Jan Schaefers kruistocht in spijkerpak

Jan Schaefer in een biografie van Louis Hoeks
Bron: Partij van de Arbeid

‘In geouwehoer kun je niet wonen,’ vond PvdA-politicus Jan Schaefer. Hij presenteerde zich als een volksjongen die geen blad voor de mond nam en de handen uit de mouwen stak voor betaalbare woningen. Biograaf Louis Hoeks laat zien dat op dit imago wel wat valt af te dingen en dat Schaefer nogal wat vijanden en slachtoffers maakte tijdens zijn kruistocht.

‘Feliciteren’

Jan Schaefer (1940-1994) groeide op in Amsterdam als zoon van een banketbakker en werd dat zelf ook. In de jaren zestig verzette hij zich als buurtactivist tegen de sloop van woningen in De Pijp. Hij maakte zich sterk voor belangen van huurders en krakers.
Schaefer hanteerde daarbij strijdmethoden waar een politicus vandaag de dag niet meer mee weg zou komen. Over een huisbaas van een gekraakte woning zei hij: ‘Ik weet waar hij woont en daar liggen allemaal klinkertjes. Van die huisbaas hebben we nooit meer wat gehoord.’ Toen een garagehouder een bejaarde vrouw uit haar huurwoning wilde zetten, nodigde Schaefer met zijn actiecomité buurtbewoners uit de garagehouder met dit voornemen te “feliciteren”. De buurtbewoners sloegen de man vervolgens in elkaar. Schaefer leek er trots op. ‘Zo’n buurt begrijpt dat “feliciteren”.’
Politiek bewandelde Schaefer een grillig pad. Via het vakbondswerk, de JOVD (VVD-jongeren) en de CPN belandde hij bij de PvdA. Die kon de goedgebekte Amsterdammer goed gebruiken. Schaefer wist veel van volkshuisvesting, een belangrijk onderwerp voor de sociaaldemocraten. De partij werd gedomineerd door academici. De ‘ongeschoolde’ Schaefer sprak de taal van de straat en bleek een stemmentrekker van formaat.
In 1971 nam de gezette bakker voor het eerst plaats in de krappe bankjes van de Tweede Kamer. Twee jaar later promoveerde hij tot staatssecretaris stadsvernieuwing in het kabinet-Den Uyl. Hij was veel op straat te vinden waar hij oor had voor de wensen van bewoners. Dankzij Schaefer werd er niet alleen gesloopt, maar ook gerenoveerd.

Spijkerpak

Schaefer deed zich graag voor als een volksjongen uit De Pijp. Zo zei hij: ‘Ik heb in een woning gezeten waar ik iedere zaterdag met mijn kont in de gootsteen moest.’ Collega-staatssecretaris Marcel van Dam was niet onder de indruk. ‘Jan, als jij met je kont in die gootsteen paste, waren die huizen zo slecht nog niet.’”
In werkelijkheid was de PvdA-politicus afkomstig uit een tamelijk welvarend middenklasse-gezin. De goedlopende banketbakkerij van zijn vader maakte het zelfs mogelijk in de zomer per vliegtuig (!) de familie in Limburg te bezoeken. Pas na de scheiding van zijn ouders ging het financieel minder.
Schaefer speelde, lang voor Fortuyn en Wilders, de antipoliticus die de knuppel in het hoenderhok gooide. In werkelijkheid bereidde hij alles nauwgezet voor. Zijn directe benadering was ook een manier om zijn schroom en onzekerheid te overschreeuwen. Hij deed onverschillig, maar was het niet. Hij hield een onevenredig ontzag voor mensen met een hoge opleiding, al gaf hij dat nooit openlijk toe. Net als Fortuyn en Wilders had hij een neus voor publiciteit. ‘Als banketbakker wist hij hoe hij zijn gebakjes moest uitstallen,’ aldus Eberhard van der Laan.
Bij zijn volkse imago paste de vrijetijdskleding die hij ook als staatssecretaris bleef dragen. Tijdens een werkbezoek aan Manchester vroegen de Britse gastheren aan collega-staatsecretaris Marcel Van Dam of Schaefer ook bij het gezelschap hoorde. Van Dam antwoordde bevestigend: ‘He’s my bodyguard.’ Komieken Van Kooten en De Bie staken de draak met de eigenzinnige kledingkeuze: ‘Als Jan Schaefer ’s avonds thuiskomt, doet hij zijn spijkerbroek uit en trekt iets gemakkelijks aan.’
Hij leek niet te geven om uiterlijk vertoon, maar als staatsecretaris stond Schaefer er op dat hij gereden werd in een rode Citroen CX. Toen deze aanvankelijk niet leverbaar was en er een groene kwam voorrijden, nam hij hier geen genoegen mee.

