Mien Ruys, de eerste Nederlandse tuinarchitect

Mine Ruys

Ik heb niks met tuinieren en planten en bloemen kan ik voor een groot gedeelte benoemen doordat meester Baarda vroeger met ons door de weilanden fietste en ons onderwees waar wat groeide. En hoe je een fluitje kon maken van fluitenkruid. Maar nu ik Zoeken naar de heldere lijn. De complete biografie. Mien Ruys Tuinarchitect heb gelezen, is me een heleboel duidelijk geworden.

Tuinen waar ik anders gedachteloos aan voorbijga – stadsparken, fabriekstuinen, binnentuinen, het openbaar groen- alles bekijk ik met andere ogen. Natuurlijk zijn er mensen die er over nadenken hoe hun tuin, of die van de buurt, of die van de stad, er uit moet zien. Die bedenken dat als er ergens gebouwd wordt, of dat nu een huis, bungalow, stadswijk of dorp in de polder is, dat er ook groen moet zijn. En dat is wat Mien Ruys haar hele leven heeft gedaan.

De eerste zin luidt: “De humuslaag voor Mien Ruys’ carrière werd gevormd door het maatschappelijk aanzien van haar familie en het zakelijke succes van kwekerij Moerheim, die door haar vader Bonne Ruys groot was gemaakt.”
Dan weet je al dat er een biograaf aan het werk is geweest met liefde voor zijn onderwerp en met gevoel voor humor. Gelukkig gebruikt Leo den Dulk de stijlmiddelen, ontleend aan de tuinderwereld heel spaarzaam, zodat het geen kleffe clichés worden.

Moerheim NV

Haar familie van vaders kant maakte fortuin als reders en door de veengebieden langs de Reest en de Vecht te ontginnen. Dedemsvaart lag aan de stoomtramlijn van De Dedemvaartsche Stroom Tramwegmaatschappij, die daar was gekomen vanwege de ontginning van het veen. Als je niet kon leren moest je burgemeester of kweker worden, schreef vader Bonne Ruys in zijn memoires. Hij begon maar met het laatste en liep stage in Engeland, waar op dat moment – begin 1900 –  de ‘wild garden’ in zwang was. Vermogende dames hielden zich bezig met tuinieren, als hobby. Als 22-jarige kreeg Bonne Ruys bedrijfskapitaal en grond van zijn familie om een eigen bedrijf op te zetten. Dat werd kwekerij Moerheim in Dedemsvaart.

Als een van de eerste tuinders van Nederland kwam hij , naar Engels voorbeeld, met een prachtig geïllustreerde catalogus van vaste planten. Dat was een bijzonderheid. Tegenwoordig kunnen we ons daar niks meer bij voorstellen want we stappen in elke plaats zo een tuincentrum binnen.
Omdat Mien goed kon tekenen wordt ze tekenaar op de afdeling tuinarchitectuur van de kwekerij van haar vader. Ze schrijft in haar dagboek dat ze zich meer geschikt voelt om man te zijn. Ze wil namelijk tuinarchitect worden en dat leek toch een mannenberoep.
Ze voelt zich verheven boven ‘het gewone volk’ maar is tegelijk vertwijfeld en onzeker.

“Ik ben groot en zwaar en niet aardig en niet vrolijk en niet geestig. Ik ben soms een ontkenning van alles, geen man en geen vrouw. Waarom zouden de mensen toch niet meer van mij houden?”

De tuinen van Mien Ruys in Dedemsvaart © Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (CC BY-SA 4.0)

