Joop van den Ende, zoals we hem kennen

Joop van den Ende Henk van Gelder

Volgens zijn vader was toneel iets voor ‘homoseksuelen’. Je kon beter een ambacht leren, dus stuurde hij zijn zoon naar de LTS, want timmermannen waren altijd nodig. Joop van den Ende groeide op in een straatarm gezin, in de Indische buurt van Amsterdam. Hij nam gretig deel aan de katholieke jeugd- en ontspanningsclubs die binnen het verzuilingsverband van de jaren vijftig werden georganiseerd. Zo raakte hij verzeild in het Amsterdamse Jongeren Toneel van Mieke Stranger. Volgens jeugdvriend Henk van der Woude een bepalend moment in hun beider levens. ‘Zij heeft het virus van de toneelkunst onder ons verspreid, zij heeft ons voor het eerst laten kennismaken met de dingen die we van huis niet hadden meegekregen.’ Joop van den Ende slaagde erin zijn passie met zijn professie te combineren. Als decorbouwer bij de Nederlandse opera  leerde hij achter de schermen wat een voorstelling aan enscenering en technische productie vergde. In de avonduren deed hij aan cabaret, in het gezelschap De Pijpers. Van den Ende bekommerde zich om de marketing. Daarvoor bleek hij een groot talent te hebben. Als uitvoerend kunstenaar viel hij door de mand. Wim Sonneveld, zijn grote voorbeeld van wie hij avond aan avond My fair lady had gezien, merkte tijdens een talentenjacht over zijn acteerprestaties op: ’t Is net of je voor een raam aan de overkant iemand ziet van wie je niet weet wat-ie nou eigenlijk zit te doen.’

Een winkel vol feestneuzen

Henk van Gelder schreef een meeslepende biografie van Joop van den Ende, de man die de entertainmentindustrie in Nederland voorgoed zou veranderen. Een loopbaan die begon in de Solostraat 11hs, waar hij met zijn eerste vrouw An Stoltenberg een impresariaat opbouwde. Van den Ende wist het tienersterretje Imca Marina aan zich te binden en een zeventienjarige malloot, die gekke bekken trok bij een bandrecorder met een zelfgemaakte geluidsmontage, André van Duin geheten. Hij leurde met Anneke Grönloh, Ria Valk en Conny Vink langs de theaters en organiseerde beatavonden met roemruchte bands als de Mokum Beat Five en De Clungels. Het Haagse bandje Golden Earring bakte er in die dagen nog weinig van. Als neveninkomsten zetten de Van den Endes een winkeltje in feestartikelen op, waar je goocheltrucs, sketches, vlaggen en serpentines kon kopen. Kortom, een leven in het schnabbelcircuit. Van den Ende kwam op het lumineuze idee om de televisie naar het theater te brengen. Hij bracht een toneelversie van De Fabeltjeskrant op de planken. Aan ’t Schaep met de 5 pooten, de successerie van de KRO, die het vanwege het onderlinge gekrakeel tussen de hoofdrolspelers slechts één seizoen zou uithouden, vergaloppeerde hij zich: ook op het toneel waren de gemoederen nog niet bedaard, met een mislukte voorstelling als gevolg. ‘Om heel droef van te worden,’ treurde de Volkskrant na de premiѐre. Van den Ende bracht de revue weer tot leven, met het trio Frans van Dusschoten, Ria Valk en André van Duin, tijdens het eerste seizoen nog in die volgorde. Hij wist de TROS te interesseren voor een tv-registratie, nadat de NRCV vanwege een aantal onchristelijke obsceniteiten (‘Stop die slang maar bij de weduwe tussen de deur, die heeft er meer behoefte aan’) was afgehaakt. Halverwege de jaren zeventig vestigde Van den Ende zijn naam als theater- en televisieproducent. Het grote succes van Dagboek van een herdershond, met zijn sterregisseur Willy van Hemert, moest toen nog komen. Van Hemert merkte over Van den Ende op: ‘Er zijn weinig zakenmensen die zo oprecht houden van wat ze verkopen als deze grote, zware man met zijn blozende babyface, zijn soms wat hakkelende zinnen en zijn duizenden plannen en ideeën. Dat is, denk ik, zijn geheim: hij spreekt onze taal. Hij respecteert en houdt van artiesten, en als hij vertelt over zijn plannen, komt er oprecht plezier mee.’

