Carel Fabritius

Op 12 oktober 1654, om kwart voor tien in de ochtend, ontplofte in Delft het munitiedepot in het voormalige clarissenklooster aan de Doelenstraat. De explosie was zo groot – zo wil de overlevering – dat die op Texel te horen was. Slechts enkelingen wisten van het bestaan van “het secreet van Holland”, de honderdduizend pond buskruit die daar sinds het begin van de Tachtigjarige Oorlog lag opgeslagen. Het gezicht op Delft was in een klap gehavend, over de stad lagen menselijke resten verspreid. Zo’n vijfhonderd panden raakten onherstelbaar beschadigd. Onder de dodelijke slachtoffers bevond zich Carel Fabritius, begenadigd leerling van Rembrandt en schepper van Het puttertje, een kleinood van de zeventiende-eeuwse schilderkunst.

Amerikaanse bezoekers van het Mauritshuis spoeden zich en masse naar het werkje van 34 bij 23 centimeter – Joost Zwagerman constateerde de hype al – vanwege de roman van Donna Tart. Het puttertje heeft, met een tentoonstelling in New York en Bologna, een ware triomftocht gemaakt. De waarde van het werk wordt op 300 miljoen dollar geschat. Het meisje met de parel van Johannes Vermeer, eens de publiekslieveling door de roman van Tracy Chevalier en de verfilming met Scarlett Johannson, heeft het er maar wat moeilijk mee, al die aandacht voor een distelvink. “Kan iemand alsjeblief die vogel doodschieten?” grapt the girl with the pearl earing in Fabritius, schilder van Het puttertje. Leven en werk van een zeventiende-eeuwse meester van Deborah Davis.

Gezicht in Delft, 1652. Carel Fabritius

De regels van de kunst

In nog geen 140 pagina’s tekst schetst Deborah Davis leven en werk van Carel Fabritius. Geboren in 1622 in de Beemster behoorde hij tot een generatie schilders die de roem van Rembrandt van dichtbij meemaakte, zich wilde laven aan zijn meesterschap, zijn geheimen wilde doorgronden. Eind jaren dertig of begin jaren veertig ging Fabritius bij Rembrandt in de leer. Hij raakte zo bedreven in de technieken van de meester dat enkele van zijn werken, zoals De opwekking van Lazarus, aan Rembrandt werden toegeschreven. Fabritius had zich Rembrandts regels van de kunst volkomen eigen gemaakt – de donkere partijen die op de voorgrond traden, de ruwe penseelstreken. De noodlottigheden van het leven bleven hem niet bespaard. In 1643 stierven zijn vrouw en zijn dochtertje. Fabritius, op dat moment 21 jaar, was weer volkomen alleen. In 1650 verliet hij Amsterdam. Delft kende een ware schilderschool, met lieden als Paulus Potter, Emanuel de Witte en Gerard Houckgeest. Fabritius had als modelleerling van Rembrandt een zekere reputatie opgebouwd, gezien het aanbod van gezellen dat bij hem in de leer wilde. Of daartoe ook de tien jaar jongere Johannes Vermeer behoorde, is nog maar de vraag. In ieder geval bewonderde Vermeer de experimenteerdrift van Fabritius. Hij speelde met licht, schaduw en ruimte, en probeerde met zijn vriend Samuel van Hoogstraten, die hij in het atelier van Rembrandt had leren kennen, de 3D-technieken te ontrafelen. Toen al. Wellicht was Zicht op Delft uit 1652 voor een “kijkkast” bedoeld. Daarin zou het kikvorsperspectief van het schilderij pas echt tot zijn recht komen. Ook probeerden ze trompe l’oeil onder de knie te krijgen. Van Hoogstraten paste die in zijn stillevens toe, Fabritius dacht in het puttertje zijn onderwerp gevonden te hebben.

De madonna van de distelvink, ca. 1505. (l). Het puttertje, 1654. Carel Fabritius (r)
De madonna van de distelvink, ca. 1505. (l). Het puttertje, 1654. Carel Fabritius (r)

Waarom een distelvink?

Je kunt de distelvink domesticeren. Je kunt hem leren uit een emmertje te drinken, vandaar die naam: Puttertje. Het vogeltje heeft allerlei kunsthistorische connotaties, die stuk voor stuk terug te voeren zijn op het passieverhaal. Begaan met het lot van Jezus, pikte een distelvinkje takken uit de doornenkroon van de heiland, zodat die minder zwaar zou worden. Daaraan heeft hij zijn felrode kopje overgehouden: het bloed van Christus. Rafael eert het motief in de Madonna van de distelvink uit 1506. Het is nog maar de vraag of Fabritius stil heeft gestaan bij zijn roemruchte voorganger, of dat hij eenvoudigweg een populair huisdier wilde vereeuwigen. Feit blijft dat het schilderij iets magisch heeft, al was het maar omdat het de Donderslag van Delft overleefde. De meeste werken van Fabritius gingen in die ochtend van 12 oktober 1654 in rook op.

Vanuit historisch oogpunt is er heel wat aan te merken op Fabritius, schilder van Het puttertje. Davis presteert het om de Republiek der Verenigde Nederlanden te vergelijken met “het New York van de flamboyante jaren tachtig” en de polderjeugd van de Beemster (volgens haar de eerste polder van Nederland!) met Hansje Brinker – u weet wel, het jongetje dat een watersnood voorkwam door zijn duim in de dijk te steken. Bezwaarlijker zijn de anachronistische projecties van Davis op de zeventiende eeuw. Carel Fabritius droeg zijn haar lang, net als de protestjeugd van de jaren zestig, dus moet hij wel een rebel zijn geweest, een Beatle avant la lettre. Maar in weerwil van de jaren zestig was de lange haardracht in de zeventiende eeuw een modeverschijnsel waaraan alle generaties deelnamen – zowel Johan en Cornelis de Witt, om maar een voorbeeld te noemen, als hun vader Jacob. Lang haar markeerde eerder een religieuze scheidslijn, tussen de preciezen van de letter van de bijbel en de rekkelijken die lak hadden aan het gejeremieer van I Korintiërs 11:14 (“Of leert u ook de natuur zelve niet, dat zo een man lang haar draagt, het hem een oneer is.”) Die frikkerige aantekeningen in de marge doen niets af aan het plezier waarmee ik deze monografie gelezen heb. Davis is een rasverteller, stilistisch en compositorisch zit Fabritius, schilder van Het puttertje knap in elkaar. Meulenhoff heeft het boekje buitengewoon verzorgd uitgebracht, met een aantal mooie reproducties van het zeldzame werk van Fabritius. Fabritius, schilder van Het puttertje. Leven en werk van een zeventiende-eeuwse meester is een pareltje, net als dat werkje in het Mauritshuis.

Fabritius, schilder van Het puttertje.Leven en werk van een zeventiende-eeuwse meester
Deborah Davis
Meulenhoff
ISBN 9789029090780
Verschenen in juli 2015

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 16,99)
Bestel hier als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 11,99)

Koop bij bol.com

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 16,99)

DELEN
Eric Palmen

Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here