Pierre Janssen in een biografie van Petra Timmer

Pieere Janssen

Een museum is van ons allemaal, een publiek gebouw, in de ware zin des woords. Die boodschap beklijft na het lezen van Pierre Janssen. Journalist, tv-presentator, museumdirecteur, kunstverteller. Petra Timmer weet in deze biografie duidelijk te maken dat Pierre Janssen in al zijn hoedanigheden maar één doel voor ogen hield: de kunst moest aan de gewone man en vrouw worden gebracht. Dat klinkt hoogdravend, een beetje pathetisch wellicht, maar Janssen wilde het echt, en hij was er nog goed in ook. Zijn televisieoptredens in Kunstgrepen (van 1959 tot 1975!) zijn legendarisch, de twee musea die hij leidde – het Stedelijk Museum Schiedam en het Arnhems Museum – werden publiekstrekkers.

Pierre Janssen was een man met een missie. Als redacteur van Het vrije volk, 23 jaar oud, schreef hij het al: “Omgaan met schoonheid, genieten van kunst, eist training van ogen, hart en geest.” Even later vervolgt hij in hetzelfde artikel: “De schoonheid moet gewezen worden en de kunst waar gemaakt, aan allen.” Dat is de sociaaldemocratische volksverheffingsgedachte ten voeten uit. Tegelijkertijd was iedere vorm van paternalistische zendingsdrang hem vreemd. Je moest de mensen raken, niet onderrichten, was zijn motto. “Een docent moet altijd nieuwsgierig zijn naar de mens tegenover hem. De mens is geen schietschijf voor zijn kennis maar een mogelijkheid van eigen ontwikkeling.” Misschien was dat het geheim van zijn succes. En die slungelachtige gestalte natuurlijk, met die veel te grote handen bij dat veel te lange lijf. Je keek ook naar Pierre Janssen omwille van Pierre Janssen zelf.

Zenuwpees

Een jongen die nogal bangelijk was uitgevallen, vanwege zijn zwakke gezondheid niet mee mocht doen met gymnastiek en van zwemmen een oorontsteking kreeg. ‘Het staat vast dat ik een klap zal krijgen’, luidde de titel van een van zijn jeugdmemoires. Zijn vader was onderwijzer, hoofd van de ULO aan de Hasselbergherweg in Arnhem. Een begenadigd docent. Een oud-leerling brak in tranen uit toen hij Pierre Janssen in levenden lijve ontmoette, niet omdat hij Pierre Janssen was, maar omdat hij zo op zijn vader leek. In 1936 verongelukte Pierre senior met zijn motor tijdens een vakantie in Frankrijk.

Pierre Janssen gaf ruiterlijk toe dat hij zijn afwezige vader geïdealiseerd heeft. In de bibliotheek die hij naliet stond één boek over kunstgeschiedenis, Geschichte der Kunst van Richard Haman, met zwart-wit plaatjes. Het werd zijn lijfboek. Van zijn moeder moest Janssen naar de HBS, al wilde hij vanwege de klassieken naar het gymnasium. De schoolkeuze nodigde uit tot spijbelen, alleen de leraar Nederlands en tekenen wisten hem de boeien.

Pierre Janssen maakte als achttienjarige de Slag om Arnhem bewust mee. De militairen waarvan de parachute niet was opengegaan, de gewonden die hij als brancardier van het Rode Kruis heeft weggevoerd. Het waren traumatische ervaringen. “Van toen af aan heb ik gezien dat het leven en de dood serieuze zaken zijn.” Wellicht behoorden de beelden van de oorlog tot zijn Musée Imaginaire, een kernbegrip in zijn denken. “Zijn uitgangspunt was dat iedereen een eigen referentiekader van herinneringen en beelden, ‘een heel museum’, bij zich heeft. Dat bepaalt mede wat je ziet in een kunstwerk,” aldus Timmer.