Lebensreform

Daarna vertrekt ze voor drie maanden naar Engeland en ontmoet daar Getrude Jekyll, de grand old lady van de tuinkunst, die 1000 artikelen en 15 boeken over tuinen heeft geschreven, 350 tuinen aanlegde en er nog meer heeft ontworpen. Mien vond in haar haar het grote voorbeeld.
In dezelfde periode haalden de Duitsers de Britten in op het gebied van architectonische veranderingen. De oosterburen zouden ook inhoudelijk de belangrijkste invloed op de vorming van de jonge Mien Ruys uitoefenen. Lebensreform, ontstaan aan het eind van de 19e eeuw, is de progressieve stroming van dat moment.
Mien voelt zich duidelijk aangetrokken tot de verheven idealen van de nieuwe mens. Theosofie, de religieuze filosofie en metafysica die er van uit gaat dat alle religies een goddelijke poging is om de mens te perfectioneren, heeft haar interesse. Ze gaat veel op bezoek in Eerde Ommen op de landgoederen van Dirk baron van Pallandt waar ook de sterkampen van Krishnamurti te vinden zijn. Toch gelooft ze niet dat godsdienst haar iets kan brengen, “want ik voel te sterk dat iedere godsdienst is ontstaan  uit zoeken naar wat men wenst.”
Links progressief maar ook de rechtse Blut und Bodenbeweging probeert de reformbeweging naar zich toe te trekken. De architectuur maakt kennis met de Deutscher Werkbund, waar grote namen als Henri van der Velde, Walter Gropius, Robert Bosch en Ludwig Mies von der Rohe aan verbonden zijn.
Paul Schulze-Naumburg, grondlegger van het begrip Entartete Kunst, treedt in 1927 uit de Werkbund. Zijn boek Kunst und Rasse staat in 29/30 nog op de boekenlijst van Mien wanneer ze tuinkunst studeert in Berlijn-Dahlem. Ze is aangenomen door de eerste tuinbouwhogeschool in Europa die vrouwen toelaat. Na de beurskrach van 1929 komt Mien terug naar Nederland en gaat in Delft colleges bouwkunde volgen. Daar bezoekt ze een lezing van Le Corbusier, de Frans-Zwitserse architect. Ze is betoverd, ook al werkt hij in haar ogen wel veel met beton.

Tuindorpen

In de Amsterdamse wijk Frankendael wordt in die tijd veel aandacht besteed aan gemeenschappelijk groen en de mogelijkheid voor het buiten ophangen van de was of spelende kinderen. Genieten van de tuin moest ook voor het volk mogelijk worden. Het is de tijd dat de ‘tuinsteden’ ontstaan. Er wordt geëxperimenteerd en nagedacht over verschillende tuinen voor verschillende voorzieningen.

Mien zat midden in al die ingrijpende ontwikkelingen en schrijft veel. Niet alleen in haar dagboeken maar ze schrijft ook veel stukken over tuinieren. Zo sluit ze met haar werk perfect aan bij de ontwikkeling dat de tuin steeds meer het domein wordt van de vrouw. Ze schrijft voor bladen als Het landhuis, De vrouw en haar huis en Wij jonge vrouwen en legt daarin vooral uit hoe je de tuin moet onderhouden.
Ruys schrijft:

“Een eigen tuin te bezitten is voor de meeste stedelingen een onbereikbaar ideaal. Maar hoe meer dat zich uitbreidt ten koste van het omringende land des te sterker wordt het verlangen van de mensen naar een stuk grond in zijn onmiddellijke omgeving om zijn vrije tijd rustig door te kunnen brengen.”

Als ze 21 is krijgt ze van Helene Kröller-Müller de opdracht om een tuin te ontwerpen, van Jachtslot Hubertus. Sam van Deventer, de vertrouweling van de kunstverzamelaar, is haar directe opdrachtgever.

Vanaf 1930 is Mien hoofd van de architectuurafdeling van Moerheim, de familiekwekerij. Ze is samen met haar twee broers directeur en dat gaat niet altijd soepel. Ze krijgt steeds meer opdrachten om tuinen te ontwerpen, zoals in 1936 Huis Oosterhout van de familie Van Boetzelaer. Ze ontwierp de tuin van de Van Nelle fabriek, van het KNSM-park, van de Hendrik van Boeijen psychiatrische inrichting in Assen.

In 1936 overlijdt haar moeder. Zoals vaak praat ze er niet over maar schrijft:“In elk opschrijven van je gedachten zit ook een element van koketteren met je gevoelens; je gevoel als voorwendsel gebruiken om mooie zinnen te maken of er interessant mee te schijnen. En deze gevoelens waren te groot om mee te spelen.”
Oorlog

Ruys betrekt vanwege haar vele werk in de hoofdstad een huis aan de Amstel, en sluit zich aan bij het Nederlands comité van waakzaamheid van anti-nationaal socialistische intellectuelen. Ze is zelfs een jaar lang secretaris, tot de Duitse inval van mei 1940. Op dat moment vernietigt ze de administratie en probeert naar Engeland te vluchten, maar dat lukt niet.
Begin ’41 schrijft ze: “De joden zijn ontslagen. Maar dat dit eenmaal gewroken zal worden, dat is zeker. Wie de joden aanrandt, die zal het slecht vergaan. Goddank, tenminste verzet, maar wat zal het ons kosten? We moeten leren veel te verdragen, als het moet zelfs de dood. Telkens zijn er weer mensen gevangen genomen, telkens weer hoor je van mensen die dood zijn. En ik leg tuinen aan alsof er geen oorlog is, alsof er geen gilden zijn. En toch, niettegenstaande alles, geloof ik in de toekomst!” Haar werk is haar geluk.