Bron: Nationaal archief © ANEFO / Rob Bogaerts (CC BY-SA 3.0 NL)

Wethouder

In 1978 werd Schaefer wethouder in Amsterdam. Hij genoot van deze rol, het werk was concreter dan in Den Haag. Zijn aanvankelijke sympathie voor de kraakbeweging nam snel af. De beweging was verhard en de sfeer grimmig geworden. De stad kondigde de noodtoestand af bij de ontruiming van een kraakpand. Schaefer en andere bestuurders werden bedreigd. Tijdens de kroning van Beatrix in 1980 sloeg de vlam in de pan toen krakers onder de leuze ‘geen woning, geen kroning’ de strijd aanbonden met de politie.
Schaefer pakte verloederde stukken van de stad aan, zoals de Zeedijk, waar de heroïnehandel welig tierde. Hij sloot een deal met pensioenfonds ABP dat de stad geld leende voor woningbouw en renovatie.

Deconfiture

In 1986 keerde Schaefer terug in de Tweede Kamer. Het werd een teleurstelling. In Amsterdam was hij de gevierde wethouder geweest en had hij zich afgezet tegen zijn partijgenoten in de Kamer. Nu hij zelf weer deel uitmaakte van de fractie, kreeg hij niet de begeerde portefeuille volkshuisvesting. Voor het vice-fractievoorzitterschap werd hij ruimschoots overtroefd door Thijs Wöltgens.
Hij was al vaker gepasseerd. In 1981 was niet Schaefer, maar Van Dam minister geworden in het Kabinet-Van Agt II. Schaefer werd genoemd als kroonprins van zijn beschermheer Joop den Uyl. Maar hij miste het samenbindend vermogen en de brede blik die een partijleider nodig heeft. De keuze was op Kok gevallen. Schaefer voelde zich steeds meer genegeerd en geïsoleerd. Inhoudelijk kon hij zich steeds minder vinden in de partijstandpunten. Hij overwoog zelfs de partij te verlaten.
Intussen ging zijn gezondheid zienderogen achteruit. Door diabetes en overgewicht kon hij nauwelijks nog lopen. In de keuken gaf hij anderen instructies hoe ze zijn vette varkenslappen moesten bereiden. Vanwege zijn slechte gezondheid verliet hij in 1990 de Kamer. Vier jaar later stierf hij, nog geen 54 jaar oud, op de wc.

Slachtoffers

Schaefer was getrouwd met de politiek. Alles moest daarvoor wijken. Zijn vrouw Dineke schikte zich in haar onderdanige rol. Ze liet oogluikend toe dat haar man affaires had. Aan zijn dochter Mariska en zoon Remco besteedde hij nauwelijks aandacht. De band met zijn zoon was net zo slecht als die met zijn eigen vader was geweest. Het is veelzeggend dat van zijn gezinsleden alleen zijn dochter bereid was aan dit boek mee te werken. In zekere zin was hij zelf ook slachtoffer van zijn werklust. Het kostte hem, gecombineerd met zijn slechte eetpatroon, jaren van zijn leven.
Dat leven stond bijna uitsluitend in het teken van volkshuisvesting en stadsvernieuwing. Het boek geeft een mooi tijdsbeeld van de ontwikkeling van de politiek op dit terrein en Schaefers aandeel daarin. Voor wie hier niet bovenmatig in is geïnteresseerd, is bijna vierhonderd bladzijden wel wat veel van het goede.
De omvang van het boek is ook het gevolg van de bijna honderd mensen die Hoeks sprak en die soms wel erg uitvoerig aan het woord komen. Wat Schaefer zelf betreft moest zijn biograaf het doen met oude interviews. Of we Schaefer hiermee helemaal doorgronden? Niet helemaal. Hij mocht dan het hart op de tong hebben, het achterste van die tong liet hij zelden zien.

‘In geouwehoer kun je niet wonen’. Het leven van Jan Schaefer
Louis Hoeks
Atlas Contact
ISBN 9789045023991
Verschenen in maart 2017

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 34,99)
Bestel hier als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 14,99)

Koop bij bol.comBestel hier als paperback bij bol.com (€ 34,99)

DELEN
Joep Boerboom

Joep Boerboom publiceerde in 2016 een biografie van Jan Terlouw en werkt momenteel aan een biografie van Marcel van Dam.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here