Nelson Mandela: in de ring is iedereen gelijk

Nelson Mandela en boksen
© Paul Weinberg

Chicago, 22 juni 1937. In de ring staan James ‘Cinderella Man’ Braddock en Joe ‘The Brown Bomber’ Louis. Louis gaat in de eerste ronde neer, nadat hij van Braddock een hoek heeft gekregen, maar staat bij de derde tel alweer op zijn benen. In de zesde en zevende ronde wankelt Braddock. Louis ruikt zijn kans. Hij dreigt, zoals hij de hele partij heeft gedaan, met zijn linkse, om vervolgens met rechts verwoestend uit te halen. Braddock gaat in de achtste ronde neer en krijgt tien tellen. Joe Louis is de nieuwe wereldkampioen zwaargewicht. Nelson Mandela, op dat moment 18 jaar oud, volgt de wedstrijd via de radio in Fort Beaufort. Hij is er vroeg voor opgestaan, net als zijn vrienden. Het gevecht begon in Zuid-Afrika om vier uur in de ochtend. Nadat Louis de wereldtitel heeft veroverd, stromen de jongeren in de zwarte wijken van Fort Beaufort de straat op. ‘Voor één nacht is de zwarte man koning van de wereld,’ zegt een blanke verslaggever, zich nauwelijks bewust van de racistische ondertoon in zijn commentaar. Mandela en zijn vrienden vieren de overwinning tot diep in de namiddag.

Amerika, daar gebeurt het

De Verenigde Staten zijn in meerdere opzichten een voorbeeld voor de kaffers, zoals de kleurlingen minachtend door de witmans worden genoemd, zo maakt Erik Brouwer duidelijk in zijn boek Schaduwboksen. Nelson Mandela en de nobele kunst van de zelfverdediging. Mandela houdt van jazz, vergaapt zich aan Cabin in the Skye, een musical uit 1943, die uit een geheel zwarte cast bestaat. Vrouwen kleden zich als Billie Holiday en als Lena Horne, hooghartig voor zich uitkijkend. Maar de grote passie van Mandela, zijn levenslange passie, is boksen. De overwinning van Louis betekent veel voor hem. ‘Zo zagen wij wat een zwarte man kon bereiken als het speelveld gelijk is,’ vertelt hij in 1990 aan de oudste zoon van Louis. Mandela woont vanaf het begin van de jaren veertig in Johannesburg, in de krottenwijk Alexandra. Overdag werkt hij als opzichter in de goudmijnen, in de avonduren volgt hij een rechtenstudie. De gangsters, de ‘tsossis’, laten Mandela met rust, want bij hem valt toch niets te halen. Zijn reputatie van niet onverdienstelijk amateurbokser werkt ook in zijn voordeel. Hij staat voor dag en dauw op, om urenlang push-ups te doen, te joggen en te schaduwboksen, een rigide trainingsschema dat hij tot hoge leeftijd vol zal houden. In 1943 hoort hij in een achterafzaaltje Anton Lembede spreken, namens het African National Congress. Lembede heeft het over de Harlem Renaissance, waarin schrijvers als Zora Neale Hurston en Langston Hughes op het belang van zelfontplooiing hameren, een onmisbaar wapen in de strijd voor gelijke rechten. ‘The night is beautiful, So are the faces of my people,’ dicht Hughes.

Robbeneiland

Mandela opent zijn advocatenpraktijk op een moment dat het apartheidsbewind in Zuid-Afrika steeds meer vorm begint te krijgen. Tijdens de verkiezingen van 1948 mogen alleen blanken stemmen. Daniel Malan, leider van de Nasionale Party, heeft het over de Boesmannen en de Koelies die ‘hul plek’ moeten weten. Die Afrikaner, de blanke afstammeling van voornamelijk Nederlandse kolonisten, behoort tot het ‘Herrenvolk’ en zal ‘altyd baas’ blijven. Een jaar later volgt de wet op het verbod van gemengde huwelijken, gevolgd door de ontuchtwet, die seksuele omgang met een ander ras verbied. Het is slechts het begin van een onbarmhartige segregatie. In de steden worden de townships ingericht, er komen ‘aparte gerieven’ voor blank en zwart. Aanvankelijk gelooft Mandela, geïnspireerd door Ghandi en Martin Luther King, nog in geweldloos verzet, maar na het bloedbad in Sharpeville op 21 maart 1960, waarbij 69 demonstranten meedogenloos worden neergemaaid, committeert hij zich ook aan de gewapende strijd van het ANC. Hij wordt gearresteerd en op 11 juni 1964 krijgt hij levenslang. Geef een man een cel van 27 vierkante meter en hij heeft genoeg ruimte voor langeafstandslopen. Op Robbeneiland hervat Mandela zijn ochtendritueel van kracht- en looptraining. Hij staat om 4 uur op, terwijl zijn medegevangenen om half zes worden gewekt, voor de dagelijkse werkdag van stenen sjouwen. Na het douchen mogen ze met elkaar praten. Ze hebben het niet alleen over politiek, maar ook over sport. Nieuws sijpelt door over een buitengewoon zelfbewuste bokser, die in de Verenigde Staten het segregatiesysteem militant aan de kaak stelt, het christendom ‘de religie van de blanke slavenhouders’ noemt en zijn slavennaam – Cassius Clay – inruilt voor die van Muhammad Ali. Als Ali zich op 28 april 1967 met zijn slavennaam in Houston moet melden voor zijn ‘tour of duty’ in Vietnam, weigert hij. Ali groeit uit tot de held van de Black Consciousness Movement. Op de Olympische Spelen van Mexico ballen Tonnie Smith en John Carlos bij de prijsuitreiking van de 200 meter hardlopen tijdens het Amerikaanse volkslied hun in een zwarte handschoen gestoken vuist. De gevangenen van Robbeneiland trekken zich op aan dit heldendom, al heeft niemand van hen Muhammad Ali ooit zien boksen.

