Sven Kramer volgens Johan Boef

Pas bij het lezen van Sven van Johan Boef besefte ik hoelang de hegemonie van Sven Kramer reeds voortduurt. Kramer is een oude rot in het vak, een senior. In 2007 werd hij voor het eerst Europees en Wereldkampioen, titels die hij sindsdien ieder jaar prolongeerde. Dat doen de andere grote namen in de schaatshistorie hem niet na. Eric Heiden en Johan Olav Koss werden drie keer wereldkampioen, Rintje Ritsma komt met vier wereldtitels en zes Europese titels nog het dichtst in de buurt.

© Bjarte Hetland (CC BY 2.5)

De oningevulde belofte

Maar net als Ritsma heeft Kramer zijn naam nog niet weten te verbinden aan een Olympisch toernooi waarin die hegemonie voorgoed beklonken wordt. Heiden domineerde de Winterspelen van Lake Placid, Koss verwierf eeuwige roem in zijn thuishaven Lillehammer. We weten allen wat er mis ging, vier jaar geleden. Een verkeerde wissel op de tien kilometer, ingegeven door een panikerende coach Gerard Kemkers, dompelde het stadion in Vancouver in een mineurstemming. Je zag een atleet een topprestatie leveren en je wist dat hij bij de finish gediskwalificeerd zou worden. Ondanks zijn gouden plak op de 5000 meter waren de Spelen mislukt, zeker toen zijn 1500 meter – sowieso zijn achilleshiel – niet uit de verf kwam. Tijdens de ploegenachtervolging bleek weer eens dat je met drie individuele topatleten nog geen team bij elkaar gesprokkeld hebt. Het Nederlandse trio legde het in de halve finale af tegen de Amerikanen. Toch hadden Kramer, Tuitert en Blokhuijsen het spelletje wel degelijk onder de knie. Ze schaatsen bij het behalen van het brons een olympisch record. Het gezicht van Kramer stond tijdens de ceremonie op onweer. “Zilver is de eerste plaats van de losers,” placht hij te zeggen. Over de betekenis van brons heeft hij het niet eens.

De grote droom

Die winnaarsmentaliteit kreeg Sven Kramer met de paplepel ingegoten. Vader Yep Kramer was in het begin van de jaren tachtig een prominent lid van de kernploeg en wist vooral op de lange afstanden te excelleren. Hij was blessuregevoelig, schaatste door een hardnekkige hernia voortdurend met pijn in het lijf. Uiteindelijk verruilde Yep het langebaanschaatsen voor de marathon. Hij deed mee aan de Elfstedentocht van 1985 en 1986, al kon hij zich niet meten met de grote namen van het peloton. Ondanks zijn chronische rugklachten, ging Yep Kramer door tot zijn drieënveertigste.
In dat nest wordt Sven Kramer op 23 april 1986 geboren. De grote namen van het schaatsen – Hilbert van der Duijn, Richard van Kempen, Geert Kuiper – komen regelmatig bij de Kramers over de vloer, van sportcommentator Herbert Dijkstra krijgt Sven een rammelaar tijdens de kraamvisite. In 1998 komt hij voor het eerst in beeld, in een item voor het jeugdjournaal. “Ik ben Sven Kramer, ik kom uit Oudeschoot en ik ben elf jaar. Mijn grote droom is later topschaatser worden.” Vrij zelfverzekerd voor een jongen die allesbehalve als een toptalent wordt aangemerkt. Bij de junioren is Guido Berends de grote belofte, niet de zoon van Yep Kramer. Maar Sven traint als een bezetene, ’s winters op het ijs, in de zomermaanden bij de Heerenveense Wielervereniging Olympia. Daar komt hij trainer Frits Wouda tegen, die “een puber in de groei” ziet. “Alles slingerde en zwabberde.” Wouda herkent ook een zeldzaam uithoudingsvermogen en zelfbewustzijn: vroeg of laat zou het lijf gehoorzamen aan wat het brein wil. In 2002 overweegt Kramer vanwege het uitblijven van succes te stoppen, maar een jaar later valt alles op zijn plaats. “Guido Berends – de geboren kampioen – weet niet wat hem overkomt: het gaat ineens razend hard met Sven. Bizar hard. Hij ziet een jongen die vanuit het niets een man is geworden.” Kramer schrijft moeiteloos het NK-junioren op zijn naam, een jaar later verovert hij zijn eerste World Cup ticket, ten koste van de oude garde Rintje Ritsma en Jochem Uytdehaage. En hij wordt Nederlands kampioen bij de senioren, net achttien jaar oud.
Zijn eerste Winterspelen, die van Turijn, zet hem weer met beide benen op de grond. Tijdens de ploegenachtervolging komt hij ten val en op zijn favoriete onderdeel – de tien kilometer – moet hij genoegen nemen met de zevende plek. Die spelen kwamen te vroeg. Het tijdperk-Kramer begint een jaar later, wanneer hij zich ontpopt tot de beste allrounder die Nederland ooit heeft gekend.

