Rutger Jan Schimmelpenninck. De eerste echte president van Nederland

Rutger Jan Schimmelpenninck

Al in zijn jeugd kreeg Rutger Jan Schimmelpenninck veel voor elkaar: hij hoepelde als de beste, was de vlijtigste jongen in de klas en redde als topfitte zwemmer een vriendje van de verdrinkingsdood. Zo althans beschreef zijn eerste biograaf – Schimmelpennincks oudste zoon Gerrit – Rutger Jans kindertijd. Het verwonderde dan ook niet dat de getalenteerde jongeman zou uitgroeien tot het eerste democratisch gekozen staatshoofd van Nederland. In 1805 werd Schimmelpenninck een ‘bijna-president’, zoals Edwina Hagen zijn ambt terecht omschrijft. Want hoewel hij officieel doorging voor raadpensionaris, vertoonde zijn functie in de praktijk veel meer overeenkomsten met wat wij tegenwoordig een president noemen.

Brieven

In tegenstelling tot zoon Gerrit concentreert Hagen zich in haar biografie vooral op de politieke carrière van Schimmelpenninck in de periode 1780-1806. Dit waren zijn gloriejaren, waarin hij opklom via advocaat en volksvertegenwoordiger tot invloedrijke ambassadeur in Parijs en Londen, en ten slotte dus tot raadpensionaris van de Bataafse Republiek. Met name vanaf 1795 – het jaar waarin de patriotten met behulp van Frankrijk de oranje stadhouder en diens aanhangers definitief het land uitjoegen – groeide Schimmelpenninck  uit tot een toppoliticus, met belangrijke connecties in Engeland, Frankrijk en de Verenigde Staten. Vijf van de zes hoofdstukken gaan dan ook over deze elf jaar uit zijn leven. Voor haar biografie kon Hagen gebruikmaken van het particulier beheerde familiearchief, waaronder 180 brieven van Schimmelpenninck aan zijn vrouw Catharina. De brieven geven een unieke inkijk in het persoonlijke leven van de politicus en vooral in de informele invloed die zijn vrouw op zijn politiek uitoefende. Die invloed was niet gering, zoals Hagen overtuigend laat zien. Uit de correspondentie tussen Schimmelpenninck en zijn vrouw blijkt dat hij haar voortdurend van het laatste politieke nieuws op de hoogte hield, ook als dat nog geheim moest blijven voor de Nederlandse ministers. Nog belangrijker echter was dat Catharina onderdeel uitmaakte van de zelfrepresentatie van Schimmelpenninck als politicus. Zij ging altijd mee naar recepties en theepartijtjes en ontving op haar beurt andere ambassadeurs en diplomaten. Dit stelde Schimmelpenninck in staat om op meerdere plaatsen tegelijk te zijn: terwijl hij in Parijs verbleef, kon Catharina bijvoorbeeld op bezoek gaan bij de Franse generaal Marmont in Den Haag en hem zo vriendelijk stemmen.

Transitieperiode

De grote aandacht die in deze biografie uitgaat naar Catharina laat dus zien dat politiek voor een belangrijk deel gevoerd werd via informele contacten. Een opvallend modern verschijnsel en precies daarom is de biografie van Schimmelpenninck zo interessant. Hagen ziet in hem terecht de belichaming van een transitieperiode van de vroegmoderne naar de moderne tijd. In de turbulente jaren tussen 1780 en 1806 veranderde de oude Republiek – met de stadhouder als de belangrijkste politieke figuur – naar een democratische republiek met een volksvertegenwoordiging en een Grondwet. En dus ook met een soort van president  als staatshoofd. Dit ging echter niet zonder slag of stoot: meerdere keren lagen de patriotten met elkaar overhoop en ook over de steeds groter wordende invloed van Frankrijk werd verschillend gedacht. Schimmelpenninck nam in deze revolutionaire jaren de positie in van moderator: hij was een gematigd patriot, een man van het midden die de verschillende partijen met elkaar wilde verzoenen. De Verenigde Staten vormden daarbij zijn grote voorbeeld. Al in zijn proefschrift Verhandeling over eene wel ingerigte volks-regeering (afgerond in 1784) had hij het Amerikaanse politieke systeem als model genomen. Het liefst had hij in 1805 zelf ook gewoon de titel ‘president’ gekregen, maar dit stond Napoleon niet toe. Tegelijkertijd illustreert de functiebenaming die hij wel kreeg dat Schimmelpenninck onderdeel was van een politieke overgangsperiode. Het ambt van raadpensionaris stamde immers uit  de zeventiende eeuw en deed vooral denken aan Johan de Witt. Het kostuum dat Schimmelpenninck droeg bij zijn inauguratie was dan ook exact nagemaakt op basis van een portretschilderij van De Witt. Daarover had de bestuurder lang lopen dubben: zijn functie kende immers geen precedent en de manier waarop hij zich zou kleden maakte duidelijk hoe hij zelf tegen zijn ambt aankeek. Schimmelpenninck wilde natuurlijk geen associaties oproepen met een absolute vorst, maar moest zich tegelijkertijd als staatshoofd wel onderscheiden. De keuze voor de kleding van De Witt was een slimme oplossing, die perfect aansloot bij de tijdgeest. Zijn kostuum drukte de afkeer van de stadhouderlijke oranje macht uit, maar herinnerde tegelijkertijd ook aan de Gouden Eeuw, de glorietijd van de Nederlandse Republiek. Hoewel Schimmelpennincks politiek in de praktijk dus veel meer leek op die van een ‘moderne’ president, presenteerde hij zichzelf naar buiten toe als iemand die de Nederlandse bestuurstraditie in ere hield.