Sport verbroedert

Dat zal pas in 1986 gebeuren, als Mandela inmiddels naar de Pollsmoorgevangenis in Kaapstad is overgebracht. Hij ziet Thrilla in Manilla, het titelgevecht tussen Ali en Joe Frazier uit 1975. ‘Het was zo mooi als hij zich had voorgesteld,’ schrijft Brouwer. President Pieter Botha treedt in onderhandeling met Mandela en wenst hem vrij te laten, op voorwaarde dat Mandela de gewapende strijd afzweert en ‘zich zo zal gedragen dat hij niet hoeft te worden gearresteerd.’ Mandela weigert: ‘Alleen vrije mensen kunnen onderhandelen. Ik wil en kan geen verplichting aangaan zolang jullie, het volk, en ik niet vrij zijn. Jullie en mijn vrijheid vallen niet te scheiden.’ In de vroege ochtend van 11 februari 1990 vraagt Mandela aan zijn bewaker waar zijn gewichten zijn gebleven. Die waren al ingepakt. Mandela staat erop dat hij die gaat halen. Zonder zijn ochtendritueel is hij geen mens. Om kwart over vier lokale tijd verlaat hij, hand in hand met Winnie, de poort van de Victor Vester-gevangenis. De andere hand balt hij tot een vuist: Amandla! Na zijn vrijlating reist hij naar Nederland en de Verenigde Staten, om geld in te zamelen voor het ANC; in Harlem heeft hij het over ‘de kracht van het verzet en de schoonheid van de zwarte trots.’ Tijdens het afsluitend bezoek in Los Angeles ontmoet hij Ali; ze omhelzen elkaar onwennig, beiden op van de zenuwen. In 1993 vereert Muhammad Ali Nelson Mandela met een tegenbezoek, maar zijn reis wordt overschaduwd door de moord op Chris Hani, de tweede man van het ANC. Er breken rellen uit in Soweto, zwarte jongeren willen de witmans de zee indrijven. ‘Democratie en jullie toekomst zijn te belangrijk om te verpesten door nu geweld te gebruiken,’ zegt Ali op een persconferentie.  Mandela richt zich tijdens een rechtstreekse televisietoespraak tot de natie. ‘Meer dan ooit moeten Zuid-Afrikanen zich verenigen om stelling te nemen tegen degene die wilde vernietigen waar Chris Hani zijn leven voor opofferde, namelijk vrijheid voor ons allemaal.’ Mandela is de architect van de verbroedering tussen blank en zwart. Tijdens de finale van het wk-rugby in 1995 waagt hij zich in het hol van de leeuw; hij draagt het groene shirt en het petje van de Springboks, als hij het stadion van Ellis Park in Johannesburg betreedt. Op de tribunes zitten 65.000 blanken, voor wie rugby ‘opium voor de boer’ is.  Hij wordt niet uitgefloten, hij wordt toegejuicht.

Schaduwboksen. Nelson Mandela en de nobele kunst van de zelfverdediging staat bol van deze menselijke heroïek: sportieve prestaties worden afgewisseld met politieke moed, want het leven van Nelson Mandela leent zich voor beide onderwerpen. Meer dan dat is het ook niet. Erik Brouwer hinkt op twee gedachten, waarin hij de geschiedenis van het boksen en die van de antiapartheid tot één geheel wil vervlechten. Het blijft hinken, mooi dansen à la Ali wordt het nooit.  De structuur van het boek is buitengewoon rommelig; de meest informatieve gedeeltes, zoals die over Rubin Hurricane Carter of de knieval van Joe Louis voor het establishment om niet met blanke vrouwen op de foto te gaan, heeft Brouwer in korte intermezzo’s verborgen. Zij onderbreken de hoofdtekst van sportverslagen en vriendschapsbezoeken, tijdens welke Mandela steevast met een paar bokshandschoenen of een kampioensbelt wordt vereerd.  Dat is jammer. Heel erg jammer. Brouwer had wel degelijk een groots thema te pakken. Meer nog dan de nobele kunst van de zelfverdediging is Schaduwboksen een oefening in eigenwaarde en mentale weerbaarheid.

Schaduwboksen. Nelson Mandela en de nobele kunst van de zelfverdediging
Erik Brouwer
Uitgeverij Spectrum
ISBN 9789000304660
Verschenen juli 2012

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 19,99)

DELEN
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here