Willem Mengelberg, een herbezinning?

Willem Mengelberg

Op 20 oktober 1947 kreeg Willem Mengelberg, sinds 1895 dirigent van het Concertgebouworkest, door de Centrale Ereraad vanwege zijn houding tijdens de bezetting een beroepsverbod voor de duur van zes jaar opgelegd. Gezien zijn leeftijd, Mengelberg is op het moment van de uitspraak 76 jaar, kwam het vonnis neer op levenslang. Jurist Frederik Heemskerk buigt zich in Dossier Willem Mengelberg. De geschiedenis van een zuiveringszaak over de rechtsgang.

Tweede vaderland

Willem Mengelberg, geboren op 28 maart 1871 in Utrecht, was de zoon van Duitse ouders. Zijn vader, Friedrich Wilhelm Mengelberg verdiende als architect de kost en bekeerde zich op achttienjarige leeftijd tot het katholicisme. Hij legde zich toe op de bouw van kerken en ornamentele kunst. Moeder Helena Franziska Schrattenholz was pianiste. Van haar kreeg Willem de muziek met de paplepel ingegoten. Duitsland was zijn tweede vaderland. Mengelberg studeerde aan het conservatorium van Keulen, waar hij door zijn leermeester Franz Wüllner werd ondergedompeld in de muziek van Beethoven, een liefde voor het leven. Als “stedelijk muziekdirecteur” dirigeerde Mengelberg in Luzern zijn eerste orkest. In 1895 volgde hij Willem Kes op als dirigent van het Concertgebouworkest. Mengelberg is dan pas 24 jaar. In die hoedanigheid introduceerde hij de Matthaeus-Passion-traditie in Nederland. Bovenal werd het Concertgebouw het belangrijkste podium voor het werk van Gustav Mahler, met als hoogtepunt het Mahlerfeest in 1920, toen Mengelberg in twee weken tijd diens volledige symfonische werk dirigeerde. Mengelbergs zilveren jubileum moest een feest van de verbroedering worden.

Pro-Duits

Woudenberg en Mengelberg bij een persconferentie van Vreugde en Arbeid in 1941[/caption]Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt hem zijn pro-Duitse houding nog vergeven, alleen met componist Alphons Diepenbrock raakt hij in onmin. Mengelberg is in het neutrale Nederland zeker niet de enige die sympathiseert met der Kaiser. In de jaren dertig neemt de kritiek op zijn doen en laten toe, wanneer hij in de machtsovername van Hitler geen aanleiding ziet zijn tournees bij de oosterburen op te schorten. In tegenstelling tot Arturo Toscanini, die als protest tegen de anti-Joodse maatregelen weigert nog langer in Duitsland op te treden, adviseert Mengelberg het journaille niet alles te geloven wat in hun kranten staat. (In 1936 wordt in Leipzig het standbeeld van Mendelsohn vernietigd. “Heren, gelooft u die berichten toch niet,” luidt de gedweeë reactie van Mengelberg op dit antisemitische incident).
In de meidagen van 1940 verkeert Mengelberg op de chirurgische afdeling van een ziekenhuis in Frankfurt, vanwege een kaakoperatie. Hij staat voor de keuze uit te wijken naar zijn chalet in neutraal Zwitserland of terug te keren naar bezet Amsterdam. Hij kiest voor het laatste. Vanwege contractuele verplichtingen aan Telefunken in Berlijn moet hij de reis uitstellen. Dan verschijnt op 5 juli 1940 een interview met Mengelberg in de Völkischer Beobachter, het lijfblad van de NSDAP. Hij heeft met vrienden op de Nederlandse capitulatie gedronken, zo klapt hij uit de school, tijdens “diese grossartige Stunde” liet hij de champagne rijkelijk vloeien. Vijf dagen later verschijnt in de Telegraaf een vertaling van het gewraakte artikel. Als Mengelberg op 1 augustus in Amsterdam terugkeert, is hij publiekslieveling af. Zijn reputatie van “moffenvriend” wordt alleen maar versterkt door een interview voor de Telegraaf, dat hem nota bene vrij moet pleiten van de opmerkingen in de Völkischer Beobachter. Die heeft de journalist in kwestie uit de duim gezogen, zo verzekert Mengelberg zijn landgenoten, wat niet wegneemt dat hij weldegelijk pro-Duits is. “Waarom moest ik belasterd worden omdat ik van mijn sympathieën voor Duitschland liet blijken?” Het is een smet op zijn blazoen die in de loop van de bezetting alleen maar groter wordt. Zijn optredens voor Vreugde en Arbeid, de genazificeerde vakbond van Herman Woudenberg, zijn concerten in Duitsland en zijn lidmaatschap van de Kultuurraad van NSB-er en Nederlandse SS-er Geerto A.S. Snijder maken van Mengelberg een prominente landverrader. Zijn verzet tegen de arisering van het repertoire van het Concertgebouw en het ontslag van 16 Joodse orkestleden doet daar niets aan af.

