Willem Mengelberg, gevallen maestro

Willem Mengelberg Biografieportaal

In 1939 vroeg de Haagse Post aan zijn lezers wie volgens hen de grootste Nederlander was. Willem Mengelberg, sinds 1895 eerste dirigent van het Concertgebouworkest, moest alleen Hendrik Colijn voor zich dulden, de premier die zijn onderdanen op het hart had gedrukt niet wakker te liggen van de toestand in de wereld. Mengelberg was mateloos populair. Niet alleen had hij het Concertgebouworkest tot woeste hoogten gebracht, ook internationaal werd hij tot de belangrijkste dirigenten gerekend. Zes jaar later was die goede naam en faam vervlogen. Mengelberg groeide tijdens de Bezetting uit tot het boegbeeld van de Foute Nederlander, een moffenvriend die zich iets te gretig liet fotograferen met rijkscommissaris Seyss-Inquart, in het openbaar onpatriottische uitspraken deed en zich als een mak schaap voor het karretje van de nationaalsocialistische vakcentrale Vreugde en Arbeid liet spannen. Zijn hulp aan Joodse leden van het orkest en zijn bemoeienis met de muziek van Gustav Mahler deed aan die reputatieschade niets af. Kort na de bevrijding werd hij voorgoed van het Nederlandse muziekpodium verbannen, een straf die door de Centrale Ereraad twee jaar later werd teruggebracht tot zes jaar. Mengelberg was op tot moment 76. Nog steeds levenslang dus. Amsterdam lustte hem niet meer. Een terugkeer naar zijn geliefde Concertgebouw had vast en zeker tot een ijzige boycot geleid, want al tijdens de Bezetting weigerde het publiek bij zijn opkomst voor hem te applaudisseren.  Niemand had kunnen bevroeden, Mengelberg nog wel in het minst, dat hij op 21 juni 1944 in Parijs, twee weken na de invasie, zijn laatste concert had gedirigeerd: de Negende Symfonie van Beethoven. Alle Menschen werden Brüder als zwanenzang.

De fameuze repetities van Mengelberg met de ellenlange praatsessies

In het tweede deel van zijn biografie van Willem Mengelberg staat Frits Zwart uitgebreid stil bij de bezettingsjaren en de nasleep daarvan, maar er is zoveel meer. Zwart portretteert een man wiens uitzonderlijke talent uitbetaald werd in een enorme goodwill van zijn omgeving. Mengelberg was een chronische telaatkomer, tijdens repetities èn concerten. Wachten op de maestro bouwt de spanning lekker op.
In 1921, een jaar na het roemruchte Mahlerfeest, werd hij door het New York Orchestra benaderd om de fusie met het Philharmonic in goede banen te leiden. Hij kweet zich zo goed van zijn taak dat hij ieder jaar terug werd gevraagd. Het Amsterdamse bestuur van het concertgebouw aanvaardde het Amerikaanse uitstapje van lieverlede, probeerde met gastdirigenten als Bruno Walter de gaten in de concertagenda op te vullen en nam de brakke gezondheid van Mengelberg op de koop toe. Hij liet regelmatig verstek gaan. Het Concertgebouw had te veel aan Mengelberg te danken om hem zomaar aan de kant te schuiven. Nergens klonk de Matthäus Passion zoals onder zijn leiding, hij verankerde de Mahlertraditie in Nederland en herkende de kwaliteit van contemporaine componisten als Maurice Ravel en Igor Strawinsky. De Amerikanen kregen intussen de tabak van zijn eigenzinnige programmering. Vriend en vijand waren het erover eens dat Mengelberg de New York Philharmonic na de fusie op een hoger plan had gebracht, maar het bestuur wilde minder Mahler, ook al had die het orkest  3 jaar geleid. “Szentelman – you must can like this moosic. Mahler iss ze Bateoffen von our time,” parodieerde fluitist Meredith Wilson het accent van Mengelberg. In het seizoen 1926-1927 trad Arturo Toscanini voor het eerst als gastdirigent op bij het NYP, drie jaar later werd Mengelberg definitief ter wille van Toscanini gepasseerd. Voor het oog van de wereld respecteerden de grootheden elkaar, maar backstage vond Toscanini Mengelberg een “puppet”. Mengelberg beweerde dat de kwaliteit van het orkest tijdens zijn afwezigheid achteruit was gegaan. Toscanini heeft hem die uitspraak nooit vergeven.