In 1942 wil ze de Bond van Nederlandse Tuinarchitecten, waar ze actief lid van is, opheffen, zodat ze niet langer met de Duitsers hoeven te collaboreren. Hugo Poortman, de oprichter van de bond, schrijft haar zijn bewondering vanwege die moedige stap. “Een voorrecht acht ik het daareven te hebben mogen vernemen geachte mejuffrouw Mien Ruys, dat U is uitgetreden uit den BNT en u niet hebt opgegeven bij de Cultuurkamer. Bij u en enkele anderen geldt nog het besef dat een vrij Nederland en een vrij denkend en handelend mens waardiger en gelukkiger is dan een zich schikken naar inzichten van bovenaf, alleen om der wille van de boterham. Bravo! En mijn dank daar voor. Dacht half Nederland als gij, onze vrijheid van denken en handelen zou spoedig weer in plaats komen van knechting.”

Wederopbouw

In 1950 trouwt ze met Theo Moussault, een zakenman. Het is een goed huwelijk. Hij stimuleert haar en verlost haar van haar calvinisme. De wederopbouw veranderde het aangezicht van Nederland en Mien Ruys heeft daaraan een hoop bijgedragen. Ze schrijft voor het blad Goed Wonen waarin de mens opgevoed wordt qua woninginrichting. Ze krijgt opdrachten in de nieuwe Noordoostpolder, wordt gevraagd de tuin te ontwerpen van villa Looyen in de duinen van Aerdenhout.

Ze schrijft Het vaste plantenboek, voor de hoger opgeleide tuinliefhebber. De eerste druk is binnen twee maanden uitverkocht.
Begin jaren 70 heeft de gemeente Amsterdam haar niet meer nodig om bij het Groenbeheer te adviseren. Dat blijkt niet zo makkelijk te zijn als de ambtenaren denken, maar als ze haar weer om hulp komen vragen, weigert ze beslist. Ondertussen verandert er steeds meer aan het tuinenfront.  Zeker in de steden. Auto’s nemen steeds meer plek in. Geen tuinen maar parkeerplaatsen worden er gevraagd. Ook het idealisme van een gemeenschappelijke tuin redt het niet.

Op 9 januari 1999 overlijdt Mien Ruys in haar slaap. Ze heeft 1070 tuinontwerpen gemaakt, voor zover de biograaf kan nagaan. Waarschijnlijk heeft ze 3000 tuinen ontworpen. De tuinen van Mien Ruys, in 1924 door Mien als proeftuinen in Dedemsvaart aangelegd, zijn nog steeds te bezoeken. Piet Oudolf, de ontwerper van de High Line, een beroemd park in New York, is schatplichtig aan haar. Ze wordt in de internationale pers in een adem genoemd met Le Corbusier, Arne Jacobsen en Walter Gropius. Niet de minste namen in de wereld der architecten.

Leo den Dulk, tuinhistorisch onderzoeker heeft 15 jaar gewerkt aan de biografie. En hij heeft Mien Ruys alle eer aangedaan. Het is mooi, verzorgd uitgegeven, en zo volledig mogelijk. Voor tuinliefhebbers een onmisbaar naslagwerk, voor biografieliefhebbers een aangename verrassing.

Zoeken naar de heldere lijn, De complete biografie Mien Ruys, Tuinarchitect
Leo den Dulk
Uitgeverij De Hef publishers Rotterdam
ISBN/EAN: 978-90-6906-051-4
Verschenen in juni 2017

Bestelinformatie

Bestel hier als hardcover bij De Hef Publishers (€ 39,90).

DELEN
Martine van Poeteren
Martine van Poeteren is journalist en werkzaam voor de KRO-NCRV. Ze is directeur/eigenaar van M4 Producties en sinds december 2016 hoofdredacteur van Biografieportaal. Naast lezen en schrijven is beeldhouwen een passie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here