Zuivering

De ereraad van het kunstenaarsverzet, aangevoerd door dichter Anthonie van Duinkerken (pseudoniem van Nico Donkersloot) en componist Bertus van Lier, beslist al op 2 juli 1945 tot een levenslange uitsluiting van Willem Mengelberg. Zijn gedragingen waren zo schandelijk “dat hij nooit weer den dirigeerstaf in Nederland behoort op te heffen.” Het zijn de hoogtijdagen van de zuiveringen. Op zich heeft het oordeel geen rechtskracht en kan de veroordeelde de uitspraak naast zich neerleggen. De Wet Zuivering Kunstenaars van 5 april 1946 moet de anarchie in de bijzondere rechtspleging beteugelen. Kunstenaars, die al dan niet bewust hebben bijgedragen aan de vijandelijke propaganda of het nationaalsocialisme op de een of andere wijze hebben ondersteund, kunnen rekenen op een tijdelijk of levenslang beroepsverbod. De enige verzachtende omstandigheid die de wetgever kan bedenken is dat de kunstenaar in kwestie heeft gehandeld uit noodzaak of om een algemeen belang te dienen. De advocaat van Mengelberg, mr. J.A.J. Bottenheim, gokt op alle paarden. Het was Mengelberg om het voortbestaan van het Concertgebouworkest te doen, dat troost moest bieden in donkere dagen. Bovenal bevestigt de raadsman het beeld van Mengelberg dat door zijn getuigen a decharge en masse wordt aangedragen: dat van een politiek onbenullig kind, het genie als enfant terrible dat alleen maar leeft voor en van zijn kunst. “Hij is niet alleen maar ijdel, hij is pedant, arrogant, egoïstisch en volkomen egocentrisch. Dat ziet men vaker bij grote kunstenaars, en dat behoeft in deze zaak niet in zijn nadeel te worden uitgelegd,” aldus zijn raadsman. De Centrale Eereraad voor de Kunst beslist anders. Hoewel de Raad meent dat er van opzet geen sprake is, geeft grootheid geen recht op een voorkeusbehandeling. Integendeel. Door zijn uitzonderlijke status had Mengelberg op zijn qui vive moeten zijn voor de duistere bedoelingen van de nationaalsocialisten ten aanzien van zijn persoon. Zijn steun aan Joodse leden van het orkest doet de Raad af als eigenbelang. Het ging Mengelberg om de integriteit van zijn orkest. Ook het Algemeen Belang ziet de Raad niet als verzachtende omstandigheid. Aangezien Mengelberg zich tijdens de bezetting van geen kwaad bewust was, gaat die vlieger niet voor hem op. “Een beroep op de rechtvaardigingsgrond mag, volgens de Raad, alleen worden gedaan als je, op het moment van je handelen, het verkeerde daarvan inzag,” wat volgens Heemskerk “moeilijk valt te doorgronden.”

Juist dat helder verwoorde commentaar maakt van Dossier Willem Mengelberg een meeslepend relaas. Heemskerk weet aan niet-juristen de valkuilen van het zuiveringsproces haarfijn uit te leggen. Daarmee is zijn boek haast een exercitie in goed en fout geworden. Een oude discussie, maar dan in een nieuw jasje.

Dossier Mengelberg. De geschiedenis van een zuiveringszaak
Frederik Heemskerk
Uitgeverij Boom
ISBN 9789089534903
Verschenen in februari 2015

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 19,90)
Bestel hier als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 12,00)

Koop bij bol.com

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 19,90)

DELEN
Eric Palmen

Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here