Vanaf 1934 mocht Mengelberg zich professor noemen, wat hij sindsdien ook deed. Zijn aanstelling tot buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht gaf hem de gelegenheid zijn visie op de ”reproductieve toonkunst” weer te geven. Speel de noten en sleutels van de partituur zo secuur en mooi mogelijk, maar lees vooral wat er tussen de noten staat. Van een dirigent werd improvisando verwacht, het vermogen de partituur uit te voeren naar de ingeving van het moment. Mengelberg had weinig boodschap aan een historisch verantwoorde interpretatie van een compositie. De ontwikkelingen in de uitvoeringspraktijk zouden uiteindelijk tot een “juiste interpretatie” leiden. “De componisten stelden ons voor technische problemen waarvan ze zelf de oplossing niet kenden en die pas na jaren van studie gevonden werd. Wie dus het herstel van de oude uitvoeringspraktijk bepleit, begrijpt het wezen van de muzikale vertolking niet,” hield Mengelberg zijn gehoor voor. Die visie deelde hij overigens met tijdgenoten als Toscanini, Weingartner en Schönberg.

Willem Mengelberg en Seyss Inquart in 1942

Door de beurscrash van 1929 verloor Mengelberg in één klap de dollars die hij in de Verenigde Staten had verdiend, zijn Duitse vermogen ging door de geldontwaarding in rook op, terwijl hij in Nederland in de clinch raakte met de belastingdienst. Hitler was de sterke man die het land van zijn ouders uit het slop kon halen. Mengelberg steunde de Führer vanaf den beginne, al nam hij in diens “Joodse vraagstuk” een ambivalente houding aan. Zwart stelt de hamvraag. “Was Mengelberg het ermee eens dat de joden overal de schuld van kregen? Koesterde hij een wrok tegen hen?” Het antwoord is nogal tweeslachtig. “Mogelijk wantrouwde hij hen in de financiële wereld, maar beslist niet in de muziekwereld.”  Zwart maakt  aannemelijk dat Mengelberg geen wereldvreemde kunstenaar was die de wereldpolitiek langs zich heen liet gaan. Integendeel. Hij spelde de krant uit, schreef commentaar in de marges (“lesen alle” over een toespraak van Goebbels) en bestudeerde Der Mythus des 20. Jahrhundert van Alfred Rosenberg (in 1934 cadeau gekregen van zijn vrouw) en Das Rätzel des jüdischen Erfolges van Theodor Fritsch. De antisemitische canon van de NSDAP stelde de “Hebräer” verantwoordelijk voor het deficit van het grootkapitaal. Die was echter moeilijk te rijmen met zijn muzikale voorliefdes, op de eerste plaats Mahler natuurlijk, maar ook Mendelssohn, aan wie we de herontdekking van de Matthäus Passion te danken hebben. “Het is onmiskenbaar: de menscheid heeft Mahler nodig,” zei Mengelberg in een interview met de Telegraaf in 1936. Intussen stak hij de kop in het zand voor de desastreuze gevolgen van de rassenpolitiek voor het muziekleven bij de oosterburen. Hij ontkende na zijn tournee door Duitsland in 1935 dat het standbeeld van Mendelssohn was neergehaald en nam de nood van Duitse collegae als Bruno Walter, die het land na de machtsovername van Hitler moest verlaten, op de koop toe. Zijn compassie gold het lot van persoonlijke vrienden, maar tijdens de aanvaarding van de Hamburgse Rembrandtpreis in februari 1939 bekende “er sich völlig zum Kern der Deutsche Weltanschauung, um die Deutschland zu beneiden sei.” Tijdens de meidagen van 1940 was hij in Duitsland en liet hij zich verleiden tot een interview met de Völkischer Beobachter. Klonk hij tijdens die gelegenheid op de Nederlandse capitulatie? Bij thuiskomst ontkende hij dat in alle toonaarden. Maar het interview in de Telegraaf deed hem meer kwaad dan goed. “Wij hebben gehuild van opluchting toen wij hoorden, dat de vreeselijke beproeving voorbij was. En we hebben een kopje thee gedronken.” De redacteur van de Völkischer Beobachter moet de data verwisseld hebben. Het glas champagne werd na de bezetting van Straatsburg door de Duitse troepen genuttigd.
Willem Mengelberg, een biografie van Frits Zwart is duizelingwekkend detaillistisch. Je krijgt een minutieuze kroniek gepresenteerd van de ontwikkeling van het concertpodium – nationaal en internationaal – en de rol van Mengelberg daarin. Tegelijkertijd is er de tragiek van de gecorrumpeerde kunstenaar. Mengelberg, die de laatste jaren van zijn leven op zijn chalet in Zwitserland sleet, had werkelijk geen idee waarom hij na de oorlog zo werd uitgekotst door het Nederlandse publiek. Dankzij Frits Zwart heeft de lezer nu het totale plaatje om zich daarover een oordeel te vormen.

Willem Mengelberg, een biografie. 1920-1951
Frits Zwart
Prometheus
ISBN 9789035144729
Verschenen in september 2016

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 39,95)

Koop bij bol.com

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 39,95)

Gerelateerde berichten

Willem Mengelberg, een herbezinning?

DELEN
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here