Jan Terlouw, beroepspoliticus

Bron: Nationaal archief © Hans van Dijk / ANEFO (CC BY-SA 3.0 NL)

Als er al sprake was van een roeping, dan was het een late. Rond zijn veertigste maakte Jan Terlouw de balans op van zijn leven, nadat hij twaalf jaar werkzaam was geweest als kernfysicus. Het onderzoek naar geïoniseerd en gestabiliseerd cesiumplasma waarop hij in 1964 was gepromoveerd, bracht geen bevrediging meer. Zijn vrouw, Alexandra van Hulst, stimuleerde hem de verhalen die hij aan zijn kinderen vertelde op papier te zetten. Aan het politieke firmament was een nieuwe partij verschenen, d’66 (toen nog met apostrof), waarin hij zich eindelijk herkende. Terlouw werd schrijver en politicus, twee disciplines waarvoor je geen diploma nodig hebt. “Ik ben eigenlijk altijd een beroepspoliticus geweest, ik heb de politiek beoefend als een beroep en niet als een hartstocht,” zo blikt Terlouw terug op zijn loopbaan in Den Haag.

Jan Terlouw als kamerlid

Joep Boerboom schreef met Jan Terlouw. Jeugdboekenheld op het Binnenhof zijn biografie. “De emancipatie van de burger” – dat parool sprak Terlouw aan in de nieuwe beweging van Gruijters, Van Mierlo en consorten. Via de Utrechtse gemeentepolitiek belandde Terlouw in 1971 in de Kamer. Hij kreeg economie, milieu en energie in zijn portefeuille, een bewuste triple entente. “Niet de milieuhygiëne, maar onze economische orde is het hoofdprobleem. Daarmee hangt alles samen: de planologie, vervuiling van lucht, bodem en water, onze wijze van leven, ons onderwijs. Ik zie niet hoe je uit de problemen kunt komen, als we niet onze groei- en weggooi-economie omzetten in een op stabiliteit gerichte economie, die de groei wil zien in dienst van het welzijn en niet in dienst van verdere stijging van de welvaart.” In menig opzicht was Terlouw visionair. De onheilstijding over de verwoesting van het milieu door de Club van Rome was nog maar net neergedaald. Terlouw maakte zich druk over de bodemverzakkingen in Groningen toen niemand daar nog wakker van lag.

Bron: Nationaal archief © Marcel Antonisse / ANEFO (CC BY-SA 3.0 NL) () Terlouw en Den Uyl in 1981

Partijleider

Het thema van de bestuurlijke vernieuwing, het kroonjuweel van D66, sprak hem veel minder aan. Er tekende zich een tweestromenland binnen de partij af waarbij de romantici tegenover de technocraten kwamen te staan. Hemelbestormers als Hans van Mierlo zagen de staatsrechtelijke vernieuwing als pijler van hun “beweging”, ingenieurs als Jan Terlouw wilden langs evolutionaire weg en in het centrum van de macht hun Verlichtingsidealen verwezenlijken. In 1973 trad Van Mierlo af als fractievoorzitter van D66. Hij werd opgevolgd door Terlouw. Een allesbehalve benijdenswaardige positie op dat moment. Tijdens de verkiezingen van de Provinciale Staten in 1974 werd D66 genadeloos afgestraft voor haar fletse identiteit in het gepolariseerde politieke landschap. Tijdens een rumoerig partijcongres op 21 september van dat jaar wilde 55% van de leden de partij opheffen, te krap voor een werkelijke ontbinding. Terlouw, voorstemmer van de opheffingsmotie, gooide het roer om. D66 ging een onafhankelijke koers varen ten opzicht van de PvdA, en het kroonjuweel – de staatsrechtelijke vernieuwing – verdween in de onderste bureaula. Terlouw wilde binnen de bestaande structuren de burger emanciperen. Tijdens de Oosterscheldediscussie beleefde hij zijn finest hour. Hij betrok voor- en tegenstanders bij de besluitvorming, trad in contact met de milieubeweging, die tegen afsluiting van de Oosterschelde was, en wist met de stormvloedkering een compromis te bereiken waarin iedereen zich kon vinden: de generatie die zich de Watersnoodramp van 1953 maar al te goed kon herinneren en haar nazaten, die meer gelegen was aan het behoud van een uniek natuurgebied. Alleen op Financiën waren ze niet zo blij. Het plan koste 8 miljard. Terlouw presenteerde zich als het redelijk alternatief tussen kemphanen Den Uyl en Wiegel, en won er twee zetels bij in 1977. Vier jaar later volgde de werkelijke oogst van de “ideale schoonzoon”. Bijgestaan door Jan Glastra van Loon en spindokter Ernst Bakker boekte d66 de grootse verkiezingswinst ooit in haar prille geschiedenis: van 8 naar 17 zetels. De partij was uit haar as herrezen, een geschiedenis die zich nog vaker zou herhalen.