De geest van Mart Smeets

Het is Johan Boef vooral om de sportieve prestaties van Sven Kramer te doen. Geef hem eens ongelijk. Toch vind ik het persoonlijke aspect van deze “biografie” zo nu en dan onbevredigend. Tussen neus en lippen door vermeldt Boef het gerucht dat Mark Tuitert het vriendinnetje van Kramer, sprintster Annet Gerritsen, had afgepikt. Kramer nam sportief wraak door Tuitert – nota bene op de 1500 meter – het nakijken te geven. Letterlijk, op de finishlijn keek Kramer even om. Waar bleef die Tuitert nou? De vernedering kon niet groter zijn. En passant deelt Boef ons mee dat in het Olympisch jaar van Vancouver het huwelijk van Yep en Elli Kramer op de klippen liep. Wat betekent dat voor een atleet die een belangrijk deel van zijn motivatie ontleent aan het feit dat hij deel uitmaakt van een schaatsdynastie? Als lezer wil je meer weten over de B.V. Kramer, de “schaatsmiljardair” die uitgekiend met de media en zijn sponsors omgaat en niet schroomt zijn moeder tot inzet van een reclamecampagne te maken. De topsporter, die wars is van iedere media-aandacht voor zijn persoonlijke wel en wee, weet zijn leven in klinkende munt om te zetten. Zolang hij maar de regie houdt over het verhaal dat wordt verteld, imagomanagement heet dat tegenwoordig.
Kramer weigerde zijn medewerking te verlenen aan deze biografie, hoewel hij weinig te vrezen had van Johan Boef. Die steekt in een staccatostijl à la Mart Smeets zijn bewondering voor de branieschopper uit Oudeschoot niet onder stoelen of banken. Boef schrijft korte zinnen. Heel korte zinnen. Met zo nu en dan een veelzeggende herhaling. “Sven is de beste schaatser van de wereld. Vanaf de top kan hij aan de horizon het Canadese Vancouver zien, waar het olympisch goud glinsterend op hem ligt te wachten. Op de top is het goed vertoeven. Ziet de wereld er overzichtelijk uit.” We zien Kramer in de rol van alfamannetje, wiens mooiste verovering in 2007 wellicht hockeyster Naomi van As is, want: “Naomi kent de apenrots als geen ander.”
Daar staat veel tegenover. In iets meer dan tweehonderd pagina’s geeft Johan Boef ons een inkijkje in de Nederlandse schaatsport, die hij door en door kent. Zo schetst hij de opkomst van de commerciële ploegen, ten koste van de nationale kernploeg. Hij heeft het over de vaak amateuristisch opererende KNSB, die topsport en breedtesport over één kam wil scheren, tot groot ongenoegen van Sven Kramer. Het jongetje van elf is uitgegroeid tot een zelfbewuste woordvoerder van de geminachte topatleten. Voorzitter Doekle Terpstra kan erover meepraten. Hij moest na de ongezouten kritiek van Kramer vorig jaar het veld ruimen.

Als opwarmertje voor Sotsji biedt Sven van Johan Boef een degelijk overzicht van de sportieve carrière van Sven Kramer, met alle hoogte- en de dieptepunten. 18 februari 2014 is de magische datum in dit boek. Dan moet Sven Kramer die verkeerde wissel voorgoed naar de verdommenis schaatsen. Adel verplicht.

Sven. Biografie
Johan Boef
Uitgeverij Thomas Rap
ISBN 9789400401082
Verschenen januari 2014

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 17,90)
Bestel hier als ebook bij bol.com (€ 9,99)

DELEN
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here