podcast biografie
Juliana tijdens het staatsbezoek aan de Verenigde Staten in 1952. Bron: Nationaal Archief

De crisis die het Nederlandse koningshuis in 1956 heeft doorgemaakt stond decennialang bekend als de Greet Hofmansaffaire. Die typering is te beperkt, zoveel wordt duidelijk uit De geest van het Oude Loo. Juliana en haar vriendenkring 1947-1957 van Han van Bree. Greet Hofmans was een belangrijke actor in de spirituele bijeenkomsten die op initiatief van koningin Juliana sinds 1951 op het Oude Loo plaatsvonden, maar ze was zeker niet de enige. Van Bree zet de feiten op een rijtje en rekent af met een aantal hardnekkige misverstanden.

De Baarnse vriendenkring

Rond 1947-1948 verzamelde Juliana een vriendenkring om zich heen die regelmatig bijeenkwam in de Kleine Vuursche, de villa van Bep en Bob Pierson in Baarn. Daar ontstond het idee van een “geestelijke vredesconferentie”. De grondgedachte: sinds de mensheid de erkenning verlaten had dat God de schepper was van hemel en aarde, verkeerde de wereld in nood. De overgave aan Gods genade was een voorwaarde om de relatie met de Schepper te herstellen en de wereldvrede dichterbij te brengen. Greet Hofmans, door Bernhard als “gebedsgenezeres” naar Soestdijk gehaald om de oogkwaal van prinses Marijke te genezen, behoorde ook tot de kring. Bernhard was zo overtuigd van haar gaven dat hij haar naar Engeland overvloog, om de ernstig zieke vrouw van François van ’t Sant bij te staan. Hofmans kreeg door haar helderhorendheid “doorgevingen” van Hogerhand. Ze introduceerde Wim Kaiser, die ze tijdens de Bezetting had leren kennen, in de Baarnse groep.

Het huwelijk van Juliana en Bernhard was toen al verworden tot een “soort privé koude oorlog”. Zij pikte zijn buitenechtelijke escapades niet meer, hij liet zich daaraan weinig gelegen liggen en noemde zijn eega binnen huiselijke kring de “grote witte olifant”. Bernhard presteerde het om zijn minnares, Ann Orr-Lewis, naar het wintersportadres van Juliana en haar getrouwen in Sankt Anton am Arlberg te sturen, om er een oogje in het zeil te houden. De prins-gemaal verkeerde ook op voet van oorlog met de vrienden van Juliana. Zij keurden zijn promiscue gedrag openlijk af. De eerste conferentie in het Oude Loo vond op 24 juli 1951 plaats. Op het lijstje van begeerde sprekers prijkten de namen van Albert Schweitzer, Albert Einstein en Arnold Toynbee, maar die lieten het stuk voor stuk afweten. Wel gaf een bont gezelschap van wereldreligies en geestelijke stromingen acte de présence, dat zich boog over het motto van de conferentie: “God grondlegger van de wereld en daarom onoverwinnelijk.” Vanaf het begin stonden de bijeenkomsten in een kwaad daglicht. Dat kwam met name door Wim Kaiser, de primus inter pares van het “comité van voorbereiders”. Hij moest weinig hebben van de gevestigde kerken, “groepszaligheid” leidde zelden tot ware devotie, dat wil zeggen “myste”, volgeling van de meester. Zijn rigide en conflictueuze karakter leidde tot onenigheid binnen de groep. Joop van Dijk hield het na de tweede conferentie voor gezien en waarschuwde Marie Anne Tellegen, directeur van het Kabinet der Koningin, voor het gevaar dat Kaiser en consorten voor het Huis van Oranje vormden. Er hing een geur van sektarisme rondom de vriendenkring van koningin Juliana. Haar toespraken voor het Amerikaanse Congres bevestigden de verdachtmakingen, zeker nadat Frans Goedhart de “hoogdravende onzin” in het Parool aan de kaak stelde. “Indien we onze innerlijke roepstem niet volgen, kunnen we onszelf wel als verloren beschouwen,” zei de koningin tijdens haar staatsbezoek aan de Verenigde Staten in 1952. Dat klonk als muziek in de oren van de Baarnse vriendenkring, maar volgens Goedhart konden we op het hoogtepunt van de Koude Oorlog dergelijke pacifistische geluiden missen als kiespijn. (Van Bree nuanceert overigens het esoterische karakter van de toespraken. Juliana week met haar waardering van het trans-Atlantische bondgenootschap geenszins af van de lijn van de regering).