Pierre Janssen biografieportaal
Pierre Janssen met zijn dochter Evelyne in 1987. Bron: Nationaal Archief © Roland Gerrits / ANEFO (CC BY-SA 3.0 NL)

Musée Imaginaire

Janssen ontleende het begrip aan André Malraux. Bij kunsteducatie ging het er niet zozeer om de feitenkennis bij het publiek te verhogen, maar een sluimerende belangstelling te activeren. Kunst biedt “herinneringsbeelden”, een innerlijke collectie waarmee je je weerbaarheid kunt verhogen. “Kunstwerken zijn een ander antwoord op een sleetse werkelijkheid,” aldus Janssen. Die van een cellencomplex bijvoorbeeld. Toen Janssen directeur was van het Arnhems museum trok hij met zijn diavoorstellingen naar de Bijzondere Strafgevangenis voor Jonge Mannen in Zutphen, om er over kunst te praten. Later kwam hij zo’n zware jongen weer eens tegen in het café. “Janssen, die geile kunst van je, die mag je houden, maar dat je het lef hebt gehad om ons in de gevangenis op te zoeken, vinden we geweldig.”

Museummanager

Janssen deed bij zijn aanstelling als conservator van het Gemeentemuseum Schiedam in 1959 precies dat wat van een moderne “museummanager” verwacht mag worden. Hij bouwde gestaag aan een “museum community”, waarvan de tempel der muzen vooral “inclusive” moest zijn. Veel aandacht voor educatieve programma’s derhalve, zijn favoriete bezoekers waren de kinderen die overal aanzaten. In Arnhem nam hij zelfs een reclamebureau voor zijn Van Gogh-tentoonstelling in de arm. Kröller-Müller gaf de schilderijen in bruikleen. “Ga ze zien, voor de toeristen komen,” bond Janssen zijn stadsgenoten op het hart. Dat ogenschijnlijke gebrek aan ernst werd hem ook weleens kwalijk genomen. Volgens de kenners ontbeerden zijn optredens in Kunstgrepen kunsthistorische verdieping. Janssen trok zich die kritiek aan, maar vroeg of laat sneerde hij terug. Wat is kunstgeschiedenis? “Een ernstige kolos; zelfs wie hem onder de marmeren voeten zou kietelen krijgt hem niet aan het lachen.”

Conflicten waren er genoeg. Zijn directeurschap van de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam (1965-1969) was bepaald niet de gelukkigste periode in zijn leven. Door zijn zwakke gezondheid was hij vaak afwezig, ruzies ging hij uit de weg of werden per brief afgehandeld. De ontwikkelingen in museumland zag hij met lede ogen aan. Blockbustertentoonstellingen als Het goud der traciërs trokken weliswaar meer publiek naar de musea, maar die knieval voor de commercie had weinig meer te maken met de verheffingsgedachte die hem eens voor ogen stond. Ook in het kunstbeleid had het neoliberalisme toegeslagen.

Petra Timmer heeft in Pierre Janssen. Journalist, tv-presentator, museumdirecteur, kunstverteller veel oog voor de publieke educator die Janssen is geweest. Zij weet zijn professionele doen en laten in een mooi historisch perspectief te plaatsen. Het boek bevat een kleine selectie van zijn teksten. Hilarisch, aandoenlijk, hoogdravend soms maar altijd vol zelfspot. De private Pierre Janssen komt slechts sporadisch aan bod; die biografie moet nog geschreven worden. Het zou flauw zijn om Timmer daarop af te rekenen, te meer omdat ze niet de ambitie heeft gehad om een “complete levensbeschrijving” te geven, zoals ze in haar inleiding vermeldt. Dit is vooral een boek over een man die ons geraakt heeft.

Pierre Janssen. Journalist, tv-presentator, museumdirecteur, kunstverteller
Petra Timmer
Scriptum
ISBN 9789463191173
Verschenen in april 2017

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 22,50)

Koop bij bol.com

DELEN
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here