrouwde met predikant Karel Creuzberg, een weduwnaar met negen kinderen. Met haar stiefvader had Fernanda niet echt een band, maar ze vond het wel heerlijk om broertjes en zusjes te hebben. Vooral voor stiefbroer Karel vatte ze sympathie op. Té veel, oordeelde haar moeder en ‘verbande’ de verliefde Fernanda naar een Duitse kostschool. Daar werd ze grondig voorbereid op het huisvrouwschap, maar ze vond er geen enkele intellectuele uitdaging. Mede dankzij haar tante Pauline Willekes MacDonald-Reynvaan, gemeenteraadslid in Haarlem en onvermoeibaar activiste, maakte ze kennis met andere, ruimere wereldbeelden.

Domineesvrouw

Waarom Fernanda, als 19-jarige, inging op het huwelijksaanzoek van de orthodoxe theologiestudent Barend Ter Haar Romeny, maakt de biografe niet goed duidelijk. Fernanda had lang getwijfeld en dat bleek terecht: het huwelijk was een mislukking. Dat haar Britse schoolvriendin Dolly, die vermoedelijk lesbisch was, kwam logeren en ‘de leugen van haar huwelijk blootlegde’ was een eerste dieptepunt. Er zouden, ondanks de geboorte van twee kinderen, nog veel dieptepunten volgen. Hoogtepunten vond Fernanda buitenshuis. Ze was actief in de opvang van Belgische vluchtelingen in 1914 in Deurne en maakte van de Brabantse pastorie een verzamelpunt van pacifistische christenen, onder wie Kees Boeke en predikant Année Rinzes de Jong. De idealen van de ‘Bond van Christen-Socialisten doortintelen mijn ziel’ jubelde ze. Het leek alsof haar weerzin tegen de dogmatische opvattingen van haar echtgenoot en moeder in die nieuwe stroming handen en voeten kregen. Zij las, schreef en discussieerde en bloeide helemaal op.

Crisis

In 1919 verhuisde het gezin naar Gennep in Noord-Limburg. Hun huwelijk haperde steeds meer. Treffend schreef Fernanda dat Barend niet zonder haar kon, maar zij kon wel heel goed zonder hem. Toen de 22-jarige Chinees-Indische student Thung Tjeng Hiang tijdelijk bij hen kwam wonen, werd ze voor het eerst écht verliefd. Hun liefde werd uiteraard een drama: als overspelige moeder werd Fernanda door het slijk gehaald. En dan nog wel met een Chinees! Met name haar moeder Annie, die zeer op de hand van Barend was, speelde een nare rol in alle verwikkelingen. Het zijn aangrijpende bladzijden in de biografie, vooral omdat Fernanda haar moeder blijft vragen om haar ‘niet los te laten’. Na diverse mislukte verzoeningspogingen werd Fernanda uiteindelijk gedwongen haar kinderen af te staan aan hun vader. Zij trouwde met Hiang en woonde met hem in Zwolle en Parijs.

Met Hiang kreeg zij nog twee kinderen, Paul en Mady, maar ze bleef onvermoeibaar contact zoeken met haar oudsten Hensy en Enny. Pas toen Barend hertrouwde met Elisabeth Heetel kwam er, door bemiddeling van deze lieve stiefmoeder, wat ontspanning in de relatie. ‘Haar dank ik meer dan enig ander mens in mijn leven’, schreef Fernanda bij de dood van Elisabeth. Met haar moeder kwam het echter nooit meer helemaal goed.

Zeer aanwezig

Inmiddels was Fernanda in 1929 samen met haar echtgenoot naar Nederlands-Indië vertrokken, waar Hiang een baan kreeg aan het Proefstation voor de Vorstenlandsche Tabak op Midden-Java. Hij ontwikkelde zich tot een succesvol specialist in plantenziekten. Fernanda zag in haar woonplaats Klaten veel sociaal onrecht van nabij en zette zich actief in voor de lokale bevolking. Nu was zij het buitenbeentje: een volbloed Nederlandse, met een Europese status, getrouwd met een Chinees en fel voorstander van vrouwenrechten. Het maakte dat zij op het breukvlak stond van de rassenmuren. Toch vond zij haar draai in het sociale en maatschappelijke werk. Zo was zij presidente van de Indische vrouwenbond en bestuurslid van Pro Juventute, een organisatie voor rechtsbijstand aan criminele kinderen en hun ouders. Ze richtte een kleuterschool op en een meisjesgilde van de padvinderij. Ze bleef een praktisch christen en wilde altijd vooruit. ‘We staan midden in onze toekomst’, zei ze vaak.

Met haar vorsende oogopslag moet zij een zeer ‘aanwezige’ persoonlijkheid zijn geweest. Een Nederlandse vriendin schreef: “Als Fernanda ergens binnenstapt, eist ze meteen alle aandacht op. Het maakt niet uit hoe groot of klein het gezelschap is.” Ze was zelfverzekerd en stellig in opvattingen, intelligent, enthousiast en hartelijk. Huize Hiang was een va-et-vient van de meest uiteenlopende mensen van de meest uiteenlopende rassen, standen en nationaliteiten. Samen met Hiang bouwde zij een goed leven op en waar mogelijk steunde Fernanda haar Nederlandse kinderen financieel. In 1937 kwam haar dochter Enny naar Nederlands-Indië en ontmoette daar haar toekomstige man.