De Raspoetin van Soestdijk

Twee jaar later had prins Bernhard zijn eigen discussieclubje: de Bilderbergconferenties. Die moesten de sfeer binnen het trans-Atlantische bondgenootschap verbeteren en de Europese samenwerking bevorderen. Juliana achtte de bijeenkomsten van de “rabiate anticommunisten” in strijd met de ministeriële verantwoordelijkheid en trok bij het kabinet-Drees aan de noodrem. Bernhard sloeg terug, op een ongekend harde en geniepige wijze. Op 13 juni 1956 verscheen een artikel in Der Spiegel, “Zwischen Konigin und Rasputin”, waarin Juliana werd voorgesteld als “eine weibliche weiche Seele” die zich liet leiden door “überirdischen Eindrücken”. Zij zou de kabinetsformatie van 1956 zelfs hebben aangegrepen om voor de Hofmanskliek “auf politischem Terrain entscheidende Postionen zu besetzen.” Daarmee kreeg de hofcrisis een staatskundig tintje. Alleen de prins-gemaal, berichtte Der Spiegel, hield het hoofd koel. Hij moest niets hebben van het bovenaardse. Het lek kwam niet meteen bovendrijven, maar Juliana was ervan overtuigd dat haar echtgenoot uit de school had geklapt. In een postuum verschenen interview bevestigde Bernhard het publieke geheim dat hij naar de pers had gelekt.

Nuances

In Ufo’s geloofde de nuchtere Bernhard wel. Han van Bree weet in deze degelijk gedocumenteerde studie aannemelijk te maken dat we ons in de Soestdijkcrisis van 1956 wel heel erg hebben laten leiden door de “Bernhard-visie” en plaatst daarmee een aantal ferme kanttekeningen bij het werk van onder andere Cees Fasseur. De prins-gemaal kreeg van de commissie-Beel, die moest bemiddelen in de ontstane crisis, de wind mee. De rooms-katholieke voorman moest niets hebben van de religieuze nieuwlichterij van het Oude Loo, zeker als die anti-kerks was (en in menige opzichten anti-paaps). Beel beschouwde het gezin als hoeksteen van de samenleving: de man was het hoofd van het gezin, de vrouw een wilsonbekwaam wezen dat zijn leiding behoefde. Weliswaar sprak de commissie met Hofmans en Kaiser, maar de Bernhard-getrouwen aan het hof kregen in het onderzoek de overhand en bevestigden het beeld van een behekste koningin, die haar oor liet hangen naar de goddelijke ingevingen van Greet Hofmans. Dat geschiedbeeld van een labiele koningin, in de ban van een vrouwelijke Raspoetin, heeft een hardnekkig leven geleid, wellicht omdat het verhaal verschillende kampen diende. Het paste in de ideologie van de jaren vijftig, maar ook in die van de tegencultuur van de jaren zestig en zeventig. Republikein Henk Hofland haalde de onderste steen boven in Tegels lichten (1972) waarin hij het conflict tussen vorstin en prins-gemaal volledig toeschreef aan de “hocuspocus-pas” van Hofmans en consorten. Wilhelmina werd door de commissie-Beel ook gehoord. Van Bree is nog het meest uitgesproken over de religieuze missie die zij zich na haar abdicatie had gesteld. Wilhelmina deelde de zienswijze van haar dochter volledig en roemde tegenover de commissie-Beel de integriteit van Greet Hofmans. Wim Kaiser waardeerde ze aanvankelijk ook, maar de twee leken in hun rigide Godsbesef zo op elkaar dat een botsing van karakters onvermijdelijk was. In ieder geval was ze allesbehalve de nuchtere en verstandelijke vorstin zoals Fasseur ons wil doen geloven.

Juliana zag zich gedwongen te breken met haar Baarnse vriendenkring. Die reageerde furieus. Cadeautjes werden per kerende post teruggestuurd. Erna Mijnssen, die Juliana had leren kennen via de Werkplaats van Kees Boeke, verweet haar dat ze niet in de bres sprong voor de verguisde Greet Hofmans en haar persoonlijke geluk liet prevaleren boven dat van haar volk, want die hoogdravende retoriek werd tegen Juliana ingezet. “Waar God dit land en dit volk heeft gekozen voor de Inzet van de Theocratie, dat hier een nieuw Tijdperk wordt ingeluid, daar geloof ik onvoorwaardelijk dat land noch volk dupe kunnen worden van welke machtsinzet dan ook.” Hard tegen hard, in naam van de wereldvrede. Han van Bree heeft dat koningsdrama op een buitengewoon genuanceerde en meeslepende wijze in kaart gebracht in De geest van het Oude Loo. Juliana en haar vriendenkring 1947-1957.

De geest van het Oude Loo. Juliana en haar vriendenkring 1947-1957
Han van Bree
Uitgeverij Conserve
ISBN 9789054292692
Verschenen in juni 2015

Bestelinformatie

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 34,99)
Bestel hier als E-book bij bol.com (€ 12,50)

Koop bij bol.com

DELEN
Eric Palmen

Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here