Minister

De eclatante verkiezingsoverwinning, die vooral ten koste ging van de PvdA, leidde tot het centrumlinkse tweede kabinet-Van Agt van CDA, PvdA en D66. Terlouw werd minister van Economische Zaken, Van Mierlo keerde terug op Defensie en Den Uyl moest genoegen nemen met het ministerie van Sociale Zaken. Het kabinet was een monstrum. Terlouw raakte al snel in de clinch met Den Uyl, die tijdens de formatie het werkgelegenheidsbeleid van hem had afgesnoept. De achterban morde over de invulling van zijn ministerschap. Terlouw ging de belabberde economische situatie te lijf met een behoorlijk rechtse agenda waar menig VVD’er – voorganger Gijs van Aardenne bijvoorbeeld – nog een puntje aan kon zuigen. Door het verbeteren van het investeringsklimaat, loonmatiging en beheersing van de overheidsuitgaven moest de motor weer op gang worden gebracht. Minder overheid, meer marktwerking. De aardgaswinsten die Den Uyl voor zijn banenplan wilde benutten, moesten bij de oliemaatschappijen blijven, want dat was nu eenmaal de afspraak. Zij zouden de extra winsten – een kleine veertien miljard gulden – in de Nederlandse economie pompen. Het imago van milieubeschermer verdween als sneeuw voor de zon. De autosnelweg die partijgenoot Henk Zeevalking door Amelisweerd wilde leggen (de verkeersminister had het over “een rij struiken”) en de gasboringen op Ameland hielpen ook niet mee. Terlouw ervoer de val van het kabinet, acht maanden na de beëdiging, als een verademing. “Ik had zo weinig plezier in het regeren. Ik had de slechtste tijd van mijn leven.” Met grote tegenzin aanvaardde hij het partijleiderschap tijdens de verkiezingen op 8 september 1982. D66 kelderde van zeventien naar zes zetels. Ruim een maand later verdween Terlouw van het politieke toneel. “Hij is in de politiek toch altijd een vreemdeling gebleven. In zijn vooropleiding en loopbaan wees niets op de politiek. Hij was zeer exact maar de politiek is allesbehalve exact. In debatten was hij inhoudelijk ongetwijfeld veel beter dan ik, maar het gaat niet alleen om de inhoud.” Hans Wiegel zei dat, een raspoliticus.

We hebben de afgelopen jaren een reeks van premierbiografieën zien verschijnen en besproken op dit portaal, gedegen wetenschappelijke werken waarop academici gepromoveerd zijn. Daarnaast is er de traditie van de parlementaire onderzoeksjournalistiek die mooie politieke portretten heeft opgeleverd. Denk aan auteurs als John Jansen van Galen en Alies Pegtel. Met Jan Terlouw. Jeugdboekenheld op het Binnenhof schaart Joep Boerboom zich zonder meer tot de laatste categorie. Jan Terlouw. Jeugdboekenheld op het Binnenhof is vlot geschreven, degelijk gestructureerd en informatief. Met name de politieke loopbaan is meeslepend beschreven, waarmee het sociaal liberalisme eindelijk een biografie heeft gekregen die het verdient. Ook is er aandacht voor het schrijverschap van Terlouw, zijn bijdrage aan de jeugdliteratuur waarmee menige veertiger en vijftiger is opgegroeid. Kortom, een aanrader.

Jan Terlouw. Jeugdboekenheld op het Binnenhof
Joep Boerboom
Uitgeverij Boom
ISBN 9789089536136
Verschenen in februari 2016

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 19,90)

Koop bij bol.com

DELEN
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here