Durf groots te denken

Van den Ende was zo succesvol als televisieproducent dat hij binnen het publieke bestel zijn eigen concurrentie organiseerde.  Voor de TROS maakte hij de Showbizzquiz, voor de KRO de 1-2-3-show en voor de AVRO Wedden dat. Privé ging het hem minder goed voor de wind. Hij scheidde van An, toen zij vond dat ze het wel wat rustiger aan konden doen terwijl hij meende dat het allemaal nog maar net begonnen was. Voor een katholieke jongen was dat mislukte huwelijk een persoonlijk echec. Hij deelde in Amstelveen een flatje met Guus Verstraete jr., wiens huwelijk ook op de klippen was gelopen. Voor de 1-2-3-show had Van den Ende toen al een grote fabriekshal van de V&D gekocht, in Aalsmeer, dat een publiek van 500 man kon herbergen en waarin hij zijn spectaculaire decors (een Parijs straatbeeld, een Middeleeuws kasteel) niet iedere avond hoefde af te breken. Hilversum bood dergelijke faciliteiten niet. Intussen hoopte hij Broadway naar Mokum te brengen, maar zijn eerste musical Barnum was geen groot succes. Het publieke bestel moest, vanwege de economische crisis en de navenante bezuinigingen, op dat moment met minder geld toekomen. Van den Ende merkte als producent van megaproducties die aderlating meteen. Daarbij diende zich een andere speler op de mediamarkt aan, die voor een belachelijk laag budget een ziekenhuisserie in elkaar wist te flansen. John de Mol had met Medisch Centrum West een hit. Op een ander front ontstonden kansen. In het kabinet-Lubbers II groeide het besef dat je commerciële tv niet bij de douane tegen kon houden. Wellicht was er in de ether – naast het gekoesterde omroepbestel – ruimte voor commerciële initiatieven van eigen bodem. Vol enthousiasme stortte Van den Ende zich in een avontuur dat hem bijna de kop zou kosten: TV-10. De omroepen keerden zich massaal van hem af toen hij in de zomer van 1989 zijn plannen voor een commerciële zender presenteerde, zijn cast verliet en bloc het omroepbestel. Jos Brink, André van Duin, Henny Huisman, Sandra Reemer en Ron Brandsteder, om er maar een paar te noemen, volgden hun broodheer getrouw. Het Commissariaat van de Media gooide op 28 september 1989 roet in het eten: één maand voor uitzending werd TV-10 de toegang tot de Nederlandse kabel geweigerd. Van den Ende wilde met een U-bochtconstructie de Nederlandse wetgeving ontduiken. Dat RTL Veronique eveneens via een Luxemburgs bedrijf de vaderlandse beeldbuis wilde penetreren, vond het Commissariaat wel oké. In de winter van 1989 beschikte Van den Ende over een werkloze sterrenstal, Hilversum verkneukelde zich. ‘TV-10, veel gekost, nooit gezien.’ John de Mol nam intussen de opdrachtenportefeuille op die Van den Ende bij het verlaten van het publieke bestel had achtergelaten. Van den Ende ontkwam door zijn deal met CLT ternauwernood aan een faillissement. Hij herrees uit zijn as met zijn programma’s voor RTL 4, onder andere met zijn dagelijkse soap Goede tijden, slechte tijden. Drie jaar later verraste Van den Ende Producties vriend en vijand door te fuseren met de grootste concurrent. Endemol werd een mediabedrijf van wereldformaat, niet in het minst door de formats die door het buitenland gretig werden afgenomen. Van John de Mol kwam het idee om een groep onbekenden in een huis bij elkaar te brengen, die vierentwintig uur per dag gefilmd zouden worden, waarvan dan dagelijks een samenvatting werd uitgezonden. Volgens Van den Ende een belachelijk idee, dat Big Brother, maar aangezien zijn compagnon er heilig in geloofde, ging hij erin mee. De Mol had hem tenslotte ook geen strobreed in de weg gelegd voor zijn megalomane projecten, zoals het opkopen van het bouwvallige Circustheater in Scheveningen, om er permanent groots opgezette musicals te vertonen.

In het najaar van 1999 werd Joop van den Ende door een burn-out getroffen. Hij ging in psychotherapie en maakte lange wandelingen in Amsterdam-Oost. De buurt van zijn jeugd moest bezinning brengen. Van den Ende had steeds minder affiniteit met de programma’s die hij produceerde. Hij walgde van reality tv, waarmee een schijn van werkelijkheid werd gesuggereerd die hem deed terug verlangen naar de glamour van het theater, de glans van het sterrendom, waardoor hij als  jongetje eens zo gegrepen werd.

Dat is althans het officiële verhaal, zoals dat graag door Joop van den Ende wordt verteld en dat door Henk van Gelder nauwgezet in zijn biografie is gereconstrueerd. We krijgen de publieke Joop van den Ende ten voeten uit. Daarmee weet Van Gelder en passant een prachtige theater- en televisiegeschiedenis van de afgelopen vijftig jaar te schetsen. Voor iemand die is opgegroeid met al die Van den Ende producties – zoals ik – een feest van herkenning. Toch bekroop me bij het lezen van deze biografie zo nu en dan het gevoel dat Van Gelder wel heel erg mak dat zorgvuldig gecreëerde zelfbeeld van Van den Ende heeft gevolgd. ‘Vraag door!’ staat menigmaal in mijn kanttekeningen van dit boek. De extra dimensie van een waarlijk grootse biografie, die van de onthulling, ontbreekt derhalve. Wat niet wegneemt, dat ik Joop van den Ende. De biografie met veel plezier gelezen heb.

Henk van Gelder
Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar
ISBN 9789038895277
Verschenen oktober 2012

Bestelinformatie

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 24,95)
Koop bij bol.com

DELEN
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here