Felix Nussbaum: vertellend schilder

Felix Nussbaum

Op verschillende internetfora wordt Felix Nussbaum een holocaustkunstenaar genoemd. The Israel Museum in Jeruzalem weigerde in de jaren zeventig werk van hem aan te kopen: “Wij zijn een museum voor echte kunst. Holocaustkunst is geen kunst,” liet een curator zich tegenover galeriehouder Michael Hasenclever ontvallen. Een hardnekkig misverstand. Ruim tien jaar van het kunstenaarschap van Felix Nussbaum stond niet in het teken van vervolging en onderdrukking. Uit die tijd stammen de zelfportretten en zeegezichten, waarin de schatplichtigheid aan Vincent van Gogh geleidelijk aan plaatsmaakt voor de invloeden van Henri Rousseau en Giorgio de Chirico. Nussbaum schildert Der tolle Platz, waarin een jonge garde van kunstenaars in het aangezicht van de Brandenburger Tor de oude opvolgt. De Pariser Platz als strijdtoneel van een generatieconflict. Zelfbewust voert Nussbaum de jongeren aan die door de heren van de academie worden afgewezen. Het contrast met zijn laatste monumentale doek kan niet groter zijn. Triumph des Todes is een Middeleeuwse dodendans, een Danse Macabre, waarin hij zijn individuele lot vereenzelvigt met het knekelkuis dat Europa heet. Mark Schaevers schreef een biografie van Felix Nussbaum waarin hij recht doet aan het hele leven van de Osnabrücker, die werd gevierd, vergeten en herontdekt.

Der tolle Platz / 1931
Der tolle Platz / 1931

Maskerjaar

Felix Nussbaum, geboren op 11 december 1904, maakte de droom van zijn vader waar. Philip Nussbaum, een niet onverdienstelijk amateurschilder, verdiende een fortuin in de ijzerhandel en ondersteunde de artistieke ambities van zijn jongste zoon door dik en dun. Met zijn partnerkeuze had hij meer moeite. Felka Platek was een Jodin uit het oosten, een meisje dat aan hem plakte en hem tot last was, aldus de bezorgde ouders. Felix hield voet bij stuk. Hoe herken je een ware liefde? “Es kommt mir vor, als käme zu zwei Menschen etwas Drittes.”
In 1931 brak Felix definitief door, met zijn bijdrage aan de expositie van de Berliner Sezession. “Die Nussbaum wordt nog bijna zo goed als ik,” merkte Max Liebermann over zijn werk op. Hij won een stipendium voor de Villa Massimo in Rome. Zijn buurman was Arno Breker, de toekomstige nazi-kunstenaar die met zijn Romeinse torso’s het hart van Hitler stal – zo ironisch kan het lot zijn. Nussbaum kreeg meer voor zijn kiezen. In december 1932 bereikte hem het bericht dat een groot deel van zijn oeuvre bij een woningbrand in Berlijn in vlammen was opgegaan. “Jetzt bin ich wirklich abgebrannt,” is zijn ontluisterende commentaar. Rome was in alle opzichten een ontgoocheling. “Deze stad heeft mij niet gegeven, wat zij anderen schijnt verleend te hebben.” Nussbaum had, in tegenstelling tot Breker, geen klik met zijn archaïsche omgeving. Zijn verwijzingen naar de klassieke oudheid zijn ironisch: gebroken zuilen, Narcissus die simpelweg in een spiegel kijkt met een narcis in zijn hand. Kort na de machtsovername van Hitler ontvluchtte Nussbaum de “arische bodem” van de Deutsche Akademie. Via Alassio kwam hij in Oostende terecht. 1935 was volgens Schaevers het “maskerjaar” van Nussbaum. Een ode aan de carnavaleske badplaats, maar ook aan James Ensor, de meester van de maskerade, die hem in de Vlaanderenstraat meerdere keren ontving. Nussbaum voorzag met het vervaardigen van keramiek in zijn levensonderhoud. Zijn Amerikaanse agent Friedrich Klein wist in de Verenigde Staten werk van hem te slijten, in Buffalo NY om precies te zijn. Na de Kristallnacht probeerde Nussbaum zijn ouders naar België over te laten komen, tot groot afgrijzen van zijn geliefde. Platek trachtte de emigratie tegen te houden door de vreemdelingenpolitie in te lichten over de vervalste visa en verblijfsvergunningen waarover haar schoonouders zouden beschikken. Het verraad was geen reden tot een definitieve breuk.

Triumph des Todes / 1944

De oorlog

In de meidagen van 1940 zien de Belgische autoriteiten op de eerste plaats een Duitser in hem. Hij wordt geïnterneerd in Saint-Cyprien, aan de voet van de Pyreneeën. De kampbeelden lijken een voorafschaduwing te zijn van het lot dat hem te wachten staat. Er heerst tyfus. “Ze schijten zichzelf dood.” Nussbaum legt de vernederende omstandigheden later vast, in Brussel, op zijn verschillende onderduikadressen.
Waarom keerde hij terug? In een dubbelportret uit juni 1942 schildert hij Felka naakt. Ze draagt alleen een paar schoenen. Met haar rechtervoet staat ze op zijn linker, alsof Nussbaum eindelijk het gelijk van zijn ouders erkent. Het open raam biedt een spion alle gelegenheid het tweetal in de gaten te houden. Nussbaum is volgens zijn vriend Fritz Steinfeld een “vertellend schilder”.
Zijn beroemdste zelfportret, met Jodenster en gebrandmerkte Ausweis, toont een doodsbange man. In augustus 1943 schildert hij zijn laatste zelfportret en oogt hij zelfverzekerder. Buiten is het gevaar, binnen de veiligheid.
Maar ook dat bleek een illusie te zijn. In de nacht van 20 op 21 juni 1944, drie weken na D-Day, stopte een overvalwagen voor het onderduikadres in de Archimedesstraat in Brussel. Felka werd na haar aankomst in Auschwitz waarschijnlijk meteen vergast, Felix kwam in het hoofdkamp terecht. Hij zou het dit keer niet overleven.

Orgelman. Felix Nussbaum. Een schildersleven valt op door de fragmentarische vertelstijl van Mark Schaevers. Hij permitteert zich in korte paragrafen talloze uitstapjes, zoals naar zijn eerdere boek Oostende. De zomer van 1936, om aan de hand van de verhalen rond Stefan Zweig, Joseph Roth en Irmgard Keun het emigrantenbestaan aan de Belgische kust te schetsen. Die mozaïsche aanpak vraagt de nodige concentratie van de lezer. In vrijwel iedere paragraaf wordt een nieuw personage geïntroduceerd, van wie de relatie tot Nussbaum niet altijd helder is. Zo nu en dan wil je iets meer bij de hand genomen worden. Toch beklijft het fascinerende verhaal van Felix Nussbaum en de bewonderenswaardige poging van Mark Schaevers dat zo getrouw mogelijk te vertellen. De Bezige Bij heeft het boek prachtig uitgegeven en doet eer aan het rijke oeuvre van Nussbaum. Daarmee is Orgelman. Felix Nussbaum. Een schildersleven in alle opzichten een monumentaal boek geworden.

Orgelman. Felix Nussbaum. Een schildersleven
Mark Schaevers
De Bezige Bij
ISBN 9789023488279
Verschenen in oktober 2014

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 39,90)

DELEN
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here