Astrid Lindgren en haar ouderloze kinderen

Ongetwijfeld was het een bepalende gebeurtenis in het leven van Astrid Lindgren. Op haar achttiende raakte ze ongewenst zwanger van Reinhold Blomberg, de vijftigjarige hoofdredacteur van Vimmerby Tinding, waar ze als leerling-journalist was aangesteld. Toen Lasse eenmaal geboren was, kon ze haar geluk niet op met het jonge leven dat ze in haar armen koesterde. Marie Stevens, “de geweldigste vrouw die ik ooit heb leren kennen,” ontfermde zich over het kind. De pleegmoeder woonde in Kopenhagen, Lindgren dook onder in Stockholm. Ze kon de nieuwsgierige blikken in het boerengat waarin ze was opgegroeid niet langer verdragen. De euforie maakte plaats voor een diep gevoel van wanhoop toen ze haar zoon in Denemarken achter moest laten. Ze kon zich alleen een voorstelling maken van zijn ontwikkeling aan de hand van de brieven die Marie haar schreef, een opvoeding in verbeelding. Eén ding wilde ze zeker niet: met Reinhold Blomberg trouwen, ook al lag die oplossing voor de hand. Hij lag in scheiding en wilde zich maar al te graag ontfermen over de tienermoeder en het buitenechtelijke kind. Misschien herkende Astrid Lindgren zich toen al in de uitspraak die ze Emiel van de Hazelhoeve 40 jaar later in de mond zou leggen: “Je wordt wel sterk als het moet!” Jens Andersen schreef met Deze dag, een leven een diep ontroerende biografie van Astrid Lindgren, verschenen bij Ploegsma, sinds jaar en dag de uitgever van Pippi Langkous, Emiel, Ronja de Roversdochter en al die andere onvergetelijke jeugdliteratuur die Astrid Lindgren ons geschonken heeft.

Astrid Lindgren en het geminachte kind

Astrid Lindgren, geboren Ericsson groeit op in Vimmerby, in het zuidwesten van Zweden, omgeven door de paradijselijke natuur van Småland. Haar vader is een pachtersboer en kerkvoogd, een notabele dus. De Smålanders zouden hem een “välsmänske” noemen: vol gods vertrouwen, goed geluimd en immer positief ingesteld. Haar moeder is afstandelijker van aard. “Ik heb altijd meer van mijn vader dan van mijn moeder gehouden,” geeft Lindgren op latere leeftijd onomwonden toe. Ze shockeert haar ouders als ze op een goede dag al haar verlegenheid heeft afgelegd en als flapper girl verschijnt, het ideaal van de opstandige tiener in de roaring twenties. Haar lijfboek is La Garçonne van Victor Margueritte, waarin hoofdpersoon Monique Leboer zich een androgyne look heeft aangemeten, van jazz houdt, lak heeft aan conventies en een buitenechtelijk kind baart. Astrid Lindgren wil groots en meeslepend leven.

Als Marie Stevens in 1930 de zorg voor haar pleegkinderen niet langer aankan, ze stort lichamelijk en geestelijk in, besluit Astrid Lindgren haar zoon naar huis te halen. “Laat hem nooit eenzaam opgroeien in Denemarken, want dan zou ik vinden dat mijn leven volstrekt tevergeefs was geweest,” laat Marie haar weten. De alleenstaande moeder krijgt alle hulp van haar ouders. Lasse groeit grotendeels op in de landelijke omgeving van Vimmerby. Als ze in Stockholm zijn,  bezoekt Lindgren dagelijks met haar zoontje het Vasapark. Daar observeert ze andere moeders met hun kinderen, een “psychologisch laboratorium”. Ze is verontwaardigd over de krenking die ze waarneemt, het gecommandeer. In 1939 publiceert ze een opiniestuk. “Het valt niet mee om een kind te zijn,” luidt de strekking: “Het houdt in dat je naar bed moet, moet opstaan, je moet aankleden, moet tandenpoetsen en je neus moet snuiten als de volwassenen dat willen.” Astrid Lindgren is de oermoeder van de anti-autoritaire opvoeding, althans in de jeugdliteratuur. In een interview uit 1978 vat ze de levensles van haar observaties in het Vasapark in één zin samen: “Ik koos hun kant tegen mezelf.”