In maart 1939 kreeg Hiang zijn tweede verlofperiode, maar hun verblijf in Nederland braken ze halsoverkop af toen Duitsland op 1 september 1939 Polen binnenviel. Hiang had een baan gekregen in Buitenzorg (Bogor) en het gezin verhuisde naar West-Java. Fernanda ging daar gelijk aan de slag met de bouw van een rusthuis van de Nederlandsch-Indische Sociale Vrouwen-Organisatie. Vanaf het moment dat in Nederland de oorlog uitbrak, hield Fernanda een dagboek bij voor haar kinderen. Uit dat dagboek put Lidy Nicolasen onder meer voor de beschrijving van Fernanda’s ervaringen onder de Japanse bezetting. Nu was Hiangs Chinese achtergrond een zegen: ze werden relatief ongemoeid gelaten door de Japanners en werden nooit geïnterneerd, al was het enkele keren heel spannend. Voor de achttienjarige Paul regelde zijn vader een Chinees identiteitsbewijs en een baan bij het Bodemkundig instituut in Bogor. Fernanda had een dagtaak aan de hulpverlening, waarvoor ze veel geld lospeuterde bij kerken en ondernemers. Ze bracht eten rond naar de achtergelaten bevolking. De Chinese gemeenschap was hun redding. Ze schreef: ‘We worden met alles geholpen, het is een volkomen onverdiend voorrecht.’ Fernanda werd voor haar inzet in 1950 onderscheiden met de Verzetsster Oost-Azië 1942-1945.

Heen en weer

Aan de verschrikkingen van de Bersiap-periode ontsnapten ze aanvankelijk door bemiddeling van Hiangs Javaanse collega, tot het in januari 1946 lukte om te vluchten naar Nederland. In 1948 ging Hiang terug naar Indië omdat hij hoogleraar werd aan de nieuw opgerichte Landbouwkundige Universiteit en Fernanda volgde hem. Ze kreeg haar eerste betaalde baan, als sociaal werkster bij het Rode Kruis, aangesteld voor de distributie van levensmiddelen. Ze waren diep teleurgesteld door de Tweede Politionele Actie en de Nederlandse houding ten opzichte van het Indonesische verlangen naar onafhankelijkheid. Spottend schreef Fernanda: “Als je hier een menselijk woord laat vallen, ben je republikein, tenzij men je tot communist promoveert.” De machtsoverdracht juichten ze toe. Toch gingen ze in 1950 naar Nederland, naar hun kinderen en naar Wageningen, waar Hiang bijzonder hoogleraar in de plantenvirologie werd. Een paar jaar later, in 1956, waren ze alweer in Indonesië, omdat hij gasthoogleraar werd bij de Hortus Botanicus van Bogor. Voor korte duur, want in december 1957 verklaarde president Soekarno de laatste nog aanwezige Nederlanders staatsgevaarlijk. Ze woonden daarna in Nederland, maar Hiang maakte veel studiereizen, naar Afrika en Suriname en de VS. Samen bezochten ze China, waar ze persoonlijk de hand van Mao drukten. Op 18 november 1960 stierf Hiang plotseling nadat hij een betoog had gehouden tegen de wedloop in atoombewapening. Ondanks haar grote verdriet zette Fernanda hun werk voort en bleef vertellen over hun ideaal van een klasseloze en socialistische samenleving. Ze was onder meer actief in de Vriendschapsvereniging Nederland-China en bezocht zelfs koningin Juliana om haar te informeren over de ontwikkelingen in de Volksrepubliek. Tot op hoge leeftijd sliep ze slechts drie uur per nacht omdat ze zoveel tijd wilde besteden aan lezen en studeren. In 1980 stierf ze, 87 jaar oud, tot het laatst strijdbaar.

De biografe had de beschikking over veel persoonlijke documenten waardoor de lezer vaak heel dichtbij Fernanda Willekes MacDonald kan komen. De titel Een onverschrokken leven is goed gekozen. Fernanda schrok zelden ergens voor terug en haar kon ‘onafhankelijkheid noch moed worden ontzegd, ook niet in tijden van oorlog en terreur’ schrijft Lidy Nicolasen terecht. Ze was weliswaar wel eens bang, bijvoorbeeld om kinderen te verliezen, maar dat weerhield haar niet van het nemen van drastische beslissingen. Het is te prijzen dat uitgeverij Balans de beslissing aandurfde om het levensverhaal van deze onbekende vrouw, van wie ik zelfs geen lemma in Wikipedia kon vinden, uit te geven. Juist door biografieën van ‘bijfiguren’ uit de geschiedenis zoals Fernanda krijgen de levensverhalen van bekendere personen uit de Nederlandse geschiedenis kleur en context.

Een onverschrokken leven. De vele hartstochten van Fernanda Willekes MacDonald
Lidy Nicolasen
Balans
ISBN 9789463821834
Verschenen in oktober 2021

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 21,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 10,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 21,99)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 10,99)
Petra Teunissen-Nijsse
Petra Teunissen-Nijsse
Petra Teunissen-Nijsse werkt als freelance redacteur, journalist en biografisch onderzoeker. Zij publiceerde over Louis Couperus, Carry van Bruggen en Clare Lennart. In juni 2017 promoveerde zij op het proefschrift Voor ’t gewone leven ongeschikt. Een biografie van Clare Lennart. Haar tekstbureau heet Leven in Woorden

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in