Staatsieportretten

Het grote belang dat Schimmelpenninck hechtte aan een goede representatie blijkt ook uit de verschillende portretten die hij van zichzelf en zijn vrouw liet maken. In een uitgebreide analyse van hun twee staatsieportretten toont Hagen aan dat deze gelezen kunnen worden als een ideologische beginselverklaring. Hoewel de pose van de nieuwe raadpensionaris op het eerste gezicht traditioneel koninklijk lijkt, kan zijn lichaamshouding ook een verwijzing zijn naar een klassiek Romeins model, en ook – opnieuw – naar de glorietijd van de zeventiende eeuw. Het staatsieportret van Catharina vult dit beeld aan, doordat zij is afgebeeld als een echte First Lady, en niet als een echtgenote of moeder. Daarmee drukt haar portret haar politieke rol uit, die ook zo duidelijk naar voren komt uit de brieven. Met andere woorden: de staatsieportretten tonen Schimmelpenninck en zijn vrouw als moderne, democratisch gekozen bestuurders naar Amerikaans model, maar zijn tegelijkertijd ook nog te interpreteren als typisch vroegmoderne schilderijen. Hagens biografie leest daarmee vooral als een analyse van het veranderende politieke systeem in de Nederlandse Republiek. Schimmelpennincks carrière maakt enerzijds inzichtelijk hoe de politiek gemoderniseerd werd en anderzijds welke problemen deze modernisering met zich meebracht. Want hoe de politicus ook zijn best deed zich als moderator op te stellen en zich te presenteren als verzoener van alle groepen in de samenleving, zijn politieke tegenstanders lieten niet  na hem af te schilderen als een machtswellusteling, met achter hem een vrouw die de touwtjes in handen had. Omdat Schimmelpenninck vanaf 1804 steeds meer last van zijn ogen kreeg moest hij in toenemende mate worden bijgestaan door zijn vrouw. Binnen een jaar na zijn inauguratie als staatshoofd was hij nagenoeg blind en voor Napoleon was dit een belangrijke reden om hem snel weer af te schepen en te vervangen door zijn broer Lodewijk Napoleon. Daarmee eindigde een glorieuze carrière uiteindelijk toch tragisch. In de geschiedschrijving is de negatieve beeldvorming rond Schimmelpenninck lang blijven hangen. Dat hij uitgroeide tot de hoogste bestuurder van het land en bovendien op uitstekende voet stond met Napoleon – de generaal die zich uiteindelijk ontpopte tot despoot – was voor historici reden om Schimmelpenninck af te schilderen als een ijdele man, die dol was op macht en steeds meer de allures van een koning kreeg. Hagens goed geschreven biografie maakt echter inzichtelijk dat de raadpensionaris niet zozeer gezien moet worden als een stroman van Napoleon, noch als iemand die uit was op macht. Eerder moeten we Schimmelpenninck zien als iemand met een uitmuntend talent voor diplomatie, die zichzelf bovendien op een uitstekende manier wist te presenteren, zodat hij als politicus zeer invloedrijk werd in de hoogste kringen van Engeland, Frankrijk en de Bataafse Republiek. Hagen concludeert dan ook dat hij een belangrijke sleutelfiguur was in de ontstaansgeschiedenis van de Nederlandse democratische rechtsstaat – misschien wel de belangrijkste.

President van Nederland. Rutger Jan Schimmelpenninck 1761-1825
Edwina Hagen
Uitgeverij Balans
ISBN 9789460033070
Verschenen september 2012

Bestelinformatie

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 29,95)

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here