Paul Scheffer over zijn grootvader Herman Wolf

“De vader van mijn moeder heb ik nooit gekend, maar hij is me vaak tot voorbeeld gesteld,” schrijft Paul Scheffer in het eerste hoofdstuk van Alles doet mee aan de werkelijkheid. Herman Wolf 1893-1942. Scheffer reconstrueert in dit boek het leven van zijn grootvader, wat de schijn heeft van een onderzoek naar de wortels van zijn particuliere familiegeschiedenis. Niets is minder waar. Alles doet mee aan de werkelijkheid is een belangwekkend boek. Scheffer schetst het portret van een generatie, getekend door de deceptie van de Eerste Wereldoorlog, een oorlog die rigoureus brak met het vooruitgangsgeloof van de vaders, en van een markant filosoof die tegenover de grote woorden van het totalitarisme slechtst een uiterst kwetsbaar humanisme in stelling wist te brengen, maar dat met zoveel verve deed dat zijn gedachtegoed nog steeds inspireert.

Alles doet mee aan de werkelijkheid

Herman Wolf was de zoon van Hermine Heilbut en Simon Wolf, een hoedenfabrikant uit Keulen, die zich kort voor de eeuwwisseling in Amsterdam had gevestigd. De stad beleefde in de jaren negentig van de negentiende eeuw met de bouw van het Rijksmuseum, het Concertgebouw en de Stadsschouwburg net zijn “tweede gouden eeuw”, maar kende in de Jordaan ook de nodige verpaupering. Herman Wolf maakte deel uit van een geassimileerd Joods gezin, dat zich door het economische succes van de vader een pand aan de Herengracht kon permitteren. Het jodendom zei hem weinig, hij oriënteerde zich op de cultuur van het land van herkomst: Goethe,  Schiller, Heine, Rilke. Zijn leven van studie en contemplatie vervreemde hem van zijn vader. Die had liever een troonopvolger voor zijn hoedenimperium in zijn zoon gezien. Herman Wolf herkende zich in het desolate levensgevoel dat Thomas Mann als kind al ondervonden had. Iemand die “de omgeving, de werkelijkheid buiten hem, als hem in diepste zin vreemd en vijandig” ervoer. Zo was hij ook.

Toch hield die werkelijkheid in al haar facetten hem een leven lang bezig. Wolf trachtte in zijn denken een synthese tot stand te brengen tussen de verstandsmens en de gevoelsmens, tussen het verlichtingsideaal en de romantische kritiek daarop. Hij wilde een brug slaan tussen het irrationalisme en rationalisme, want alle krachten deden ertoe. Alles doet mee aan de werkelijkheid, het was zijn levensmotto. Nederland, gespeend van een eigen filosofische traditie, was het gidsland tussen de grote Europese stromingen: het empirisme van de Britten, het rationalisme van de Fransen en het idealisme van de Duitsers. Wolf was verbijsterd toen die Europese mogendheden zich in 1914 vol enthousiasme in een wereldoorlog stortten.  Door hem bewonderde intellectuelen, zoals Stefan Zweig, Georg Simmel en Thomas Mann, deelden in de euforie. Mann beziet in Betrachtungen eines Unpolitischen de Europese broederstrijd als een botsing der beschavingen, tussen het Duitse Bildungsideaal en de frivole Civilisation van de Fransen. Wolf verafschuwde dat benepen provincialisme. Hij heeft het in zijn correspondentie met Simmel over de wederzijdse beïnvloeding van de Europese mogendheden. Voor Wolf is Goethe de oer-Europeaan en niet een “uitbarsting van de Duitse cultuur”, zoals hij door Thomas Mann wordt voorgesteld. In Goethe zijn de verstandsmens en gevoelsmens nog één keer tot een harmonisch geheel versmolten: de verpersoonlijking van het Europese humanisme.

Flucht in die Krankheit

Herman Wolf trouwde in 1918 met Rie de Weeger. In 1920 werd Rudi geboren, een jaar later Ina Wolf, de moeder van Paul Scheffer. Hij voorzag in zijn levensonderhoud met een baan als leraar aan de Openbare Handelsschool aan het Raamplein. Die veilige haven werd bedreigd met de opkomst van het nationaalsocialisme. Herman Wolf nam als secretaris deel aan het Nederlandsche Comité van Kunstenaars en Intellectuelen, een antifascistisch gezelschap dat aan de hand van een bruinboek de misdaden van het Hitlerregime in de openbaarheid wilde brengen. De organisatie werd van communistische sympathieën verdacht en, net als de NSB, voor ambtenaren verboden. Twee jaar later sloot hij zich aan bij het Comité van waakzaamheid, opgericht door onder andere Menno ter Braak en Edgar Du Perron.  Het was de tijd dat Hendrik Colijn zonder blikken of blozen in de Tweede Kamer beweerde: “In deze tijd is geen enkel volk volkomen vrij van antisemitisme; wanneer men nu ongelimiteerd een stroom van vreemdelingen uit het buitenland hier zou binnenlaten, zou het noodzakelijke gevolg ervan zijn, dat de stemming in het eigen volk ten opzichte van de Joden een ongunstige kentering zou ondergaan.” In Westerbork werden alvast voorbereidingen getroffen voor de oplossing van dit Joodse vraagstuk.
Herman Wolf hoopte tegen beter weter in. Op 1 maart 1941 werd hij ontslagen als leraar aan de Openbare Handelsschool en trad hij in dienst van de joodse HBS aan de Mauritskade. Schrijnend is de handelswijze van het Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte en Psychologie. Zijn oude leermeester en hoofdredacteur Bierens de Haan verzocht hem vriendelijk doch dringend zijn redacteurschap neer te leggen. Dat lot deelde Herman Wolf met Leo Polak. Zonder tegenbericht ging de redactie ervan uit dat hun Joodse collegae instemden met deze voorgenomen arisering, “als laatste grote dienst aan ons Tijdschrift.” Polak was op dat moment al in het concentratiekamp Sachenhausen gedetineerd, waar hij op 9 december 1941 om zou komen.
Herman Wolf is dit lot bespaard gebleven. In het najaar van 1941 werden de eerste symptomen van een hersentumor zichtbaar, waaraan hij op 24 mei 1942 zou overlijden.
Twee maanden later reden de eerste treinen naar Westerbork.

Paul Scheffer ziet in het verhaal van zijn grootvader “een pleidooi voor het algemeen menselijke tegenover de gedachte dat cultuurverschillen nooit overbrugd kunnen worden.” Nu Europa weer in de greep dreigt te komen van het rechts-extremisme, is dat een pleidooi dat ertoe doet. Bovenal leren we Herman Wolf kennen als een oorspronkelijk denker, die zich maar al te bewust was van zijn weerloosheid tegenover de krijgshaftige woorden en symbolen van de rassenwaan. “Hij moet steeds weer zien hoe de anderen, die zich beroepen op het Bloed, het Ras, het Volk, de Kerk, de Partij, miljoenen aanhangers, volgelingen en gelovigen vinden en dat men hèm beticht van slapheid en halfheid, omdat hij slechts in ‘vage begrippen’ en ‘zwevende termen’ vermag te spreken over de ‘potentiële eenheid’ van het menselijke.” Alles doet mee aan de werkelijkheid. Herman Wolf 1893-1942 is een prachtig boek.

Alles doet mee aan de werkelijkheid. Herman Wolf (1893-1942)
Paul Scheffer
Uitgeverij De Bezige Bij
ISBN 978902347635
Verschenen november 2013

Bestelinformatie

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 24,90)

DELEN
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here