Pippi Langkous

Op de dag van het kind in Zweden, 1 september 1939, breekt de oorlog uit. Ze is inmiddels getrouwd met Stude Lindgren en vertelt aan haar dochter Karin verhaaltjes over een meisje dat heel alleen in Villa Kakelbont woont, omdat haar vader – een piraat – meestal op zee is, als hij niet op zijn eiland Taka-Tukaland vertoeft. Pippi Langkous is de eersteling in een stoet van ouderloze kinderen die het oeuvre van Astrid Lindgren bevolken. Onaangepast, vrijgevochten, een Übermensch in de Nietzscheaanse zin van het woord: “Het onbedwingbare, impulsief handelende wezen dat meester noch slaaf wil zijn, maar zijn eigen waarden volgt,” aldus Andersen. Pippi is de antipode van die andere Übermensch, de Sterke Man die Adolf heet, wiens nummer ze in het circus door haar recalcitrante gedrag volledig in het honderd laat lopen. “Dames en heren, hooggeëerd poeblik, over een ogenblik zult oe zien het krootste wonder van alle taiden, de schterkschte man ter wereld, schterke Adolf, die nok nooit overwonnen iesch!” kondigt de circusdirecteur zijn hoofdattractie aan. Pippi Langkous is een Hitlersatire. De tekeningen van Ingrid Vang Nyman tonen haar ten voeten uit, met “een kapsel waar je nooit een staalhelm overheen zou kunnen duwen.” Pippi domineert de kerstverkoop in 1945. De Zweden snakken naar een personage dat weigert in de pas te lopen, net als de rest van Europa.

“Alle literatuur is politiek”

Astrid Lindgren kluistert een miljoenenpubliek aan zich, niet alleen met haar jeugdboeken, maar ook met een televisieserie, Samen op het eiland Zeekraai. In het begin van de jaren zeventig dient zich een ander soort jeugdliteratuur aan. Sven Wenström maakt zich sterk voor de verbeelding van een betere wereld. Fantasie kun je gebruiken om draken en kabouters te creëren, of een socialistische heilsstaat, waarin iedereen gelukkig is. Wenström wil de verbeelding aan de macht, maar niet die van pratende dieren, kabouters en trollen, want “alle literatuur is politiek.” Astrid Lindgren moet er niets van hebben. Er bestaat geen recept voor het schrijven van goede kinderboeken, laat staan eentje waarvan het belangrijkste ingrediënt een “gescheiden moeder” is, “het liefst loodgieter van beroep, maar atoomfysicus is ook prima, het voornaamste is dat ze niet ‘naait’ of ‘lief is’.”
Toch zal ze zich in die jaren zeventig wel degelijk politiek engageren. Ze bindt de strijd aan met de “betuttelingsmaatschappij” die onder de sociaaldemocraten van Olaf Palme is ontstaan, al heeft ze haar leven lang – zoals de meeste Zweden – op de Arbetarepartiet gestemd. De belastingdruk, die Ingmar Bergman in 1976 het land doet ontvluchten, wordt ook haar te veel. De polemiek die ze tegen minister van financiën Gunnar Sträng voert, is ongekend succesvol. Tijdens de verkiezingen van 1976 verliezen de sociaaldemocraten hun meerderheid in het parlement, waardoor ze voor het eerst in 44 jaar niet deelnemen aan de regering. Met dezelfde hartstocht zet ze zich in voor dierenwelzijn en tegen kernenergie. Astrid Lindgren groeit uit tot het sociale geweten van Zweden.

Ze wordt oud, 94. Het is geen onverdeeld genoegen. Aan haar penvriendin Sara Ljungcrantz, een van haar lezertjes waarmee ze jarenlang correspondeert, merkt ze op: “De zwaarste perioden in een mensenleven, volgens mij, zijn de vroege jeugd en de ouderdom.” Ze overleeft haar eerstgeborene. Lasse sterft in 1986 aan de gevolgen van kanker. Haar favoriete gedicht, dat van Kahlil Gilbran, krijgt een wrange lading, al ligt het ten grondslag aan heel haar werk.

Jouw kinderen zijn jouw kinderen niet,
maar zonen en dochters van ’s levens
hunkering naar zichzelf.
Jij brengt hen ter wereld
en ofschoon ze bij je zijn, behoren ze je niet toe […]

Hoezeer ze ook genoot van haar familie, haar vrienden (waaronder haar Nederlandse vertaalster Rita Törnqvist-Verschuur) is haar grootse bondgenoot haar eenzaamheid. “Ik houd ervan op mijzelf te zijn. Ik heb nooit een kameraad gevonden die zo kameraadschappelijk was als de eenzaamheid.” En de zin van het leven? “Leef niet alsof je nog tienduizend jaar voor je hebt. Het onafwendbare hangt boven je hoofd. Zolang je leeft, zolang je kan – wees goed!”

Deze dag, een leven. De biografie van Astrid Lindgren
Jens Andersen
Ploegsma
ISBN 9789021676548
Verschenen in oktober 2016

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 35,00)

Koop bij bol.com

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 35,-)

DELEN
Eric Palmen

Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here