Vincent van Gogh

In september 1889 schrijft Vincent van Gogh aan zijn broer Theo: “Ik voel zozeer dat de geschiedenis van de mens is als de geschiedenis van het graan; als je niet in de aarde wordt gezaaid om er te kiemen, wat doet dat er toe, je wordt toch gemalen om tot brood te worden gemaakt.” Vincent liet zich niet van de zonnigste kant zien in die brief. Hij was, na een zenuwinzinking, weer eens opgenomen in een psychiatrische inrichting, die van Saint-Rémy de Provence dit keer.

Kunstenaar Julian Bell schreef een uiterst compacte biografie van Vincent van Gogh – in druk nauwelijks 220 pagina’s, het notenapparaat niet meegerekend. Heeft hij zich de gangbare klacht aangetrokken dat biografieën vaak te dik zijn? Het controversiële Van Gogh. The life van Steven Naifeh en Gregory White Smith, op dit portaal besproken door kunstenares Hettie Wempe, telt meer dan 900 pagina’s. Wat heeft Bell in zijn korte bestek aan hun verhaal toe te voegen?

Vooral zijn “praktijkervaring als schilder”, zoals hij in zijn inleiding verwoordt. Bell kijkt naar het leven van Van Gogh als een vakbroeder en maakt de ontwikkeling van diens kunstenaarschap voor de minder artistiek begaafde lezer invoelbaar. Het is het verhaal van een laatbloeier. Van Gogh maakte als hulp bij Goupil & Cie kennis met de hoofdstromingen in de Europese schilderkunst, zoals de School van Barbizon. Het werk van Jean François Millet is een liefde voor het leven en een inspiratiebron. Pas op zijn zevenentwintigste nam Van Gogh zijn eigen kunstenaarschap serieus. Hij wilde, in het voetspoor van zijn vader, eerst predikant worden. Dorus van Gogh behoorde in de katholieke enclave van het Brabantse Zundert, Helvoirt, Etten en Nuenen tot de Groninger richting van de hervormde kerk. Die stelde “dat onze beleving van de natuur een van de manieren is waarop Hij tot ons spreekt” en dat zondebesef niet een kwestie is van God en gebod, maar van een geestelijke ontwikkeling, die de zielenherder op zijn hoogst kan begeleiden. Vincent knapte af op het onderwijssysteem dat hem klaar moest stomen voor het domineeschap. Als lekenpredikant in de Borinage maakte hij kennis met de bittere armoede van de mijnwerkers. Hun ellende appelleerde aan zijn grote mededogen en een diep doorvoeld godsbesef dat verankerd was in de verlossingsleer van het christendom. Niet dat de koempels op zijn heilswerk zaten te wachten. Van Gogh was een buitenbeentje, de vreemde eend in de bijt.

Weversinterieur, 1884 Vincent van Gogh
Weversinterieur, 1884

Ook thuis voelde hij zich “een indringer en overbodige”, iemand die met zijn nukkige karakter en woedeaanvallen de lieve vrede verstoorde. Dorus was bang voor zijn zoon. Hij twijfelde aan de mentale gezondheid van zijn eersteling. Theo, vier jaar jonger dan Vincent, was de oogappel van de familie.

Het sociale mededogen blijkt ook uit de “Hollandse” periode van Vincent van Gogh. In Drenthe schildert hij de sombere landschappen van de turfstekers, in Brabant het sappelbestaan van de boeren en wevers, met als hoogtepunt – ook in zijn ogen – De aardappeleters in 1885. Het besef van de natuur is de crux in deze korte biografie. Daarin trof Van Gogh de analogieën aan die hij met zijn werk wilde verhelderen. De boomstronk drukt iets uit over “den strijd des levens”, de zaaier was een parabel van de zendeling, al had hij het geloof van zijn vader op een gegeven moment verloren. Hoe krachtig was Van Gogh in zijn brieven aan Theo als exegeet van zijn schilderijen. Over Sterrennacht boven de Rhône schrijft hij: “De liefde van twee geliefden uitdrukken door een huwelijk van twee complementaire kleuren, hun vermenging en hun tegenstellingen, de mysterieuze trillingen van naast elkaar geplaatste tonen. De gedachte in een voorhoofd uitdrukken met de schittering van een heldere toon op een donkere achtergrond. Hoop uitdrukken door middel van een ster. De hartstocht van een wezen door middel van de stralen van de ondergaande zon.” Julian Bell is lyrisch over het genie van Vincent van Gogh: “Zomer, de rijkdom van het land, de eerlijke arbeid van de boer, zijn voortvarende aanpak, de materiële glans van de verf, de spirituele stortvloed van het geel: geen connotatie wordt uitgesloten, sterker nog, alles grijpt in elkaar. Alles klopt.”

Minder helder vind ik Bell in de psychologische duiding van Vincent van Gogh, het “sociaal dier” dat hem “niet altijd even sympathiek” is, zoals hij in zijn inleiding vermeldt. Bell is “zo kort mogelijk” over de psychose van Van Gogh op 23 december 1888, toen hij in de maison de tolérance in Arles een prostituee een deel van zijn oor schonk. (“Bewaar dit goed”, zei hij tegen een zekere Rachel). Bell doet niet mee aan de “speculaties” van “vincentologen” over die buitensporige daad en houdt zich liever bezig met “het enorme corpus aan verbluffende schilderijen, in plaats van het bloederig hoopje kraakbeen waarmee dit maatschappelijk buitenbeetje niet langer verbonden was.” Dat vind ik een zwaktebod. Het kunstenaarschap van Vincent van Gogh was ook een voortdurende strijd tegen de waanzin, “de hoge gele noot” zoals hij zijn zenuwinzinkingen noemde. Dat geel mis ik in deze biografie.

Van Gogh. De complete en compacte biografie
Julian Bell
Nieuw Amsterdam
ISBN 9789046819852
Verschenen in oktober 2015

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 18,99)
Bestel hier als ebook (€ 12,99)

Koop bij bol.com

DELEN
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here